De auteur woont in Maastricht en heeft een winkel. Zij schrijft aan haar zoon en echtgenote, die in Leiden wonen. Maastricht wordt op 15 augustus 1944 door de Amerikanen bevrijd en de Duitsers gaan er op alle mogelijke manieren vandoor. Ze vraagt zich vaak af hoe de toestand in het westen is en maakt zich erg bezorgd. In Maastricht worden NSB'ers uit hun huizen gehaald en 'moffenhoeren' worden de haren geknipt. Verraders worden opgepakt. Er is nog weinig te eten en de bewoners krijgen een kaart voor levensmiddelen. Ze vertelt hoe het is met de familie en vrienden. Dagelijks gaat ze naar de mis en bidt dat de oorlog gauw over is. Rond de stad is in september 1944 nog rumoer te horen, soms brengen ze de nacht door in de kelder. Er wordt een kleinkind geboren bij haar zoon in Maastricht. In oktober 1944 evacueren veel mensen naar België. Er worden huiszoekingen gedaan naar verborgen voedsel. Soms komen er "vliegende bommen" of V1's over, die de schrijfster erg bang maken. Rond 10 november 1944 ontploft in het stadhuis van Heusden een bom, die ongeveer 150 personen het leven kost. Winkelvoorraad is er bijna niet meer. Ze hoort van de jacht op mannen in het westen en ze hoopt dat het hen lukt buiten schot te blijven. Waarom moet het zo lang duren voor dat het vrede is? Ze slaapt weer in de kelder in een ligstoel. Voor de veiligheid verhuist ze eind november 1944 naar een paar panden verderop. 6 December wordt Sinterklaas gevierd met een prentenboek voor de kleinzoon en wat chocola. Hun winkelmeisje wordt verliefd op een Amerikaan en komt vaak niet werken. De auteur hoort van iemand, die uit het westen is komen fietsen, hoe de toestand in Leiden is met eten, gas en elektriciteit. Ze schrikt. Er is steeds vaker luchtalarm, het schijnt dat de Duitsers een groot offensief zijn begonnen. Ze klaagt dat het moeilijk is nieuw personeel te vinden, de jonge meisjes worden brutaal. De mensen vieren feest met de Amerikanen. Ze ziet veel bekenden en hoort veel geruchten.
Inhoud vervolg:
Verder leest ze nieuws in "Veritas", een blaadje dat in Roermond en omgeving wordt verspreid. Ze vertelt vaak over de voedselsituatie en de kou. Er zijn zwarthandelaars. In het voorjaar wordt het huis schoongemaakt en ze helpt mee, ondanks dat ze sukkelt met haar gezondheid. Maart 1945 zijn Roermond en Venlo bevrijd. De huizen worden geplunderd, de bewoners worden geëvacueerd. Ze vertelt over wat daar wonende kennissen is overkomen. 16 Maart 1945 werkt de telefoon weer. 21 Maart 1945 komt de koningin bij de burgemeester op bezoek en spreekt het volk toe. Met Pasen zijn er geen eieren, maar voor haar verjaardag krijgt ze 4 kilo boter van haar echtgenoot. 10 April 1945 ziet ze voor het eerst vrachtwagens met uit Duitsland teruggekeerde jongens. Langzamerhand wordt oost-Nederland bevrijd. Het wachten is op de bevrijding van Leiden. Vaak bezoekt ze de kerk. Ze houdt haar zoon op de hoogte van al wat bekenden is overkomen en overkomt. Tijdelijk geeft ze onderdak aan de Amerikaanse "vrijer" van het dienstmeisje, "een keurige jongen". Ze stuurt levensmiddelen naar Leiden. Ze hoort van de uitgeworpen voedselpakketten en op 5 mei 1945 komt de langverwachte bevrijding.
Hij is getrouwd met Marie Jeanne Hubertine Hollman.
Zij zijn getrouwd op 9 juni 1908 te Maastricht, hij was toen 28 jaar oud.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Marie Hubert Pierre Alfred Groutars | ||||||||||||||||||
1908 | ||||||||||||||||||
Marie Jeanne Hubertine Hollman | ||||||||||||||||||