Willem had een zerk in de kerk van Poortugaal.
Hij is getrouwd met Neeltje Aertsd van Driel.
Zij zijn getrouwd op 2 november 1602 te Poortugaal, Albrandswaard, ZH, NL, hij was toen 23 jaar oud.Bron 2
Kind(eren):
Willem was landbouwer op de hofstede" de Hoogewerff" aan de kerkstraat te Poortugaal, schepen 1607-1617 en schout van Poortugaal 1614-1658.
Willem Hendricksz. Hoogewerf was bouwman op de hofstede "de Hoogewerff" aan de Kerkstraat op het dorp Poortugaal en heemraad van het Roozand (1634).
Willem wordt beschouwd als de stichter van de hofstede "de Hoogewerf" in de Kerckstraet te Poortugaal. In 1867 werd het bouwwerk gesloopt, maar de prachtige rijk versierde eikenhouten dubbele bedstede werd overgebracht naar het Museum van Oudheden te Rotterdam.
Door zijn huwelijk met een ongeveer acht jaar oudere weduwe kwam Willem min of meer in een gespreid bedje terecht. Vrijwel onmiddelijk kreeg hij zitting in het dorpsbestuur van Poortugaal en in 1614 wist hij het schoutambt naar zich toe te trekken, dat voorheen door wijlen zijn schoonvader was uitgeoefend.
Op 25 april 1630 attesteerde Hoogewerff met zijn stiefzoon Doen Jansz Hoogeweff ten verzoeke van jonker Johan d'Hiniosa, baljuw en ruwaard van de Lande van Putten.
Neeltgen Aertsdr van Driel, circa 62 jaar oud, attesteerde op 5 juni 1633 met haar zoon, de Poortugaalse schepen Doen Jansz Hoogeweff, ten verzoeke van Willem Heijndricxz Hoogewerff, schout van Poortugaal, respektievelijk echtgenoot en stiefvader van de attestanten. Het betrof een verklaring over de voormalige bloedvoogden van de weeskinderen van wijlen Jan Doensz,
respektievelijk eerste man en vader der attestanten, die Willem zou hebben gelast geen land meer voor de weeskinderen aan te kopen, noch gelden tegen rente uit te zetten. Dit zou hebben plaatsgevonden op 17 juli 1619, toen Willem aan de voogden rekening had gedaan.
Kennelijk beheerde Hoogeweff het erfdeel zijner stiefkinderen.
Op de vraag wat dan met het kapitaal te doen, zeiden de bloedvoogden dat zij dit onder zijn beheer moest houden. Willem verklaarde hier echter geen rente over te willen betalen, waarna de bloedvoogden verklaard hadden dit ook niet van hem te willen eisen. Uit deze akte moet wel
blijken dat Hoogeweff een zakelijk man moet zijn geweest, die de moeite nam om het vermogen van zijn stiefkinderen te vermeerderen door beleggingen in land en obligaties e.d.
Bij akte van 8 mei 1638 machtigde Hoogewerff een "amptman van de Groede" om voor de burgemeesters en schepenen te Sluis in Vlaanderen aan Dirck Jansz Koevoet een hofstede met landerijen en recht op huurlanden in de nieuwe "dijckagie" van de Groede te transporteren. In deze akte wordt melding gemaakt van een giftbrief van 20 november 1621 en een akte met
verkoopcondities van 3 juli 1631.
Op 3 december 1644 transporteerde Willem Heijndrixsz Hoogewerff, schout van Poortugaal, aan de aldaar wonende Bastiaen Adriaensz Poortugael, 2 gemeten 75 roeden weiland in de polder Deijffel onder Pernis. In de lente van det jaar had de verkoop plaatsgevonden voor 1.260 carolus
gulden en nog daarboven f 11 speldegeld voor de vrouw van de verkoper.
Mr. Franchois van Born, advocaat te Dordrecht, transporteerde namens joffr. Anna van Herff, weduwe en boedelhoudster van Heijndrick van Born, bij akte van 5-7-1646 aan Willem Heijndricxz Hoogeweff circa 2 gemet weiland in "koddehouck aen blindewech" onder Poortugaal, hetwelke aan de zuidzijde grensde aan land van Hoogwerff. Dit perceel was erfpachtland van de grafelijkheid van Holland en oorspronkelijk gefondeerd "op 't cruijsaltaer in de kercke van Poortugael". De koopsom bedroeg 600 carolus gulden.
Jan Pouwelsz Bijlewerff, wonende op 't Roonse Veer, en Willem Heijndricxsz Hoogewerff, schout, ruilden in de herfst van 1643 een stuk land in de polder Welhouck, 1 gemet 23 roeden, aan de "Arienswech" van Hoogewerff tegen 1 gemet bouwland "in den hoeck van Kerckerch" van
Bijlewerff/Bijlevelt en het transport vond op 31 december 1646 plaats, waarbij Hoogewerff nog f 30,= toekreeg.
Willem Jacobsz Poortugael, man en voogd van Ariaentgen Leendertsdr, transporteerde bij akte van 7 februari 1648 aan Hoogwerff 7 lijnen weiland genaamd "de schaepsweije" in de polder Welhouck. De verkoop had reeds op 23 december 1647 plaatsgevonden voor 980 carolus gulden.
Willem en Leendert Jacobsz Poortugael, mondige kinderen van Jacob Ariensz Poortugael en Judick Bastiaensdr, beide zaliger, voor henzelf en mede namens de drie onmondige kinderen van het genoemde paar, transporteren op 17 mei 1649 aan Hoogwerff voor 4.550 carolus gulden 7
gemeten 50 roeden weiland onder Poortugaal in de polder "de Roon" en 5 gemeten 1 lijn weiland in de polder Welhouck bij "den hoffwechse houck".
Willem Heijndricxsz Hoogewerff, schout van Poortugaal en zijn zieke vrouw Neeltjen Aertsdr van Driel compareerden op 15 april 1652 en legateerden uit hun na te laten goederen aan de kerk, aan de armen, aan de diakonie en aan "de schoolastorije" van Poortugaal elk een bedrag van
f 200,=, terwijl de armen van Barendrecht, "alwaer de voornoemde Willem Heijndricxsz gewonnen ende geboren is", een zelfde bedrag kregen gelegateerd. Deze legaten zouden "voor meye ofte ten langsten meye dach des eerstcomende jaers" 1653 uit hun gemene boedel en goederen, ofwel
bij vooroverlijden van een der comparanten voor die tijd, moeten worden uitgekeerd. De betreffende instellingen zouden deze gelden tegen interest moeten uitzeten "tot een memorie ende gedachtenisse van hen lieden comparanten ende hun(ieder) nacomelingen". Uit deze te hunnen
huize gepasseerde akte moet men wel opmaken dat in het bijzonder de vrouw dacht niet lang meer te leven te zulen hebben.
Zij vormden toen inderdaad een zeer kras paar, want Neeltje was al de tachtig jaren gepaseerd (een akte van 5 juni 1633 noemde haar toen al 62 jaar oud), terwijl de man een jaar of acht jonger was.
Neeltje stierf inderdaad in het erop volgende jaar en op 15 juni 1655 transporteerde Willem Heijndericksz Hoogewerff, schout van Poortugaal, aan Biatrix Andriesdr van der Wael, weduwe van zijn overleden zoon Heijndrick Willemsz Hoogewerff, een "wooninge off lant stede, als huys,
erve, schuyr, duyffhuys, bargen, plantagie, thuyn ende geboomte daer op en omstaende", zoals Willem en zijn overleden huisvrouw Neeltjen Aertsdr van Driel dit bezetten en bewoond hadden en gelegen "alhier in Poortugael neffens 't dorp, aen oostsijde van Kerckstraet".
Aan de zuidkand grensde dit goed aan de woning en het erf van wijlen Cornelis Aerts van Driel, hetwelke toen toebehoorde aan de kinderen, kindskinderen en (verdere) erfgenamen van Neeltje Aerts (van Driel).
Op 25 juni 1655 compareerde Biatricx Andriesdr van der Wael, wonende te Poortugaal en geassisteerd met haar broer en gekoren voogd Bastiaen Andriesz van der Wael, en bekende aan haar schoonvader Hoogewerff f 8.000,= schuldig te zijn. Dit kapitale goed moet wel "de Hooge-werf" zijn geweest.
Bijna tachtig jaar oud stierf Hoogewerff in 1658, na ongeveer 44 jaar lang schout van Poortugaal te zijn geweest. De dorpsgemeenschap moet toen een markant en vertrouwd figuur hebben verloren, een man die bijna een mensenleven lang als een welhaast "ongekroonde koning" over Poortugaal moet hebben geheerst.
Een akte van 20 juni 1664 maakt melding van een akte van Procuratie van 15-6-1664, verleden door de gemene erfgenamen van zalige Willem Heijndricksz Hogerweff, in leven schout van Poortugaal, in een zaak tegen Maerten Philipsz Vermaet, wonende in Nieuw-Beierlansd.
De armen van Barendrecht hebben inderdaad het legaat van f 200,= gekregen, want de Barendrechtse kerkrekeningen maken hiervan nog decennia later melding.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem Hendricksz Hoogewerf | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1602 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Neeltje Aertsd van Driel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||