Familienstammbaum Scholman » Josephus Karel Frans Hubert "Jos" Schrijnen (1869-1938)

Persönliche Daten Josephus Karel Frans Hubert "Jos" Schrijnen 


Familie von Josephus Karel Frans Hubert "Jos" Schrijnen


Notizen bei Josephus Karel Frans Hubert "Jos" Schrijnen

http://genwiki.nl/limburg/index.php?title=Jos_Schrijnen
Jos. Schrijnen
(Doorverwezen vanaf Jos Schrijnen)

Jos. Schrijnen.Mgr. Prof. dr. Jos. Schrijnen (1869-1938)

Joseph Charles François Hubert (Jos.) Schrijnen, classicus, linguïst, folklorist (Venlo 3-5-1869 - Nijmegen 26-1-1938. Mede-oprichter en eerste rector van de Katholieke Universiteit te Nijmegen (1923).
Stamde uit een oud Limburgs geslacht van medici en apothekers. Zoon van Adriaan Martinus Hendrik Hubert Schrijnen, apotheker, en Maria Anna Scholastica Hubertina Canoy. Broer van bisschop Laurent Schrijnen. --> Zie genealogie Schrijnen.

Na zijn voorbereidende studiën te Venlo, Roermond en Rolduc studeerde Jos. Schrijnen in de klassieke letteren aan de Universiteit te Leuven, waar hij in 1891 summa cum laude promoveerde op een proefschrift getiteld: Etude sur le phénomène de l's mobile. Na zijn theologische studiën aan het Groot Seminarie te Roermond, werd hij in 1894 priester gewijd, en was daarna van 1894 tot 1912 als leraar aan het bisschoppelijk college te Roermond werkzaam.
In 1910 werd hij vanwege de St. Radboudstichting benoemd tot lector aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, om onderwijs te geven in de klassieke taalkunde en de cultuurgeschiedenis der Christelijke oudheid. In 1912 volgde zijn benoeming tot bijzonder hoogleeraar vanwege de St. Radboudstichting, en sinds 1921 was hij tevens buitengewoon hoogleeraar in de Algemene Taalwetenschap.
Bij de opening van de R.K. Universiteit te Nijmegen in 1923 werd hij benoemd tot gewoon hoogleeraar in de Algemene Taalwetenschap, de Griekse en Latijnse taalkunde en de Volkskunde, alsmede tot eerste rector magnificus.

Bron
Mevr. Prof. dr. Chr.A.E.M. Mohrmann, 'Schrijnen, Joseph Charles François Hubert (1869-1938)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1, Den Haag 1979.

Literatuur
Genealogie van de familie Schrijnen door M.H.H. Michels (1918) in het gemeente-archief Venlo.

Externe links
Inventaris Familie-archief Schrijnen te Venlo
Korte levensschets [1]

http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/schrijnenjcfh
SCHRIJNEN, Joseph Charles François Hubert (1869-1938)
Schrijnen, Joseph Charles François Hubert (Jos.), classicus, linguïst, folklorist (Venlo 3-5-1869 - Nijmegen 26-1-1938). Zoon van Adriaan Martinus Hendrik Hubert Schrijnen, apotheker, en Maria Anna Scholastica Hubertina Canoy.

Jos. Schrijnen stamde uit een oud Limburgs geslacht van medici en apothekers. Zijn Limburgse afkomst heeft ongetwijfeld zijn geestelijke en wetenschappelijke ontwikkeling mede bepaald. Zijn eerste opleiding ontving Schrijnen van oktober 1883 tot augustus 1886 aan het Bisschoppelijk College te Roermond. Daarna volgde hij gedurende twee jaren de filosofische cursus, die voor aanstaande priesters van het bisdom Roermond te Rolduc gegeven werd. Na beëindiging van deze studie begon hij in 1888 aan de Universiteit te Leuven de studie in de klassieke letteren. Zijn leermeesters waren daar o.a. P. Willemsen en F. Collard, maar het waren de hoogleraren in de vergelijkende en algemene taalwetenschap J. de Groutars, C. de Harler en vooral Ph. Colinet wier onderwijs hem bijzonder bleek te boeien. Het is wel vooral op instigatie van deze laatste, dat hij besloot, ter afronding van zijn academische studie, naar Parijs te gaan, waar door hem gedurende twee semesters de colleges van de grote vernieuwer van de algemene taalwetenschap, Ferdinand de Saussure en die van Victor Henry gevolgd werden. Het is vooral de Parijse school die in de latere jaren zijn taalkundige inzichten en zijn methoden als linguïst zal beïnvloeden. In het jaar 1891 sloot Schrijnen zijn academische studie te Leuven af met een proefschrift, getiteld: Etude sur le phénomène de l"s mobile dans les langues classiques et subsidiairement dans les groupes congénères. Het hier behandelde probleem van de prefixering in de Indo-europese talen heeft hem niet meer losgelaten en hij komt er nog op terug in een van zijn laatste publikaties: 'Autour de I's mobile' (Bulletin de la société de linguistique de Paris 38 (1937) 117-121.

