Kind(eren):
https://genwiki.nl/limburg/index.php?title=Beurskens
1459 augustus 13, Beesel
Johan Drabbe, richter, Heyn Buersken, Jenken Schomeker en voorts alle gemene schepenen van Besel oorkonden, dat Leonart Boetzen met toestemming van zijn vrouw Jutte een stuk "water baentz" van ca 99 roeden, gelegen tussen het land van de Kruisbroeders van Ruremund, voor een niet genoemd bedrag heeft verkocht aan broeder Claes Lentken, prior van voornoemd klooster, ten behoeve van dit klooster. Als onderpand stelt Boetzen 1 bunder land naar keuze van een perceel van 2 bunder, gelegen bij de Dijck tussen het land van de voornoemde Kruisbroeders. Volgens het gebod van de landsheer en volgens het gebruik binnen de dingbank Besel is deze overdracht 6 wekenen 3 dagen van te voren aangekondigd in de kerk. Johan Drabbe zegelt op verzoek van de schepenen, die geen eigen zegel hebben.
1475 juli 8,Beesel
De stadhouder en raadslieden van de landsheer te Venlo wijzen vonnis in het proces dat Henric Beurskens en zijn zoon voor de schepenbank van Beesel aanspanden tegen het klooster Maria Weide. Het klooster gaf JanVinck volledige volmacht om de zaak te behartigen. Als gevolg van de oorlog tussen Karel (de Stoute) en het hertogdom Gelre kwam de rechtspraak tot stilstand. Jan Vinck, die de zijde van Karel had gekozen, vluchtte. Henric Beurskens, een aanhanger van hertog Adolff van Gelre, dwong het klooster in een minnelijke schikking tot betaling van een bedrag van 50 gulden. Toen de oorlogstoestand voorbij was keerde Jan Vinck terug en wilde het proces voortzetten. Henric Beurskens verloor daarop zijn zaak voor de schepenbank Beesel, omdat hij niet ter zitting verscheen. Jan Vinck eist nu voor de stadhouder en raadslieden vergoeding van de proceskosten en terguggave van de voornoemde 50 gulden door Henric Beurskens, welke eis wordt toegewezen.
1475, na 8 juli, Beesel
Buerskens zoon heeft beslag laten leggen op het goed van het klooster van Venlo (Klerkenhof). Zijn vader heeft dit eertijds ook al eens gedaan maar toen is het geschil met de pater van het klooster na bemiddeling van burgemeester en schepenen van Venlo bijgelegd, waarna de pater 50 gulden heeft gegeven aan Buersken. Dit wordt door de bode en drie schepenen van Besell bevestigd. Later zijndeze 50 gulden door Johan Vinck namens het klooster weer teruggevorderd van Buersken in een rechtzaak in Venlo, welke vordering toen is toegewezen. Johan Vynck hoopt dat de huidige beslaglegging onwettig is omdat de pater hem op dat moment reeds gemachtigd had, waardoor deze de 50 gulden niet meer zelf had mogen geven. Heyne Buerskens hoopt echter dat de handelingen van de pater meer waarde hebben dan die van zijn gevolmachtigde. Meester Johan Clockengieter van Venlo getuigt op verzoek van Johan Vynck ten overstaan van twee schepenen van Venlo dat hij aan het klooster 50 gulden schuldig was en dat hij een obligatie bezat ten laste van het kerspel van Besell. Deze schuld aan het klooster (en de obligatie?) werd door Buersken overgenomen en betaald (?) met goedkeuring van meister Johan. Johan Vynck blijft van oordeel dat de pater niet gerechtigd is geweest tot een schikking. Het hoofdgerecht te Roermond ondersteunt dit en bepaalt dat een procespartij hangende een geding zelf geen minnelijke schikking kan aangaan, wanneer zij een ander heeft gevolmachtigd tot het voeren van het geding.
Bode van Beesel
bron: https://www.genealogieonline.nl/stamboom-binnekamp-en-muijrers/I11384.php
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.