Hans Strik » Josina Roelants van de Ameijden (????-1639)

Persoonlijke gegevens Josina Roelants van de Ameijden 

  • Feiten:
    • (Notariele akten) op 26 februari 1621 .Bron 1
      Notaris Lambrecht van Boxtel ,Oirschot, Inventarisnummer 14, Folio 106v v
      Inhoud
      Testament van Josina Roelants van der Ameijden, wed. Everarts int Ekerschot
      Opmerkingen
      Personen Beroep Woonplaats Opmerking
      1 Everard int Ekerschot overleden
      2 Josina Roelants van der Ameijden
      3 Peeter Everard int Ekerschot
      4 Roelant Everard int Ekerschot
      5 Henricxken Everard int Ekerschot
      6 Reinier de Hee Pastoor, baccalaureaat in getuige
      7 Lambrecht Janssen de Bresser getuige
    • (Schepenenrechtbank) op 7 augustus 1607 .Bron 2
      Elisabeth dochter wijlen Anthonis Peters van der Ameijden, geassisteerd door Henrik zoon wijlen Aelbrecht Henricx haar voogd, verkoopt een akker groot 2 lopenzaad en 33 roeden gelegen in Oirschot, herdgang de Kerkhof aan de Heuvel, b.p. Henrick Janszoon van Beerse, Henrik Gijsbert Hoppenbrouwers, Dirk Anthonis Schoots, de gemeenschappelijke straat, aan Josina dochter Roelants van der Ameijden, weduwe Everaerts Henriks int Eeckerschot, om daarvan door haar het vruchtgebruik te hebben en vererving op haar kinderen. Elisabeth met haar voogd belooft alle lasten af te handelen behalve de grondcijns en behalve de gemeentelijke belastingen. De koopster moet zorgen voor het onderhoud van wegen en waterlaten. Datum 7 augustus 1607, getuigen Ven en H. Hoppenbrouwer.

      Verder is nadrukkelijk afgesproken dat als op de genoemde akker in de toekomst een pacht van 2 lopen rogge per jaar geeist mocht worden dat de koopster die dan voor haar rekening moet nemen vanaf het moment van de koop en Elisabeth moet alle achterstallige termijnen die tot nu toe zijn vervallen, betalen. Als er meer lasten op de akker drukken dan de 2 genoemde lopen roggen dan zullen deze voor rekening van Elisabeth zijn die ook alle achterstallige termijnen en de grondcijns zal betalen. Datum en getuigen als boven.

      De genoemde Josina en met haar Jan Henriks int Eeckerschot en genoemde Henrik Aelberts hebben samen en hoofdelijk beloofd om aan genoemde Elisabeth een bedrag van f. 56.-- te zullen betalen , en wel heden over een jaar met een rente van 7% per jaar. Indien Josina binnen het jaar betaalt dan hoeft ze geen interest
      In marge:
      Met instemming van partijen doorgehaald zoals uit het protocol van 1609 van 11 juni duidelijk blijkt.

      te betalen. Datum en getuigen als boven.

