Leendert in het openbare leven van Maasland
In 1646 wordt Leendert als kroosheemraad aangesteld voor beide polders, de Aalkeet Buiten- en Binnenpolder.<194> De polders waren in die tijd al officieel gescheiden, maar deze ambten bleven gecombineerd. In 1656 wordt Leendert als zetter te Maasland vermeld.<195>
Op woensdag 16 december 1648 rapporteert de vergadering van de kerkenraad een ruzie tussen schepen-armmeester Ackersdijck en molenmeester C.V. in de herberg aan de Zuiddam. Leendert Hoogendam trachtte de vechtende partijen, die inmiddels de messen getrokken hadden, te scheiden. De venijnige molenmeester gooide een glas bier naar Ackersdijck, waarbij Leendert werd getroffen en gewond.<196>
Leendert in conflict met zijn landbezitters
Leenderts verhouding met zijn landbezitter Willem Janz. Bredervliet (de tweede man van Geertjes grootmoeder Neeltje Cornelisdr.) was - in ieder geval na het overlijden van Geertje - niet zonder spanningen. Leendert had nogal eens een achterstand bij het betalen van de pacht. Op 3 juli 1634 is er 'rechtdach' tussen de twee, daar Leendert 190 gulden en nog eens 200 gulden schuld aan Willem heeft. Er volgen nog verschillende rechtdagen, waarbij Leendert zijn moeder Martgen Gerritsdr. als borg nodig blijkt te hebben. Hij erkent de 190 gulden schuld, de 200 gulden echter niet. In oktober 1634 wordt beslist dat Hoogendam toch moet betalen, inclusief de gemaakte kosten.<197>
In 1640 gaat het weer flink mis. Willem verlangt 912 gulden, vanwege twee jaren pacht van ruim 21 morgen land. Hoe de zaak werd opgelost, vermelden de stukken niet.<198>
In 1651/52 krijgt Leendert het met de erfgenamen van Willem Jansz. Bredervliet aan de stok. Er is sprake van een schuld van 526 gulden. Hij bekent de schuld, mag er de leverantie van boter en de koop van een varken van aftrekken en moet voor 1 mei 1652 betalen. Wellicht heeft Leendert een deel van zijn veestapel moeten verkopen voor het inlossen van de schuld, wat het einde van zijn bedrijfsvoering in de Aalkeetpolder ingeluid zou kunnen hebben, daar hij later naar Schiedam vertrekt. Wanneer hij naar Schiedam is gegaan, is ons niet bekend. Het is mogelijk dat hij het land in de Zuidbuurt nog langer heeft gepacht van de nieuwe eigenaar, aan wie de erfgenamen van Willem Jansz. Bredervliet het hadden verkocht.<199>
Verder landgebruik van Leendert
Leendert gebruikte ook land in de Sluis- en Foppenpolder, waarschijnlijk in het 43e hoefslag, groot 7 morgen. Dit blijkt uit een akte van 8 november 1652 van het Hoogheemraadschap, waarin Leendert als zodanig wordt vermeld. De laatste vermelding van Leendert in dit verband is op 12 juli 1653; dit is tevens zijn laatste vermelding in de Zuidbuurt van Maasland. We komen hem daarna echter nog als zetter in Maasland tegen, en wel in april 1656. Na die tijd is hij waarschijnlijk met zijn vrouw en kinderen naar Schiedam vertrokken.<200>
Merkwaardigerwijze wordt in de diakonie-rekeningen te Schipluiden op 19e februari 1653, vermeld: 'Ontfange van Leendert Leendertsz. Hoogendam de somme van twee gulde thien stuijvers, dat besproke was van de koebeeste van Dirck Grabel, aldus 2-10-0'. Met Dirck Grabel wordt vrijwel zeker Dirck Gabriëls Verheul bedoeld, die zijn bedrijf in Schipluiden opgeheven en zijn koeien aan zwager Leendert Hoogendam verkocht lijkt te hebben. Wellicht was dit handel, of wilde Leendert aanvankelijk het bedrijf in Schipluiden overnemen. We weten dit niet. Een feit is dat uiteindelijk zijn zwager Joris Suijderent het bedrijf in Schipluiden kocht. <201> Dansende boeren voor een herberg (zeventiende eeuw, Jan Steen).
