Zij is getrouwd met Aert Daniels de Roij.
Zij zijn getrouwdBron 1
Indertijd is Aert Daniels de Roij weduwnaar van Mariken dochter van Niclaes Willem Schepens achtergebleven met 3 minderjarige kinderen en daarbij ook wat bezit dat afkomstig is van deze Marieken en nog bezit dat door Aert was ingebracht en ook bezit dat tijdens hun huwelijk was verworven en Aert is nu voor de tweede keer gehuwd nu met Antonia dochter van Leonaert Leonaert Moijses ( van Aelst ) welke Antonia eerder zelf weduwe was van Henrick Pauwels Houbraken en zij heeft van deze Pauwels ook een minderjarige dochter verkregen en diverse bezittingen, welk bezit door hen samen was ingebracht en ook in hun huwelijk verworven. Aert en Antonia hebben inmiddels enkele nakinderen gekregen en er zullen er nog meer worden geboren die ze ook allen bereid zijn zover mogelijk te begunstigen alsof alle kinderen uit een en hetzelfde huwelijk waren gekomen en wel speciaal wil Aert Daniels de Roij zich regelen naar de gewoontes alhier in Oirschot daarover, zodat hij kan afdelen met zijn eerste kinderen voor de helft van zijn bezit en dat over te dragen aan hun voogden die als zodanig worden aangesteld door schout en schepenen alhier, zodat deze begunstiging aan zijn kinderen op de best mogelijke wijze kan gebeuren zodat zo snel mogelijk eventuele twisten daarover vermeden zullen worden tussen de vooren de nakinderen. Daarbij zou het zeer nadelig voor deze kinderen zijn om tot afdeling te komen, deels omdat ze daardoor van hun vader zouden vervreemden en zijn genegenheid verliezen, en verder ook omdat ze met die helft ervan niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien en dat ze daarom dan genoodzaakt zouden zijn om hun bezit op te maken vooraleer ze zelf in staat zouden zijn in hun kost te voorzien. Verder is het zo dat ook de inbreng van bezit in het tweede huwelijk voorrang zou dienen te hebben boven de inbreng van het eerste huwelijk, dat verder ook nog de ouders van Aert in leven zijn en hun bezit nog volledig zelf in beheer hebben en dat er verder in de huwelijkse voorwaardes die Aert en Antonia hadden gemaakt uitdrukkelijk was afgeproken dat in plaats van het bezit dat de voorkinderen van Aerts ouders in plaats van hun legitieme portie ze slechst 200 gulden eens zouden krijgen en dat de rest naar de nakinderen zou gaan, waarbij Aert echter wel de vrije beschikking over dat bezit zou blijven houden.
Verder zou het bij afdeling ook zo zijn dat de voordochter van genoemde Antonia ook nadeel daarvan ondervinden omdat de vader van genoemde Antonia nog in leven is en ook zijn bezit nog steeds zelf in beheer heeft wat betreft vruchtgebruik, zodat de genoemde Aert en Antoni met hun voogden over hun beider voorkinderen het nu raadzamer achten om niet tot boedelafdeling te komen, maar darentegen beter een overeenskomst daarover te maken om nadeel te voorkomen en ook om twist te vermijden die zeker een dezer dagen zou kunnen ontstaan tussen de voor en de nakinderen. Daarom zijn nu voor schepenen verschenen genoemde Aert en Antonia ter ener zijde en Daniel Gerits de Roij en Willem Niclaes Schepens, zijnde respectievelijk grootvader en ooms van genoemde Aerts voorkinderen, verder Leonaert Leonaert Moijses, Henrick Hermen Stockelmans als man van Jenneken zijnde dochter van genoemde Leonaert Moijses, verder hierbij Dirk Henrick Houbraken, respectievelijk grootvader, oom en oudoom van de voordochter van vermelde Antonia, en allen aangestelde voogden over de beide respectievelijke voorkinderen, als partij ter andere zijde en ze hebben verklaard met elkaar de volgende overeenkomst te hebben gemaakt. De genoemde voogden of voorkinderen zullen nimmer tot afdeling mogen komen van het bezit van hun ouders maar dat bezit zal in handen van die ouders blijven, zowel het bezit uit hun eerste huwelijk alsook dat uit hun tweede huwelijk is ingebracht en ze mogen over dat bezit naar keuze beschikken zolang ze blijven leven en na hun dood zal dat reeds verworven of nog te verwerven bezit hoofdelijk worden gedeeld tussen hun beider voorkinderen en nakinderen, als zijnde kinderen van een en hetzelfde huwelijk. Echter zal de voordochter van Antonia niet mee mogen delen in het ingebrachte bezit van genoemde Aerts eerste huwelijk, dat bezit zal alleen worden gedeeld tussen de voor en nakinderen van Aert en verder zullen de voorkinderen van Aert niet meedelen in het door Antonia ingebrachte bezit uit haar eerste huwelijk, maar dat bezit zal worden gedeeld tussen de voordochter van Antonia en haar nakinderen.
