Stamboom Woudenberg-Versluis » Willem Claesz de Jonge Deventer (1517-1575)

Persoonlijke gegevens Willem Claesz de Jonge Deventer 


Gezin van Willem Claesz de Jonge Deventer

Hij is getrouwd met Willemke Gijsberts.

Zij zijn getrouwd.


Kind(eren):



Notities over Willem Claesz de Jonge Deventer

alias Wyntgen, won Laageind van Middelkoop. KW XVII-90, OV ZH Gen 1986-59: Hij is geboren in 1517

of 1519 en overleden tussen 9-11-1575 en 29-3-1576. Hij woont in 't Leecheijndt van Middelkoop in


een huis op de zgn. 21 mergen (erfgoed van zijn vader). Hij blijkt nogal stijfhoofdig te zijn,


want het kenmerkt hem dat hij veel langdurige processen voert. Daardoor is het mogelijk de


bewijsvoering te creeren tot de afstamming naar zijn kinderen. Waarom Willem Claessen de Jonge


ook 'Wyntgen van Deventer' genoemd wordt, is niet bekend. In het boek 'Historie van het Verbond


der Edelen' (deel 2, blz. 333) wordt een zekere Wijnand Augustijnsen van Deventer genoemd. Deze


werd door de Hertog van Alva gebannen omdat hij het verbond der edelen getekend had. Hij werd


ervan beschuldigd onder Van Brederode gediend te hebben, vijandelijkheden gepleegd te hebben,


brandschattingen omtrent Meerkerk van de onderdanen van de koning gevorderd te hebben en zich van


Vianen naar Amsterdam met een kwaden toeleg begeven te hebben. Dit alles gebeurde tussen 1565 en 1567. Is het mogelijk dat hij zich noemt naar deze Wijnand, misschien omdat hij met hem mee


reisde? Het lijkt mij niet, maar het is wel toevallig dat een man met zo'n naam in dit tijdvak


voorkomt. Of is hij vernoemd naar zijn oom van moeders zijde, Wijnant Cornelissen van Aefferen?


Overigens noemt hij zich 'Wyntgen' en dat kan evengoed een vrouwennaam zijn. U bemerkt dat het


allemaal gissingen zijn. Bij de boedelscheiding van zijn vader op 3-2-1540 wordt met betrekking


tot Willem bepaald dat: - Willem Claess die Jonge 'sall alleen hebben ende behouden dat rechte


vierendeell van die geheelle hoeve lants van 21 mergen ende al soe groot ende cleijn als die


gelegen syn in Middelcoop daer Claes Willemsen syn vaeder up woende int leste van sijn leven,


belent inde oosten syde van deselve hoeff, streckende vanden Leerbroeckschen lande aff totter


Hubertscher weteringe toe; - ende noch de huer off bruyckweer van Jan Jacobsz. vierendeell inden


voirs. hoeve lants dat welck hij mede gebruycken sall inden oosten syden vanden selven hoeve


lants beheltlycken [behalve] dat nyemant van syn broeders off Susteren nu noch tot gelegener


tyden hem geen hynder off schade en sullen moeten doen aende huer van Jan Jacopsz. vierendeell


vanden voirs. landen;' - ook moet Willem samen met Anthonis en Marijken aan al hun broers 3 pond


grote Vlaams uitreiken. Op 9-1-1543 geeft Willem Claes de Jonge aan zijn broer Willem Claes de


