Hij is getrouwd met Aleijt Wouters van den Dijck.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1491 te Oirschot, Gemeente Oirschot, Noord-Brabant, Nederland, hij was toen 51 jaar oud.
Notities bij Herman Joerden Cleijnaerts
Wordt ook Cleijnaels genoemd en soms Rentmeester. (zijn beroep).
Woont in herdgang Aerle.
Heeft rechten op de hoeve Wippenhout de Locht in Oisterwijck.
Beheerder tafels van de H. Geest. (Armenmeester).
BP 1247 (Oirschot) okt 1477 – sept 1478 folio 165r
Jan Peterss van Espe (wil vorster worden)
Herman natuurlijke zoon van Jorden Cleijnael
Sch. v. O. d.d.: 1-5-1482 ==================228====================
Komen zijn Charlois en Isebrant, wettige kinderen van wijlen Herman Cleijnaels (feitelijk zoons van Herman Herman Cleijnaels, JT)en verkopen (hier in de betekenis van beloven, JT) aan Mechteld dochter van wijlen Brienen van Theefelen een pacht van anderhalf mud rogge, maat van Oirschot steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., eerder eigendom van wijlen Joerden Hermans, zijnde hun oom, gelegen in herdgang de Notel, b.p. de gemeenschappelijke straat, Daniel zoon Aert Daniels, Jan Lebbens, het erf eerder van Jan van Heerbeeck, Dirck Goossen Neven, de gemeijnte. De schuldenaars beloven het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Datum 1 mei 1482, getuigen Maes Geerlicks en Peter Snellaerts.
==================229====================
Mechteld staat aan hen toe dat ze de pacht mogen aflossen tegen betaling van 27 peters voor elk mud rogge samen met de volle termijn etc. Actum als boven.
==================230====================
Komen zijn de verkopers (=schuldenaars uit de vorige akte, JT) en verklaren met Herman natuurlijke zoon van Joerden Hermans, zijnde wijlen hun oom, een bepaalde afrekening te hebben gemaakt van alle roerend en onroerend bezit, dat door hun oom Joerden is nagelaten en waarover Herman het beheer heeft gehad. Bij die afrekening blijven ze aan Herman 27 en een halve rijnsgulden en 6 en een halve stuiver schuldig, elke gulden tegen 20 stuivers gerekend. Om Herman daarvoor te voldoen, geven ze hem alhun oogst over en ook alle roerend bezit dat ze in Oirschot hebben op de hoeve van der Locht. Als borg hiervoor staat meester Arnden van der Ameijden garant. Herman mag dat bezit en oogst hebben zolang ze hem de genoemde som geld nog niet hebben betaald.
Sch. v. O. d.d.: St. Barbaradag 1483 =================372====================
Komen is Henrick Jacops van Esch als beheerder van het gasthuis van Oirschot en heeft zijn achterstallige vordering aangetoond met schepenbrief van Oirschot inzake een pacht van 13 lopen rogge die 2 jaar achterstallig is, welke pacht Gielis Jan Haseputs eerder had beloofd uit een stuk land genoemd ´t Heijtveld gelegen in herdgang de Notel aan de Pasch daar, b.p. Dirck Laureijssen, Willem van de Venne, volgens de brief van 13 maart 1384. Jan van Espe heeft de uitwinning verzorgd en het bezit is verkocht aan Herman natuurlijke zoon van Joerden Hermans (Cleijnael, JT). Datum op St. Barbaradag 1483, getuigen als boven.
Sch. v. O. d.d.: 9-1-1484 =================015====================
Herman natuurlijke zoon van Joerden Cleijnaels verkoopt aan Roelof de Buijser het bezit dat hij zelf eerder had gekocht van Henrick van Esch als gemachtigde voor het gasthuis van Oirschot. De verkoper belooft alle lasten daarin af te handelen. Datum9 januari 1484, getuigen Huijskens en Snepschuet.
