van de firma J.H. Roovers
der Vincentius conferentie
Hij is getrouwd met Ottilie Christine Vollmer.
Zij zijn getrouwd op 3 september 1906 te Bremen, Duitsland, hij was toen 28 jaar oud.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 3 september 1906 te Bremen, Duitsland, hij was toen 28 jaar oud.Kind(eren):
Mijn vader Arthur Roovers en mijn moeder Otti Vollmer hebben elkaar op het Vrijthof leren kennen. Na de hoogmis in de Sint-Servaaskerk gingen de mensen wandelen. Mijn moeder, die uit Bremen kwam, was op vakantie bij de Duitse familie Claerebouts die aan het Vrijthof woonde. Op een gegeven
moment werd ze op de schouder getikt. Ze draaide zich om en keek in ‘zwei wunderbare braune Augen’, zoals ze het later vaak vertelde. Toen vroeg mijn vader of ze die middag samen met hem wilde musiceren. Hij woonde toen nog bij zijn ouders in de Bredestraat. Zij stemde toe. Die middag hebben ze, natuurlijk in het bijzijn van de families, samen gemusiceerd. Hij speelde piano en zij zong.
Mijn moeder is haar hele leven blijven zingen. Zingen en pianospelen hoorden bij haar opvoeding. Koken kon ze niet. Dat is ze pas gaan leren toen ze ging trouwen, door te gaan kijken in een hotelkeuken in Bremen.
De familie en alle vrienden van mijn vader zijn naar het huwelijksfeest in Bremen geweest. Na het feest gingen mijn ouders op huwelijksreis naar Zwitserland en Italië. Bij terugkeer vestigden ze zich in Maastricht, in Huize Weltevreden aan de Heugemerweg. Vier jaar later verhuisden ze naar Villa Providentia aan de Scharnerweg. Het was een buitengewoon goed huwelijk. Ze kregen tien kinderen. De oudste, Cecile, in 1908 en de jongste, Ludy, in 1929. Ze hielden ook van feesten wat te zien is op de andere foto.
Mijn moeder was vrolijk maar streng en, als een echte Duitse, gründlich en pünktlich. Mijn vader was heel rustig. Hij had, samen met zijn broer Harry, het textielbedrijf en gros van zijn vader overgenomen. Alles ging met balen de deur in en uit. Ze verkochten alleen aan detaillisten. Ze hadden ook een textielfabriek in de Battalaan, waar meer dan zestig meisjes en vrouwen werkten. Vader ging vaak op zakenreis, alle stoffenwinkels langs. Later ging mijn zus Angela mee als chauffeur. Toen mijn vader en zijn broer uit het bedrijf stapten, werd het overgenomen door mijn broer Paul en mijn neef Harry. Moeder kwam nooit in de zaak. Ze had het te druk met haar kinderen, ook al hadden we twee dienstmeisjes en twee kindermeisjes.
Mijn ouders waren zeer gezien in Maastricht. Er was altijd veel aanloop bij ons, vooral van de families Hustinx, Rosenmuller en Claerebouts. Achteraf moet ik zeggen dat we een rijk leven hebben geleid.
Liefde op het eerste gezicht
De komst van Otti Vollmer naar Maastricht was al weken bekend bij de jongemannen uit de Maastrichtse society. Op de zondagthees bij de families hadden de Claereboutsen hoog opgegeven over de dochter van hun vrienden die zes weken bij hen op vakantie zou komen, zogenaamd om zich internationaal te oriënteren. Arthur wist beter. De meisjes van zijn stand, die uitgekeken waren op of genegeerd werden door de jongens van de Maastrichtse burgeradel, maakten ook van die zogenaamde vakantiereizen. Vaak sloegen ze dan in Parijs, Brussel of Hamburg een man aan de haak. Niet voor niets had de gezeten burgerij van Maastricht verwanten in alle grote Europese steden. Dat was fijn voor de betrekkingen en goed voor de handel.
Op de dag dat Otti aankwam en de koets die haar van het station had gehaald voor het huis van de Claereboutsen arriveerde, liep Arthur ogenschijnlijk toevallig over het Vrijthof, zeer benieuwd naar hoe ze eruitzag. Vond ze zich te goed voor de jongemannen van Bremen? Of was ze een muurbloempje dat het gedwongen elders moest gaan zoeken, hopend met een grote som geld achter de hand een levenspartner van eigen stand te vinden?
Hij zag haar uitstappen en… hapte naar lucht. Alleen al de manier waarop ze haar jurk wat ophield om hem niet te bevuilen aan de straatkeien was al van een adembenemende schoonheid. Ze werd omhelsd door mevrouw en meneer Claerebouts en ging met hen naar binnen. Pas toen bemerkte hij dat hij ademloos had staan kijken. Vlug liep hij verder. Tot zijn schrik zag hij wat verderop de jongeheer Lodewijk Hustinx tussen de wandelaars verdwijnen.
Op weg naar huis begreep hij dat hij snel moest handelen. Nog voor de eerste thee aanstaande zondagmiddag bij de Claereboutsen, waar ze zou worden voorgesteld, moest hij haar benaderen. Want haar komst zou het gesprek van de dag zijn bij tout-Maastricht. Zondag zouden de jongemannen zich rond de piano bij de Claereboutsen verdringen.
Ha! Hij wist het. Hij moest gebruikmaken van zijn eigen charmes.
Op zondagochtend ging hij naar de hoogmis in de Sint Servaas. Hij zag haar naast madame Clarebouts zitten, weelderig in het wit gekleed. Toen de familie na de mis buitenkwam en over het Vrijthof naar huis kuierde, sloeg hij toe. Brutaal liep hij achter haar aan en tikte haar op de schouder. Ze draaide zich om. Hij lachte, gespeeld verlegen. Ze lachte terug. Haar ogen bleven in de zijne hangen.
Carla Roovers, Maastricht. Geboren 7 augustus 1912 in Maastricht
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Arthur Joseph Alphonse Théodore Roovers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1906 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ottilie Christine Vollmer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||