Oude als natuurlijke voogd en 'momboir' van Cornelia Claesdr. 3 karolus gulden en 2$ stuver


jaarlijks te betalen 'op der heyligen drye Codghen dach.' Dat is de rente van de verschenen


landpachten, het hoofdgeld bedroeg 16 karolus gulden. Als borg was te 'nemen ende te heffen op


ende uuijt 5 mergen ende 1: hont lants gelegen op Middelcoop in een weer landts van 21 mergen


gemeen ende onverdeelt met Jan Jacopssen t Oudewater ende Claes Willemsen kinderen, daer boven naestgelant is Jan Willemsen met zijn medewerckende ende beneden gelegen die Vijfvierdel,


streckende vanden Leerbroeckse landt aff tot die Hubertsche weteringe toe.' Kennelijk werd het


omgeslagen over alle erfgenamen. Op 13-3-1543 verkoopt Willem Claessen uit Middelkoop een vijfde


deel van 7$ mergen land genaamd het Breeweer, gelegen op Leerbroek, aan Lysbet Dirck Goverts


weduwe. Jenneke, de weduwe van Jacob Willem Ottens heeft 4 mergen van het Breeweer in bezit. Ook


verkoopt hij een vijfde deel van 1 mergen van Claerkens Hoecht op Leerbroek aan Henrick Dirck


Geritsen en Beert Dirck Govertsen, beiden wonende te Leerbroek. Bij de boedelverdeling van Claes


Willem Ottens is door loting bepaald dat Jan Jacopsz. van Oudewater 'off sijnen erven ende


nacomelinghen souden mogen begeren alsoe den voirs. Jan Jacopsz. daer mede ingeerft is, dat


syluyden inden gevallen hem sullen moegen verhalen inde oisten syden vant voirs. land'. Als ze


het land wilden, verkopen of iets dergelijks, dan moest dat verhaald worden op d'eze oostzijde


van de 21 mergen land. Willem was daardoor de pineut. Dat blijkt later wel. Eerst enige gegevens


over Jan Jacobs Gerrits, baljuw van Oudewater. Hij is overleden tussen 22-4-1550 en 29-4-1555.


Hij huwt le met Aechtge Joosten, een dochter van Joost Aelbertsz., waarbij hij drie kinderen had,


nl. Gerit, Mechteld en Aechtge (hetgeen blijkt uit een akte van 21-7-1547). Via zijn schoonvader


was hij ingeerfd in de 21 mergen van Claes Willem Otten en had daardoor volgens het lot


onverdeeld land met Willem Claes Deventer. Jan huwt 2e met Anneke Wouter Liberts, dochter van


Wouter Liberts, die ca. 1507 huwde met Mary Thonis (geb. 1487). Zij huwt 2e voor 5-3-1557 met Jan


Gieliss Looij. De erven verkopen op 5-3-1557 12 mergen land op Rietvelt aan Willem Willems.


Anneke Wouter Liberts was de bestemoeder van zweertszijde van (Marjgrietge Jasperdr. van de


Weterings Liberts (overl. in 1552), die gehuwd was met Rutger Spronck Corneliss. Kinderen van dit


echtpaar: Cornelis, Aerdtgen, Barbera en Yda. Oom van deze kinderen van vaderszijde was Claes


Walichs de dijkgraaf van Leerdam (zie 31-8-1552). Deze Claes was gehuwd met Jaeptgen Claes


Jansen. De eerste gebeurtenis rondom de erfloting is een feit als op 5-9-1544 blijkt dat Willem


Claes Willem Ottensen volgens de huurcedulle pacht schuldig is aan Jan Jacobssen baljuw van


Oudewater over een vierde deel van de 21 mergen. Maar (volgens deugdelijk bewijs) 'ter causse van


die laeste oirloge van Gelre opt voors. lant van oncosten en schade geleden ende gehadt te


hebben' zal Jan Jacobsen deze schade moeten betalen en wel als korting op de betaling voor het


huren van het land, dat Willem gebruikt heeft en nog gebruikt. Dat Willem niet de enige was die


last van oorlogsvoering en dergelijke heeft gehad blijkt uit een akte van 2-4-1543 waarin vermeld


is dat 'het huys, schuer en berg' van Adriaen Pauwelsen, wonende in 't Leecheindt van Middelkoop,


in de laatste winter door de Geldersen is afgebrand. Ook blijkt op 5-11-1544 dat de schepenen van


Gorinchem overwogen hebben, gelet op de 'zwarigheden gevallen in die dorpen vanden Lande van


