1542, 1543, 1545, 1546
Peter Antonis van der Ameijden geeft hierbij machtiging aan zijn vader Antonis en aan Rutger Peter Beckers om namens hem al zijn vorderingen, pachten etc. te innen en indien nodig ook met rechtsmiddelen in te vorderen. Datum 1 januari 1506, getuigen Stayakker en Beertken.
Peter Antonis Roelofs van der Meijden belooft aan Aleijt weduwe van Bertelmeeus van der Oerschoren, waarvan Aleijt er het vruchtgebruik van krijgt en de tafel van de H. Geest het erfrecht, die jaarlijks een pacht van een half mud rogge te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een beemd gelegen in herdgang Hedel aan de Soeperdonk daar, b.p.. Agate Dirck Neefs, verder rondom in de gemeijnte. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 22 mei 1508, getuigen Belaerts en Colen.
Eerder heeft Peter Antonis Roelofs (van der Ameijden, JT) steeds een jaarlijkse pacht van 3 mud rogge betaald aan de wettige kinderen van Jan van den Doeren, op onderpand van bepaald bezit in herdgang Straten, welke pacht aflosbaar was. Die 3 mud heeft Peter nu afgelost aan Goijaert Janssen van den Doeren, een van de wettige kinderen van genoemde Jan. Verschenen is hier nu deze Goijaert en belooft Peter, dat voor het geval er schade over de 3 mud rogge zou ontstaan en de aflossing ervan vanwege de andere kinderen van Jan van den Doeren problemen zou geven, dat Goijaert daarvoor dan garant zal staan. Datum 13 april 1523, getuigen Hoppenbrouwers en Gerit Janssen.
Peter Antonis van der Ameijden ( er is ook een Peter Thomas van der Ameijden ter zelfder tijd, JT) heeft verklaard dat hij vroeger machtiging had gegeven aan Rutger den Becker om zijn zaken en kwesties te behartigen, zijn rentes en vorderingen te innen en dergelijke zoals in die machtiging stond vermeld, onder restrictie van bepaalde voorwaardes. Hij herroept deze machtiging nu inzake een enkel artikel, en wil dat de machtiging niet meer geldt voor hetgeen Jan Bollen hem schuldig is. Verder blijft de oorspronkelijke machtiging van kracht voor de andere zaken. Om zijn vordering op Jan Bollen te verhalen en te incasseren en de procedures daarin te vervolgen voor welke rechtbank dan ook, machtigt Peter hierbij zijn broer Willem Antonis van der Ameijden om namens hem hierin op te treden. Datum 24 april 1527, getuigen Henrick en Goijart.
Jan Cornelis Daniels (van den Dijck, JT) als man van Meijssen natuurlijke dochter van Dirck van den Doeren verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van 3 Rijnsguldens welke rente Peter Antonis Roelofs van der Ameijden eerder aan deze Meijssen had beloofd, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk beemd genoemd de Soeperdonck, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. het erf van heer Jan die Ronde met meer anderen genoemd de Soeperdonck, de gemeijnte daar, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 26 juni 1516. Hij verkoopt de rente nu aan Loijwigen Timmermans en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. De rente is aflosbaar. Datum 3 februari 1534, getuigen Meijen en Scoet.
Peter zoon wijlen Antonis Rolofs van der Ameijden heeft hierbij machtiging verleend aan Henrick zoon wijlen Rutger Beckers om namens hem al zijn rentes, pachten en vorderingen te innen, nu of in de toekomst, en dat eventueel met rechtsmiddelen te doen en speciaal ook alles daarin te doen dat hem zelf als opdrachtgever ook voor ogen gestaan zou hebben. De gemachtigde mag op zijn beurt ook weer andere gemachtigden benoemen, maar moet later wel rekening en verantwoording afleggen. Datum 10 juli 1539, getuigen Goessen en Velde.
