Kind(eren):
Heer Dirk Gravekijn
ovl. tussen 25 sep. 1349 en 8 mrt. 1351 (W. 428 f. 10v.).
functie: klerk ter kanselarij ca. 1322-34 (zie hfdst. 6); 18 aug. 1322 beloofde de graaf hem het eerst vrijkomende beneficie; was toen clericus (GvH. 304 f. 56); wrsch. vicaris van de door zijn vader gestichte vicarie (W. 428 f. 10v.).
woonhuis: verm. als belender van het huis van Simon van Endegeest 5 jan. 1337 (Ke. 493 f. 39v.); op zijn woonhuis aan de Vollersgracht droegen zijn executeurs-test. 7 s.g.g. rente over aan de H. Geest (zie hierna). Bewoonde wellicht het door zijn vader aan diens vicarie vermaakte huis (zie hierna).
landbezit: land te Leiderdorp, verm. 11 sep. 1319 (GvH. 242 f. 9).
rentebezit: * 30 aug. 1344 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden (W. 428 f. 10v.).
* 2 s.g.g. op een huis en erf, belendend aan Jan Frankenz. (die aan de Breestraat woonde, dit huis was dan ook wrsch. in die omgeving gelegen, vermoedelijk aan de Diefsteeg (W. 1765 f. 9). Deze rente vermaakte hij voor 8 mrt. 1351 aan de H. Geest (W. 428 f. 10v.).
* 22 apr. 1347 10 s.g.g. op ½ huis en erf, naast dat van Rembrand Vink Geyenz. (W. 428 f. 10v.).
* 25 sep. 1349 1 £ g.g. op voornoemd ½ huis en erf (W. 428 f. 10v.).
Genoemde vier renten droegen zijn executeurs-test. 24 juli 1351 over aan de H. Geest voor memoriediensten, evenals 7 s.g.g. op een huis en erf te Leiden en 15 p. op het huis en erf van Dirk Gravekijn zelf (W. 428 f. 11v. en W. 429 f. 8 en tafel).
zoon: Philips heren Dirksz. Gravekijn, ovl. voor 1380 (W. 1765 f. 10v.).
woonhuis:
aan de Nieuwe Rijn, belendend aan o.m. Jacob Rembrand Vinkenz. Hierop vestigde hij 40 s.pay. rente (11 jan. 1367); dit huis werd 3 nov. 1368 gepand door Simon Simonsz., aan wie een pandrente van 19 s. 19 p.pay. toegewezen (W. 428 f. 78 en 24v.).
familie:
vermoedelijk waren zijn zoons:
A. Heer Dirk Gravekijn (jr.), 1390 en later vermoedelijk commandeur van de Duitse Orde te Katwijk (DuO. 1951); vicaris in St. Pieterskerk, verm. 1400 (Ga. 455 f. 60v.). Hij woonde aan St. Pancraskerkgracht (verm. 24 aug. 1357 en 25 apr. 1371; Ke. 493 f. 17 en v.). 4 mrt. 1383 stichtte Margaretha Sluter een vicarie waarvan hij, een verwant van haar, eerste bedienaar zou zijn en na hem Pieter, zoon van Philips gezegd Gravekijn of Gerrit, diens broer (Ke. 322 f. 10v.).
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.