Gerard van Loon en zijn vrouw Aleida van Herlaer verkopen aan
Gerard, heer van Horn en Altena en Perwijs, de heerlijkheid
Herlaer (bij 's Hertogenbosch), zijnde een Luiks leen;,hij wordt
in 1315 in de St. Goedele te Brussel beleend ten overstaan van
Koenraad van der Mark, Engelbert Francois en Hendrik van Pietersheim,
domkanunniken van Luik.
Klaversma; Hornes p 34.
De bisschop van Luik, Adolf (van der Mark), en zijn aanhangers, eenerzijdsch, Arnus (V), graaf van Loon, en Lodewijk, graaf van Cyni, andere heeren en ridders, en de steden van Luik, Hoei, Saintron, Tungres, Treit (Maastricht) en Fosses, anderzijds, laten zes scheidsrechters beslisen over de geschillen welke tusschen hen gerezen waren. De heer Hendrik de Pitressem en Librecht de Landri, zijn o.a. genoemd. - Che fut fait et donneit l'an de grâce milh CCC° et sese, le juedi après le feste del sacrament.
Bormans : Ordonnances 1ste serie, I, 154. - Bormans en Schoolmeesters : St-Lambert, III, 159. - Brokstuk bij Schoonbroodt : St-Lambert, 141, nr 514, met verkeerden datum 10 juni. - F. Hénaux : Liége (derde uitgave), I,340. - Zie : Liste Chron. édits,34. - Ont. bij W.,VIII,629. - Vermeld bij Daris : Looz, I, 517. - Em. Fairon : Régestes de la cité de Liége,I,195,nr.270.
Het kapittel van Sint-Lambrecht beslist dat vijf huizen van het Claustrum, waarvan de kanunniken slechts den tocht bezaten, voortaan erfelijk zullen wezen, om de eigenaars aan te zetten ze behoorlijk te onderhouden. Eén dier huizen behoorde aan den kanunnik Henricus de Pitresem - Datum A° Dom. M°.CCC°.XIX°, mense maio.
Bormans en Schoolmeesters : St-Lambert, III, 191.
December Het Kapittel van St Servaas bepaalt de regten en de lasten van zijnen Scholaster.
ln cujus rei testimonium sigillum nostrum una cum sigillo viri discreti Domini Henrici de Pitersheim dicte ecclesie nostre et scolastici presentibus duximus apponendum
Adolf van der Marck, bisschop van Luik, verklaart de waarschuwing te vernietigen welke hij, den 6 april van het vorige jaar, aan de heeren van Sint-Lambrecht gedaan had, om hun te bevelen, binnen de twee maanden, de buitensporigheden van Hendrik de Pitressem, kanunnik der kathedraal, te bedwingen. - Datum eodum anno (Domini Mº CCCº XXIIº), in festo beate virginis Margarete.
Ontl. bij St. Bormans : Clergé secondaire, 23.
Adolf van Marck beveelt aan 't kapittel der kathedraal den kanunnik van Sint-lambrecht, Hendrik van Petersheim te straffen voor de misdaden waarvan hij beticht is. - Dat. Aº Dom. mill. trecent. vicesimo secundo, feria secunda post ramos palmarum.
Ontl. bij Poncelet : Ste-Croix. 117, onder den verkeerden datum van 22 maart 1323.
Adolf van Marck herroept het bevel door hem gegeven, den 22 maart jl., aangaande Hendrik van Petersheim. - Dat. EOD. Aº (1323 n.st.) in festo beate virginis Margarete.
Ontl. bij Poncelet : Ste-Croix. 118.
De officiaal van Luik geeft een vidimus van brieven van Adolf van Marck, van 22 maart en 20 juli 1323 aangaande Hendrik van Petersheim. - Datum Aº Dom. mill. tecent. vicesimo tertio, die jovis post Divisionem apostolorum.
Ontl. bij Poncelet : Ste-Croix. 118.