Arckel, naementlick Leerbroeck, Middelcoep, Nulandt, Oosterwijck ende Kekum opgecomen ende


geresen zijnde ter cause vande laeste oirloghe ende het water inden jaeren van 1543 gevallen ende


inden jaeren 1544 verschenen, waarbij die gebruicker oft landpachter groote tosten schaden ende


interesten aenden grootheeren ofte priestarijs gehadt hebben,' om dan 'die landpachten aenden


groitheeren cortten sal mogen, die een helft vanden pachter vervallen ende verschenen en de


andere helft door de grootheeren' te betalen. Misschien profiteert Willem achteraf nog van deze


uitspraak. Op 11-10-1557 (13 jaar later) erven Gerit Jansen, Jacob Jansen Pauw en Frans Willemsen


(zie gegevens Jan Jacobsen) de 6 mergen in de 21 mergen land. Vijf jaar later, op 13-1-1563,


willen zij weten hoe groot hun erfgoed precies is. De landmeter van het land van Vianen, Aerdt


Jans van Zuijlen, wordt erbij gehaald. Weer drie maanden later, op 16-4-1563, wordt bepaald wie


welk gedeelte heeft. Bepaald is dat: - 'Thonis Claessen ende Sebastiaen Claessen gebroederen


hebben zullen de westeynde van het land, naest aengelandt is Willemke Jacob Willem Ottensen mit


seker landt genaamd de Vijffvierdel' - en dat Willem Claessen met 'die van der Goude' (Frans


Willems en Jacop Jans Pauw) gemeen hebben en behouden de oostzijde van het land. Maar 'indijen


die van der Goude bij lotinge tussen hen ende Willem Claessen vallen ende gelooth worden inde


huysinge die Willem Claessen nu ter tijt daerop staende heeft met berghen ende andere zijnen


toebehooren. Dat insulcke gevalle dezelve Willem nyettemin behouden sal sijn helft dair de


huisinge mette berghen op staende zijn midts daer jegens die van der Goude recompenseren ende


vergoeijende, zoe wel erffen als zij Willem daer bij winnen sal ende dat inden d'andere zijde van


zijn vrs. erff gelegen, desen sullen die van der Goude zijde zoe veel hebben als bevonden sal


worden heurlieder daerin te compenteren.' Willem Claessen neemt dat echter niet en protesteert


tegen het vonnis en gaat in hoger beroep bij het Hof van Holland 'zee zijnde Hoch Raidt gedragen


sal worden.' Vijf dagen daarna, op 21-4-1563, is iedereen akkoord met het uitgesproken vonnis,


maar Willem Claessen verliest wel 2 hond van zijn land. Zijn werf zal echter gelijk blijven.


Hiermee is de zaak afgesloten. Op 23-8-1550 belooft Willem Claessen in Middelkoop aan Thonis


Hermans en Lijsbeth Adriaen Dircx weduwe, de moeder van zijn huisvrouw, wonende in het


Hoocheijndt van Middelkoop, de koop van de helft van 7 mergen land in Middelkoop, onverdeeld met


Mr. Marten van Os Goverdts (later burgemeester van Gorinchem) tussen de Leerbroeksche lande en de Hubertse weteringe, oostwaarts Willem Huijgen en westwaarts de 'zwarte mannekens' van Dordrecht, endat met alle betelinge op die helft, uitgezonderd het huisje met de appelbomen. De koopsom is 480 karolus gulden. Negen jaar later, op 15-4-1559, is het Adriaentgen Jorisdr., weduwe van Jan Adriaensen, met als gemachtigde Cornelis Jan Gerritsen, die belooft aan Willem Claessen te

betalen, maar nu een bedrag van 555 kgl., van welk bedrag Jan Calff Petersen nog 250 kgl. moet


betalen. De nu volgende processen leiden uiteindelijk tot de bewijsvoering naar de kinderen van


