Hij had een relatie met Johanna van Schijndel.
Kind(eren):
Poldermolen van de Hoekpolder.Volgens een pensioenbericht van de pensioenraad 's-Gravenhage is door A.P.Koene éérst gewerkt op de Heulmolen in 't-Woud, als watermolenaar op de Woudschenpolder onder Delfland en wel van 01-04-1904 tot 30-05-1917.
De Heulmolen is toen afgebrand.
Van het onderstuk is nu een bungalow gemaakt.
Daarna, op 15-02-1919 tot 30-06-1922 is hij watermolenaar bij de Hoekpolder onder Rijswijk.
Op 17 januari 1930 verhuist Molenaar Koene met zijn gezin naar de Heulmolen te 't Woudt/Wateringen, alwaar hij een tuinbouwbedrijf huurt.
Tussen juni 1922 en januari 1930 heeft hij wel werkzaamheden voor de polder gedaan maar ontvangt geen pensioen over die periode.
Volgens rekeningen in bezit van Waterschap Delfland (oud archief 350) werden er door molenaar Koene nog werkzaamheden uitgevoerd op 5 maart 1928.
Informatie van Rien Koene.
----------------------
De Nieuwe Woudsche- molen ook wel Woudharnaschmolen bemaalde een gedeelte van de Woudsche polder. De bemaling van de polder vond plaats door twee schepradmolens. Beide molens waren achtkante bovenkruiers.
In de zuidwesthoek van de polder stond aan de Monsterwatering tot 1924 de Oude Woudse Molen, ook wel Hoge Heulmolen genoemd, die het hoge deel van de polder bemaalde, de fundering met daarop het 8kgemetselde woonhuis is nog aanwezig.
Het lage gedeelte werd door de Nieuwe Woudse molen, ook wel aangeduid als de Woudharnaschmolen, bemalen. Deze molen stond ongeveer op de plaats waar nu het uit 1918 daterende gemaal van de Woudschepolder staat aan de Harnasch watering. Van deze molen zijn geen zichtbare resten meer aanwezig.
Via een sluisje in het Kerkpad konden de molens elkaar zonodig bijstaan.
In 1780 vond scheiding plaats van de hoge, tussengelegen en lage landen.
Wanneer de eerste molen gebouwd is, is niet bekend. Wel weten we uit de Informatie op de Verponding dat er in 1514 in ’t Woudt en Harnasch sprake is van een molen. Op de kaart van De Been van 1606 zijn beide molens aangegeven, waarbij de latere Nieuwe Woudsche Molen de Woutmolen genoemd wordt en de zuidelijke molen niet nader is betiteld. In 1611 worden beide molens wel weer Oude- en Nieuwe Woudse Molen genoemd. Zo ook op de kaart van 1712.
Het stoomgemaal is in 1918 gereed gekomen. De molens bleven aanvankelijk staan, maar werden toch al snel verkocht na toestemming van Gedebuteerde Staten. De Nieuwe Woudsche Molen zou in 1924 gesloopt zijn. Het stoomgemaal werd in 1942 geëlektrificeerd en had een capaciteit van 40 m³/min.
Bron: Molens, Gemalen en andere Waterstaatkundige elementen in Midden-Delfland, G.Ottevanger e.a.
Laatste molenaar: Koene, Antonius Petrus, geb.: 13.04.1877 te Naaldwijk. Overleden: 25.09.1962 te Wateringen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Anthonius Petrus Koene | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna van Schijndel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.