      Verder belooft Josina met haar voogd en zoon aan Jan int Eeckerschot en Henrik Aelbregts dat zij hem m.b.t. deze belofte zal vrijwaren. Datum en getuigen als boven.
    • (Schepenenrechtbank) op 10 november 1607 .Bron 2
      Josijn weduwe Everart Henrik int Eeckerschot heeft met een wettelijk getuigenis, volgens de aanbeveling bij haar verzoekschrift gesteld, verklaard dat zij van de onder schepenen in bewaring zijnde som geld die toebehoorde aan Bartholomeus Lombaerts, recht heeft op f. 100.-- en meer . Daarom wil zij dat door de sekretaris opdracht zal worden gegeven aan bepaalde schuldeisers die zij aan de sekretaris zal opgeven. Voorwaarde is dat zij goede Oirschotse borgen laat benoemen voor het geval iemand in de toekomst aanspraken mocht doen op de f. 100.-- en dat de gemeente met een enkele betaling zal volstaan. Na opdracht hiervoor zijn door haar als borgen gesteld haar zwager Jan Henriks int Eekerschot als voogd over haar kinderen, en haar zoon Peter zoon van genoemde Everart. Genoemde Jan belooft op onderpand van de goederen van de kinderen en Peter op onderpand van zijn eigen goederen de gemeente ter zake van deze f. 100.-- te zullen vrijwaren voor aanspraken tegenover de erfgenamen en crediteuren van genoemde Bartholomeus Lombarts. Datum 10 november 1607, getuigen Ven en Nistelroij.
    • (Schepenenrechtbank) op 19 januari 1608 .Bron 2
      Goijaert Leonaerts en Jan Simons van den Broeck met hun erfgenamen enerzijds en Josina dochter Roelants van der Ameijden, weduwe van Everaerts int Eeckerschot en Claes Joosten als man van Anneke dochter van Grietgen Henriks int Eeckerschot en de kinderen van Henriks int Eeckerschot, ter andere zijde, hebben met elkaar een verdeling gemaakt van de volgende cijnsopbrengsten.

      Bij deze verdeling hebben de genoemde Goijaert Leonaerts en Jan Simons van den Broeck met hun erfgenamen door loting de cijns uit Oosterwijk met alle achterstallige termijnen verkregen.

      Bij deze verdeling hebben Josina dochter Roelants van der Ameijden weduwe van Everaerts Henriks int Eeckerschot t.b.v. haar vruchtgebruik en ter vererving op haar kinderen, en Claes Joosten als man van Anneke dochter van Grietgen Henriks int Eeckerschot en de kinderen van Henriks int Eeckerschot samen de cijns van Tilburg verkregen inclusief alle achterstallige termijnen. Dit erfdeel zal van het andere deel per a.s. Pasen f. 24.-- ontvangen.

      De genoemde delers beloven elkaar deze verdeling na te zullen komen. Datum 19 januari 1608, getuigen Verhoeven en Verachter.
    • (Schepenenrechtbank) op 11 juni 1609 .Bron 2
      Josina dochter wijlen Roelants van der Ameijden, weduwe van Everaert Henriks int Eeckerschot had indertijd van Elisabeth dochter wijlen Anthonis Peters van der Ameijden die daarbij werd geassisteerd door Henrik zoon wijlen Aelbrecht Henriks, haar daarbij gekozen voogd, een akker gekocht van ca. 2 lopenzaad en 33 en een halve roeden grootte, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Heuvel, b.p. Henrick Janssen van Beerse, Henrick Gijsbert Hoppenbrouwers, Dirk Anthonis Schoots, de gemeenschappelijke straat, e.e.a. volgens een schepenbrief van Oirschot d.d. 7 augustus 1607. Daarvoor is op dezelfde datum f. 56.- beloofd, die een jaar na dato van de akte met een rente van 7% moest worden betaald. Omdat er gekonstateerd is dat deze belofte nog niet is voldaan en om dit nu in vriendschap af te handelen is genoemde Josina met haar zoon Peter verwekt bij genoemde wijlen Everaert int Eeckerschot verschenen, welke Peter mede voor zijn broers en zusters optreedt, zijnde partij enerzijds en Adriaan Joosten als gemachtigde van Jenneke dochter wijlen Karel Anthonis van der Ameijden zijnde 'zijn' ( van wie?, JT ) zuster, blijkend uit een machtiging die is opgemaakt voor Walraven van Moers als notaris in Gorinchem d.d. 10 juni 1608, zoals ons is gebleken, als partij ter andere zijde. Partijen zijn overeengekomen dat Josina aan genoemde Adriaen in diens hoedanigheid nu meteen f. 31.15.- zal betalen, waarmede een betalingsbelofte van f. 50.- is komen te vervallen, die Josina die zich daarvoor borg had gesteld voor wijlen deze Karel Antonissen, eerder had moeten betalen en verder is hiermee de belofte van f. 56.- vervallen die hiervoor is genoemd en nog de f 2.10.- vanwege schaarhout dat door Josijn is verkocht en waarvan het geld door haar werd ontvangen, en verder nog m.b.t. een dubbele hertogmunt of aelbertus, welk geld Josijn van Wouter Gerits heeft ontvangen namens de minderjarige kinderen vanwege verhuur van land. Verder zijn alle overige aanspraken vervallen die genoemde Adriaen in diens hoedanigheid zou kunnen stellen t.o.v. genoemde Josina of haar kinderen en erfgenamen en geeft hiervoor volledige kwijting. Als zekerheidsstelling voor het feit als er eventueel meer lasten op genoemde akker zouden blijken te drukken dan in genoemde verkoopakte zijn genoemd, stelt Adriaan de helft van de akker bij Josina in onderpand om die voor 1 jaar te mogen gebruiken, maar daarvoor moet Adriaan in zijn hoedanigheid wel een jaar huur ontvangen. Genoemde Josina en Adriaen beloven elkaar om deze punten volledig na te zullen komen. Genoemde Adriaan belooft dat dit kontrakt door de broer van vermelde Jenneke binnen nu en een jaar voor schepenen
      of een notaris laten goedkeuren. Datum 11 juni 1609, getuigen Gestel en Loon.
    • (Schepenenrechtbank) op 22 november 1612 .Bron 2
      Willem zoon wijlen Antonis van Esch voor hemzelf handelend en ook voor zijn nakomelingen en nog mede optredend voor zijn broers en zusters en hun kinderen, verklaart dat Josina dochter van wijlen Roelants van der Ameijden weduwe van Everaerts Henricks int Eeckerschot en haar zoon Peter aan hem een bedrag van 50 gulden hebben voldaan, welk bedrag Everaert Henricks int Eeckerschot eerder had beloofd aan de kinderen van Thonis de Mulder ( lees Thonis van Esch, JT ), conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 27 februari 1587. Verder verklaart Willem van deze Josina en Peter nog een bedrag van 5 gulden te hebben ontvangen die deze Everaert Henricks int Eeeckerschot eerder had beloofd aan Arien Antonissen de Mulder, zijnde Willems broer ( dus Arien Antonis de Mulder is van Esch, JT ), eveneens conform het schepenprotocol. Hij geeft hiervoor nu kwijting. Datum en getuigen als boven.

      Josina en Peter, uit de voorgaande akte verklaren dat Dirck Willems als man van Anneken, dochter van wijlen Aert Joordens aan hen een bedrag van 50 gulden heeft voldaan welk bedrag wijlen Everaert Henrikc int Eeckerschot op wijlen deze Aert Joordens had te vorderen en ze geven deze Dirck hiervoor nu kwijting. Datum en getuigen als boven.
    • (Schepenenrechtbank) op 23 juli 1614 .Bron 2
      Gasper zoon wijlen Jans van Esch heeft als schuldenaar beloofd om aan de genoemde verkopers uit de voorgaande akte die een bedrag van 3400 gulden te zullen gaan betalen, Oirschotse koers, waarvan een derde deel meteen, nog een derde deel over drie maanden en het laatste derde deel binnen de eerstkomende 6 maanden, steeds zonder rente. Indien en voor zover de schuldenaar die bedragen dan niet voldoet, zal over de onbetaalde bedragen rente moeten worden betaald tegen de penning zestien. Afspraak is dat Gasper van dat geld aan de weduwe en kinderen van Guilliaume de helft van de twee laatste termijnen zal betalen in Amsterdam en aan genoemde Artus van den Bogaerde in Antwerpen de andere helft van deze twee laatste termijnen. Datum en getuigen en leenmannen als boven.

