Kind(eren):
Oude Brabantse Geslachten: De Kempeneer
Een geslacht, waarvan een tak minstens gedurende acht generaties (van de 14e tot de 17e eeuw), op het Hof te Ransvoord boerde - een belangrijklandbouwbedrijf, eigendom van het Sint-Jansgasthuis te Brussel, gelegen op de grens Molenbeek-Anderlecht - het ontleent zijn naam aan een man uit de Kempen die zich waarschijnlijk als landbouwer in de Brusselse omgeving vestigde. Dit kan in de 13e eeuw gebeurd zijn. Hij was in elk geval de verre stamvader van een talrijk nageslacht, dat tot op heden nog voortleeft in West-Brabant; daaronder telt men naast grote boeren (meiseniers) en landelijke gezagsdragers (schepenen, enz...) ook een aantal stedelijke ambtenaren, kooplui, ambachtslui (o.a. huidevetters) en kunstenaars (schilders, goudsmeden). Een werd tot de adelstand verheven in 1679.
Al deze Kempeneers voeren het typische wapen van de boerenfamilies uit de streek van Sint-Pieters-Leeuw: in azuur (soms sinopel of zavel) een zilveren, met goud bekroonde leeuw tussen twee naar elkaar toegekeerde getande sikkels, het blad van zilver en het hecht van goud.- Oude Brabantse geslachten, nr. 23. de Kempeneer (1949) - Jan Lindemans - p. 2
- Vlaamse Stam 2000 februari - Genealogie de Kempeneer - Leo Lindemans - p. 69Bron: Stamboom Dirk Amandt Geneanet
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.