(1) Hij heeft/had een relatie met Margaret.
Kind(eren):
(2) Hij heeft/had een relatie met Margaret.
Kind(eren):
(3) Hij heeft/had een relatie met Margaret.
Kind(eren):
(4) Hij heeft/had een relatie met Margaret.
Kind(eren):
(5) Hij heeft/had een relatie met Margaret.
Kind(eren):
(6) Hij heeft/had een relatie met Margaret.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.