      Genoemde verkopers uit de voorgaande akte, verkopen hierbij een stuk land, deels groes en deels land, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Jan Elias Dircks, de gemeijnte aldaar, Michiel Jan Willems, zoals de verkopers dat ook hebben geerfd zoals in de voorgaande akte aangegeven. Ze verkopen dat perceel nu aan Josina dochter van Roelant Peters van der Ameijden weduwe van wijlen Everaert Henriks int Eeckerschot en zij kan dat bezit direkt aanvaarden. Genoemde verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve een jaarlijkse grondchijns van een stuiver min een moorken aan de baanderheer van Duffel als heer van Oirschot en behalve de dorpslasten. De koopster moet zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen. Datum 23 juli 1614, getuigen Crom en Verachter.

      De koopsom in de vorige akte bedraagt 100 gulden gangbaar geld zoals partijen verklaren en de verkopers verklaren dat geld te hebben ontvangen. Datum en getuigen als boven.
    • (Schepenenrechtbank) op 11 februari 1615 .Bron 2
      Jan zoon wijlen Caerle van der Ameijden, Jan Janssen als man van Cathalijne en Aert Henricks als man van Jenneken, beiden dochters van genoemde wijlen Caerle van der Ameijden, machtigen hierbij Geraerden van Kelst om namens hen hun zaken te behartigen en proces alhier te voeren danwel waar dat nodig mocht zijn, maar waarbij Gerit wel gehouden is het proces dat zij willen gaan aanspannen tegen Josina dochter van wijlen Roelant van der Ameijden, weduwe van Everaert Henricks int Eeckerschot en haar kinderen, inzake een stuk akkerland dat zij als opdrachtgevers geerfd hebben bij de dood van Jan zoon wijlen Willem Antonis ( van der Ameijden, JT ) zijnde hun neef, op diens kosten dat proces zal voortzetten voor zover de opdrachtgevers recht hebben op deze akker danwel op de koopsom daarvan. Indien de opdrachtgevers het proces daarover zouden winnen, dan krijgt hij als gemachtigde daarvan het derde deel van hetgeen daarover in het vonnis zal worden bepaald danwel hetgeen zij hem in vriendschap zullen geven.
      Datum 11 februari 1615, getuigen Gestel en Loon.
    • (Schepenenrechtbank) op 4 juli 1617 .Bron 3
      Er is een bepaalde kwestie ontstaan voor schepenen van Oirschot tussen Peter zoon wijlen Adriaen Antonis van Esch als man van Margriet dochter van wijlen Dirck Janssen van Haut als partij ter ener zijde en Josina dochter van wijlen Roelants van der Ameijden weduwe van Everaerts Henricks int Eeckerschot en haar kinderen als partij ter andere zijde, inzake bepaalde rentes en obligaties die de ene partij meent op de andere partij te vorderen te hebben. Om deze kwestie in der minne te regelen, en verdere onkosten hierover te vermijden, heeft genoemde Peter Adriaens van Esch namens zijn vrouw en Josina geassisteerd daarbij met haar zoon Peter en verder Jan Henriks int Eeckerschot zijnde de voogd van deze Josina en over haar kinderen, voor ons als schepenen verklaard in der minne een overeenkomst daarover te hebben gemaakt. Josina zal daarbij aan Peter Adriaens van Esch die vandaag een bedrag van 34 gulden betalen, waarmee dan alle rentes en achterstand en obligaties etc. zijn voldaan die de ene partij op de andere partij meent te vorderen te hebben nu of in de toekomst. Geen van beide partijen zal hierover nog aanspraken jegens elkaar stellen. Hiermee zijn ook de proceskosten verrekend die een der partijen gemaakt heeft. Partijen beloven deze overeenkomst gestand te zullen doen. Datum 4 juli 1617, getuigen Crom en Verachter die het aandroegen.

      Josina dochter van wijlen Roelants van der Ameijden weduwe van Everaert Henricks int Eeckerschot, daarbij geassisteerd door haar zoon Peter en door Jan Henriks int Eeckerschot die optreedt als haar voogd over haar en over haar kinderen, verkoopt hierbij haar aanspraken inzake een schuldbrief die Dirck Arien Martens Verheijden indertijd voor schepenen van Oirschot had beloofd ten behoeve van genoemde wijlen Everaert int Eeckerschot, nu samen met de achterstalligheid daarvan voor zover het hen aangaat maar verder niet als zodanig. Ze verkoopt die nu aan Henrik Jan Goijaerts en Josina belooft
      alle lasten van haar kant af te handelen. Datum en getuigen als boven die het aandroegen.
    • (Schepenenrechtbank) op 26 juni 1618 .Bron 2
      Heer Joost van Merode priester en kapelaan van de heer baron van Duffel ( lees heer Floris van Merode, JT ) verder Henrick de Leeuw als rentmeester voor deze heer baron voor de gemeente Oirschot, namens zoals ze zeggen voor deze heer baron op te treden, verder Peter zoon wijlen Everaert Henricks int Eeckerschot voor zichzelf handelend en optredend voor Josina weduwe van vermelde Everaert int Eeckerschot en voor de andere kinderen van wijlen deze Everaert, voor zover het hen aangaat, verder Maijken dochter van wijlen Jacop Moelenbroeks weduwe van Jans van der Meer geassisteerd door Jan Leonaert Philips van Hersel en door Jan Antonissen als haar hierbij gekozen voogden, waarbij Maijken voor zichzelf handelt maar ook voor Heijlken, ook dochter van vermelde Jacop Molenbroeks zijnde haar zuster dus, hebben samen een verdeling gemaakt van een perceel eeuwsel of weiland groot ca. 19 lopenzaad dat ze samen bezitten, genoemd de Maercolf, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Wouter Andries Schellekens, Joorden en Dielis kinderen van Jan Dielis, Michiel Jan Willem Snellaerts, de gemeijnte aldaar.

      Bij deze verdeling krijgen genoemde heer Joost van Merode (Joost als zoon van Willem van Merode is een neef van heer Floris van Merode, JT) en Henrick de Leeuw in hun hoedanigheid de achterste helft van dat stuk weiland zoals dat is afgepaald, af te grenzen naast het perceel van Michiel Jan Willem Snellaerts en met de plicht om een erfscheiding met de andere helft te maken, ieder voor de helft. Dit perceel heeft recht van overpad over de andere voorste helft ervan. Er moeten dorpslasten worden betaald en men moet zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen en ook de andere lasten betalen die er van oudsher op hebben gedrukt vanweg de heer baron van Duffel op deze helft van het perceel.

      Bij deze verdeling krijgen Peter Everaert int Eeckerschot in zijn hoedanigheid en Maijken Molenbroeks de voorste helft van het vermelde perceel zoals daar is afgepaald, te begrenzen naast de gemeijnte aldaar en de erfafscheiding die gemaakt moet worden dient door ieder voor de helft uit te worden gevoerd. Er is plicht van overpad aan de andere helft en er moet worden gezorgd voor onderhoud van wegen en waterlopen. Er moeten dorpslasten op worden betaald en de andere lasten die van oudsher op deze helft drukken en door de voorouders van de weduwe en kinderen werden betaald.

      Genoemde partijen beloven elkaar deze verdeling altijd gestand te zullen doen en dat ieder de lasten op het eigen deel zodanig zal betalen dat het deel van de ander daarvoor gevrijwaard blijft. Datum 26 juni 1618, getuigen Verhoeven en Loon.

