Omtrent de scheidingshaag rees een
geschil in 1720 tussen pastoor Petrus
Van Overstraeten, zoon van de
Grimbergse brouwer Philips, met zijn
buurman Nicolaes Stoefs, bewoner van
het huis op perceel nr. 13.
In de dagvaarding van 21 juni 1720
verklaart de pastoor over de haag:
dat deze buyten allen dispuet staet op
Cure gront … ende dat den gedaegde
tot spijt ende affront, ende tot groote
onvrijicheyt van sijnen hof ende huys
bij ontijden heeft begonst die hage afte
snijden ende uytte cappen, gelijck hij
wederom sondagh gepasseert acht
dagen heeft gedaen s’morgens tusschen
twee ende drij uren, hebbende
daerenboven tot meerder affront op de
selve hage tot twee ende drij rijsen
doen hangen de hemden van sijn vrouw
ende kinderen, die soo bepleckt waren
dat het schaemte gaf die te aensien.
Blijkbaar gaat het geschil hier om een
kwaadwillige buurman die letterlijk de
vuile was had buiten gehangen.
ten zij nu over eenige maenden, als wanneer
den gedaegde tot spijt ende affront, ende
tot groote onvrijicheyt van mijnen hof ende
huys bij ontijden heeft begonst die hage
af te snijden ende uytte cappen, gelijck hij
wederom
sondagh gepasseert acht dagen heeft gedaen
‘s morgens tusschen twee ende drij Uren:
hebbende
daerenboven tot meerder affront op de selve
hage tot twee ende drij rijsen doen hangen
de hemden van sijn vrouw ende kinderen, die
soo bepleckt waren dat het schaemte gaf
die te aensien
Pastoor Van Overstraeten voegt er nog
aan toe dat hij de haag al 12 jaren
onderhield en heeft doen scheren, binden
ende versien van plantsoen alsser eenigh
in ontbrack gelijck oock gedaen heeft
sijnen voorsaet (d.w.z. pastoor Petrus
Michiels) die hier 42 jaren Pastoor is
geweest.
Hij doet verder noteren dat den Cure gront
ende den gront van den gedaegde sijn
gecomen uyt eene ende den selven
boesem, te weten uyt het Personaet goet
alhier … ende dat het Curenhuys vele
jaren tevoren werd gebouwd dan het huis
van Stoefs, dat voorheen slechts een
weide was geweest.
Om het standpunt van de priester verder
te ondersteunen, getuigt op 12 juli 1720
Jan de Greve, die vier jaar als knecht inwoonde bij pastoor Michiels, dat de
Bodegemse dorpsherder
altijt is geweest in paisibel gebruyck
ende recht aengaende dese hage … die
hij (de Greve) meermaels heeft
geschoren van boven ende ter zijde.
Stoefs verstoutte zich niettemin om veel
te dicht tegen het curegoet te planten acht
à neghen opgaende boomen soo
kriekeleiren, perseleiren als pruymeleiren.
Bij vonnis van 10 mei 1721 wordt Stoefs
veroordeeld met inbegrip van de gedingkosten: vierentwintigh guldens derthien
stuyvers een oort ende t’amoveren de
boomen de welcke te naer geplant staen
aende erfve oft cure goet.
Nicolaes Stoefs was toen nog vrij jong. Hij
huwde te Bodegem op 21 november 1719
met Catharina Mostincx en stierf er op 17
maart 1761.
In 1750 gaat Petrus Van Overstraeten op
rust en dient zijn ontslag in. Hij vestigt
zich te Brussel waar hij op 3 maart 1752
zal overlijden. Als pastoor wordt hij te
Bodegem op 1 juli 1750 opgevolgd door
de Brusselaar, Petrus Josephus De
Turck.
Pastoor
Bron : van Rossem P.; van Droogenbroeck FJ
Eind oktober 1730 komt Robert De Roeck uit Ninove in paniek bij pastoorVan Overstraeten binnengevallen. Hij beweert dat zijn verloofde JohannaVerbessem onverwacht is bevallen ten huize van haar broer Jan. De priestergaat dadelijk tot de actie over. Katrien, het natuurlijk kind, wordtaanstondsop 25 oktober gedoopt en het koppel wordt drie dagen later, op 28 oktober,in de kerk verwacht om een huwelijk af te sluiten. Het noodlot wil echter dat de kleine Katrien reeds de dag na de bruiloft overlijdt.
Uit het sterfteregister blijkt dat het kind op dat ogenblik nog niet was gelegitimeerd.
Als zoon van Filip Van Overstraeten en Maria Segers komt hij op 8 juli
1677 in Grimbergen ter wereld. In 1708 wordt Peter Van Overstraeten als
pastoor in Bodegem aangesteld. Na een lange ambtsperiode van 4 jaar
neemt hij in 1750 ontslag. Op 3 maart 1752 overlijdt hij te Brussel, waar
hij in de Kapellekerk is bijgezet.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.