Hij is getrouwd met Richilde.
Zij zijn getrouwd na 993.Bron 2
Kind(eren):
THIERRY, son of FREDERIC I Duke of Upper Lotharingia & his wife Beatrix de France ([962/72]-11 Apr 1027). The Chronicon Sancti Michælis, monasterii in pago Virdunensi names "Theodoricus" son of "Frederico"[127]. "Adalberonem filium Beatricis nobilissimæ ductricis, matris Theoderici ducis" is named in the Gesta Episcoporum Virdunensium[128]. The Chronicle of Alberic de Trois-Fontaines names (in order) "ducem Theodericum et Alberonem episcopus" as sons of "Fridericus dux Mosellanorum" & his wife Beatrix[129]. The Gesta Episcoporum Virdunensium names "Theoderici ducis Barrensis" son of "ducis Frederici et Beatrici, Hugonis Capitonis Francorum regis soror"[130]. He succeeded his father in 978 as THIERRY I Duke of Upper Lotharingia, under the regency of his mother until 987. Lothaire King of France invaded Upper Lotharingia again in 983, advancing as far as Brisach where he was forced to retreat by Swabian troops. The French king returned to Lotharingia in 985 and besieged Verdun, where in Mar 985 he captured Duke Thierry but released him in mid-985 through the intervention of the duke's mother and her brother Hugues Capet[131]. Comte Héribert I [de Vermandois] captured the château of Stenay in Lotharingia in 987. In 1011, Duke Thierry was seriously wounded in an ambush at Odernheim, captured by Friedrich Graf [im Moselgau] [Luxembourg], and taken to Metz but released in return for hostages[132]. "Heinricus Romanorum imperator augustus" renewed the privileges of Kloster Fulda by undated charter, placed in the compilation with other charters dated 1020, witnessed by "Godifridi ducis, Berinhardi ducis, Thiederici ducis, Welphonis comitis, Cunonis comitis, Kunrati comitis, Ottonis comitis, Adilbrahtis comitis, Bobonis comitis, Friderici comitis, Bezilini comitis, Ezonis comitis palatini"[133], the order of witnesses presumably giving some idea of the relative importance of these nobles at the court of Emperor Heinrich II at the time. The necrology of Gorze records the death "III Id Apr" of "Theodericus dux"[134].
m (992 or before) RICHILDE, daughter of ---. Richilde is named with her husband in 992[135]. Her origin is unknown but she may have been Richilde [von Bliesgau], daughter of Folmar Graf von Bliesgau & his wife Berthe ---. This origin is suggested by the charter dated 1076 under which Pibon Bishop of Toul granted privileges to the priory of Laître sous Amance, founded by "comitissæ Sophiæ", in which she declared that the castle of Amance belonged to "Theodericus dux, comitissæ avus" who had inherited it from "comiti Folmaro in Asmantia"[136]. The reference would be explained if Folmar had been Duke Thierry's father-in-law.
[127] Chronicon Sancti Michælis, monasterii in pago Virdunensi 9, MGH SS IV, p. 82.
[128] Gesta Episcoporum Virdunensium, continuatio 5, MGH SS IV, p. 47.
[129] Chronica Albrici Monachi Trium Fontium 958, MGH SS XXIII, p. 767.
[130] Laurentii Gesta Episcoporum Virdunensium 2, MGH SS X, p. 492.
[131] Poull (1994), p. 14.
[132] Thietmar, Book VI, chapter 52, p. 274.
[133] MGH Diplomata III, D H II 427, p. 542.
[134] 'Obits mémorables tirés de nécrologes luxembourgeois, rémois et messins', Revue Mabillon VI (1910-1911), p. 267.
[135] Poull (1994), p. 20.
[136] Calmet (1748), Tome II, Preuves, col. cccxlviii, and Lesort, A. (1909) Chronique et chartes de l'abbaye de Saint-Mihiel, Mettensia 27 (Paris), no. 39, p. 153, quoted in Poull (1994), p. 20, and no. 43 and 44, pp. 166-71, cited in Poull (1994), p. 76.
Bron: http://fmg.ac/Projects/MedLands/LOTHARINGIA.htm#ThierryIdied1027B
Diederik I van Lotharingen (rond 965 - 11 april 1027) was een zoon van hertog Frederik I van Lotharingen en van Beatrix van Frankrijk, zuster van Hugo Capet. Hij was hertog van Opper-Lotharingen en graaf van Bar van 978 tot 1027, in opvolging van zijn vader. Tot 987 was zijn moeder regentes, ondanks dat Diederik toen al minstens 20 moet zijn geweest en volgens de gewoonten van die tijd was een vorst met 16 meerderjarig en in staat om zelfstandig te regeren. Diederik zou mogelijk zijn moeder hebben laten opsluiten in een klooster teneinde eigenhandig te kunnen heersen. Feit is dat ze na 989 niet meer vermeld wordt. Andere geruchten fluisteren zelfs over pogingen haar te vergiftigen.
In 985 belegerde hij Verdun dat door Franse troepen was bezet en werd daarbij gevangengenomen. Hij werd vrijgelaten maar enige tijd later zwaargewond gevangengenomen door paltsgraaf Ezzo van Lotharingen in het conflict tussen keizer Hendrik II en de Luxemburgers over Metz. Diederik werd in Ezzo's kasteel Tomburg opgesloten en moest zich voor een groot bedrag vrijkopen. Ook werd Diederik nog een keer door de Bourgondiërs gevangengenomen. Hij voerde wel een succesvolle campagne in de Champagne tegen Odo II van Blois toen die de stad Toul aanviel. In 1024 maakte Diederik op tijd de keuze voor koning Koenraad II en behield zo zijn titels. In de laatste jaren van zijn bestuur deelde hij zijn taken met zijn zoon Frederik maar die overleed al in 1026, voor Diederik.
Diederik trouwde met Richildis van Metz (ca. 965 - 995). Zij kregen de volgende kinderen:
Frederik II van Lotharingen
Adalbero, werd in 1005 benoemd tot bisschop van Metz als opvolger van zijn oom Adalbero II van Metz. Hij stierf in 1006, kort na zijn wijding.
Adelheid, gehuwd met Walram van Aarlen. Ouders van Walram I van Limburg
Bron: Wikipedia
Diederik I van Lotharingen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
> 993 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Richilde | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wikipedia
http://fmg.ac/Projects/MedLands/LOTHARINGIA.htm#ThierryIdied1027B