Toch schenen aanvankelijk Schrijnens belangstelling en werkzaamheid in andere richtingen te gaan. Na drie jaren theologische studie werd hij in 1894 te Roermond tot priester gewijd. Kort daarop volgde zijn benoeming tot leraar aan het Bisschoppelijk College in die stad. Gedurende deze Roermondse jaren ontstond bij hem een levendige belangstelling voor het onderwijs, voor nieuwe vormen en methoden, een belangstelling, die hem niet weer zou verlaten en hem in latere jaren o.a. een werkzaam aandeel deed nemen aan de totstandkoming van het Academisch Statuut. Reeds vroeg verdedigde hij ook nieuwe inzichten met betrekking tot het klassieke onderwijs op de gymnasia in zijn brochure: De vergelijkende klassieke taalwetenschap in het gymnasiaal onderwijs.

Aanvankelijk leek het, dat de liefde voor zijn geboortegrond Schrijnens wetenschappelijke activiteiten voorgoed zou bepalen. De publikaties van de eerste jaren na het beëindigen van zijn Leuvense studie liggen bijna alle op het gebied van de Limburgse folklore en dialectstudie. Maar, te beginnen met het jaar 1903, wendt hij zich toch ook weer tot de Indogermanistiek en in 1905 doet de jonge college-leraar een vermetele stap, aldus bewijzend, dat het onderwijs te Leuven en Parijs toch niet onvruchtbaar was geweest. Hij publiceert dan een Inleiding tot de studie der vergelijkende Indogermaansche Taalwetenschap.... Twaalf jaar later zal een nieuwe, geheel omgewerkte en uitgebreide editie verschijnen onder de titel Handleiding bij de studie der vergelijkende Indogermaansche Taalwetenschap..., waarvan in 1921 van de hand van W. Fischer een Duitse vertaling volgde. Intussen had Schrijnens reeds wijde, maar toch niet onsamenhangende belangstelling zich nog uitgebreid tot een ander gebied: dat der cultuurgeschiedenis der eerste Christelijke eeuwen.

Het is met de Indogermanistiek, zijn 'Leuvense studierichting', en de oudchristelijke cultuurhistorie, dat Schrijnen in 1910 zijn academische loopbaan begon: in dat jaar werd hij benoemd tot bijzonder lector, twee jaar later tot bijzonder hoogleraar vanwege de St. Radboudstichting aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, om onderwijs te geven in de cultuurgeschiedenis der Christelijke Oudheid en in de vergelijkende klassieke taalwetenschap. In 1921 volgde daarbij een benoeming van staatswege tot buitengewoon hoogleraar aan dezelfde universiteit met als leeropdracht de algemene taalwetenschap en het vulgair latijn.

