Hij is getrouwd met Trijntje Boomcamp.
Zij zijn getrouwd op 4 juli 1669 te Varsseveld.
Kind(eren):
In het oud-rechterlijk archief (Ordinair Protocol nr 234, deel 1662-1669, folio 16v; RA Arnhem) staat op vrijdag 4 juli 1662 vermeld: "Verschenen Willem Helmigh vaeght tot Varsevelt en sijn huijsvrouw Agnes Richelte gelijck mede als respec. volmr. en momber van sijn schwaeger ende suster Severt Aerentsen en Beerntien Helmigh en van de andere sijne minderjarige broeders ende susters,.... den volmr qq.supra heeft bekandt erfflijck verkocht ende opgedraegen tho hebben so hij deede bij deesen, aen Hendrick Arentsen ende Hendersken sijn huysfrouw samt Hendrick Brockelder ende Griete Planten syn huysfrouw ,die elsemaete soo voor deesen Jan(Wychers ) achter die maethe uijt, het goet die Haeckermaete gebruijckt heeft met het berckestucksken soo de d'vaegt gehooijt heefft, voor vrij allodiael erve ,sich goeder betaelinge bedankende." (Willem Helminck is hier volmachtdrager voor Daniel Bolsweert en Jan Wychers)
Op woensdag 31 dec 1662 wordt door Willem Helmigh in dezelfde hoedanigheid verkocht en gecedeert aan Jan Wisselinck en Aeltien zijn huisvrouw een gerechte vierde part van "het aelinge goedt" Sweerinck in Varsseveld op de Heelweg gelegen. Verder verkoopt hij het andere vierde part aan Aelt Wisselinck en Berte ehelieden op gelijke voorwaarden. (folio 17v/18r)
In "de rekeningen van de kerk van Varsseveld" staat anno 1668 vermeld: "noch an Willem Aerntsen voor die orgelmaecker f 1- 14- 0". Vanaf 1670 ontvangt Severt de vergoedingen. De conclusie hierbij zou kunnen zijn dat deze Willem wellicht de vader is van Severt en oude Severt de vader van Willem. Severts (oudste?) zoon heet ook Willem.
Bij onderzoek naar de bewoners van voormalig cafe "De Zwaan" aan de Aaltenscheweg (Dames Jolinkweg) in Varsseveld is gebleken dat Severt in 1697 op dat adres gewoond heeft (met zijn zoon Willem). De oudste gegevens van dit pand dateren uit 1644 en maken melding van Roeloff Arentsen (RA Wisch). Willem Arentsen blijkt 2 huizen dichter bij de kerk te wonen en Hendrick Arentsen (geh. met Hendrixken Brökkelder) blijkt dan tegenover Roeloff gewoond te hebben.
De vraag blijft nu nog wie de vader van Severt is.
In het jaar 1670: "den 11.dito betaelt an Severt Aertsen op afkortinge van den orgelmaeker sijn knecht & kostgelt 't welcke haer op het daegeloon voor soo veele is afgetrocken luijt quit. f 80 - 3 - 0 ".
"Ao 1676 den 27 9-bris betaelt an Severt Aerentsen den resten van de verteeringen van het orgelmaeckers kostgelt Jan Spooltman, doen hij het orgel alhier in den kercke tot Varsevelt heeft vermaeckt. 1671 luijt quitantie f 26 - 11 - 0".
Op 27 nov 1691 "verhaelt Severt Arentsen hoe dat hij aen Bernt Beckingh weegens heerenpenning en consumtien eenige penningen ten achter is, en dat comprt bij deze slachte en neerloose tijden met geen gereet gelt verfatt sijnde..." zijn schuld van 50 caroli guldens op 26 jan 1684 op Van Mustok van Eijbergen overdraagt aan Bernt Becking.
Op 24 mei 1707 kopen Willem Arentsen met vrouw en erven het huis, schuur en hoff in Varsseveld van Severt Arntsen in erfkoop
Bij de brand in het dorp Varsseveld op 14 september 1723 lijdt Severt 75 gld schade.
In 1723 werd Severt opgeroepen om te verschijnen als getuige. Wegens lichamelijke zwakheid is hij niet verschenen. In hetzelfde proces getuigde Willem Arentsen.
Severt Arentsen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1669 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntje Boomcamp | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.