Willem Claessen Deventer. Het begint met de verkoop op 11-8-1554 aan Cornelis Loenen van 6 mergen en 1 hond land op Middelkoop, noordwaarts gelegen Theunis Thymansen en zuidwaarts Cornelis Loenen, strekkende van Cornelis Janssen tot de Hubertswetering toe. Op 11-8-1554 moet Splinter van Voorn als gemachtigde van Cornelis Loeffsen van Lackervelt, Willem Claessen vervolgen voor alle verlossing van het ongemak (inhoudende 50 karolus gulden), die zijn broer Adriaen heeft op

het land dat de kinderen van Cornelis Dirk Pauwelsen gekocht hebben van Willem Claessen. Ruim een half jaar later, 10-5-1555, vervolgt Willem Claessen in Middelkoop de borgen Dirk en Cornelis


Herberens van de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelis Dirck Pauwels tot Amstelredam, nl.


Dirk, Marie en Geertruyt Cornelisdr. voor een rentebrief van 20 kgl., die rust op de 6 mergen en


1 hond land in 't Leecheijndt van Middelkoop. Dat hij nogal wat moeite heeft met het krijgen van


deze rentebrief blijkt op 31-3-1556, wanneer hij drie 'besettinge' laat doen op het land en op


15-5-1556, wanneer hij wederom de voogden van de weeskinderen vervolgt voor de levering van een


zekere rentebrief. Kennelijk is de zaak daarmee niet afgelopen, want op 17-5-1558 getuigen Mr.


Jacob Doel, oud 60 jaar, en Splinter van Voorn, oud 34 jaar, voor het gerecht dat ze ten huize


van Anthoenis Neyenszoon geweest zijn, 'alwaer Geertgen Cornelis Loeffs weduwe ende Willem


Claessen uit Middelcoop tsamen rekening hielden, van de penningen die Cornelis Loeffs betaelt


hadde opt lant dewelck hy tot behoeff van zekere luijden van Amsterdam gecoft had van Willem


Claessen' en waarvan hij Willem ondersteunde dat hij nog enige penningen moest krijgen, maar 'de


voors. weduwe seggende dat hij daervan betaelt was.' Een andere getuige, nl. Cornelis Thoenissen


van Lexmond ontkende tot viermaal toe dat Willem nog geld moest ontvangen. Maar Willen zwoer bij


ede dat het niet zo was. Cornelis Thoenissen had echter een 'corffken', waar hij 'verscheiden


cedullen in hadde ende bracht voort een certi- ficatie daarbij ter contrarie bleek, als dat


Willem Claessen alsdaer ter plaetse bleek ghelt had ontvangen, eyntelick, dat doen ter tijt


bevonden worde naerde rekening vande voors. weduwe.' Ergo: men is geen geld schuldig aan Willem.


Willem laat het er niet bij zitten. Op 11-2-1559, een klein jaar later, doet hij 'bij advies ende


deliberatie van den Schout ende gesworens van Leerbroeck ende Middelkoop' hem rechtelijk toe-


wijzen 7 hond land in Middelkoop, toebehorende aan de wees- kinderen van wijlen Dirck Pauwels te


Amsterdam. Weer ruim vier jaar later, op 27-10-1563, maakt Pieter Bicker Willemsen, burger te


Amsterdam, als wettig man en voogd van Mary Cornelisdr., voor hemzelf en als curator van de


goederen van wijlen Dirck Pauwels, broer van de genoemde Mary, Willem van der Wouwen machtig om alle schulden te innen. Drie dagen later wordt Willem Claessen in Middelkoop vervolgd door deze


Willem van der Wouwen, nl. voor een rentebrief van 7 kgl. rente per jaar voor de hoofdsom van 100


kgl., die Willem Claessen verzwegen zou hebben bij de verkoop van 6 mergen en 1 hond land aan de


weeskinderen. Op 6-11-1563, zeven dagen later, wordt Willem Claessen weer vervolgd door Willem


van der Wouwen, maar nu voor 108 kgl. voor landpacht. De zaak wordt nog ingewikkelder. Op