Verdrag tusschen de Luiker kanunniken, die den bisschop Adolf (van der Marck) te Hoei gevolg hadden, en de anderen die te Luik gebleven waren. Onder de eerste zijn genoemd : Libertus de Landris, onderdeken, Henricus de Pitressem, Stephanus de Solario, Englbertus de Beke en Symone de marvilhe. - Anno a Nativitate ejusdem (Domini) Mº CCCº vicesimo nono, indictione duodecima, mensis Maii die quinta decima, ... in loco capitulari majoris ecclesiae Leodiensis apud Fratres minores Hoyenses.
Schoonbroodt : Sint-Martin, 262. - Ontl. bij W., IX, 332.
Librecht de Landris, onderdeken, Hendrik de Pitressem, Stephanus de Solario, Engelbert de Beke en Simon de Marvilhe, allen kanunniken der collegialen van Luik, staan vermeld in een verdrag tusschen den bisschop van Luik, Adolf en zijn geestelijkheid. - Anno a Nativitate ejusdem (Domini) Mº CCCº vicesimo nono, ... mensis Maii die vicesimo, pontificatus sanctissimi in Christo patris ac domini, domini Johannis divina providentia Sacrosancte Romane ac Universalis Ecclesie sumni pontificis anno tertio decimo.... Acta fuerunt hec. in loco Capitulari...
Schoonbroodt : Sint-Martin, 56, nr 187. en 262, nr 5. - Zie Liste Chron. Édits, 29. - Ontl. bij W., IX, 333.
De testamentuitvoerders van Hendrik van Pyterteim, kanunnik van Sint-Lambrecijt en proost van O.L. Vrouw, te Maastricht, waaronder Johannes de Pyterseim, ridder, verklaren dat zij vergoeding bekomen hebben voor de schaden welke aan het kloosterhuis van genoemden Hendrik aangebracht werden, tijdens den oorlog tusschen Adolf (van der Marck) bisschop van Luik en de burgers der civitas. - Datum Aº Dom. millesimo CCCº tricesimo primo, feria quinta post lucie virginis.
Bormans en Schoolmeesters : saint-Lambert, III, 395. - Ontl. bij Schoonbroodt : Saint-Lambert, 175. nr 591.
PIETERSHEIM ( PETERSHEIM , PETER -SEM) , Hendrik van, kanunnik , krijgsman.
Geboren in de tweede helft van de 13de eeuw.
Zoon van Hendrik, heer van de vrije rijksbaronie Pietersheim (Lanaken) en van Margareta van Renneberg.
Overleden in 1329 te Moha (prov. Luik).
Hendrik wordt vanaf 1292 vermeld als kanunnik van Sint-Servaas te Maastricht en vanaf 1306 als scholaster van dit kapittel.
Op 11 nov. 1308 werd hij tot een van de borgstaanders aangesteld voor de trouwe naleving van een overeenkomst in een geschil tussen het kapittel
en Willielmus, heer van Boxtel, betreffende de dorpen Hamont, Achel en St.-Huibrcchts-Lille. Ook was hij op 3 dec. 1320 betrokken bij de opstelling
van een reglement waarin de rechten en plichten van de scholaster werden vastgelegd. Hij was ook proost van het O.L.Vrouwekapittel te Maastricht.
Vanaf 1315 wordt Hendrik tevens vermeld als kanunnik van Sint-Lambertus te Luik.
Hij woonde te Luik in het claustraal huis dat geschonken was door de zanger van Berses met last van een jaargetijde. Toen op 18 juni 1316 de
vrede van Fexhe gesloten werd tussen Adolf van der Marck, prins-bisschop van Luik, enerzijds, en Arnold graaf van Loon en de steden Luik, Hoei,
Sint-Truiden, Tongeren, Maastricht en Fosses anderzijds, was Hendrik één van de drie scheidsrechters die door de bisschop waren aangesteld om de weder-
zijdse oorlogsschade te regelen.
Hij voelde zich echter meer tot de krijgsdienst aangetrokken dan tot het koorgebed. In de strijd tussen de steden Dinant (prinsbisdom Luik) en
Bouvignes (graafschap Namen) speelde Hendrik een voorname rol. Bij het beleg door Adolf van der Marck van Bouvignes op 26 juni 1321, dat 41 dagen duurde,
voerde hij het bevel over de beruchte "kat", een houten toren met verscheidene verdiepingen van waaruit boogschutters en slingeraars hun pro jectielen op de stad
wierpen en op de onderste verdieping een reusachtige stormram die tegen de muren beukte, welk oorlogstuig volgens J. B. de Marne door v.P. zou geperfectioneerd
zijn.
