Hij is getrouwd met Margaretha Van Laer.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Betekenis van de familienaam: denaam Van Tichelt verwijst naar de oude heerlijkheid (tegenwoordig buurtschap) Tichelt bij Rijsbergen. Tichelt behoorde met Kaarschot, Breedschot, Oekel en Hazeldonk tot een heerlijkheid die een achterleen was vande Heeren van Breda.
J.W.A. Gommers beweert in zijn "Beschrijving van Rijsbergen" dat het woord Tichelt is afgeleid van Tichel-ood wat betekent: het goed bij't afgodsbeeld. Hij brengt dit in verband met de altaarsteen, die in 1812 op de Tichelakker onder Rijsbergen werd gevonden. Deze altaarsteen droeg
het opschrift: DEAE SANDRAUDIGAE CULTORES TEM PLI. Deze steen zou deel uit hebben gemaakt van de tempel van de godin van Santrode (= Zundert) DEA SANDRAUDIGA, of de godin van Taxandrië (Taxandrië is de oude naam voor Brabant). Tot 100 à 150 jaar na Chr. heette een dergelijk beeld een deikelo. Later veranderde de d in t en de k in ch waarna het woord teichlo ontstond dat vervolgens verbasterde naar Tichelt.
G.C.A. Juten meent in Parochiën van het bisdom Breda dat de naam Tichelt terug is te voeren tot het feit dat hier ooit een steenbakkerijheeft gestaan. Tichel = metstelsteen, baksteen.
BRON, Louis Sips (http://gw2.geneanet.org/lsips?lang=nl;p=wouter;n=van+tichelt):Wouter wordt in twee charters(nl. in 1293 en 1294) als overleden vermeld. Zijn zoon Gerard wordt als overleden vermeld in 1310 en zijn kleinzoon komt reeds in 1295 voor als leenman van de Graaf van Hoogstraten. Hieruit mogen we concluderen dat hij omstreeks 1200 geboren is. Het geslacht Van Tichelt behoode in de middeleeuwen tot de "landadel". De landadel
hield zich voornamelijk bezig met het boerenbedrijf.De landedelman woonde doorgaans op een omwaterde hofstede. (Later vaak de basis voor een burcht.) De naam van Tichelt verwijst naar de oude heerlijkheid (tegenwoordig buurtschap) Tichelt bij Rijsbergen. Tichelt behoorde met Kaarschot, Breedschot, Oekel en Hazeldonk tot een heerlijkheid die een achterleen was
van de Heeren van Breda. Tichelt
is vermoedelijk afgeleid van "Tichel-ood", "het goed bij 't afgodbeeld",
vermoedelijk in verband te brengen met de altaarsteen die in 1812 op "den Tichelakker" werd gevonden.Het parool luidde een goed ridder beploegt 's morgens zijn akker en rijd 's middags ten tournooi . De landedelman woonde doorgaans op een omwaterde hofstede waar niet zelden bier werd gebrouwd en graan werd gemalen. Deze nederzettingen vormden later vaak de basis voor een burcht.
(Source: geneanet website Parsifal D'Haen)
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.