24-11-1563, twee weken later, probeert Anneken Willemsdr. (poorteresse van Gorinchem) als


eiseres, op Willem van der Wouwen, gedaagde (gemachtigde van Peter Bicker Willemsen), de hoofdsom van 100 Kgl. met de rente van 7 Kgl. te verhalen op de eigenaar van de 6 mergen en 1 hond land, dieals onderpand golden. De schepenen bepalen dat Peter Bicker 100 Kgl. en de rente aan haar

moet betalen. Ze moeten Willem Claessen maar zoeken (kennelijk is hij weg). Op 4-2-1564 bekent


Willem Claessen echter deugdelijk schuldig te zijn aan Peter Bicker Willemsen, wonende te


Amsterdam, de som van 106 Kgl. Willem stelt als onderpand 2 mergen in Middelkoop, boven belendend Aentgen Floris Jans weduwe en beneden Thonis Claessen, strekkende van het land van Frans Willems enJacob Jans Pauw tot de dwarssloot toe. Zijn broers Thonis en Sebastiaen Claessen stellen zich als borg. Vier maanden later, 19-6-1564, moet Willem 107 Kgl. betalen, maar nu binnen drie jaar.

Hij stelt dan als onderpand 3$ mergen land genaamd de Kaecamp gelegen in Middelkoop tussen het


land van Aentgen Floris aan de oostzijde en Thonis Claessen aan de westzijde, strekkende van


Willem Claessen weteringscamp tot de Hubertse wetering toe. Op 11-11-1565 zegt Willem Claessen


nog 36 Kgl. van landpacht aan Mr. Peter Bicker toe. Het gaat niet goed met de betalingen van


Willem aan Peter Bicker. Of blijft Willem zo koppig dat hij toch niet betaalt? Want op 14-5-1566


vraagt Splinter van Voorn als volkomen gemachtigde van Mr. Peter Bicker de toestemming van het


gerecht om de 2 mergen in Middelkoop te schatten - elke mergen voor 145 Kgl. - om de twee


rentebrieven daarmee te verhalen; de ene van 106 Kgl. en de andere van 47 Kgl. Op 20-11-1568


vraagt Splinter van Voorn weer in dezelfde hoedanigheid de toestemming van het gerecht op de 33


mergen land, genaamd de Kaecamp, te schatten, die gelegen zijn in 't Leecheijndt van Middelkoop


in het huisweer van Willem Claess alias Deventer en die deze Willem toebehoren. Elke mergen wordt


geschat op 180 Kgl., makende bij elkaar 630 Kg]. Hij verhaalt hiermee alle proceskosten en


eveneens de brief van Anneken Willemsdr. van te zamen 107 Kgl. Willem krijgt nog de tijd tot


Sinte Peters dach ad Cathedram anno 1569 om te betalen, zo niet, dan zal hij het gerechtelijk


weten. Dan zal zijn land verkocht worden. Ik weet echter niet wat het eindresultaat is geworden.


Maar er blijft kennelijk wel wat zitten, want de nagelaten kinderen van Mr. Peter Bicker krijgen


op 27-7-1587 van de erfgenamen van Willem Claessen hun aandeel in een hofstad, waar belendend


zijn Alardts weer en westwaarts de kinderen van Thonis Claessen, strekkende van de Leerbroekse


keelspit af, achter tot de kinderen van Mr. Peter Bicker toe. De in deze akte (afb. 3) genoemde


erfgenamen van Willem Claessen zijn: 1. Claes Willemsen (zijn nakomelingen worden later Deventer


genoemd), 2. Gijsbert Willemsen (hij heet later ook Deventer en een kindnoemt zich De Greeff!,,


3. Adriaen Willemsen (hij heet afwisselend Deventer en Hartoch, zijn nakomelingen heten later


Hertoch), 4. Adriaen Cornelissen als man en voogd van Anneke Willemsdr., 5. Jan Henricxs wonende


in Schelluinen als man en voogd van Marijke Willem Claesdr. (hij wordt op 19-3-1588 ook


aangesproken als mede-erfgenaam in de nagelaten goederen van Willem Claessen Deventer voor de


opdracht van zijn 'lynoote' (?) in een hennepwerf gelegen in Middelkoop. Jan Henricxs betaalt op


20-5-1588 de kinderen van Mr. Peter Bicker met zijn erfdeel in het ouderlijk huis in Middelkoop).