Op 1 aug. van dat jaar slaagde Hendrik erin, een brede bres in de stadsmuur te slaan. Gedurende de nacht konden de verdedigers evenwel ongemerkt de
bres weer dichten en moest de bisschop drie dagen later het beleg opgeven. De 14de-eeuwse kroniekschrijver Jean d'Outremeuse schreef dit toe aan verraad.
Twee jaren later werd Hendrik beschuldigd van zware misdaden. Op 21 maart 1323 beval Adolf van der Marck aan het kapittel van Sint-Lambertus hem te straf-
fen voor moorden en andere zware misdrijven waarvan hij beticht werd.
Het is niet bekend of het kapittel hieraan gevolg gaf, doch in 1329 maakte Hendrik zich medeplichtig aan de moord op Renier de la Falise, kanunnik van
Sint-Jan Evangelist te Luik en rentmeester van de bisschop. Deze nam toen Hendrik te Maastricht gevangen, ontnam hem al zijn beneficies, veroordeelde hem tot levenslange
gevangenisstraf op water en brood en sloot hem op in het slot van Moha, waar hij spoedig daarna overleed.
De kroniekschrijver Jean d'Outremeuse heeft rond dit historisch gebeuren een fantastisch verhaal geweven, dat echter als ongeloofwaardig overkomt.
Bron. & Lit.:
La chronique liègeoise de 1402, publ. E. Bacha,282. Brussel 1900; La chronique de Jean de Hocsem, publ. G. Kurth, 168. Brussel 1927;
J. CHAPEAVILLE, Gesta Pontificum Leodiensum, dl. 2, 377, Luik 1613 ; B. FISEN, Sancta Legia Romanae ecclesiae filia seu Historiarum ecclesiae Leodiensis, dl. 2, 74, Luik 1696;
Th. BOUILLE;, Histoire de la ville et pays de Liège, Luik 1725-1731, dl. 1, 345 en dl. 2, 133 ; E. MARTENE en U. DURANID, Veterum scriptorum et monumentorum historicorum amplis-
sima collcctito. PArijs 1729, dl. 5. 178 ;
J.B. DE MARNE, Historie du Comté de Namur. Luik-Brussel 1754, 357-358;J. BORGNET, Cartulaire de la commune de Bouvignes. Namen 1862, dl. T, 37-39; Id., Histoire du Comté de Namur.
Brussel, s.d., 124-125 ; Chronique de Mathias de Lewis, publ. St.-Bormans, 100, Luik 1865,4e uitg. dl. 1, 340;
V. F. HENAUX, Histoire du pays de Liège, 4de uitg. Luik, 1872, dl. 1, 340; P. DE CROONENDAEL, Chronique contenant l'estat ancien et moderne du pays et Comté de Namur, Brussel, 1879, publ. C. de Lim-
mertinghe. dl. 2, 524-526;
JEAN DES PREIS (dit D'OUTREMEUSE), Ly Myreur des Histors, Publ. St.-Bormans, Brussel 1880. dl. 6, 255-257, 456, 502-505, 666-667; A. HENRI, Notes sur l'histoire de Bouvignes. Namen 1888, 27-28;
J. DARIS, Histoire du diocèse et de la principaute de Liège pendant le XIIIe et XIVe siècle. Luik 1891, Liège, Luik 1933, dl. I, 195;J LEJEUNE;, Liège et son pays, Luik 1948, 506;
J. BROUWERS, Kannunniken uit het geslacht Pietersheim te Luik en Maastricht (13-15e'' eeuw), in: Limburg, jg. 52 (1973) 222-234 (met uitvoerige bronnenvermelding).
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3183, 3207, 3406, 3408, 3503.
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3129 en Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg, Volume 5, pag. 68
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3503
Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg, Volume 5, pag. 68
http://www.roermond.nl/Gemeentearchief
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3005
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3093
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3183
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3207
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3228
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3231
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3406
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3408
Nationaal Biografisch Woordenboek