(1) Hij heeft/had een relatie met Haycka Bartels.
(2) Hij is getrouwd met Hndrick Lengers.
Zij zijn getrouwd
In 1271/76 wordt Ebbo Tiddinga genoemd en in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe komt in 1391 Tyacko Tyddinga in Eexta voor als een van de hoofdelingen bij de grensscheiding van Reiderland en Oldambt. Hij leeft nog in 1420. In 1454 komt Dodo Tiddinga voor. Door de ondergeschiktheid van het Oldambt aan de stad Groningen is het hoofdelingenschap in het Oldambt verdwenen zodat de Tiddinga 's en ook de Huninga 's in de 17e eeuw alleen door hun vroegere belangrijke positie zich boven de anderen verhieven, waardoor zij jonker genoemd werden.
In of ca 1528 vordert de drost van het Oldambt 2 gld. breuke met geweld in van Doe Tyddinghe.
Veel van hun bezittingen zijn door herhaalde dijkdoorbraken verloren gegaan.
Protocol van Beerta
In het protocol van Beerta (Vee1 Beerta 13-9-1615) wordt vermeld dat Haeyke Luwerts, dochter van sal. Luwert en weduwe van Ocko Tammens, aan haar broer Doedo Tiddinga de door aanslibbing verkregen aanwas bij Midwolda overdraagt en noemt verder, dat er 2 broers van haar vader waren, die gestorven zijn en wier erfenis op alle toen levende broers vererfd was. Een ervan zal waarschijnlijk Menno zijn, die de Tiddingaheerd te Midwolda bezit, zoals uit het protocol van Eexta (Vbb1 10-9-1616) blijkt, waar 10 sept 1616 voor Sebastianus Harmanni pastor, Remmo Eltiens en Omcko Bouwens als kerkvoogden een verdeling gemaakt wordt van een tot dan onverdeel de boedel van hun vader door enerzijds Fenrich Eggerick Tiddinga en anderzijds Tammo Tiddinga, Hinrich Eltiens en Rinnolt Diurcken als voormonders over sal. Boelo Tiddinga nagelaten kinderen. (Bron: Menne GLAS - NGV-b bs). GAG -llIe* -fol.18 -Oldambster Warfsminuten 1563-1592- 5 februari 1570- [234].
De letterlijke tekst luidt als volgt: "Wij --- ut supra in der schelinge tusschen Menno, salige Luwerth Doedens soene, als rechtlick exhiberende ende overghevende seecker clage, daermit sijn voerschreven vader uuth cracht sijnner procuratie vanwegen Boel Sijnkens ende Aijsso Foppens arffgenamen ende Tijabbens Wabbens, eertijdts voer den erbaren borgermester Johan Wijfringk, onse amptman gewest der beijden Olden Ampten, ageert ende gesproecken up Gheerdt Visscher als gebruecker der landen van soeven veemdel oldtlandes gelegen in den heerdt daer Gheerdt Visscher doemaels up gewoent etcetera. Daerentegens Hero Iggens mit sijn broeders nagelaten kijnderen ende arffgenamen sijnen vorantwoerdinge up gedaen etcetera. Ende de emtfeste ende erbare borgermester Herman Clandt oeck unse amptman der beijden Olden Ampten gewest \ upten XXIXsten decembris anno 1569 / daer eenen doem van ghegeven, den Hero Iggens voergenoemd an ons beroepen. Hebben wij borgermesteren ende raedt upgemeldt na guedtlick verhoer beijder parten denselven voerschreven doem in den eersten artijckel den eedt belangende mitter beroepinge guedt ende angaende den volgenden artijckell quaeth gekant. Actum den viiftten dach februarij anno Xvc een ende tsoeventich. Dat oerkunde wij mit onsen upgedruckten signete."
Luwert woont te Midwolda. In 1566 komen aldaar als kerkvoogden voor Leuwaerdt Dodens en Eggo Phebens. Eerstgenoemde komt afwisselend voor als Luwert Doedens en Luwert Tiddinga; de identiteit staat vast: 27 juli 1565 Luert Doedens als één van de vier kerkvoogden, 25 mei 1566 evenzo; 24 nov. 1566 Luwert Tiddinga als één van de kerkvoogden, 23 jan. 1567 evenzo; 24 aug. 1570 doen zijn erfgenamen rekening van zijn administratie alszodanig vanaf nov. 1566.
In 1566 gebruikt Luwardt Tyddinga te Midwolda verschillende stukken bouw- en weiland, zowel binnen- en buitendijks.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Doedo Luwerts Tiddinga | ||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||
Haycka Bartels | ||||||||||||||||||
(2) | ||||||||||||||||||
Hndrick Lengers | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.