Leendert in Schiedam
In Schiedam was Leendert herbergier en landbouwer. Volgens een akte d.d. 28 februari 1674 heeft hij verkocht aan Dirck van der Heijme, brouwer in de brouwerij 'de Swarte Leeuw' te Schiedam, vijf koeien (een swarte vaerkoe, twee rootblaerde koeijen die gekalft hebben, ende noch twee roodtblaerde koeijen die noch kalven moeten) die staan in de schuur van Cornelis Ouwater aan de Vest bij de Vlaardinger Poort, voor 312 gulden, betaald met 149 gulden 10 st. contant en de overige 162 gulden 10 st. door kwijtschelding van een schuld van dit bedrag van Hoogendam aan de koper.<202>
Op 10 november 1674 verklaart Leendert Hoogendam op verzoek van Leendert Starrenburg, gorter te Schiedam, dat hij in de maand oktober van 1674 in de herberg 'De Drie Sackedragers' te Schiedam is geweest, waar ook onder andere waren Jan Leendertsz. Hartoch en Lambert Bijlo, looier aldaar, en waar hij ruzie kreeg met Bijlo voornoemd over hetgeen voorgevallen was tussen deze en Starrenburg voornoemd bij Wouter Meijer, herbergier te Schiedam, en tijdens welke twist hij Bijlo Starrenburg heeft horen beledigen.<203>
Met zijn tweede vrouw Annitgen Cornelis Dortwech maakt hij op 3 augustus 1673 een mutueel testament. Op 8 april 1693 verklaren zijn kinderen dat Leendert en Annitgen (zij overleed in 1685) hun niets nagelaten hebben
(1) Hij is getrouwd met Geertje Cornelisd Suijderent.
Zij zijn getrouwd op 6 januari 1621 te Maasland, Midden-Delfland, ZH, NL.Bron 2
Kind(eren):
Gebeurtenis (kinderen).Bron 2
Leendert en Geertje woonden vrijwel zeker in het huis waar voordien Bredervliet en nog eerder Willem Jorisz. gewoond hadden, het huis op het voormalige land van Caeskoper. Ene Arij Jansz. van Velde, die als buurman getuigde bij het opstellen van het testament in 1643, woonde namelijk in het huis ernaast, 'het huijsken ende schuijr met plantagie' behorend bij het voormalige land van de abt van Egmond.
Leendert Leenderts Hoogendam en Geertje Cors Suyderend zijn in 1640 lidmaten van de NG kerk te Maasland.
Waarschijnlijk is Geertje kort na het maken van haar testament in het kraambed overleden, na het leven te hebben geschonken aan dochter Belitje, die op 14 juni 1643 in de Maaslandse kerk werd gedoopt.
Gebeurtenis (kinderen).Bron 2
Geertje zette met haar man de boerderij van haar grootvader Willem Jorisz. [II] in de Aalkeetpolder voort; zij pachtten de boerderij van diens erfopvolger Willem Jansz. Bredervliet.<191>
In 1642 werd Geertje betrapt op het verkopen van boter, zonder de impost (belasting) hierover te betalen. Zij was met haar mandje boter naar Maassluis getogen en probeerde haar waren omtrent de woning van de predikant aan de deur bij verschillende huizen te verkopen. Dit bleef niet onopgemerkt door de collectrice van de impost, wat tot aangifte leidde. Geertje was niet in het bezit van het benodigde briefje, hoewel ze aanvankelijk beweerde dit wel even te zullen gaan halen. De notaris van Maassluis maakte over het voorval drie aktes op.<188>
Uit een en ander blijkt dat op de boerderij zuivelproducten vervaardigd werden, waarvoor in de regel de boerin verantwoordelijk was. Blijkbaar nam Geertje ook de verkoop zelf ter hand.
(2) Hij is getrouwd met Annitge Cornelisd Dortwech.
Zij zijn getrouwd op 20 november 1643 te Maassluis, ZH, NL.Bron 1
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Leendert Leenderts Hoogendam | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1621 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertje Cornelisd Suijderent | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1643 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Annitge Cornelisd Dortwech | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||