‘Over mijn leven kan ik een boek schrijven zo dik als de bijbel’Gijs Woudenberg is terug in zijn Ameide
door André van der Vlerk
AMEIDE – Lange tijd bewoonde hij zijn voorname patriciërswoning in de Molenstraat. Sinds drie jaar is de 73-jarige Gijs Woudenberg – al een decennium lang gepensioneerd directeur van het gelijknamige bouw- en aannemersbedrijf – woonachtig in een zelfontworpen woning aan de Oudendijk in Ameide. Zijn Ameide. “Mag ik hier een beetje trots op zijn?” Een terugblik op een veelbewogen loopbaan.
Gijs Woudenberg tegen de achtergrond van het Ameidese rivierengezicht. “Elk levensjaar heeft zijn eigen bekoringen.”
(Foto: Peter Verbeek)
Terug op geboortegrond is het voor Gijs Woudenberg tegenwoordig voornamelijk genieten geblazen. In het goede gezelschap van een glas witte wijn kijkt Woudenberg dagelijks uit op het oer-Hollandse rivierenlandschap. De terugkeer in Ameide is een vervulling van een lang gekoesterde droom. “Mag ik hier een beetje trots op zijn? Het aardige is dat hier precies 73 jaar geleden mijn wieg stond. De stamboom van de familie Woudenberg heb ik laten uitzoeken tot 1760. Eerst woonde hier een Hermanus, daarna twee keer een Gijsbert en vervolgens een Lambert Woudenberg. Ik ben de derde Gijsbert Woudenberg.”
Gerijpt
Gijs Woudenberg heeft zijn zaakjes goed voor elkaar. Ondanks de vele successen in zijn arbeidzame leven, wil Woudenberg echter waken voor persoonsverheerlijking. “In Vianen zei men altijd: eerst krijg je de burgemeester, vervolgens een hele tijd niks en dan krijg je Gijs Woudenberg. Maar dit mag geen opschepperig verhaal worden. Ik ben blij dat ik een druk leven heb gehad waarin ik aan veel zaken heb mogen meehelpen. Ik heb het werk echter nooit alleen gedaan. Ik wil niet dat de lezer straks zegt: goh, wat een geweldenaar en krachtpatser was die Woudenberg.”
Begin jaren veertig genoot Gijs Woudenberg een privé-opleiding in het aannemersbedrijf van zijn vader. De dag dat de jonge Gijs de basisschool afrondde, meldde hij zich ’s middags als vakleerling bij zijn vader. We schrijven maart 1940. “Wat ik van mijn vader leerde? Metselen vooral. Mijn vader was gespecialiseerd in onderhoudswerk in en om Ameide. Tijdens de oorlog ging ik naar de AmbachtTekenschool op de Langendijk, waar nu Van Bekkum zit. Door de oorlog duurde de opleiding wat langer. Tijdens de oorlog heb ik mijn middenstand gehaald en daarna nog een aannemersdiploma.”
In tegenstelling tot zijn vader legde Woudenberg zich na de oorlogsjaren toe op de restauratie van oude monumenten. De herbouw van de zwaar beschadigde Cunerakerk in Rhenen vormde zijn debuut in derestauratiewereld. De aanpak door Woudenberg van de Koorkerk in Middelburg maakte van hem een gerijpt vakman. “Op dat moment ben ik naar het bedrijf teruggegaan en heb ik gezegd: nu ga ik het zelf doen”, blikt de zeventiger terug. De vele restauratiewerkzaamheden in de Achterhoek vestigden al gauw de aandacht van Duitsland op het succesvolle bedrijf. De hierdoor ontstane contacten en opdrachten resulteerden niet lang daarna in een Duitse vestiging van het bouw- en aannemersbedrijf.