Gerart zoon wijlen Elias van de Laerschot als wettige man van Heijlwich dochter van Loijwijch Timmermans, verkoopt hierbij een beemd groot ca. 4 bunders, genoemd de 6 Bunders, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Peter Antonis van der Ameijden en meer anderen, Willem die Decker, het goed van Postel, de gemeijnte daar. Hij verkoopt het bezit nu aan Peter Antonis van der Ameijden en de verkoper belooft alle lasten daarin van zijn kant af te handelen, behalve 7 Helmondse ponden per jaar als chijns. Verder moet de koper overpad aan anderen verlenen die daar recht op hebben. Datum 6 november 1539, getuigen Goessen en Velde.
Peter zoon wijlen Antonis Roelofs van der Ameijden voor hemzelf handelend en als man van Josijnen dochter van wijlen Jans van der Heijen heeft verklaard dat Aleijt dochter van Aert Dircks die men ook wel Aert in Heerbeeck noemt (en vaak ook Seijkens, JT) als eigenaresse van een akker genoemd de angenekker, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, aan hem de pacht van 5 lopen rogge per jaar heeft afgelost, die wijlen Jan van der Heijden steeds van genoemde Aerden Dircks en diens bezit heeft geheven en genoemde Peter een aantal jaren van genoemde Aleijt. Genoemde Peter geeft Aleijt nu kwijting voor die 5 lopen rogge per jaar samen ook voor alle vervallen termijnen ervan. Datum 8 november 1539, getuigen Esch en Goessen.
Alaert zoon wijlen Claes Verheijen heeft beloofd om aan Peter
zoon wijlen Antonis Roelofs van der Ameijden die een jaarlijkse
rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op St.
Servaasdag, op onderpand van het derde deel van een stuk land met
een huis daarop, in totaal groot ca. 20 lopenzaad, gelegen in
Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. genoemde Peter, Dirck Lemans,
de gemeijnte. Datum en getuigen als boven.
In marge :
Deze rente is afgelost zoals blijkt uit de brief d.d. 10 februari, getuigen Ven en Stockelmans, ondertekend Wouter Peters van de Ven en Joirden Stockelmans ( geen jaartal vermeld, JT ).
De rente is altijd aflosbaar op St. Servaasdag van elk jaar, mits
er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 16 gulden en
de achterstallige termijnen. Datum en getuigen als boven.
Jan zoon wijlen Jan Ansems als wettige man van Peterken, dochter
van wijlen Rutgers die Becker heeft beloofd om aan Peter zoon
wijlen Antonis Roelofs van der Ameijden die een jaarlijkse rente
van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Licht-
misdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land met het huis daarop, groot ca. 3
lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Boterwijck aldaar, b.p.
Henrick Gevaerts, Jan Alaerts, de gemeenschappelijke straat.
Datum 14 mei 1541, getuigen Aert en Leman.
De rente uit de voorgaande akte is altijd aflosbaar op Maria
Lichtmisdag van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd,
tegen betaling van 50 gulden en de achterstallige termijnen.
Datum en getuigen als boven.
Heer Jan van der Hagen, priester en kanunnik van de St. Peters-
kerk te Oirschot verkoopt hierbij een huis, tuin, grond etc. met een daaraan gelegen stuk akkerland, welke akker 3 lopenzaad groot is, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Hovel aldaar, b.p. Peter zoon wijlen Thomaes van der Ameijden, de gemeijnte. Verder verkoopt hij nog een heiveld, ter zelfder plaatse ongeveer als hiervoor aan de Papenvoort aldaar, b.p. Ariken weduwe en kinderen van wijlen Henrick van Berze, de gemeijnte, het erf dat eerder van Jacop van den Dijck was. Genoemde heer Jan van der Hagen had dit bezit eerder verkregen van Daniel zoon wijlen meester Aerts van der Ameijden en Daniel op zijn beurt weer van heer Herman Cleijnael, kanunnik in de St. Peterskerk alhier en heer Herman weer van de kinderen van wijlen Henrick van der Ameijden, conform schepen-brieven van Oirschot daarvan. Hij verkoopt dit bezit nu aan Peter Antonissen van der Ameijden en het kan direkt worden aanvaard.
