Wracher heeft op 9 oktober 794 een akte laten opstellen, waarmee hij goederen schonk aan de missionaris Ludger. De akte is mede ondertekend door zijn zoon Meginhard. De akte begint als volgt:
Notum fieri cupio omnibus tam presentibus quam futuris quomodo ego Wracharius, filius quondam Brunhari, tradidi Liudgero presbitero, pro remedio anime mee, terram proprii iuris mei in pago Hisloae in villa que dicitur Withmundi...
Laat het aan iedereen bekend zijn, nu en in de toekomst, hoe ik Wracharius, zoon van wijlen Brunharius, voor mijn zielenheil aan de priester Ludger geef een eigen goed in de IJsselgouw in het dorp dat Wichmond genoemd wordt...
In de akte van 794 staat Wracharius zonder graventitel vermeld. Dit is anders in een akte van 16 september 800, waarin vijf mannen genaamd Reginald, Folchard, Gerhard, Wifil en Helmbert aan Ludger een akker in Wichmond geven om er een kerk te bouwen. De akker ligt in aquilonari latere agri illius, quem a Wrachario comite tradente ipse Liudgerus suscepit ofwel ten noorden van de akker die Ludger [in 794?] van graaf Wracher gekregen heeft.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen