(1) Hij is getrouwd met Elisabeth Bruynsd van der DUSSEN.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1570, hij was toen 22 jaar oud.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Maritgen Bruijn Jacobszdr van der DUSSEN.
Zij zijn getrouwd op 29 december 1575 te Delft, hij was toen 28 jaar oud.
Kind(eren):
(3) Hij is getrouwd met Maritgen ARIENSDR.
Zij zijn getrouwd op 9 februari 1599 te Delft, hij was toen 52 jaar oud.
Jacob Adriaensz. van Adrichem, geb. Delft 30-1-1547, brouwer in de (Diamanten) Ring, regent Oude Gasthuis (1580), havenmeester op Delfshaven (1598), vroedschap Delft (1607), schepen (1611, 1612), burgemeester van Delft (1613, 1614, 1616, 1617), weesmeester (1615), overl. 30-11-1619, begr. Delft (O.K.) 3-12-1619, tr. 1e Elisabeth Bruijn Jacobsdr. van der Dussen, dochter van Bruijn Jacobsz. van der Dussen en Machtelt Jansdr. Groenewegen; tr. 2e Delft 17-10-1573609 Maritgen Bruijn Jacobsdr. van der Dussen, geb. ca. 1556,610 weduwe van Joost Pouwelsz. Vos, zus van zijn eerste vrouw, tr. 3e Delft (otr. 7-2) 9-2-1599 Maritgen Adriaensdr., begr. Delft (O.K.) 12-5-1621, weduwe van Claes Quijrijnsz., won. in de brouwerij van het Truweel sonder de Croon (1599).
--
Pouwels Jansz. Vos, de eerste man van Maritgen Bruijn Jacobsdr. was gesneuveld in de slag bij het Manpad 8 of 9 juli 1573.611 De jeugdige weduwe vond echter al snel troost in de armen van Jacob Adriaensz. met wie ze drie maanden later in het huwelijk trad. Een beetje té snel, vond haar zwager Jan Pouwelsz. Vos. Op 15 december 1574 procedeert deze Jan Pouwelsz. voor zichzelf en als voogd van zijn onmondige halfbroers en zussen, samen erfgenamen van Joost Pouwelsz. Vos, hun overleden broer, tegen Jacob Adriaensz. brouwer. Joost Pouwelsz. was in 1570 getrouwd met Maritgen Bruijnen en volgens de huwelijkse voorwaarden d.d. 11 mei 1570 had Joost landen en renten ingebracht met een waarde van ongeveer 7000 car. gld. Bruijn Jacobsz., de vader van de bruid had het jonge stel twee jaar lang kost en inwoning beloofd en zou Maritgen dan 2400 gld. contant meegeven. Verder was bepaald dat, als Joost kinderloos zou overlijden vóór zijn vrouw, Maritgen uit haar mans goederen een bedrag van 2000 gld. zou krijgen als douarie. Nadat van Joost Pouwelsz. gepresumeert ende geseijt wordt in juli 1573 voor Haarlem gesneuveld te zijn, en zijn weduwe Maritgen Bruijnendr. opden XVIIen octobris daer aenvolgende sonder nochtans eenighe seeckerheijt te hebben van toverlijden van haeren voorn. man, ten tweeden huwelicke geconvoleert was met Jacob Adriaensz., de gedaagde, stelt de eiser dat overmits die precipitatie (Fr. précipitation = overhaasting) ende onbehoerlicke acceleratie van haere voors. tweede huwelicke nae rechte nijet en mach ofte behoert te genijeten vuijt crachte vanden voorscreven huijwelicxe voerwaerden eenige baet winst ofte prouffijte
vuijt die selve haer overleden mans goederen. Op 13 april 1574 hadden Jacob en Maritgen een voorstel gedaan tot scheiding van de goederen van Joost Pouwelsz. waarbij Maritgen de helft van de gemene boedel zou toevallen plus de 2000 gld. als douarie. Jan Pouwelsz. vond dat onbillijk en onredelijk en had geweigerd hiermee in te stemmen. Na enkele maanden bedenktijd te hebben genomen, verwerpt hij de voorgestelde scheiding, daagt Maritgen en Jacob voor het gerecht en eist terugave van alle goederen die Joost in het huwelijk had ingebracht. De tegenpartij beroept zich uiteraard op de huwelijkse voorwaarden. Het Hof stelt de eisers in het gelijk en het ligt voor de hand dat de gedaagden daar weer tegen in beroep gaan.