De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarrente van 3 gulden en 15 stuivers aan Daniel zoon wijlen meester Aerts van der Ameijden, per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar voortaan voor rekening van de koper. Verder zal Peter alle andere lasten die erop drukken voor zijn rekening moeten nemen en Peter als koper belooft zulks zodanig te zullen doen dat genoemde heer Jan van der Haegen daarvoor gevrijwaard blijft. Verder moet het valhekje worden onderhouden dat tussen het genoemde erf hangt en dat van Elisabeth weduwe en kinderen van wijlen Lambrecht Laureijsen, waarbij er overpad moet worden verleend door dat hekje aan diegenen die daarin gerechtigd zijn. Datum 15 juli 1541, getuigen Peter en Wijck.
Peter Antoniszoon van der Ameijden, onze collega schepen, Dirck Leemans, Gielis Peter Gielisssen, Jan Huijskens en Wouter Jacop Thijssen op verzoek van de inwoners van Oirschot, hebben op onderpand van hun eigen persoon en hun bezit, op zich genomen
In marge :
In 3 voud
om voor heren schepenen van de stad Den Bosch aan Bertken weduwe van Antonis Jonkers aldaar een jaarlijkse rente te doen beloven van 105 gulden, aflosbaar met 1750 gulden zoals de brieven daarvan gemaakt zullen worden. Omdat deze 1750 gulden worden aangewend voor alle Oirschotse inwoners en wel speciaal vanwege brandschatting en vernieling van alle huizen binnen Oirschot, hebben wij als schepenen, gezworenen, raadslieden, kerkmeesters,
H. Geestmeesters, achtmannen en de algemene inwoners van Oirschot die hiertoe eerst met een zondagse oproep zijn bijeengeroepen en nog eens via de vorster op een bijeenkomst daarvoor bijeengeroepen zijn op een heiligendag, hebben al deze personen beloofd op onderpand van hun personen en bezittingen deze rente van 105 gulden per jaar zodanig te zullen gaan betalen of af te lossen aan genoemde Bertha als weduwe of aan de houder van de brief daarover, volgens de voorwaarden etc. die daarover gemaakt zullen worden, dat genoemde Peter, Dirck, Gielis, Jan en Wouter daarvoor persoonlijk gevrijwaard zullen zijn als daarbij kosten of schade zou ontstaan. Genoemde personen zijn echter wel verplicht normaal als de overige inwoners er in bij te dragen in de heffing. Akte is als oorkonde opgemaakt en Jasper van Esch, Goessen Scepens, Jan van den Scoet, Willem de Cort, schepenen van Oirschot hebben hun gemeenschappelijke schependomszegel aan de brief gehangen. Datum 1 augustus 1542, getuigen Esch, Goessen en Cort.
Antonis zoon wijlen Willem Sgraets en Peter zoon wijlen Antonis van der Ameijden daartoe gemachtigd vanwege Willemken wettige dochter van wijlen genoemde Willem Sgraets zoals bleek uit een brief van Culemborch, verkopen hierbij een jaarlijkse rente van 2 gulden met een vervallen termijn, welke rente Rutger Janszoon van Doormalen eerder had beloofd aan genoemde Antonis en Willemken en aan hun moeder Barbara voor wat betreft het recht van vruchtgebruik. De rente vervalt steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een weiland groot ca. twee en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Fijken van Dormalen, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 19 februari 1533. Ze verkopen deze rente nu aan Aerden Thomaes van den Ven en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. De rente is wel aflosbaar. Datum 19 februari 1544, getuigen Vlueten en Heijmerick.