      Peter Everaerts int Eeckerschoot voor zichzelf handelend en voor zijn moeder Josina uit de vorige akte en voor de andere kinderen en erfgenamen van vermelde Everaert int Eeckerschot en genoemde Josina voor zover het hen aangaat, verder Maijken dochter van wijlen Jacop Molenbroeks weduwe van Jans van der Meer, geassisteerd door Jan Leonart Philips van Hersel en door Jan Antonissen als haar hierbij gekozen voogden, waarbij Maijken voor haarzelf handelt en nog voor Heijlken dochter van genoemde Jacop Molenbroeks zijnde haar zuster, hebben samen een verdeling gemaakt van de helft van de helft van een eeuwsel gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck op de Cattenberg aldaar genoemd de Maercolf, zoals hen dat samen vandaag te deel is gevallen ten opzichte van de heer baron van Duffel of diens opdrachtgevers die de andere helft daarvan is toebedeeld, b.p. de gemeijnte aldaar, de helft van de heer baron, Joorden en Dielis Jan Dielissen, Wouter Andries Schellekens.

      Bij deze verdeling krijgt Peter de achterste helft van dat eeuwsel, grenzend aan het perceel van de heer baron, met recht van overpad over het stuk dat ervan wordt afgedeeld, en de plicht om overpad aan dit andere deel te verlenen en aan de heer baron. Hij is verplicht een erfafscheiding aan te brengen en dat samen met de mededelers te doen, ieder voor de helft. Hij moet verder de oude lasten betalen die er van oudsher op drukken samen ook met de dorpslasten.
      Maijken Jacops Molenbroeks krijgt de voorste helft van de genoemde helft van het perceel, te begrenzen en aan te leggen naast de gemeijnte aldaar. De persceelsgrens met het andere deel moet ieder voor de helft worden aangelegd en onderhouden, verder moet er overpad worden verleend aan het perceel van de heer baron en dat van Peter en de zijnen. Er moeten dorpslasten worden betaald en te worden gezorgd voor onderhoud van wegen en waterlopen.

      Genoemde partijen beloven elkaar deze verdeling altijd gestand te zullen doen en dat ieder de lasten op het eiggen deel zodanig zal betalen, dat de delen van de anderen daarvoor gevrijwaard blijven. Datum en getuigen als boven.
    • (Schepenenrechtbank) op 24 april 1620 .Bron 2
      Josina dochter van wijlen Roelant van der Ameijden weduwe van Everaerts int Eeckerschot daarbij geassisteerd door haar zwager Jan int Eeckerschot als haar hierbij gekozen voogd, met nog Peter, Roelant en Cornelis haar zoons, en nog Jan Henrick Janssen haar zwager die voor zichzelf handelt en mede optreedt voor Niclaes Sermij als man van Cathalijn en nog voor Henrieksen hun ongehuwde zuster, verkoopt hierbij haar huis, tuin, schop, schuur, grond en erven met de grachten die er omheen liggen, alles gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Heuvel aldaar, b.p. met een hoek aan de straat, verder met een hoek aan Lambert Jan Bressers, Jan Henrick Schepens en de zijnen, Jan Geraert Alaerts. Ze verkopen dat bezit nu aan Senor Franchois Prouveur, schout van Kempenland. Het huis is te aanvaarden per a.s. St. Bavodag, de dries en de boomgaard nu meteen en ook de tuin zodat de koper het fruit in de boomgaard en de gewassen in de tuin voor de helft zal hebben dit komende seizoen en het land en de kanten is te aanvaarden per a.s. oogsttijd stoppelbloot, behoudens dat de verkopers het eikehout voor zichzelf willen behouden en de gemerkte willigebomen, behalve de twee eikebomen die voor de poort staan en die bij het huis blijven. Verder ook behalve de kast en de beddekoets die in de grote kamer staan, dat blijft voor de verkopers. De verkopers beloven deze verkoop altijd gestand te zullen doen en alle lasten van hun kant af te handelen, behalve twee en een halve mud rogge ( ik neem aan per jaar?, JT ) aan de weduwe Kiespenninck en een zester rogge Bossche maat en ook in Den Bosch te leveren volgens de brief daarover, verder nog 16 lopen rogge per jaar aan het kapittel te Oirschot, nog ca. 2 en een halve stuiver of twee stuivers 3 oort als grondchijns aan de hertog van Brabant, nog ongeveer een stuiver als grondchijns in hetzelfde boek, nog 3 oort grondchijns aan het kapittel te Oirschot, nog ca. 7 stuivers als jaargeld aan de kapelanen te Oirschot, voor zover die betaald moeten worden en nog 12 lopen rogge per jaar aan de zelfde kapelaans en de dorpslasten. De koper moet de burenplichten nakomen wat betreft onderhoud van wegen en waterlopen. Er moet worden geweegd door het hek van vermelde Jan Henricks van Beerse ( is hij dan de zelfde als Jan Henrick Schepens?, JT ) samen met anderen die daar recht toe hebben. Datum 24 april 1620, getuigen Schentkens, Nistelroij en Haubraken, schepenen.