Naast zijn wetenschappelijke activiteiten en zijn onderwijstaak begint Schrijnen zich ook steeds meer bezig te houden met organisatorisch werk. Gedurende de Eerste Wereldoorlog heeft hij een groot aandeel gehad bij het organiseren van onderwijsmogelijkheden voor Belgische studenten en professoren, die voor de Duitse bezetter naar Nederland waren uitgeweken. Intussen liet de alumnus van de Katholieke Universiteit te Leuven de gedachte aan de stichting van een Nederlandse Katholieke Universiteit niet los. Over de wenselijkheid van zulk een instelling waren de meningen onder de Nederlandse katholieken verdeeld en toen ten slotte de beslissing tot het stichten van een Katholieke Universiteit gevallen was, ontstond er een controverse over de plaats, waar deze nieuwe wetenschappelijke instelling gevestigd moest worden. Toen men eenmaal voor Nijmegen gekozen had, werd een groot deel van de voorbereidende werkzaamheden in handen van Schrijnen gelegd. Na drie jaren van moeizame voorbereidende arbeid kon hij als eerste Rector Magnificus de nieuwe Universiteit op 7 oktober 1923 openen met de, intussen bijna klassiek geworden, rede Eigen Kultuur. De grondgedachte van deze programmatische rede was, dat de stichting van de eigen Katholieke Universiteit geen afscheiding of isolement van het katholieke volksdeel beoogde, maar bedoeld was als een middel om een volwaardige bijdrage tot de Nederlandse cultuur mogelijk te maken. Schrijnen werd te Nijmegen benoemd tot gewoon hoogleraar om onderwijs te geven in de Griekse en Latijnse taalkunde en de algemene taalwetenschap. Aan deze leeropdracht werd later die van de Volkskunde toegevoegd. Tot zijn dood is hij aldaar werkzaam gebleven.

De Nijmeegse jaren zijn ook wetenschappelijk zeer vruchtbaar geweest. Schrijnen blijft zich bezighouden met problemen betreffende de Indogermaanse talen; om slechts enige publikaties te noemen: 'Het Latijn en de theorie der Indo-europeesche randtalen' (Mededelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afd. Letterk. 75: 3); 'Les rapports préhistoriques du grec et du latin (Bull. Soc. Ling. 37 (1936) 125-140). Ook de Latijnse taalkunde heeft zijn belangstelling gehouden, bijv. 'De Latijnsche omgangstaal' (Neophilologus 19 (1934) 221-229) en vele andere publikaties.

Schrijnens vroege belangstelling voor de Limburgse folklore ontwikkelde zich in de loop der jaren tot een algemene studie van de Nederlandse Volkskunde; deze had reeds in de periode van 1915 tot 1917 geleid tot het baanbrekend werk Nederlandsche Volkskunde. In zijn Nijmeegse tijd werd dit werk herzien en uitgebreid in een tweede druk (1930-1933). De belangstelling voor de Volkskunde stond in nauw verband met Schrijnens cultuurhistorische gerichtheid, die reeds in 1910 tot uiting gekomen was in zijn Utrechtse rede De waarde der kultuurhistorische methode voor de kennis der christelijke oudheid, en ook in het verzamelwerk Uit het leven der Oude Kerk (1919).

Deze belangstelling richtte zich nu ook bij de linguïst Schrijnen op de taal als sociaal verschijnsel. In het kader van zijn studies over de oudchristelijke cultuur leidde deze taalkundige visie tot het ontstaan van de theorie van het 'Oudchristelijk Latijn' als groeptaal, d.w.z. als geestelijk-sociaal bepaalde taalvariant binnen het kader van het Latijn als algemene omgangstaal. Deze theorie, die aanvankelijk tegenstand in bepaalde kringen van classici en theologen wekte, heeft heden ten dage algemeen ingang gevonden en ze heeft veel bijgedragen tot een beter begrip van de oudchristelijke litteratuur en cultuur. In 1932 heeft Schrijnen deze theorie uiteengezet in een beknopt, maar uiterst belangrijk, geschrift: Charakteristik des altchristlichen Latein. Zijn gedachten hierover heeft hij nog aangevuld in een uitvoerig artikel, getiteld 'Le latin chrétien devenu langue commune', verschenen in de Revue des Etudes latines (12 (1934) 96-116). In het buitenland pleegt men de door Schrijnen ontworpen methode voor de studie van het oudchristelijk Latijn aan te duiden als: 'Ecole de Nimègue.'

In die periode blijft Schrijnen ook organisatorisch werkzaam o.a. als actief lid van de Onderwijsraad, maar meer en meer strekt zijn arbeid zich over de grenzen uit. Hij sticht met zijn vriend A. Gemelli, grondlegger en rector van de Katholieke Universiteit van Milaan, de Fédération des Universités Catholiques, een wereldwijde organisatie van katholieke universiteiten. Met Antoine Meillet (Parijs) en C.C. Uhlenbeck (Leiden) gaf hij de stoot tot het eerste Internationale Linguïstencongres in Den Haag (1928). Dit leidde tot het oprichten van het Comité International Permanent des Linguistes, waarvan Schrijnen tot zijn dood Algemeen Secretaris geweest is. Dit Comité is uitgegroeid tot een wereldorganisatie, die, naast andere activiteiten, om de drie (later vijf) jaren internationale Linguïstencongressen organiseert en door de Unesco is erkend als officiële vertegenwoordiger van de algemene taalwetenschap.