Deze laatste akten en de processen met Bicker geven de bewijsvoering. In latere akten treden de


drie broers ook gezamenlijk op. De uiteindelijke boedelverdeling van de goederen van Willem


Claessen Deventer heb ik niet gevonden. Dat Willem Claessen het niet gemakkelijk heeft gehad,


blijkt ook uit het volgende. Op 13-5-1567 moet Willem Claessen alias Wyntqen van Deventer in


handen van Dirck de Heer Jacobsen, poorter van Gorinchem, stellen zijn huis en hofstad en alles


wat daar bij hoort met het land, gelegen in Middelkoop oostwaarts belendend IJcken Hypolitus in


de Haech en westwaarts Anthonis Claessen, strekkende van de Leerbroexse kijlspit af tot de


Hubertse weteringe toe, mitsgaders alle beesten, zowel paarden, koeien als de andere roerende en


onroerende goederen die hij bezit. Willem moet beloven dat hij het niet zal bezwaren, noch zal


verkopen, voordat hij 126 Kql. en 2 stuvers betaald heeft. Twee jaar later geeft Willem Claessen


alias Deventer aan Dirck de Heer Jacopsen de vruchten en het gewas van 6f merqen land, gelegen in


Middelkoop, waarvan lf mergen bezaaid zijn en de andere 5 mergen nog bezaaid zullen worden. De


vruchten daarvan mag Dirck behouden en verkopen. 'Dit tot minderinge ende loscortinge van


alsulcke penningen' die hij bij Dirck heeft staan. Volgens een akte van 4-12-1577 is Dirck de


Heer gehuwd geweest met Maeycken Cornelisdr. Pauwels. Tussen deze processen door gebeurt er


natuurlijk ook nog het een en ander. Op 11-5-1548 blijkt bij een getuigenverklaring van de


verkoop van 10.000 hoepen, dat Willem Claessen 29 jaar oud is, zodat hij rond 1519 geboren zal


zijn. Op 7-10-1557 verklaren Cornelis Jan Gerits, oud ca. 50 jaren, Willem Huijgen, oud ca. 40


jaren, beiden ingezetenen en gezworenen of heemraden van Middelkoop en de parochie van Leerbroek, en Willem Claessen, oud ca. 40 jaren (dus geboren rond 1517, en Cornelis Henricxs, oud ca. 44 jaren, beiden ook ingezetenen en geerfden van Middelkoop, op verzoek van Jan Willems gehuwd met Marijke Jan Gheritsdr. dat Sebastiaen Cornelis zaliger aan zijn huisvrouw de voornoemde Marijke

drie jaar geleden in het huwelijk gebracht heeft de som van 275 Kgl. en ook 220 Philips gulden en


nog 225 Kgl., te betalen aan de erfgenamen; kort daarna is hij gestorven. Volgens de vier


getuigen hebben ze de laatste twee jaar zeer veel last van water gehad, zowel van boven als


anders. Daarom is de opbrengst zeer slecht geweest, zodat Marijke de pacht niet kan betalen. Op


31-5-1566 compareert Willem Claessen, wonende in Middelkoop als principaal en Mels Florissen


wonende op Rietvelt als borg. Zij geven te zamen aan Margriete Mels Florisdr., geprocureerd bij


Janneken Gijsbertsdr. zaliger, de som van 5 Kgl. 'erfelijck ende ewelick jaerlicx' te betalen en


te nemen op Willems hofstad en de 5; mergen met huis en hofstad in 't Leecheijndt van Middelkoop