      Senor Franchois Prouveur schout van hiervoor, heeft als schuldenaar beloofd om aan de genoemde Josina en de verkopers die een bedrag van 1500 gulden te zullen gaan betalen waarvan 500 gulden nu meteen, de andere 500 gulden met Kerstmis daarna zonder rente en de resterende 500 gulden per a.s. Kerstmis over een jaar samen met de rente van 6 percent per jaar. Indien hij dat laatste bedrag binnen een jaar na heden dato betaalt, zal er geen rente hoeven te worden betaald.
      In marge 1:
      De eerste 500 gulden zijn betaald op 24 april 1620, getuigen Verachter en Haubraken.
      In marge 2:
      De tweede termijn van 500 gulden heeft de schout aan genoemde Josina betaald, daarbij geassisteerd door haar zoons Roelant en Cornelis. Datum 20 janurai 1622, getuigen alle schepenen die het aandroegen.
      In marge 3 :
      De laatste termijn van 500 gulden heeft vermelde schout aan de weduwe en aan haar zoons Peter en Roelant betaald op 15 februari 1623, getuigen Aelbrechts en Nistelroij.
    • (Schepenenrechtbank) op 20 mei 1634 .Bron 2
      Eerder had Josina weduwe van Everaerts int Ekerschot in het jaar 1631 aan haar zoon Cornelis Ekerschot als burgemeester en ten behoeve van de gemeente Oirschot aan hem een bedrag van 300 geleend dat is aangewend voor de gemeente Oirschot vanwege haar grote lasten, waarvan deze Cornelis met instemming van het bestuur van Oirschot in zijn afrekening daarvan melding heeft gemaakt zonder dat haar daarna dit geld is terugbetaald zoals blijkt uit de afrekening. Daarom beloven wij als schepenen en bestuur van Oirschot als schuldenaars dat wij deze Josina dat geld zullen terugbetalen samen met een rente van 6 percent, waarvan al reeds 3 jaar zijn betaald, steeds vervallend met half maart en dat verder te continueren.
      In marge :
      Cornelis Ekerschot daartoe gemachtigd zijnde door zijn moeder, zal zoals hij verklaarde heeft bekend deze 300 gulden van Jan Stockelmans te hebben ontvangen en stemt toe in doorhaling van deze belofte. Datum 18 januari 1636, quod attestor, G. Goossens, secretaris, 1636.