Van dat ingebrachte bezit zullen Aert en Antonia onder ede een overzicht moeten geven om daarover geen kwestie te zullen krijgen. Verder is afspraak dat de voorkinderen van Aert, voor henzelf alleen het erfelijk goed zullen krijgen van hun moeder en wel na de dood van hun vader met uitsluiting daarin van de voordochter van genoemde Antonia. Verder zal de voordochter van Antonia voor haar alleen al het erfgoed krijgen van haar vader met uitsluiting daarin van de voorkinderen van Aert en met uitsluiting van de nakinderen. Genoemde dochter krijgt van alle ingebrachte bezit dat nu in dit tweede huwelijk wordt ingebracht vooraf, na dood van genoemde Aert en Antonia vanwege diverse redenen een bedrag van 50 gulden. Daarbij zullen Aert en Antonia verplicht zijn hun respectievelijke voorkinderen samen te moeten onderhouden, ziek en gezond zijnde en hun te laten leren lezen, schrijven en een beroep leren, zodat ze in staat zijn hun eigen kost te verdienen, en verder alles te doen wat een vader en moeder behoren te doen en ze allen op gelijke voet te behandelen zonder de een of de andere meer te begunstigen. Als genoemde Aerts voorkinderen komen te huwen dan moet hij hen een huwelijksuitzet meegeven en het erfgoed van hun moeder geven en als de voordochter van Antonia komt te huwen of een andere status verwerft, krijgt ze naast een uitzet ook de helft van haar vaders erfgoed. Indien de voordochter van Antonia eerder komt te overlijden dan haar moeder wenst Antonia niet in haar rechten te worden aangetast die ze heeft volgens het testament dat ze eerder met haar eerste man Henrick had opgemaakt. Indien Antonia eerder komt te overlijden dan Aert, dan krijgt de voordochter direkt het erfrgoed van haar vader en de zelfde voordochter en de nakinderen krijgen samen het bezit dat Antonia in haar huwelijk heeft ingebracht in haar eerste huwelijk en alle voor en nakinderen zullen dan het bezit mogen afdelen dat Aert heeft ingebracht in zijn tweede huwelijk volgens Oirschots recht daarvan, maar de voorkinderen van Aert zullen dan niet mogen meedelen in het bezit van genoemde Antonia dat die van haar ouders heeft geerfd danwel van har familie afkomstig is. Als Aert als eerste komt te overlijden zal de voordochter van Antonia zich overeenkomstig moeten houden aan de zelfde regels zoals Aerts voorkinderen zouden moeten doen alsof Antonia eerst zou zijn overleden en dan zal er ook afdeling van het bezit plaatsvinden. Opdat de eerdergenoemde huwelijkse voorwaarden geen inbreuk zouden maken op of nadeel zouden veroorzaken wat betreft de rechten van de kinderen, noch ook op deze overeenkomst, hebben Aert en Antonia deze huwelijksovereenkomst herroepen samen met genoemde Daniel Gerits de Roij. Partijen beloven elkaar over en weer deze overeenkomst op alle punten na te zullen komen en daartegen nimmer bezwaar te maken, noch indirekt noch direkt. Datum 10 januari 1628, getuigen Arien en Kemps
Bewerking van het oud rechterlijk archief Oirschot door Jan Toirkens 1628
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Aert Daniels de Roij en diens vrouw Antonia dochter van Leonaert Leonaert Moijses, welke Aert eerder weduwnaar was van Mariken dochter van Niclaes Willem Schepens en welke Antonia eerder weduwe was van Henrick Pauwels Haubraken, verder Gerit Daniels de Roij en Willem Niclaes Schepens als aangestelde voogden over de voorkinderen van genoemde Aert en Marieken Schepens, verder Henrik Herman Stockelmans als man van Jenneken dochter van Leonaert Leonaert Moijses en Dirck Henrik Houbraken als aangestelde voogden over de voordochter van genoemde Antonia verwekt bij wijlen Henrik Pauwels Haubraken, verklaren onderling op afgelopen 10 januari met elkaar een overeenkomst daarover te hebben gemaakt. Maar volgens het plakkaat hierover is een dergelijke overeenkomst alleen rechtsgeldig als de heren schepenen zulks ook hebben goedgekeurd. Genoemde Aert en Antonia verzoeken daarom hierover een decreet te willen afgeven.
Na aanwijzing hierover ( van de schout ) is er aangetekend dat dit akkoord wordt uitgeschreven en dat er overleg zal plaatsvinden met de naaste vrienden en familie, waarbij wordt aangetoond dat dit akkoord beter wel dan niet zal worden uitgevoerd en zulks dient onder ede te gebeuren.
Nadat men die overeenkomst heeft gezien, is er door Aerden, Gerit, Willem, Henrick en Dirck van hiervoor verder door Jan Daniels de Roij, Goijaert Niclaes Schepens, Arien Willems van der Vleuten als man van Jenneken dochter van Niclaes Willem Schepens, verder door Jan Jan Houbraken, Wouter Dircks van Waelre als man van Aleijt dochter van Jan Ariens en door Marten Niclaes Vlemmincks, zijnde allen naaste vrienden en buren van de genoemde minderjarige kinderen, onder ede verklaard dat de overeenkomst beter wel gedaan dan niet gedaan zal worden. Daarop hebben schepenen bevolen de overeenkomst als zodanig goed te keuren en uit te voeren. Datum als boven, aanwezig Goossens, Kemps, Arien en Francken.
Bewerking van het oud rechterlijk archief Oirschot door Jan Toirkens 1628
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++