Schrijnens verdiensten, zowel op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek, als op dat van binnen en buitenlandse organisaties, vonden een internationale erkenning bij gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, toen hem een lijvige feestbundel Donum Natalicium Schrijnen . . . werd aangeboden met talloze bijdragen op het gebied van de taalwetenschap en de Volkskunde (1929). Tegelijkertijd werd hem door de Katholieke Universiteit van Milaan een eredoctoraat verleend.

Maar ook afgezien van deze internationale huldiging door collega's, vonden zijn verdiensten voor kerk, wetenschap en vaderland op velerlei wijze erkenning. Het hoogste kerkelijk gezag benoemde hem tot Huisprelaat van Z.H. de Paus, het wereldlijk gezag tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. De Nederlandse wetenschap erkende zijn verdiensten op 16 mei 1927 door het lidmaatschap van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam. Bovendien was Schrijnen lid van verschillende buitenlandse genootschappen en academies.

P: Een volledige lijst van geschriften vindt men in: Collectanea Schrijnen. Verspreide opstellen van Dr. Jos Schrijnen. (Nijmegen [enz.], 1930) XIII-XX.

L: Ferd. Sassen, in Jaarboek der Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen 1937-1938, 211-218; Christine Mohrmann, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1937-1938, 204-211; Harry Janssen, in Jahresbericht über die Fortschritte der classischen Alterthumswissenschaft... 1940. Bd 271, 33-41 : Katholieke Universiteit Nijmegen 1923-1973... Onder red. van A.F. Manning e.a. (Bilthoven, 1974) passim.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2a19050.

Mw. Chr.A.E.M. Mohrmann

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 04-11-2008

© ING - Den Haag. Bronvermelding: Mw. Chr.A.E.M. Mohrmann, 'Schrijnen, Joseph Charles François Hubert (1869-1938)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/schrijnenjcfh [04-11-2008]

Zeitbalken Josephus Karel Frans Hubert "Jos" Schrijnen

  Diese Funktionalität ist Browsern mit aktivierten Javascript vorbehalten.
Klicken Sie auf den Namen für weitere Informationen. Verwendete Symbole: grootouders Großeltern   ouders Eltern   broers-zussen Geschwister   kinderen Kinder

Vorfahren (und Nachkommen) von Josephus Karel Frans Hubert Schrijnen


    Zeige ganze Ahnentafel

    Mit der Schnellsuche können Sie nach Name, Vorname gefolgt von Nachname suchen. Sie geben ein paar Buchstaben (mindestens 3) ein und schon erscheint eine Liste mit Personennamen in dieser Publikation. Je mehr Buchstaben Sie eingeben, desto genauer sind die Resultate. Klicken Sie auf den Namen einer Person, um zur Seite dieser Person zu gelangen.

    • Kleine oder grosse Zeichen sind egal.
    • Wenn Sie sich bezüglich des Vornamens oder der genauen Schreibweise nicht sicher sind, können Sie ein Sternchen (*) verwenden. Beispiel: „*ornelis de b*r“ findet sowohl „cornelis de boer“ als auch „kornelis de buur“.
    • Es ist nicht möglich, nichtalphabetische Zeichen einzugeben, also auch keine diakritischen Zeichen wie ö und é.



    Visualisieren Sie eine andere Beziehung

    Die angezeigten Daten haben keine Quellen.