Zo sleept de kwestie zich nog een tijdje voort,613 maar uiteindelijk lijkt er sprake te zijn van enige ontspanning tussen de beide vechtende partijen als op 15 augustus 1577 Jacob Adriaensz. van Adrichem
brouwer in de Ring te Delft bij de verkoop van een stuk land in Naaldwijk optreedt met actie en transport van Jan Pouwelsz. Vos.
Op 3 december 1609 legt Jacob Adriaensz. van Adrichem, brouwer in de Dijamant Rijngh en burgemeester van Delft bij testament vast dat al zijn kinderen en kleinkinderen, te weten de nagelaten kinderen van zijn overleden dochter Machtelt Jacobsdr., Claesgen Jacobs en Lijsbeth Jacobs, alle drie uit zijn eerste huwelijk, en Joost, Neeltgen, Adriaen, Bruijn en Corstiaen Jacobsz., deze vijf uit zijn tweede huwelijk, van hem zullen erven volgens schependomsrecht. Omdat de drie voordochters boven hun moederlijk erfdeel elk 368 gld. hebben ontvangen, dienen zij, of hun nakomelingen, deze bedragen weer in te brengen in de boedel. Zijn tegenwoordige vrouw Maritgen Adriaensdr. krijgt boven de haar beloofde douarie een lijfrente van 19 gld. per jaar op de stad Delft die hij heeft gekocht ten lijve van haar kleindochter Grietgen Claesdr.
--
Functie vanaf 1607: Veertigraad van Delft.
Functie vanaf 1611: Schepen van Delft.
Functie vanaf 1613: Burgermeester van Delft.
Functie vanaf 1615: Weesmeester.
--
BruidegomJacob Adriaenszn van Adrichem , , brouwer
BruidMaritgen Bruijnedr van der Dussen ,
PlaatsDelft
Datum trouwen29-12-1575
Archiefnummer 14 inv. 117 , folio 1
--
BruidegomJacop Adriaensz van Adrichem , , brouwer in De Rinck
BruidMaritghen Ariens , Weduwe/ weduwnaar van Claes Quirijnsz , wonend: in de brouwerij van het Truweel sonder de Croon
PlaatsDelft
Datum trouwen09-02-1599
Datum ondertrouw07-02-1599
Archiefnummer 14 inv. 2 , folio 81 ORA Hof van Delft.
--
Wapen van Adrichem.
Joost Jacobsz. van Adrichem, geb. 1574, regent van het Oude Mannenhuis 1608, bewindhebber van de V.O.C. 1618, schepen 1618, vroedschap 1620-1653, weesmeester 1623, 1638, 1639, commissaris van huwelijkszaken 1624, thesaurier 1625, 1633, 1640, regent van het Oude Mannen en Vrouwenhuis 1630, adjunct ter dagvaart 1632-1635, burgemeester 1628-1631, 1637, 1643, 1644 van Delft, overl. Delft 2-9-1653. Hij huwt Delft 18-3-1601 met Catharina van der Eyck, begr. Delft 13-1-1643.2,3,4
Jacob Adriaensz. van Adrichem, geb. 30-12-1547, brouwer 1575, havenmeester 1590-1592, 1605-1607, meester van het Oude Gasthuis 1580-1606, veertigraad 1607-1619, regent Oude Mannenhuis 1608-1619, schepen 1611, 1612, burgemeester 1613, 1614, 1616, 1617 en weesmeester 1615 van Delft, lidmaat dec. 1601, overl. 30-11-1619, begr. Delft (O.K.) 3-12-1619, zoon van Adriaen Nicolaesz. van Adrichem en Baertgen Corsen van der Vliet van der Woerd. Hij huwde 1e 5-2-1570 met Elisabeth Bruijnsdr., overl. 7-2-1591, dochter van Bruijn Jacob Bruijnsz. en Machteld Jansdr. Groenewegen. Hij huwt 2e Delft (gerecht) 29-12-1575 met Maritgen Bruijnsdr., geb. ca. 1556 (11 jaar oud in 1567), overl. 9-2-1596, dochter van Bruijn Jacob Bruijnsz. en Machteld Jansdr. Groenewegen. Hij huwt 3e Delft 9-2-1599 met Maritgen
--
7-1-1596: Heeft Jacop Ariensz. van Adrichem als gasthuismeester van het Oude Gasthuis gift gegeven SIjmon Ariensz. als h.g. meester van 4 hond land leggende in de hoefslag van Russensloot.
--
24-4-1597: Heeft Jacop Adriaensz. van Adrichem voor drie vierde parten en mr. Jan de Groot als man en voogd van Aeltgen Franchen van Overschie voor een vierde part gift gelegd van 4 morgen 2 hond 20 roeden hofland leggende in de hoefslag van de Poeldijk ten behoeve van
Barent Cornelisz. wonende opte Noorthoeren en heeft Barent Cornelisz. op 27-4 daaraan volgende de gift van hetzelve land gewonnen.
--
Giftboek Hof van Delft.
7-1-1596: Heeft Jacop Ariensz. van Adrichem als gasthuismeester van het Oude Gasthuis gift gegeven SIjmon Ariensz. als h.g. meester van 4 hond land leggende in de hoefslag van Russensloot.
--
24-4-1597: Heeft Jacop Adriaensz. van Adrichem voor drie vierde parten en mr. Jan de Groot als man en voogd van Aeltgen Franchen van Overschie voor een vierde part gift gelegd van 4 morgen 2 hond 20 roeden hofland leggende in de hoefslag van de Poeldijk ten behoeve van
Barent Cornelisz. wonende opte Noorthoeren en heeft Barent Cornelisz. op 27-4 daaraan volgende de gift van hetzelve land gewonnen.
--
ORA Naaldwijk.
[fol. 26v.] 15-8-1577: Jacob Adriaensz. van Adrichem brouwer inden Ring tot Delft als actie en(de) transport hebbende van Jan Pouwelsz. Vos alst bleeck bij transport van date den XVIIIen decembris a° XVC LXXVI ende bekende vercoft te hebben die voochdens vande
achtergelaten weeskinderen van zaliger Frans Pietersz. van Ouderschie geprocreert bij Ariaenge Ariensdr. tot behouff vande zelve kinderen ses mergen twee hont lants geleegen in onsen ban.
--
ORA Zouteveen.
Nr. 47 folio 43v. d.d. 10-01-1596. Willem Aemsz. van der Burch en Jacob Adriaensz. van Adrichem als Gasthuismeesters van het Oude
Gasthuis te Delft hebben verkocht aan Claes Cornelisz. onze buurman, 1 morgen eigen land gemeen in 22 morgen, belend ten O: de Zouteveenseweg, ten N: (niet ingevuld), ten W: de Vlaardingse Vaart en ten Z: (niet ingevuld). Het land is niet belast.
--
ORA Schiedam.
Nr. 244 folio 131v. d.d. 06-02-1607.
Pieter Claesz. Pesser, Wouter Jacobsz. Scherp, Arent Bruijnsz. van der Dussen en Balthasar Quinget hebben als weesmeesters t.b.v. het Weeshuis opgedragen aan Huijbrecht Jansz. stadsbode van Goes, een rentebrief sprekende op Cornelis Willemsz. Speecke te Goes, verhypothekeerd op de huizing van de voorn. Speecke te Goes bij de Molendijk, verleden voor schepenen aldaar op 08-05- 1600. Het weeshuis opgekomen bij inlegging in de loterij t.b.v. het weeshuis door Jacob Adriaensz. van Adrichem brouwer te Delft, inhoudende in hoofdsom £ 5-10-00 vlaams, rentende de penning 16, belopende 6 sch. 3 gr. 15 mijten per jaar.
--
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Ariënsz van ADRICHEM | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1570 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Elisabeth Bruynsd van der DUSSEN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1575 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1599 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maritgen ARIENSDR | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.