Hij is getrouwd met Anna Wigers Botma.
Zij zijn getrouwd.
Grafzerken in de Kerk
Bij de laatste restauratie, 1993/1994, zijn er 51 zerken van onder de houten vloer tevoorschijn gekomen. Met de drie grote zerken die in de consistoriekamer liggen komt het totaal op 54. Vrijwel de gehele plattegrond is met graven bedekt. Tijdens de restauratie zijn de zerken enigszins hergegroepeerd, om een mooie aansluitende vloer te krijgen. Ze dateren merendeels van 1611 tot omstreeks 1784.
Aan de zuidkant in het koor liggen drie grijze smalle stenen met de jaartallen 1600, 1611 en 1618, afkomstig van de familie Rooda of Roorda en voorzien van de wapens van deze familie. Ze zijn volgens de Friese geschiedenis de eerste eigenerfden te Burum.
Op het koor ligt een zerk van familie Rosema 1621, hierop staat verder Harzinga 1647, Filiae Carissimae Catharinae ab Aitsema Mater Doccomu 1643.enz.
Op een andere zerk komt voor de naam Pieter Gjieltes Doemga, 1604.
Verder Lieuwe Doenga,1654 en Antie Botma 1665.
Een grote tegel, ingehakt de letters A I R ( Albert Jans Roda).
bron:http://www.pknburummunnekezijl.nl/web/index.php?option=com_content&view=article&id=168&Itemid=37
Voor de preekstoel ligt een zerk waarop valt te lezen: 1716, 28 Oktober is in de Here ontslapen Eerw. W.G. I. Godzalige Jacobus Schellinger, getrouw dienaar Jesu Christi tot Boerum, oud in zijn 38e jaar en lijdt hier begraven. Hieronder een gedicht in het Latijn gemaakt door zijn vader waarvan de vertaling luidt:
,,De zoon is voor den vader door het wreede noodlot weggerukt.
Hier ligt hij, opdat zijn gebeente zacht moge rusten.
De ziel zal op de roepstemme Gods, van het lichaam gescheiden,dit rijk der doden verlaten. Dit begraven lichaam was stof en tot stof wedergekeerd.
Hij zal op het bazuingeschal van den Verlosser opstaan.
In die hoop heeft hij geleefd en in dat vertrouwen rust hij in deze aarde.
Opmerkelijk is een rode Bremer zandsteen, die met de laatste restauratie onder de betimmering van de vloer tevoorschijn is gekomen. Er is duidelijk te zien dat er een stuk is afgezaagd. Het deel dat over is bevat 3 kruisjes, welke ook op oude altaarstenen voor komen. In 1826 wordt van hogerhand het begraven in de Kerken verboden.
Grafkelders zijn bij de laatste restauratie niet gevonden, alhoewel in historische beschrijvingen van Burum wel vermeld staat dat er kelders aanwezig zijn. Ze zijn waarschijnlijk tijdens de bouw van de huidige Kerk opgeruimd.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.