Kind(eren):
De familie Van Dorp, die hier ten tonele wordt gevoerd, heeft als stamvader een Tyman Bertolomeusz., vermeld op 27-7-1364. Zijn nakomelingen voeren als wapen: de drie afgerukte leeuwekoppen (2,l).
Op onderscheidene wijzen voeren meerdere geslachten in het westen van Nederland dit wapen, zoals Van Matenesse, Van Spangen, Van den Vene-Van den Dorpe (vgl. N.L. 1965, kol. 32-44 en 71-86) of een geslacht te 's-Gravenzande (behandeld in Kloosters Delfland, blz. 382-383, waar de leeuwekoppen als luipaardkoppen
worden aangeduid). (Mr. J.J.F Lots Os Voorgeslacht Genea 1)
Tot de familie waarover wij nu spreken, behoren Martinus Dorpius (1485-15251, de Leuvense hoogleraar (de eerste ook, die wij onder de naam Van Dorp aantreffen) en Willem Jansz. van Dorp ( . . . -1592), schout en baljuw van Delfland. Nakomelingen als Willem Meesz. en vooral diens zoons Jan en Jacob Willemsz. van Dorp maakten lange jaren deel uit van bestuurscolleges in het zestiende-eeuwse 's-Gravenhage; kortom: een regentenfamilie in de ware zin van het woord.
De familie stierf in het begin van de zeventiende eeuw in mannelijke lijn uit door het kinderloos overlijden van Aelbrecht Jan van Dorp, zoon van schout en baljuw Willem Jansz. van Dorp voornoemd.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.