Dirk II (of Diederik II) (ca. 932 - Egmond, 6 mei 988) was een Friese graaf (comes Fresonum), uit de 10e eeuw die tussen 965 en 988 het feitelijke bewind voerde over het graafschap West-Frisia, dat het gehele kustgebied besloeg tussen de Oosterschelde en het Vlie en bestond uit de gouwen: Masaland, Kinhem en Texla. Het formele leenschap berustte bij de Utrechtse bisschop. In het verleden is wel aangenomen dat Dirk II de zoon was van Dirk I. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat hij de zoon was van een zoon van Dirk I, die ook wel wordt aangeduid als Dirk I bis, en Gerberga (Geva) van Hamaland[
Dirk II bestuurde de grafelijke burcht en het graafschap van Gent vanaf 965, toen zijn zwager Wichman IV deze functies opgaf. In 972 verwierf Dirk de landerijen rondom Rijnsburg, bij Leiden, wat ten koste ging van de Utrechtse bisschop. Onder de bevolking ontstond verzet tegen deze heerschappij. Dit leidde tot het neerslaan van een opstand door Dirk II van de Friezen. Op de plaats van de overwinning werd drie jaar later een kapel opgericht.[2]
In 981 moest Dirk zijn zoon Arnulf met twaalf pantserruiters sturen om de Duitse keizer Otto II op diens tocht naar ItaliäA< te begeleiden. Zijn jongere zoon Egbert ontving zijn opleiding bij aartsbisschop Bruno van Keulen, de broer van keizer Otto I. Hij werd in 976 kanselier en een jaar later rond zijn vijfentwintigste was Egbert aartsbisschop van Trier.
Na het overlijden van Otto II op 7 december 983 ontstond een troonstrijd. Toen Egbert en zijn vader ten slotte Otto III erkenden, werd Dirk II beloond. Op 25 augustus 985 kreeg Dirk zijn lenen in Masaland (tussen Lier en IJssel), Kennemerland en op Texel van koning Otto III in vrije eigendom. Twee maanden daarvoor, op 26 juni, had graaf Ansfried al niet nader genoemde gebieden - que vocantur Inferior Maselant - in Maasland van de koning verkregen.
Dirk II is vermeld 936-94; hij was graaf in het West-Friese gebied tussen Maas en Vlie (962-988). Hij schonk ter ere van de bijzetting van St.Adalbertus Egmond een stenen kerk 15 juni 950.
Dirk nam de grafelijke burcht in Gent in (965). Dit bood hem de mogelijkheid na Arnulfs dood een tijdlang een Gents graafschap te bezetten (965-988). Daardoor werd hij leenman, behalve van keizer Otto I ook van de Franse koning Lotharius. Toen Otto II brak met Lotharius, koos Dirk de Duitse zijde. Hij had veel invloed aan het keizerlijk hof
Dirk bood de Egmondse abdij een evangeliarium aan in 975.
Dirk II kreeg zijn lenen in Maasland, Kennemerland en op Texel van koning Otto III in vrij eigendom 25 aug. 985.
(www.kareldegrote.nl)
vangeliarium
Op 15 juni 950 schonk Dirk II aan Egmond ter ere van de bijzetting van Sint-Adelbert een stenen kloosterkerk. Deze verving het houten klooster dat Dirk I voor nonnen had gebouwd. De bouw werd in de jaren zestig begonnen en in 975 voltooid. Dirk liet de eerste monniken komen uit de hervormde Sint-Pietersabdij te Gent.[1] Waarschijnlijk ter gelegenheid van de wijding van deze kerk schonk hij het Evangeliarium van Egmond, thans een van Nederlands belangrijkste cultuurhistorische voorwerpen uit de vroege middeleeuwen. Het negende-eeuwse handschrift werd circa 975 door hem verworven en bevat de tekst van de vier evangeliäA
Hij is getrouwd met Hildegard van Vlaanderen.
Zij zijn getrouwd rond 949.Bron 1
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Dirk II van Holland | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 949 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hildegard van Vlaanderen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||