BP 1249 (Oirschot) okt 1479 sept 1480 folio 19r
Anthonis z.w. Roelof z.w. Willem z.w Johannis van der Ameijden
Dirck natuurlijke zoon Goossen Roelens van der Ameijen
Aert Bernt Willemss
Verschenen is Jan Heijlwigen zoon van wijlen Jan Henricks van den Hagelaer de oudste, verder Antonis Roelofs van der Ameijden, nog Wouter Henrick Toerkens en ze beloven samen en ieder voor 1/3e deel, waarbij Jan echter het totaal is versvchuldigd om aan Jan Scellekens ten behoeve van Jan Aert Scellekens die deze Aert Scellekens heeft verwekt bij Bellen dochter van Henrick Toerkens, die per a.s Maria Lichtmisdag over 12 jaar een bedrag van 12 peters te betalen, elke peter tegen 18 stuivers en onderwijl steeds een rente van 6 lopen rogge, Oirschotse maat. Datum als boven, getuigen Huijskens en Geerlicks.
Thonis Ruelens van der Ameijden heeft zijn achterstallige vordering aangetoond met schepenbrieven van Oirschot inzake een pacht van 8 lopen rogge per jaar die een jaar onbetaald is gebleven, welke pacht Mathijs Gijben Mathijssen eerder aan genoemde Thonis had beloofd, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen onder Boterwijk hier, b.p. Ansem Luijten, de straat, Luijtgaerden Tswetters. Als genoemde Antonis komt te overlijden, dan versterft de pacht weer op genoemde Mathijs.( is dus een lijfpacht, JT). De brief daarover is d.d. 28 oktober 1445. Geefken (Gevart Janssen van Geldrop?, JT) heeft de uitwinning verzorgd en de koop is gegund aan Peter Thonis Ruelens (van der Ameijden, JT). Het bezit is ook in Den Bosch gepubliceerd geweest volgens een certificaat van Claes Pels. Datum 17 juni 1492, getuigen Esp en Meijen.
Rutger Peter Beckers en Antonis Roelofs van der Meijden als man van Lauwreijs dochter van wijlen Peter Beckers, verkopen aan Peter dochter van Jacop Smeeds die de helft van een pacht van 4 en een half lopen rogge, maat van B eerse, welke pacht Henrick van der Mere eerder had beloofd aan Peter Everaert Mesmakers, op onderpand van een stuk land gelegen in de gemeente Oostelbeers, b.p. Dirck van de Ven, de kinderen van Boudewijn Schoenmakers. Nog verkopen ze haar de helft van een pacht van 3 en een half lopen rogge per jaar, maat van Beerse, welke pacht Peter Everaert Mesmakers eerder aan zijn zuster Katarina had beloofd, op onderpand van een stuk land gelegen in de gemeente Oostelbeers aan de Hovel daar, b.p. het erf eerder van de kinderen van Jan Mesmakers, de Rijt daar, verder rondom in de gemeijnte. Datum 23 december 1501, getuigen Belaerts en Leeuw.
Schepenen van Oirschot verklaren hierbij plechtig dat voor hen zijn verschenen Antonis Roelofs van der Ameijden voor hemzelf handelend en voor zijn wettige zoon Peter met zijn 4 familieleden en vrienden als partij ter ener zijde en Dirck Adriaens van den Doren als misdadiger en verantwoordelijk voor de dood van Cornelis zoon Antonis Roelofs van der Ameijden ter andere zijde. Beide partijen hebben zich overgegeven aan de bemiddelling door arbiters en beloven de uitspraak na te komen. Voor genoemde Antonis met zijn zoon Peter en zijn vrienden namens het slachtoffer treden op heer Henrick van Esch, priester, Daniel van Vlierden, Daniel van der Ameijden en Henrick Belaerts onze collega-schepen. Voor Dirck als misdadiger treden op heer heer Willem van Petershem, priester, Jan van Vlierden, Jan van Os en Dirck Goessen Neven. De uitspraak is als volgt. Dirck zal voor het zieleheil van het slachtoffer 350 zielmissen moet laten doen die men kloostergewinnen noemt en daarbij nog 3 dertigsten en daar later goed bewijs van moeten overleggen en wel binnen een termijn van 17 weken. Verder moet Dirck een z.g. voetval doen te weten op een zondag of op een heiligendag zoals de meerderheid van de arbiters nog zullen aangeven.
