Hij is getrouwd met Badeloch van Haarlem.Bron 5
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Hij was advocatus van de abdij, vermeld op 28 aug 1215 en in juli 1221.
Hij was leenvolger van zijn vader Wouter I van Egmond.
Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV en was, evenals zijn vader, advocatus van de abdij en werdin 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, al twistte hijook langdurig met hen over de rechten, die hij aan zich getrokken zou hebben.
In het voorjaar van 1234 vergezelde hij Floris IV met vele andere edelen op diens kruistocht tegen de Stedingers aan de Elbe; hijzelf liet erhet leven op 17-05-1234 en is begraven in de kapel, welke hij aan het door hem herstelde slot op de Hoef had doen bouwen.
Abdij van Egmond; toegangsnummer: 356; 4. Regestenlijst:
27 1226 December
Henricus, abt van Hecmunda, Isbrandus, prior, en convent verklaren Wilhelmus, advocaat van de kerk van Hecmunda, de advocatie, door hem ondergoede titel in leen gehouden, en alle leengoederen, welke hij van de kerk heeft, op zodanige voorwaarde verleend te hebben, dat zijn oudste dochter genoemde advocatie en lenen zal verkrijgen, wanneer hij geen wettigen zoon nalaat, terwijl zijn oudste wettige broeder zal opvolgen, wanneer hij geen wettige dochter zal nalaten.
a. Gevidimeerd in den brief d.d. 1310 januari 18 (Reg.no. 151).
b. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 25).
c. Afschrift z.j., (Inv.no. 100).
28 1227 November
Henricus, abt van Hecmunda, verklaart ter vermijding van twisten over de opvolging der goederen, welke heer Wilhelmus van Hecmunda onder goede titel als leengoederen bezit, op zodanige voorwaarde in leen te hebben gegeven, dat deze in het geslacht van Wilhelmus blijven zullen; dat deze goederen in geval Wilhelmus zonder zonen of dochters na te laten overlijdt, aan de nakomelingen van dezen zullen komen en vervolgens aan de naaste mannelijke of vrouwelijke wettige erfgenamen zullen overgaan, met dien verstande, dat bij gelijke graad van verwantschap het mannelijk geslacht zal voorgaan.
a. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 25 vo).
b. Afschrift z.j. (Inv.no. 100).
29 1228 Augustus 16 (actum apud Egmundam)
H(enricus), abt van Egmunda, verklaart in overleg met zijn broeders aan Wilhelmus de Egmunda, advocaat van het klooster, op diens verzoek, inerfelijke huurwaar te hebben gegeven zeker land, genoemd Altrudelant, zoals Altrude deze landen bij haar leven bezeten heeft en op voorwaarde, dat genoemde Wilhelmus jaarlijks 3 ponden en 15 denariën zal betalen;dat zijn erfgenamen het land op dezelfde voorwaarden zullen hebben en dat Wilhelmus of zijn opvolgers het land aan anderen in huurwaar of terbezaaiing zullen kunnen geven.
a. Oorspr. (Inv.no. 311), Met rest van het zegel in witte was van den oorkonden.
b. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 26 vo).
30 1228 November 25
lsbrandus, prior van het kapittel in Hecmunda, en het gehele convent verklaren hun toestemming te geven voor de opdracht van het Adeltrudenland aan heer Wilhelmus door hun abt, welke opdracht zij aanvankelijk niet goedgekeurd hadden.
Afschrift (Inv.no. 3, fol, 26 vo).
31 1230 januari 14 (apud Haerlem nono decimo Kal. Februarii)
Arnoldus, abt van Hecmunda, verklaart op verlangen van heer Florentius, graaf van Hollandia en in overleg met het convent, den advocaat Wilhelmus de Egmunde en mannen van de kerk de ministerialen van de kerk, dietussen de beek Galenvoerde en de parochie Casterkum wonen, alsmede hunzoons en dochters tegen zekere som gelds vrijgesteld te hebben van de keurmede op voorwaarde, dat deze tot de andere diensten verplicht zullen blijven, en met dien verstande, dat wanneer een hunner met een rninisteriale van de kerk huwt, die aan de keurmede onderworpen is, de zonen de staat van de moeder zullen volgen.
a. Gevidimeerd in den brief d.d. 1319 Maart 27 (Reg.no. 180).
b. Afschrift d.d. 1319 Maart 24 (Inv.no. 1, fol, 13 vo).
c. Afschrift (Inv.no. 3, fol, 26 vo).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem van EGMOND | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Badeloch van Haarlem | ||||||||||||||||||||||||||||||||||