Spa rood
In Vianen heeft Gijs Woudenberg zich altijd betrokken gevoeld bij de herstelwerkzaamheden van de oude binnenstad. Onder voormalig burgemeester Pellikaan werd eind jaren vijftig de eerste aanzet gegeven voor een grootschalige restauratie van monumenten en andere panden. Als bezitter van panden in de Molenstraat ging Woudenberg op deze locatie van start. “Onder Pellikaan hebben we eerst de grote monumenten gedaan. Daarna zijn we begonnen met het pand van drogist Enkelaar. Ik kan niet alle panden opnoemen die we ter hand hebben genomen, want anders wordt het zo’n waslijst”, gebaart Woudenberg. De restauratiedrift onder Pellikaan werd voortgezet onder diens opvolger Beelaarts van Blokland. In de jaren zestig werd ten behoeve van het herstel van straatmeubilair een Stichting Herstel Binnenstad opgericht. Pogingen van Woudenberg om de oude molen te herbouwen liepen op niets uit. “Ik heb me altijd beijverd om de molen in volle glorie te herbouwen. Mijn voorwaarde was wel dat subsidie voor de restauratie zou worden verleend. Dat ging burgemeester Pellikaan te ver.”
Het jaar 1975 betekende een nieuwe impuls voor het bouw- en aannemersbedrijf. Tijdens de Open Monumentendag toonde een Belgische afvaardiging uit Brugge belangstelling voor de werkzaamheden van Woudenberg. “Het gemeentebestuur vroeg of we naar Brugge wilden komen. We sleepten zo drie opdrachten binnen, maar voordat we de centen beurden waren we alweer drie jaar verder. De vestiging WoudenbergBrugge bestaat nu nog.”
In het Caraïbisch gebied brak in de jaren zeventig een nieuwe periode aan. De in Suriname werkzame restauratiedeskundige Temmink Groll had Woudenberg gevraagd materialen als dakpannen, stenen en tegels naar de vroegere kolonie te verschepen. “Ik vroeg hem aan het einde van ons telefoongesprek: moeten we er ook nog een aannemer bij doen? Toen was het even stil aan de andere kant van de lijn. Temmink Groll zei: bedoel je dat jij het kunt doen? Een paar dagen later zat ik in het vliegtuig naar Suriname.”
In de hoogtijdagen van het bouw- en aannemersbedrijf had Koninklijke Woudenberg ongeveer 700 werknemers in dienst. Behalve in zakelijke successen grossiert Gijs Woudenberg in opmerkelijke anekdotes. Over een tweedaagse reis bijvoorbeeld, die hij samen met prins Claus en kroonprins Willem-Alexander in het kader van een bezoek aan een waterproject op Bonaire maakte. “Aanvankelijk was het de bedoeling dat we binnen één dag heen en terug zouden vliegen. Ik keek Willem-Alexander aan en vroeg hem gekscherend rekening te houden met de leeftijd van zijn medepassagiers. Het werden uiteindelijk toch twee dagen.” En dan de herinnering aan de keuze van prins Claus voor een Spa rood. “Ik dacht: sjonge, daar heb ik nu echt geen trek in. Maar om beleefd te blijven hield ik het bij een jus d’orange. Toen Willem-Alexander aan de beurt was en een glas witte wijn bestelde, dacht ik: dat had ik ook moeten bestellen. Over mijn leven kan ik een boek schrijven zo dik als de bijbel.”
Bekoringen
Tegenwoordig vloeit de witte wijn weer naar hartelust in huize Woudenberg. De Bourgondiër heeft zich na zijn pensionering in 1990 – exact tien jaar na zijn intrede in het familiebedrijf – toegelegd op de geneugten van het leven. Maatschappelijke en vooral kerkelijke zaken houden hem daarnaast nog sterk bezig. “In Vianen ben ik in totaal twintig jaar lang voorzitter geweest van het college van kerkvoogden. Samen met wijlen Bart Wildeman was ik in 1960 de laatste notabele binnen de kerk. Wildeman herinner ik me als een strak, rechtlijnig en eerlijk persoon. Momenteel vraagt de Molenstichting Alblasserwaard en Vijfheerenlanden veel tijd van me. Hoe ik tegen het ouder worden aankijk? Ik zou niet terugwillen naar toen ik twintig of dertig was. Nu komen er weer kleinkinderen over de vloer. Elk levensjaar heeft zijn eigen bekoringen.”
Hij is getrouwd met (Niet openbaar).
Zij zijn getrouwd in het jaar 1950 te Ameide, hij was toen 23 jaar oud.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gijsbert Johannis Woudenberg | ||||||||||||||||||
1950 | ||||||||||||||||||
| (Niet openbaar) | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.