Hij had een relatie met Nn Nn.
Kind(eren):
Als eerste dragers van de naam Tiddinga worden genoemd Ebbo Tiddinga (1271-76) en Tyacko Tiddinga te Eexta. Hij komt daar voor als een van de hoofdelingen bij de grensscheiding van Reiderland en he Oldambt (1391-1420) (volgens Hommes). Doedo wordt vermeld in een akte van 20 mei 1454 en wordt genoemd als voogd over een broer van de vrouw van Hayo Huninga.
In het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe komt op 1391 Tyacko Tyddinga in Eexta voor als een van de hoofdelingen bij de grensscheiding van Reiderland en Oldambt. Hij leeft nog in 1420.
Doedo wordt vermeld in een akte van 20 mei 1454 en wordt genoemd als voogd over een broer van de vrouw van Hayo Huninga (tevens NL.1963, kol. 83-116).
Ailko Houwerda op de "Holm" (Termunten) bezit reeds een "staandrecht", dat wil zeggen, dat alleen Houwerda over dit gebied recht kan spreken. Zijn gebied strekt zich uit over het Klei-Oldambt. Zijn collega in Zuidbroek, Gockinga, doet dit over het Wold-Oldambt. Al de Hoofdelingen die in het Wold- en Klei-Oldambt wonen zoals de Huninga's te Woldendorp en Oostwold en de Tiddinga's uit Beerta, hebbn niets meer te zeggen en zijn aan hen ondergeschikt. Ze vervallen weer in de 'gewone' boerenstand. Door deze ondergeschiktheid kunnen de Tiddinga's en ook de Huninga 's in de 17e eeuw alleen door hun vroegere belangrijke positie zich boven de anderen verheffen, waardoor zij Jonker genoemd worden.
Op 22 apr. 1503 wijst de kastelein te Winschoten vonnis in een geschil tussen Doedo Bols en Hayo Diutsens. Bij de behandeling in appel van deze zaak op 21 jan.1504 heet hij Dodo Tyddinghe tho Dalleweer (bij Termunten).
Bronnen:
1. DTB boek van Beerta
2. Oorkondenboek van Groningen en Drenthe
3. Protocollen van Beerta
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.