Akte 49. Overleden in de bakkerij op de Gorsselsche Heide. Vermoedelijk 34 jaar oud. Aangifte door Jan Voortman (Voortman) en Engbert Muil (Vossebelt).
He is married to Adriana Fettelaar.
They were married in church on November 19, 1819 at Gorssel, he was 22 years old.
Het echtpaar woont (zeker na 1825) in de bakkerij op de Gorsselsche Heide te Epse.
Child(ren):
Kleermaker. Ouders onbekend. In akte huwelijksbijlage staat geschreven dat hij 14 jaren geleden (dus in 1805) vanuit Oost Indië naar Nederland kwam samen met dhr. J. Harris die op de Meeuwenberg te Empe woonde. Hij werkte voor hem in Oost Indië. Later werkt Christiaan voor de kleermaker Garrit Jan Nijkamp in Harfsen.
De verhalen van Gorssel begonnen met een naam: Christiaan van Gorssel. Een naam die deed vermoeden dat het hier om iemand ging die ooit in slavernij had geleefd en bij zijn doop een topografische naam had gekregen. Wat was zijn geschiedenis? En kende Gorssel soms meer inwoners die op een of andere wijze een connectie hadden met slavernij? Inderdaad, er woonde een slavenhouder uit Demerary, die bij de afschaffing van de slavernij aldaar werd gecompenseerd. Een slavenhoudster die, wonend in Gorssel, in Suriname mensen in slavernij gevangen hield en voor hen compensatie ontving toen zij in 1863 werden vrijverklaard. En dan was er nog een familie, met al twee generaties Surinaamse plantage-eigenaren.
Op Paaszondag 1818 werd in de hervormde kerk van Gorssel de kleermakersgezel uit ‘de Oost’, die tot dan toe bekend was onder de naam Nuncius Houtman of Zoutman, na belijdenis gedoopt. Bij deze gelegenheid kreeg hij de naam Christiaan van Gorssel. In het doopregister ontbreken de namen van getuigen maar ook de namen van zijn ouders; kennelijk waren die niet bekend. Zijn leeftijd moest worden geschat: ongeveer eenentwintig jaar. Een jaar later huwde Christiaan van Gorssel in dezelfde kerk met Adriana Fettelaar, ‘boerenmeid’ en dochter van een veldwachter. Dat de ouders en de leeftijd van Christiaan onbekend zijn, maar vooral dat hij bij zijn doop de naam Christiaan van Gorssel kreeg, doet vermoeden dat hij niet als vrij persoon, maar als slaafgemaakte in Nederland terecht was gekomen; de doopnaam Christiaan in combinatie met een topografische achternaam kregen meer (jonge) mannen die als slaafgemaakte waren meegenomen uit de koloniën, zoals Christiaan van der Vaart uit Haarlem (bij de Leidse Vaart) en Christiaan van der Vegt uit Weesp (bij de Vecht).(1) Verklaringen van getuigen voorafgaand aan Christiaans huwelijk bevestigen dit vermoeden en geven in combinatie met enige andere documenten een inkijkje in zijn leven.(2) Nuncius was de bediende geweest van Jan Harris. Met hem was hij in 1804 en mogelijk eerder vanuit Batavia naar Nederland gekomen. In 1804 logeerden ze in het Oude Zijds
Heerenlogement te Amsterdam, zoals vermeld in de huwelijkspapieren van Jan Harris, die trouwt met Margretha Geertruid Chevalier.(3) Nuncius was toen niet ouder dan acht jaar, Jan Harris negentien. Jan Harris schreef zich in als burger van Zutphen.(4) In 1805 betrok het kersverse echtpaar met Nuncius het huis op de Meeuwenberg te Voorst. Datzelfde jaar schreven Harris en Chevalier zich in als lidmaat van de kerk te Voorst, waar ook hun eerste kind werd gedoopt.(5)
Hoe lang Nuncius nog in het huis heeft gediend? Vanaf 1813 was hij in ieder geval kleermakersgezel, onder meer te Gorssel aan de overkant van de IJssel. Daar vestigde hij zich met zijn vrouw Adriana, afgezien van een kort verblijf in Diepenveen, in een bakkerij op de Gorsselse Heide, waar nu boerderij Veldzicht is.(6) Ze kregen acht kinderen, van wie er twee nog in het geboortejaar overleden. Kleermaker Christiaan van Gorssel overleed in 1831, in den ouderdom van
“vermoedelijk” 34 jaar, geboren “buitenlands, waarschijnlijk Oost Indiën”, ouders niet bekend.(7) Er zijn ook nu nog nakomelingen van Christiaan van Gorssel, maar of een van hen het verhaal van hun bet(bet)overgrootvader kent?
Nuncius kwam dus omstreeks 1804 in Nederland aan vanuit Batavia met zijn baas Jan Harris, ongeveer negentien jaar oud. Wie was Jan Harris, bij wie Christiaan in dienst was? De naam Jan Harris komt voor in het Amsterdams Archief, notariële akten, die betrekking hebben op Nederlands-Indië, verder zijn er interessante stukken van hem in ‘Oost-Indische’ bronnen via het CBG. Deze stukken gaan ook over tot slaafgemaakten die al dan niet ter ‘adoptie’ gaan of
worden vrij verklaard. Het is bij sommige stukken wel de vraag of het gaat om deze Jan of een oudere Jan Harris, bijvoorbeeld de vader van. Wellicht is na te gaan hoe Jan Harris Nuncius in bezit heeft gekregen. Is te achterhalen met wel schip Jan Harris en Christiaan van Gorssel aankwamen.
Bronnen en verder lezen:
(1) Haarlemmers en de slavernij, Ineke Mok en Dineke Stam, In de
Knipscheer, 2023. Zie voor Christiaan van der Vegt vooral de
onderzoekssite van Annemieke van der Vegt.
(2) Informatie over Christiaan van Gorssel is, tenzij een andere bron wordt
genoemd, afgeleid uit zijn doop- en huwelijksinschrijving en uit de
getuigenverklaringen behorend bij de huwelijksinschrijving, waarvan een
transcriptie is toegevoegd: Gelders Archief, Arnhem, Doopregister
Gorssel, [niet gedigitaliseerd, dus niet raadpleegbaar nu] 1818; Gelders
Archief, Arnhem, BS Huwelijk Gorssel, archief 207, inventarisnummer
4626, 19-11-1819, aktenummer 18, inclusief Acte H. Lidmatenboek over
relevante periode is in 2017 gevonden in de kluis van de kerk en is nog
niet gedigitaliseerd. Zie ook: ‘Nakomelingen boerderijen Schoneveld in
Overijssel’ (10 januari 2021): ‘’17e van de zomermaand in 1818 op
belijdenis en gedoopt zijnde tot lidmaat is aangenomen Christiaan van
Gorssel’’.
(3) Stadsarchief Amsterdam, Amsterdam, Ondertrouwregister. Deel: 652,
Periode: 1804-1805, Amsterdam, archief 5001, inventarisnummer 652,
30 november 1804, Ondertrouwregister, folio p.382.
(4) In 1805 laat Jan Harris zich registreren als burger te Zutphen. Regionaal
Archief Zutphen, Zutphen, Burgerboek. boek, Deel: 844, Periode:
1715-1817, Zutphen, archief 1, inventarisnummer 844, 8 april 1805,
Burgerboek Zutphen (kleine burgerschap).
(5) Gelders Archief, Arnhem. Nederduits Gereformeerde Kerk Voorst,
Lidmatenregister 1772-1812, toegangsnummer 0176, inventarisnummer
1591.2, pag. 63; Gelders Archief, Arnhem. DTB Dopen, Voorst, Arnhem,
archief 176, inventarisnummer 1586, folio 197.
(6) Locatie ontleend aan Erwin Strookappe: (10 januari 2021).
(7) Gelders Archief, Arnhem, BS Overlijden. Gorssel (Lochem), archief 207,
inventarisnummer 4581, 15-12-1831, aktenummer 49
Bron: https://erfgoedgelderland.nl/wp-content/uploads/2023/09/Sporen-Slavernijverledenherzien-september-2023.pdf
Christiaan van Gorssel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1819 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Adriana Fettelaar | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
The data shown has no sources.