    Historische Ereignisse

    • Die Temperatur am 3. Mai 1869 war um die 13,0 °C. Der Winddruck war 2 kgf/m2 und kam überwiegend aus Ost-Nordost. Der Luftdruck war 76 cm. Die relative Luftfeuchtigkeit war 45%. Quelle: KNMI
    • Koning Willem III (Huis van Oranje-Nassau) war von 1849 bis 1890 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
    • Von 4. Juni 1868 bis 4. Januar 1871 regierte in den Niederlanden die Regierung Van Bosse - Fock mit als erste Minister Mr. P.P. van Bosse (liberaal) und Mr. C. Fock (liberaal).
    • Im Jahr 1869: Quelle: Wikipedia
      • Die Niederlande hatte ungefähr 3,6 Millionen Einwohner.
      • 30. Januar » In Brasilien erscheint der erste Comic des Landes und einer der ersten der Welt. Der grafische Künstler und Karikaturist Angelo Agostini hat ihn als Kindergeschichte konzipiert.
      • 5. Februar » Bei Moliagul im Central Goldfields Shire des australischen Bundesstaats Victoria finden zwei Bergleute den bislang größten Goldklumpen der Welt, den sie Welcome Stranger nennen.
      • 18. Februar » Die erste Eisenbahnstrecke in Griechenland wird eröffnet. Sie führt von Athen nach Piräus.
      • 5. September » Der Grundstein für das Schloss Neuschwanstein wird gelegt.
      • 16. Oktober » Auf einer Farm des Dorfes Cardiff im US-Bundesstaat New York werden die vermeintlichen Gebeine des „vorsintflutlichen“ Riesen von Cardiff entdeckt, die sich später als Fälschung entpuppen.
      • 8. Dezember » Das Erste Vatikanische Konzil wird feierlich eröffnet.
    • Die Temperatur am 26. Januar 1938 lag zwischen 1,9 °C und 6,1 °C und war durchschnittlich 4,2 °C. Es gab 7,7 mm Niederschlag während der letzten 3,4 Stunden. Es gab 0,1 Stunden Sonnenschein (1%). Die durchschnittliche Windgeschwindigkeit war 4 Bft (mäßiger Wind) und kam überwiegend aus Süd-Westen. Quelle: KNMI
    • Koningin Wilhelmina (Huis van Oranje-Nassau) war von 1890 bis 1948 Fürst der Niederlande (auch Koninkrijk der Nederlanden genannt)
    • Von 24. Juni 1937 bis 25. Juli 1939 regierte in den Niederlanden das Kabinett Colijn IV mit Dr. H. Colijn (ARP) als ersten Minister.
    • Im Jahr 1938: Quelle: Wikipedia
      • Die Niederlande hatte ungefähr 8,6 Millionen Einwohner.
      • 12. März » Aufgrund der militärischen Weisung des deutschen Reichskanzlers Adolf Hitler vom Vortag rücken Truppen der deutschen Wehrmacht in Österreich ein und vollziehen damit dessen Anschluss an das Deutsche Reich.
      • 11. August » Nachdem sowjetische Truppen die japanischen Linien durchbrochen haben, wird die Schlacht am Chassansee mit einem Waffenstillstand beendet.
      • 4. September » Das Internationale Olympische Komitee entscheidet sich nach der einseitigen Absage Tokios bei den Olympischen Spielen 1940 für St. Moritz (Schweiz) und Helsinki (Finnland).
      • 23. November » Die deutschen Feuerwehren werden der Polizei unterstellt und ihre Fahrzeuge mit Blaulicht und Martinshorn gekennzeichnet.
      • 30. November » Der tschechoslowakische Politiker Emil Hacha wird zum Staatspräsidenten der Zweiten Tschecho-Slowakischen Republik gewählt.
      • 17. Dezember » Otto Hahn entdeckt zusammen mit seinem Assistenten Fritz Strassmann in Berlin die Kernspaltung des Uranatoms – die wissenschaftliche und technologische Grundlage der Kernenergie.
    

    Gleicher Geburts-/Todestag

    Quelle: Wikipedia

    Quelle: Wikipedia


    Über den Familiennamen Schrijnen

    • Zeigen Sie die Informationen an, über die Genealogie Online verfügt über den Nachnamen Schrijnen.
    • Überprüfen Sie die Informationen, die Open Archives hat über Schrijnen.
    • Überprüfen Sie im Register Wie (onder)zoekt wie?, wer den Familiennamen Schrijnen (unter)sucht.

    Die Familienstammbaum Scholman-Veröffentlichung wurde von Frank Scholman erstellt (Kontakt ist nicht möglich).
    Geben Sie beim Kopieren von Daten aus diesem Stammbaum bitte die Herkunft an:
    Frank Scholman, "Familienstammbaum Scholman", Datenbank, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-scholman/I1250.php : abgerufen 1. März 2026), "Josephus Karel Frans Hubert "Jos" Schrijnen (1869-1938)".