Peter zoon wijlen Antonis van der Ameijden en diens wettige vrouw Josina van der Heijden beiden gezond van lichaam en in het bezit van hun verstandelijke vermogen zoals het scheen, hebben met wederzijdse instemming nadat ze hiervoor een bepaalde keizerlijke toestemming hadden gekregen zoals ze zeiden, hun testament opgemaakt. Ze herroepen hierbij alle eerdere testamenten van voor deze datum en bevelen hun ziel, nadat ze zijn komen te overlijden, aan bij God en willen dat hun lichaam in gewijde grond wordt begraven. Voor begane onrechtvaardigheden vermaken ze aan de fabriek van de St. Lambrechtskerk te Luik en de 4 biddende ordes die in Oirschot zijn vertegenwoordigd, die elk een stuiver eens, na hun dood te betalen. Verder bepalen ze over en weer dat de langstlevende van hen beiden het vruchtgebruik zal blijven behouden van al hun onroerende bezit, hetzij leengoederen hetzij chijnsgoederen en wat betreft de huisraad en de verdere roerende bezittingen daarmee mag de langstlevende naar eigen keuze handelen, tenzij de langstlevende komt te hertrouwen, want in dat geval zullen de kinderen van hen beide, behalve hun zoon Antonis met de langstlevende mogen afdelen. In het geval de langstlevende niet komt te hetrouwen moet de langstlevende wel hulp verstrekken aan de genoemde kinderen voor zover die huwen en wel na overleg hierover met de vrienden van deze laatstlevende. Verder verklaren de testateurs dat zij voor Antonis voor een bepaalde funktie te Utrecht en vanwege bepaalde schulden hem al diverse keren grote sommen geld hebben gegeven uit zijn erfdeel al ruim 12 of jaar jaar geleden en omdat, zoals de testateurs zeggen, hij zich heeft misdragen tegen de keizerlijke majesteit, hebben de testateurs hun zoon Antonis van de erfenis uitgesloten. Verder vermaken de testateurs aan Willem, aan Karel en aan Elisabeth, de drie wettige kinderen van genoemde Antonis, ieder van hen een jaarlijkse rente van 6 gulden en van twee gulden, elk jaar te ontvangen na hun beider dood op onderpand van al hun cijnsgoe-deren, steeds op Maria Lichtmisdag. Verder vermaken ze voorafgaand aan de boedeldeling uit al hun chijnsgoederen aan hun oudste zoon die t.z.t. in leven zal zijn en wel na hun beider dood, een bedrag van 50 gulden eens en de anderen elk 25 gulden eens en ook Jenneken hun dochter krijgt vooraf om bepaalde redenen een jaarlijkse rente van 3 gulden danwel een eenmalig bedrag van 50 gulden ook uit hun chijnsbezit en wel het bedrag dat zoals de testateurs zeiden zij aan hun dochter Jenneken hebben beloofd te betalen bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden met Adriaen Henrick Joirdens ook na hun beider dood te betalen, waarbij zij met de andere kinderen gewoon zal meeparten. Verder vermaken ze al hun bezit, leengoederen en ander bezit dat ze hun beider dood zullen achterlaten aan de kinderen van hen beiden, behalve dus genoemde Antonis, waarbij de dode partij met de levende zal delen. Deze kinderen zullen dat bezit niet mogen belasten of verkopen, niet eerder dan nadat ze 26 jaar oud zullen zijn danwel dat de in nood komen te verkeren. Indien een van de 3 kinderen van hun zoon Antonis of een van hen komt te overlijden zonder wettig nageslacht te hebben, dan zal dat erfdeel en de rente daarvan versterven op de familie en erfgenamen waarvan die rente afkomstig is. De testateurs hebben verklaard dat dit hun testament is en willen het als zodanig hebben uitgevoerd, ook zal zou het hier of daar in tegenspraak zijn met de geldende rechtsbepalingen. Ze behouden zich het recht voor om het later te mogen wijzigen. Datum 26 december 1549 ( Kerststijl ), getuigen Scoet en Scoet.
Peter Antonissen van der Ameijden en Adriaen Henrick Joorden Hoppenbrouwers inwoners van Oirschot hebben zich borg gesteld voor Natael Vos als aanstaande stadhouder voor de schout van Kempenland vanwege dit schoutambt en stadhouderschap en wel voor de schepenbanken van Oerle, Oirschot, Beerze en Gestel bij Eindhoven. Daarvoor verbinden zij hun personen en bezit. Datum 18 april 1551, getuigen Goessen en Jan van den Scoet met eigen zegel.
Peter zoon wijlen Antonis van der Ameijden en Jozijna dochter van wijlen Jans van der Heijden, verwekt bij Aleijt dochter van Ariens van Dooren, wettige echtgenoten, hebben hun testament opgemaakt. Ze herroepen alle eerdere testamenten of legaten voor schepenen of andere beedigde personen opgemaakt en wensen dat dit hun huidige testament wordt. Ze bevelen hun ziel, zodra ze zijn komen te overlijden, aan bij de Almachtige God en diens moeder Maria en willen dat hun lichaam in de St. Peterskerk te Oirschot wordt begraven. Vanwege begane zonden en onrechtvaardigheden vermaken ze aan de St. Lambrechtskerk te Luik een stuiver eens en aan de fabriek van de St. Peterskerk 13 peters eenmalig van 18 stuivers elk, die na hun beider overlijden betaald moeten worden. Verder zullen alle legaten komen te vervallen die Jan van der Heijden en diens vrouw Aleijt eerder aan de kerk hadden vermaakt in zoverre er al legaten zijn. De testateurs vermaken elkaar als langstlevende alle roerende bezittingen om daarmee naar keuze van de langtstlevende daarvan voor de helft het vruchtgebruik te genieten en voor de andere helft haar of zijn eigen wil mee te doen. Verder vermaken zij elkaar als langstlevende op grond van een keizerlijk oktrooi, afgegeven op 1 maart 1515, zoals ons voldoende is gebleken, de helft van hun vaste bezittingen te weten de hoeve te Straten gelegen, zijnde een leen- of mangoed, en daarnaast nog een beemd genoemd de Soeperdonck, nog twee onafgemaakte beemden die aan elkaar zijn gelegen genoemd de Vloetbeemden. Verder een heiveld genoemd De Kievitse hoeve, gelegen in herdgang Spoordonck, om daaruit jaarlijks zoveel nodige turf te mogen steken en halen als ze nodig hebben als brandstof maar niet voor meer dan dat. De langstlevende mag deze goederen bezitten voor wat betreft het vruchtgebruik. Alle andere vaste bezittingen vermaken zij na het overlijden van de eerst overledene zijnde de andere helft daarvan aan hun wettige kinderen waarbij de dode partij met de levende moet delen, te weten aan Job, Roeland ( secretaris te Oirschot, JT ), Cornelis, Guilliam, Kaerle en Philips en aan de kinderen van hun dochter Jenneken, die in de plaats van hun moeder komen. Dit bezit zal dan door deze kinderen in der minne worden verdeeld, zoals dat hoort waarbij ieder evenveel krijgt. Het bezit waarop deze kinderen volgens dit testemant recht hebben, zal na het overlijden van deze kinderen versterven op hun wettige kinderen of de kinderen bij een of meer vrouwen zijn verwekt. Omdat gekonstateerd is dat hun oudste zoon Antonis eerder tegen zijn landheer of prins in opstand is gekomen en nu een balling is in dit land en daarbij in aanmerking genomen dat hij veel geld heeft gekost en al veel geld van zijn erfdeel heeft gekregen, vermaken zij deze Antonis of diens erfgenamen een oude grote eens en wensen zij dat Antonis uit hun erfenis wordt geweerd waarbij ze dat erfdeel van Antonis aan de andere kinderen vermaken. Maar omdat er is gekonstateerd dat Antonis enkele wettige kinderen heeft verkregen bij Jenneke dochter van Goossen van Ammeroijen die onderhouden moeten worden, willen ze dat