      Datum 20 mei 1634. ( geen getuigen vernoemd)
    • (Schepenenrechtbank) op 18 januari 1636 .Bron 2
      Eerder had Josina weduwe van Everaerts int Ekerschot in het jaar 1631 aan haar zoon Cornelis Ekerschot als burgemeester en ten behoeve van de gemeente Oirschot aan hem een bedrag van 300 geleend dat is aangewend voor de gemeente Oirschot vanwege haar grote lasten, waarvan deze Cornelis met instemming van het bestuur van Oirschot in zijn afrekening daarvan melding heeft gemaakt zonder dat haar daarna dit geld is terugbetaald zoals blijkt uit de afrekening. Daarom beloven wij als schepenen en bestuur van Oirschot als schuldenaars dat wij deze Josina dat geld zullen terugbetalen samen met een rente van 6 percent, waarvan al reeds 3 jaar zijn betaald, steeds vervallend met half maart en dat verder te continueren.
      In marge :
      Cornelis Ekerschot daartoe gemachtigd zijnde door zijn moeder, zal zoals hij verklaarde heeft bekend deze 300 gulden van Jan Stockelmans te hebben ontvangen en stemt toe in doorhaling van deze belofte. Datum 18 januari 1636, quod attestor, G. Goossens, secretaris, 1636.
    • (Schepenenrechtbank) op 18 januari 1636 .Bron 2
      Eerder had Josina weduwe van Everaerts int Ekerschot in het jaar 1631 aan haar zoon Cornelis Ekerschot als burgemeester en ten behoeve van de gemeente Oirschot aan hem een bedrag van 300 geleend dat is aangewend voor de gemeente Oirschot vanwege haar grote lasten, waarvan deze Cornelis met instemming van het bestuur van Oirschot in zijn afrekening daarvan melding heeft gemaakt zonder dat haar daarna dit geld is terugbetaald zoals blijkt uit de afrekening. Daarom beloven wij als schepenen en bestuur van Oirschot als schuldenaars dat wij deze Josina dat geld zullen terugbetalen samen met een rente van 6 percent, waarvan al reeds 3 jaar zijn betaald, steeds vervallend met half maart en dat verder te continueren.
      In marge :
      Cornelis Ekerschot daartoe gemachtigd zijnde door zijn moeder, zal zoals hij verklaarde heeft bekend deze 300 gulden van Jan Stockelmans te hebben ontvangen en stemt toe in doorhaling van deze belofte. Datum 18 januari 1636, quod attestor, G. Goossens, secretaris, 1636.
    • (Schepenenrechtbank) op 22 februari 1641 .Bron 2
      Niclaes de St. Remijs als man van Catharina dochter van wijlen Everaert Henrick Ekerschot door deze Everaert verwekt bij wijlen diens vrouw Josina dochter van wijlen Roelants van der Ameijden, verkoopt hierbij het erfdeel van zijn vrouw inzake alle bezit dat ze heeft geerfd van haar ouders, van welke aard dat bezit ook is en waar dan ook gelegen, zowel in Oirschot, Oisterwijk als elders. Hij verkoopt dat erfdeel nu aan Peter, Roelant en Cornelis, gebroeders en aan Henrik Dircks van der Vleuten als man van Henrieksken zijnde allen kinderen van Evert Ekerschot en diens vrouw Josina, zijnde zijn broers en zus ( schoonbroers en schoonzus dus, JT ). Hij belooft als verkoper alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum en getuigen als boven.
  • Zij is begraven op 15 november 1639 in Oirschot.Bron 4
  • Een kind van Roelants Peter Antonis van der Ameijden en Tanneke
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 3 mei 2014.

Gezin van Josina Roelants van de Ameijden

Zij is getrouwd met Evert Henricks Henricks in’t Eeckerschot.

Zij zijn getrouwd.


Kind(eren):


Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Josina Roelants van de Ameijden?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!

Voorouders (en nakomelingen) van Josina Roelants van de Ameijden


    Toon totale kwartierstaat

    Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

    • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
    • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
    • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



    Visualiseer een andere verwantschap

    Bronnen

    1. http://sre.mindbus.nl
    2. Regesten vrijwillige rechtspraak Oirschot 1463-1640 van Jan Toirkens
    3. R49-793, akten 7 en 8 Archief Utrecht
    4. http://eindhoven.digitalestamboom.nl/

    Historische gebeurtenissen


    Over de familienaam Van de Ameijden


    De publicatie Hans Strik is opgesteld door .neem contact op
    Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
    Hans Strik, "Hans Strik", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/hans-strik/I7055.php : benaderd 1 februari 2026), "Josina Roelants van de Ameijden (????-1639)".