(zijn huis), Mels Floriss stelt zijn 6 mergen land met huis en hofstad op Rietvelt (oostwaarts


belendend aan Willem Pauwelsen van Amsterdam). Dit voor de hoofdsom van 72 Kgl. en 13 stuvers


betreffende de pacht die Willem Claessen heeft gehad op 13 hond land, die hij van het voornoemde


weeskind huurde. Het is betaald op 29-4-1580. In het rechterlijk archief van Leerdam is niet veel


te vinden, want het is jammer genoeg slecht bewaard gebleven. Er zijn vanaf november 1571 slechts


moeizaam enkele gegevens te vinden. Vanaf oktober 1571 tot 14-12-1573 ruzien Gijsbert Claessen en


Willem Claessen Deventer over de beesten, die Willem heeft op de Otterpoel op Leerdam. Op


1-3-1575 procedeert Heer Willem van Beeck, pastoor te Leerdam, ook over vier koeien, staande in


het sterfhuis van Peeter Aarts Rouck en toebehorende aan Willem Claessen alias Deventer, wegens


de penningen die Willem achter is volgens een obligatie. Op 9-11-1575 getuigen Willem Claessen


Deventer, Claes van Duven Loijensen, Anthonis Jansen van der Meij en Hubert Jansen de Weerdt op


verzoek van Willem Jacobsen over een arrestatie binnen Leerdam. Willem Claessen blijkt 4$ maand


later overleden te zijn: op 29-3-1576 komt Claes Willemsen voor als erfgenaam van zijn vader


Willem Claessen en draagt aan Willem Dirksen (de Haen) enkele brieven op. Wat deze brieven


inhouden wordt niet vermeld. Op 10-5-1576 vervolgt Hubert Jansen de weduwe van Willem Claessen


den Deventer voor 2 gulden. Waarschijnlijk was Willem meer georienteerd op Leerdam, ook zijn


kinderen wonen later in de polders van Leerdam. Zij worden tot de belangrijke ingezetenen van de


bevolking aldaar gerekend, hetgeen uit het volgende blijkt. Volgens akten van 17-7-1593,


20-7-1593 en 9-5-1594 werd het zgn. Schoonhuijs gekocht om het als cadeau te overhandigen aan


gravin Maria van Hohenlohe. Het ging dus goed in het graafschap Leerdam. De bedoeling was dat de


officier van Leerdam (de drossaard) er in zou gaan wonen, dit volgt uit een resolutie van de


geerfden, de heemraden en de gezworenen (de landeigenaars en hun vertegenwoordigers) die het huis kochten van Anna Gerlix, weduwe van Berndt Gerlix, wonende te Keulen. Onder de kopers kwamen de kinderen van Willem Claessen voor, nl. Claes Willemsen Deventer, Frans Theunissen (de man van Anna Willemsdr.) en Adriaen Willemsen (zeer waarschijnlijk Adriaen Willemsen Deventer c.q.

Hartoch, omdat ze gedrieen na elkaar worden genoemd). Eveneens worden Theunis Theunissen (Cool) en Bart Cornelissen (zwager van Claes Willemsen) genoemd.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Willem Claesz de Jonge Deventer?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Willem Claesz de Jonge Deventer

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Willem Claesz de Jonge Deventer

Willem Otten
> 1440-1503
Nn Everitsen
1444-????

Willem Claesz de Jonge Deventer
1517-1575



    Toon totale kwartierstaat

    Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

    • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
    • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
    • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



    Visualiseer een andere verwantschap

    De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

    Aanknopingspunten in andere publicaties

    Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

    Over de familienaam Deventer

    • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Deventer.
    • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Deventer.
    • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Deventer (onder)zoekt.

    Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
    Jos Woudenberg, "Stamboom Woudenberg-Versluis", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-woudenberg-versluis/I2010.php : benaderd 14 januari 2026), "Willem Claesz de Jonge Deventer (1517-1575)".