De geboortedatum van Freek is onbekend. In 1696 staat hij vermeld als belijdend lidmaat van de kerk.
(1) Hij is getrouwd met Maria Elisabeth Eeckmans.
Zij zijn getrouwd op 18 november 1693 te Leeuwarden, hij was toen 23 jaar oud.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Gertje Harmens.
Zij zijn getrouwd op 29 augustus 1722 te Bergum, hij was toen 52 jaar oud.
(3) Hij is getrouwd met Mettje Hendriks.
Zij zijn getrouwd op 2 februari 1743 te Bergum, hij was toen 73 jaar oud.
Inleiding:De boomkwekerij van de familie Bosgra is opgericht door Freerk Bosgraaf. De boomkwekerij is van groot economisch belang geweest voor de gemeente Tietjerksteradeel. Als erkenning hiervoor is een straat in Bergum vernoemd naar deze kweker, de Freerk Bosgraafstraat. Freerk Bosgraaf is op 18 oktober 1693 in Leeuwarden getrouwd met Maria Eeckmans. Hij komt waarschijnlijk oorspronkelijk niet uit Friesland, maar heeft zich hier vanaf 1693 blijkbaar gevestigd. Er is door historici en genealogen een aantal mogelijke plaatsen van herkomst genoemd, zoals Amsterdam, Noord-Duitsland en Denemarken. Helaas zijn er nog geen documenten gevonden die hierover helderheid kunnen verschaffen.
Aankomst in Bergum:
In Bergum is Freerk Bosgraaf terug te vinden vanaf 1696, toen werd hij belijdend lidmaat van de Nederlands Hervormde Kerk. Hij woonde toen in het West van Bergum. Volgens Spahr en Ypma (1978) was hij toen waarschijnlijk ook werkzaam op het landgoed het Hooghuis. Freerk was hier werkzaam als Bosgraaf of Boskgreve zoals het in sommige documenten ook wordt genoemd. Dit betekent dat hij de beheerder van de bossen, het park en de boomkwekerij op het landgoed was. Hij mocht zich in dit beroep meester noemen, hij tekende daarom ook met mr. Freerk Bosgraaf. Vanaf 1686 woonde Hendrik Casimir II van Nassau, erfstadhouder van Friesland, op het Hooghuis (Theissen, 1907). De Nassaus werden hier opgevolgd door kolonel Frans Menno van Eminga en in 1721 kwam het in bezit van Grietman Hector Willem van Glinstra (Van der Aa, 1839). Later zijn hier aanzienlijke boomkwekerijen te vinden, voornamelijk door de liefhebberij van de grietman Hector Willem van Glinstra voor de kwekerij (Spahr en Ypma, 1978).
Het Hooghuis waar stamvader Freerk Bosgraaf werkzaam was, werd waarschijnlijk als jachthuis voor 1640 gesticht door stadhouder Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz. Daarna bewoonde Menno van Coehoorn, die een bekende vestingbouwer was, het huis samen met zijn ouders, maar in 1686 werd het weer in gebruik genomen door stadhouder Hendrik Casimir II. Door de tuinarchitect Jacob Roman (1640-1716) werd de tuin veranderd in een tuin in Franse stijl. Het had vijvers, een appelhof en grote bossen. Een prachtige laan met grote eiken en beuken liep van het huis naar de Nieuwstad en naar de koepel aan de Zomerweg. Hendrik Casimir's weduwe, Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau, verkocht het buiten in 1706 aan Frans Menno van Eminga.
Vijftien jaar later, in 1721, wordt het huis gekocht door Hector Willem van Glinstra voor 15.500 gulden. Hij was grietman van Tietjerksteradeel en maakte van het huis een lusthof. Van Glinstra heeft zich veel bezig gehouden met het kweken van bomen, waarschijnlijk met de hulp van mr. Freerk Bosgraaf. Vervolgens komt het Hooghuis door erfenis in de tweede helft van de achttiende eeuw in het bezit van Hobbe Baerdt van Sminia, die het huis in 1771 laat afbreken.
Tegen het einde van de 17e eeuw wordt er een inventaris opgesteld van het huis. In de beschrijving wordt o.a. gesproken over: "een behangsel van bruine chamoi met groene en witte banden en twee arm- en tien leunstoelen van notehout in de grote zaal en in de zijkamer groen goudleerbehang en een klein ledikantje van sits, groene franje van zijde en gedoubleerd met groene armozijn". Verder "een spiegel met een lijst van schildpad, een notenschrijftafel bekleed met groen fluweel en natuurlijk een overvloed aan servies- en kopergoed".
Vermeldenswaardig is verder dat in het Stadhouderlijk Hof de familie Van Nassau-Dietz een houten model van het Hooghuis hadden staan!
Uit het midden van de negentiende eeuw is een litho bewaard gebleven, die gebaseerd moet zijn op een oudere afbeelding, omdat het buiten al in 1771 gesloopt is. Het Hooghuis doet niet zo hoog aan, als de naam zou doen vermoeden. Het buiten bestaat uit drie achter elkaar gelegen dwarsgeplaatste vleugels, waarvan het voorste een schildkap heeft en de andere zadeldaken tussen topgevels.
De voorste vleugel met een representatief karakter bestond uit een bel-etage op een souterrain en waren de vensters voorzien van kruiskozijnen met luiken. Deze stamden waarschijnlijk nog uit de eerste helft van de zeventiende eeuw.
De ingang van het huis kon bereikt worden via een trap, maar voor een stadhouderlijk buiten ziet het er eenvoudig uit. Het ongeveer een halve eeuw later gebouwde Oranjewoud straalde een hele andereallure uit. Het contrast is stellig kenmerkend voor de gezagspositie die de Nassau's geleidelijk verwierven.
Freercks Bosgraaf | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1693 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Elisabeth Eeckmans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1722 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gertje Harmens | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1743 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Mettje Hendriks | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||