Sch. v. O. d.d.: 17-3-1484 =================076====================
Komen zijn Charloijs en Isbrant kinderen van wijlen Herman Cleijnael en beloven hun neef Herman natuurlijke zoon van wijlen Joerden Cleijnael die een jaarlijkse rente van 2 rijnsgulden, elke gulden van 20 stuivers, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk beemd genoemd de Langendijk gelegen in herdgang de Notel, b.p. Daniel van der Meijden, Claes Mesmakers, het erf van wijlen meester Joerden van Baest, de Langendijk daar. Nog op onderpand van een beemd genoemd de Verdonk, gelegen in herdgang Aerle, b.p. de gemeijnte, Dirck Hoppenbrouwers, het erf eerder van Wouter van Esch en nu van Jan Jan Daniels, Henrick Meeus Crommen, de kinderen van de Maerselaer, Daniel Ceelen. De schuldenaars beloven de onderpanden in goede staat te houden voor de betaling van de rente. Datum 17 maart 1484, getuigen Hoppenbrouwers en Haren.
BP 1255 (Oirschot) okt 1485 – sept 1486 folio 108r
Herman natuurlijke zoon wijlen Jorden Cleijnael
Peter Aerts Vrients
BP 1256 (Oirschot) okt 1486 – sept 1487 folio 462v
Karel Hermanss Cleijnael heeft opgedragen aan Herman natuurlijke zoon wijlen Jorden Cleijnael een huis in de herdgang van der Noetelen en allerlei landerijen 9-2-1487.(?)
Sch. v. O. d.d.: 2-10-1491 =================206====================
Claes Stevens van der Donck geeft hierbij machtiging aan zijn oom Henrick Goijaerts en aan Henrik Janssen van best en Herman Joerden Cleijnael, ieder hoofdelijk en samen om al zijn vorderingen etc. te innen. De machtiging geldt tot wederopzeggen en de gemachtigden moet later rekening en verantwoording afleggen. Datum 2 oktober 1491, getuigen Wuest en Dirck Goossens.
=================207====================
Genoemde Claes uit de vorige akte verkoopt aan Herman Joerden Cleijnaels die een pacht van 7 lopen rogge per jaar, die Thijs Gerart Wautgaerts jaarlijks betaald ten behoeve van Claes Stevens van der Donck en Wouter Aerts ten behoeve van........... Voorwaarde is dat Claes aan Herman die per a.s. Maria Lichtmisdag een bedrag van 14 peters betaalt, danwel rogge daarvoor en daarna krijgt Claes weer de pacht van 7 lopen rogge terug. Claes belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Actum als boven.
=================208====================
Claes bekent voor ons dat hij aan Herman boven de 14 peters uit de vorige akte nog een bedrag schuldig is van 2 en een halve peter en anderhalf mud rogge. (geen datum en geen getuigen vermeld, JT)
BP 1262 (Oirschot) okt 1492 – sept 1493 folio 302r
Herman natuurlijke zoon wijlen Jorden Cleijnael
Sch. v. O. d.d.: 2-4-1503 =================103====================
Herman Joerden Cleijnaerts en met hem zijn vrouw Mechteld, verder met Daniel van der Meijden, Henrick van Best en Jan van Best als haar voogden en uitvoerders, beloven aan Margriet Henrick Belaerts die voortaan een jaarlijkse rente van 5 rijnsguldens te betalen, steeds op 1 maart op onderpand van een huis, tuin etc. groot 2 mudzaad, gelegen in herdgang de Notel, b.p. de gemeenschappelijke rijweg, Johannes Brouwers, de gemeijnte, Beertram Jans van den Spijker. Datum 2 april 1503, getuigen Spina(van Doren, JT) en Thomaes.
Sch. v. O. d.d.: 13-8-1521=================127====================
Herman Joerden Cleijnaerts verkoopt aan de wettige kinderen van Jan Jans van Collenberge verwekt bij Mechteld dochter van Herman Joerden Cleijnaerts, al zijn bezit, zowel roerend als onroerend, land, rentes, pachten etc. Ook doet hij nog afstand vanzijn rechten inzake een huwelijkse voorwaardenovereenkomst, gemaakt tussen genoemde Jan van Collenberge en zijn dochter Mechteld en eveneens inzake zijn bevoegdheid die hem is gegeven in een testament tussen wijlen zijn vrouw en hemzelf. Verder doethij afstand van een rente die Jan Aert Jacops nu betaalt en welke rente door Herman was gekocht. Datum 13 augustus 1521, getuigen Belaerts en Jan Goossens.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.