Hij heeft/had een relatie met Kerstine Frankendr.
Kind(eren):
P IETER (VEREN) GOBBURGENZ.
ovl. tusssen 25 apr. 1335 en 20 apr. 1342 (Ke. 657 en 1084), begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 80).
functies:
schepen 1304-05, 33-34, 34-35; burgemr. 1324-25.
(woon?)huis: verm. 13 juli 1329 in een belending (Ga. 455 f. 6).
landbezit:
* 5 morgen, 9 gaard, 2 voet land te Zoeterwoude nabij de Leidse vaart, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).
* 5 morgen, 30 gaard land te Zoeterwoude ten noorden van Rodenburger wetering verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).
* 11 morgen 16½ gaard land tussen de stad en Rodenburger wetering onder Zoeterwoude, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87v.), wrsch. was voornoemd land hierin begrepen.
* land te Leiden in de Waard te Gansoorde, verm. 25 apr. 1335 (Ke. 657).
stichting:
een vicarie in St. Pieterskerk (zie zoon Gerrit Hoogstraat).
varia:
zegel: de Leidse sleutels (Ke. 661, 12 apr. 1335).
familie:
tr. Kerstine Frankendr., begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 80, zie Rijswijc). Met haar kinderen verklaarde zij 20 apr. 1342 dat uit haar nalatenschap 10 £ g.g. bestemd zou zijn voor een vicarie voor haar zoon Philips, zolang deze leefde (Ke. 1084). Diezelfde dag deden haar kinderen t.b.v. haar afstand van hun vaders nalatenschap (Ke. 1085).
kinderen:
1. Heer Gerrit (Hoogstraat) Pieter(sz.) (Gobburgenz.z.)
ovl. tussen 2 feb. 1368 en 7 mrt. 1372 (Ke. 902 en 894).
functies:
grfl. klerk ca. 1320-32 (zie hfdst. 6); vicaris van de door zijn vader gestichte kapelanie (Ke. 322 f. j); pastoor van Noordwijk, verm. 16 jan. 1357 - 3 jan. 1363 (Ke. 322 f. j, Ke. 645 en 673). Was hij de heer Gerrit van Nortich, priester, die uit handen van Jan van Polanen de eerste vacante cure in Westfriesland zou ontvangen? (akte van 5 mrt. 1326; GvH. 324 f. 19).
woonhuis:
aan St. Pieterskerkhof, verm. 12 feb. 1361 (Ke. 645); achter langs zijn erf liep de St. Pieterskerkgracht (Ke. 636); dit huis was later in handen van zijn broer Philips (zie ald.). Aan St. Pieterskerkhof, nabij het begijnhof, 2 feb. 1368 vermelding van zijn woning (Ke. 902).
huisbezit:
12 feb. 1361 een huis en erf te Leiden gekocht van Godevaart Claasz (zie ald.), aan St. Pieterskerkhof tussen de Commanderij van de Duitse Orde en het huis en erf voornoemd van Gerrit zelf; er rustten renten op: 26 s. 2 p. met de houde (Ke. 645). Dit huis werd later verenigd met hoger genoemd huis en was toen in bezit van Gerrits broer Philips (zie ald.).
landbezit:
* 8 en 4 morgen land te Woerden en
* 4 morgen land te Kamerik, 1357 aan zijn vicarie geschonken (Ke. 322 f. j).
* 25 apr. 1335 ½ van 3/4 van 11½ hond land in de Waard, te Gansoorde, gekocht van Jan Frankenz. voor 12 £ (Ke. 657).
rentebezit:
* 12 apr. 1335 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 661).
* 16 mei 1337 10 s.g.g. op voornoemd huis en erf (Ke. 662).
* 14 jan. 1348 10 s.g.g. op 3/4 van een huis en erf aan de Breestraat, hoek Weversteeg; droeg de rente 25 mei 1349 over aan heer Volprecht van den Woude (Ke. 994).
* 14 jan. 1348 10 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat (ibidem).
De helft van:
* 10 s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht;
* 31 p.pay. op Claas van der Horsts huis en erf (later in handen van zijn broer Philips).
* 8 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;
* 3 s. 1 p.pay. op het huis en erf van Alijd Jan Zoetincs weduwe. De andere helft van deze renten kocht hij 3 jan. 1363 van Gillis van Zwieten. Genoemde renten waren wrsch. afkomstig van Frank Jansz. (Rijswijc) (Ke. 673 en 648).
* 20 juli 1354 20 s.g.g. op een huis en erf van Huge van der Hant bij het Steenschuur (Ke. 636).
stichting:
hernieuwde de door zijn vader in St. Pieterskerk gestichte vicarie; voor de schenkingen hieraan zie landbezit. Bisschoppelijke bevestiging 16 jan. 1357 (Ke. 322 f. j).
varia:
29 juli 1345 door zijn broer Philips gemachtigd om diens bezittingen te beheren (Ke. 1086). Wrsch. executeur-test. van heer Jan Philipsz. (26 mei 1353, Ke. 1008).
familie:
was Dirk Poes heren Gerritsz. zijn zoon? (vgl. o.m. W. 581, 12 juli 1383, Secr. 19 f. 81v., 4 juli 1389 en Ke. 323 (1) f. 8v. 1398-99). Heer Huge van der Hant noemde hem 20 juli 1354 neef (Ke. 636).
2. Heer Dirk Poes
(vice-)cureit van St. Pancras voor 8 juni 1365 (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 63).
3. Jan Pietersz., volgt IIIa.
4. Frank
(Ke. 895).
kinderen:
a. IJsbrand
(Ke. 895).
zoon:
IJsbrand IJsbrandsz., verm. 7 mrt. 1372 (Ke. 895).
b. Agatha.
Zoon:
Frank verm. 7 mrt. 1372 (Ke. 895).
c. Lisebet
ovl. voor 29 nov. 1381, liet 3 morgen land aan de Rodenburgerlaan te Zoeterwoude na, die vererfden op haar zwager Wouter van der Bregghe (Ga. 455 f. 44v.).
d. Alijd
tr. Wouter van der Bregghe (Ke. 895, zie ald.).
N.B. 26 mei 1353 keerde heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z., waarsch. als executeur-test., zekere gelden uit de erfenis van heer Jan Philipsz. uit aan Frank Frankenz., dit in opdracht van Dirk, Jan en Gerrit Franken kinderen. Heer Gerrit wordt daarbij oom van Frank Frankenz. en van de laatsten genoemd, zodat zij hoogstwaarschijnlijk 4 broers zijn en gezien hun patronym zoons van heer Gerrits broer Frank (Ke. 1008).
Pieter Gobburgenz | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kerstine Frankendr | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.