R.K. gedoopt op 27-01-1896 in kerk O.L. Vrouw ten Hemelopneming in de Biltstraat in Utrecht (p: Dionysius Krijnen; m: Joanna Kuypers)
Bij geboorte
(1) Hij is getrouwd met Anna Christina Maria Nuijten.
Zij zijn getrouwd op 12 januari 1933 te Haarlem, Noord-Holland, Nederland, hij was toen 36 jaar oud.Bron 3
Afkondiging huwelijk te Haarlem en Breda op 31 december 1932
Webadres: https://stadsarchief.breda.nl/collectie/archief/genealogische-bronnen/deeds/8ba19817-3bb0-a449-ace1-46b0b3e8e526
Webadres: https://www.openarch.nl/brd:8ba19817-3bb0-a449-ace1-46b0b3e8e526
Het echtpaar is gescheiden 16 december 1941 te Breda, Noord-Brabant, Nederland.Bron 3
Oorzaak: Echtscheiding
(2) Hij is getrouwd met Gerdina Imke van Boon.
Zij zijn getrouwd op 12 augustus 1943 te Breda, Noord-Brabant, Nederland, hij was toen 47 jaar oud.Bron 4
Afkondiging huwelijk op 19 juni 1943 te Breda en te Delft.
Webadres: https://www.bhic.nl/memorix/genealogy/search/deeds/a3f123f4-fce5-f476-5c52-fac8ef152cf2
Webadres: https://www.openarch.nl/brd:8ba19817-3bb0-a449-ace1-46b0b3e8e526
Dio Rovers (Utrecht, 26 januari 1896 - Breda, 2 december 1990) was een Nederlands kunstschilder, tekenaar en kunstdocent. Hij werkte veertig jaar aan de restauratie van de Grote Kerk. Zijn kunstopleiding sinds 1922 leidde in 1947 tot de oprichting van de Vrije School voor Beeldende Kunsten (de latere Academie Sint-Joost). Hij is tevens een van de medeoprichters van deze kunstacademie.
Biografie[bewerken | brontekst bewerken]
Zijn vader Anton Rovers was schilder van kunstwerken en voor reclamedoeleinden. Vanwege diens werk was hij veel in het buitenland, waardoor de jonge Dio zestien maal verhuisde. Hij groeide een belangrijk deel van zijn jeugd op in Brussel. Lithografie leerde hij van zijn vader, en verder volgde hij kunstopleidingen aan de kustacademie van Brussel en de kunstacademie van Antwerpen. De laatste studie begon hij in 1910. Met een onderbreking, vanwege een verhuizing met zijn ouders naar Berlijn, rondde hij zijn studie daar in 1914 af. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verhuisde hij in circa 1914/15 met zijn ouders van Berlijn naar Breda.[1][2] In Antwerpen kreeg hij les van Isidore Opsomer.[3]
Aanvankelijk probeerde hij zijn inkomen als lithograaf te verdienen en maakte affiches voor de Hollandse Kunstzijde Industrie (HKI), de Zuider Stoommaatschappij, de bierbrouwerij en beiaardconcerten. Begin jaren twintig wist hij er zijn inkomen amper mee te verdienen en vanaf 1922 verdiende hij bij met een redelijk succesvolle schildercursus.[2][4] Leerlingen van hem waren onder meer Wim van den Anker, Wout Bakkenes, Feitze de Bruijn, Maarten Dubbelman en Pierre van Ierssel.[3]
Ondertussen leerde hij Lucas van der Meer kennen, een beeldhouwer en de hoofdopziener van de restauratie van de Grote Kerk.[2] Dit project was al in de eerste jaren van de eeuw begonnen om de verminkingen sinds 1637 te herstellen, toen de kerk protestants was geworden.[5] Van der Meer nam Rovers aan voor een project van zes weken voor metingen van de kooromgang. De opdracht leidde tot een dienstbetrekking als bouwkundig tekenaar wat uiteindelijk gedurende veertig jaar zijn hoofdinkomen werd.[1][2]
Daarnaast bleef hij schilderen. Hij heeft vooral veel stadsgezichten, landschappen en portretten voortgebracht. Daarnaast bleef hij lesgeven in tekenen en schilderen. Zijn lessen leidden er in 1933 toe dat hij, Paul Windhausen, Gerrit de Morée en Jan Strube de Bredasche Kunstkring oprichtten. Hiermee organiseerden ze exposities en lezingen om het kunstleven in Breda te bevorderen. De kunstkring werd later van naam gewijzigd en leidde in 1947 tot de oprichting van de Vrije School voor Beeldende Kunsten (de latere Academie St. Joost).[1][4] Hij was zelf een van de oprichters van de kunstacademie,[6] samen met De Morée en Niel Steenbergen.[7]
Rovers wist geregeld kopers voor zijn werk te vinden. In de jaren twintig werd hij onderscheiden met de Van Collumprijs en in 1939 won hij de competitie voor Noord-Brabantse kunstenaars die door het Van Abbemuseum was georganiseerd. Hij werd in 1974 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau en ontving in 1980 de Nassau-Breda Prijs van zijn gemeente. Zijn schilderijen en tekeningen waren in 1946 te zien in het stadhuis van Breda en in 1973 in het culturele centrum De Beyerd. Het Breda's Museum heeft werk van hem in de collectie.[2][8]
Rovers overleed in 1990 in Breda op 94-jarige leeftijd.
Zijn grootste verdiensten:
Dio Rovers is van grote betekenis geweest voor de opkomst van de beeldende kunst in Breda en NoordBrabant in de eerste helft van de twintigste eeuw. Niet alleen in kunstzinnige, maar zeker ook in bestuurlijke, leidinggevende en docerende zin. Hij is de grondlegger geweest van ‘St. Joost’ te Breda, medeoprichter van de ‘De Bredasche Kunstkring’ en de NoordBrabantse kunstenaarsvereniging ‘Jeroen Bosch’. Ook was hij actief op bestuurlijk gebied in culturele organisaties , een dertigtal jaren les gegeven in Vught en Breda aan kunstminnende liefhebbers en tenslotte de grote verdiensten van meer dan 40 jaar als kunstambachtelijk medewerker, restaurator en kunstesthetisch opzichter van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk vanBreda. Het vermelden waard is dat hij om die reden in 1980 onderscheiden werd met de culturele ‘Nassau Breda Prijs’.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Dionysius Johannes Rovers | ||||||||||||||||||
(1) 1933 | ||||||||||||||||||
Anna Christina Maria Nuijten | ||||||||||||||||||
(2) 1943 | ||||||||||||||||||
Gerdina Imke van Boon | ||||||||||||||||||
Gemeente: Utrecht Soort akte: Geboorteakte Aktenummer: 266
https://www.openarch.nl/nha:13ba0556-eab6-40d0-a7df-26c3d8d5db8a
Noord-Hollands Archief, BS Huwelijk Haarlem, 12 januari 1933, aktenummer 15
Brabants Historisch Informatie Centrum te Brabant, BS Huwelijk Deel: 1450, Periode: 1943, Breda, archieftoegang 1297, inventarisnummer 1450, 12 augustus 1943, Huwelijksregister Breda 1943 B, aktenummer 214