Dirck moet daar in linnen kleren verschijnen, barrevoets en blootshoofds vanuit de toren van de St: peteruskerk de kerk ingaan met in elke hand een wassen kaars van 1 pond gewicht en een kaars offeren op het altaar van het H. Kruis en daar zijn gebeden doen, de andere kaars te brengen naar het zielmissenaltaar en moet daar op zijn knieen de mis uithoren. Daarna moet hij de kaars weer in zijn hand nemen en hem naar het altaar laten brengen door de pastoor of degene die de mis doet die hem naar het H. Sacrament zal leiden en moet daar op zijn knieen voor de zeil van het slachtoffer bidden. Verder moet Dirck twee bedevaarten houden, de ene naar de St. Petrus en Pauluskerk te Rome, de andere naar het H. Bloed van Wilsenaken danwel ander goede werken te doen, zoals hierna nog zal worden vastgesteld. Verder moet Dirck voor 1 jaar uit Oirschot blijven tenzij hij met zijn broers en zusters moet afdelen om geld daaruit te maken. Hij zal er dan alleen mogen komen als gast voor 1 of twee nachten, zo vaak als nodig is, maar zonder list of bedrog. Hij moet dan wel uit herdgang Straten blijven. Als dat jaar voorbij is, mag Dirck op weg naar de kerk van Oirschot richting Straten niet voorbij het huis van Antonis komen, zijnde de vader van het slachtoffer zolang Antonis leeft. Maar mag wel op straat wandelen naar de kerk toe en verder waar hij wil. Verder moet Dirck uit alle herbergen blijven waar vader Antonis of een van zijn kinderen al aanwezig is, maar als hij zelf er het eerste is, mag hij blijven, tenzij hem wordt meegedeeld dat de familie van het slachtoffer er is dan hij moet vertrekken en hij mag dan wel zijn bier uitdrinken. Verder moet Drick aan de familie 70 zoenguldens betalen, elk van 10 stuivers en wel binnen een jaar en daarvoor borgen laten beloven. Omdat de arbiters het recht hebben om de bedevaarten te veranderen hebben ze bepaald dat Dirck daarvoor wordt ontlast, maar moet daarvoor voortaan een mud rogge per jaar gaan betalen aan de kerk van Oirschot en wel permanent en moet die pacht op goede onderpanden beloven. Verder moet Dirck een ijzeren kruis laten maken , rood opgeverfd van 9 voet lang en 5 of 6 voet breedte, al naar gelang de hoogte van het kruis. Dat kruis moet in een grote steen worden geplaats of in een gat daar bij het graf van de dode of nabij het ´pijleken´van het graf. Verder moet hij een ´tafelken´ laten maken groot 2 voet in het vierkant en daar moet in gegraveerd staan een kruis en daar onder O.L. Vrouw en St. Jan en nog het lichaam van Cornelis op zijn knieen en daar onder komt dan te staan Hier ligt begraven Cornelius Antonius van der Ameijden, steen metselaar die stief op St. Odulphusdag in het jaar 1504 en dat alles moet worden gedaan tussen nu en a.s. Pasen. Verder moet hij op zijn kosten, 6 jaar lang op alle maandagen op het H. Kruisaltaar in de St. Petruskerk een requiemmis voor de overledene laten opdragen maar als die maandag op een hoogtijdag valt, mag de priester ook voor een andere intentie opdragen. Met deze uitspraak verklaren parijen zich over en weer met elkaar verzoend. Als er onduidelijkheden in de uitspraak zijn, behouden de arbiters zich het recht voor om daar later uitleg over te geven. Dirck Adriaens van den Doren en zijn broer Goijaert voor hem, wensen hiervan een schepenbrief te ontvangen. Datum 14 juni 1505, getuigen Adriaen, Belaerts en Meijden. (akte is door heer Henrick van Esch, priester geschreven, JT)
Peter Loijen Peters en Wouter Peters als voogd over Loijch Gerard Loijchs verkopen aan Antonis Roelofs van der Ameijden een pacht van een mud rogge per jaar, welke pacht Jan Peter Loijchs aan zijn broer Lodewijk Peter Loijchs had beloofd, op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang de Notel, b.p.. de straat, Peter Agnesen. Datum als boven, getuigen Adriaen en Jan Goossens.
Antonis Roelofs van der Ameijden belooft aan Cornelis Smeets ten be behoeve van Peter Antonis Roelofs van der Ameijden (zijn zoon dus, JT) die voortaan een pacht van een half mud rogge te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Notel, b.p. Heijn Heijligen, meester Aert van der Ameijden, de gemeijnte. Datum 2 mei 1518, getuigen Belaerts en Goossens.
In marge :
Rutger Peter Beckers nam de brief in het jaar 1522.
Hij is getrouwd met Lauwreijs Peter Beckers.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm
Regesten vrijwillige rechtspraak Oirschot 1463-1640 van Jan Toirkens