Job, Roeland, Cornelis, Guilliam, Kaerl en Philips en de kinderen van genoemde Jenneken, na het overlijden van de eerstoverledene, de kinderen van deze Antonis, te weten Willem, Kaerl en Lijsken ieder van hen een jaarlijkse rente van 5 gulden zullen betalen, aflosbaar met 240 gulden. Als deze Willem, Kaerl en Jenneken zouden komen te overlijden zonder wettige geboorte achter te laten, dan zullen die rentes vervallen aan de kinderen en kindskinderen van de testateurs, waarbij de dode partij met de levende zal delen. Ook zullen de goederen van Jenneken op deze zelfde kinderen versterven als Jenneken geen wettige kinderen achterlaat. De testateurs willen dat na het overlijden van de langstlevende de hoeve in herdgang Straten die een leengoed is, en alle andere bezit dat door de langstlevende wordt gebruikt op grond van het genoemde oktrooi samen toekomt aan Job, Roeland, Cornelis, Guilliam, Kaerl en Philips die ieder daarvan evenveel krijgen en minnelijk verdeeld zal moeten worden, zoals de andere helft van dat bezit verdeeld zal zijn, waarbij de kinderen van genoemde Jenneken in de plaats van hun moeder komen. Eveneens moet uit dat bezit dus de genoemde rente worden betaald aan de kinderen van genoemde Antonis, waarbij deze kinderen van de verdere nalatenschap worden uitgesloten. De kinderen van deze Antonis of van Jenneken zullen het bezit dat de testateurs zullen nalaten, niet mogen verkopem of belasten tenzij dat deze 30 jaar oud zullen zijn danwel dat zulks gebeurt met goedkeuring van hun voogden, ooms, vrienden of kennissen van beide zijde. Verder willen ze dat hun zoon Job of de oudste op dat moment vanwege het recht voor het leengoed, een pond was zal krijgen en de daarop volgende oudste een bedrag van 3 gulden eens. De testateurs wensen dat dit hun testament zal zijn en willen het als zodanig uitgevoerd hebben ook al zouden er sommige rechtsgronden ontbreken, of met dit testament in tegenspraak zijn. De testateurs behouden zich het recht voor om dit testament later te wijzigen.
Datum 8 juli 1556, getuigen Ven en Vlueten.
Bartholomeus en Daniel, broers en wettige kinderen van wijlen Henrick Rutgert Beckers voor henzelf en ook optredend voor Henrick, Rutger en Dingen hun broers en zuster, en nog voor hun moeder Jutta dochter van Daniel Oomen weduwe van genoemde Henrick Rutger Beckers, verkopen een jaarlijkse rente van 3 gulden met alle vervallen termijnen daarvan, welke rente Daniel Henrick Daniels eerder had beloofd aan Willem Goijaert Roestenberchs, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van het twee zesde deel van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Willem Happen. Ook nog op onderpand van twee zesde delen van een beemd genoemd Scoutet, welke rente genoemde Henrick heeft verkregen van Willem Goijaerts Roestenberch zoals blijkt uit twee schepenbrieven van Oirschot. Ze verkopen de rente nu aan Peter Antonis van der Ameijden en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Datum 10 juni 1557, getuigen Schoet en Schoet.
Er is een meningsverschil ontstaan tussen de vrienden en familie van wijlen Kaerl zoon Peters van der Ameijden partij enerzijds en de vrienden en familie van Henrick zoon wijlen Antonis de Cort misdadiger partij ter andere zijde, vanwege de doodslag die genoemde Henrick op Kaerel heeft gepleegd. Partijen hebben de hulp ingeroepen van arbiters te weten Natael Vos, Peter Jans Scrommen, Wouter Thomaes van den Venne namens de overledene en Jan Lucas van de Schoot, Jan Simons Scorttenzoon en Gijsbrecht Willems van den Huevel namens de genoemde misdadiger, die daarvoor zijn aangezocht.
Na deze bemiddeling hebben de arbiters het volgende bepaald. De vrienden van de overledene zullen de misdadiger diens daad uit liefde Gods vergeven maar deze mag zijn leven lang niet meer in herdgang de Kerkhof, Spoordonck of Straten wonen, maar mag er alleen als gast verblijven en moet zijn woonplaats aan de andere kant van de St. Odulphuskapel of de St. Odulphuskerk kiezen. Verder zal Henrick als misdadiger de familie van het slachtoffer volgens oud gebruik moeten ontwijken op wegen, in herbergen, op bruiloften en andere vergaderingen. De dader moet kaarsen plaatsen van elk 3 pond gewicht, de ene voor het H. Sacrament, de andere voor het H. Kruis in de St. Peterskerk te Oirschot. Verder moet hij alle kerkrechten betalen, de uitvaart en de andere kosten die daarvoor zijn gemaakt. Verder moet hij een zerk leggen op de plaats van de begrafenis van de overledene en daarvoor een Ingelot ( = Angelot, JT ) betalen. Daarnaast moet de dader vanwege het zieleheil van de overledene, een jaarlijkse pacht betalen van een mudde rogge, Oirschotse maat en daarvoor voldoende onderpanden als zekerheid stellen om daarmee steeds op 10 oktober tot nagedachtenis van de overledene gebakken brood daarvan uit te delen voor de armen en voor de eerste keer dient dit per 10 oktober a.s. over een jaar te gebeuren. De H. Geestmeesters zullen daarvan het beheer voeren, maar dit mudde rogge is aflosbaar tegen betaling van 45 gulden behoudens dat deze H. Geestmeesters met de opbrengst daarvan dit weer opnieuw voor datzelfde doel zullen beleggen in voldoende sterke onderpanden.
Indien zulks niet gebeurt mogen de erfgenamen van de overledene daarover zelf het beheer hebben en tot zich nemen. Nadat deze uitspraak is gebeurd hebben Peter Antonis van der Ameijden, vader van de overledene en met hem Job en Roeland, broers en kinderen van genoemde Peter van der Ameijden, die ook nog optreden voor hun andere broers en familie van de overledene, de misdadiger diens daad vergeven en hebben beloofd deze uitspraak na te zullen komen. Daarna is verschenen Henrick Jan Gerits, broer van de misdadiger
(de misdadiger heet Henrick Antonis de Cort, deze Henrick Jan Gerits is dan een halfbroer waarschijnlijk, JT ) en deze heeft beloofd de uitpraak namens de misdadiger na te zullen komen. Datum 29 september 1557, getuigen J. Scoet en Cort.
Henrick zoon wijlen Gijsbrechts Vlemmincks als man van Mechteld dochter van wijlen Aert Roefs verkoopt een jaarlijkse rente van 2 gulden met 3 vervallen en een lopende termijn, welke hem bij de boedelverdeling tussen hem en de andere kinderen van Aert Roefs toebedeeld is geweest. Deze rente werd eerder door Henrick zoon wijlen Henrick van den Maerselaer beloofd aan Aerden Roefs steeds vervallend op St. Jacopsdag, op onderpand van een hofstede en huis etc., groot ca. 11 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Katalijns Verafter, Claes Adriaensen, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 30 december 1542. De rente wordt nu verkocht aan Peter Antonis van der Ameijden en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 3 juli 1558, getuigen Bogaert en Hoppenbrouwers.
Hij is getrouwd met Josijnen van der Heijden.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Peter Antonissen Rolofs van der Ameijden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Josijnen van der Heijden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm
Regesten vrijwillige rechtspraak Oirschot 1463-1640 van Jan Toirkens