Zoon van Levij Isaak Wijzenbeek, overleden te
Culemborg op 03 03 1820 en Naatje Harpman, begraven te Culemborg op 25 04 1810,
leeftijd bij overlijden 85 jaar
Joodse begraafplaats aldaar
Hij is getrouwd met Rebekka van Straten.
Zij zijn getrouwd op 13 maart 1837 te Herwijnen, Gelderland, NL, hij was toen 27 jaar oud.
Gelders ArchiefPlaats instelling: Arnhem Collectiegebied: Gelderland Archief: 0207 Registratienummer: 4154 Aktenummer: 2 Registratiedatum: 13 maart 1837 Akteplaats: Herwijnen4) Rebekka van Straaten, birth 15 Aug 1809 Herwijnen, died 13 Sep 1891 Herwijnen, buried Herwijnen
Eshet Chail Mi Jimtsee Po Temuna Marat Rivka Bath Kewod Menachem. Eshet Kewod HaRaw Reb Asher Weizenbeek. Nifteret beIom Alef, Iod Elul WeNikberet BeIom Gimel. Iod Beth Elul BeSnathTav Resh Nun Alef LePrat Katan. Shem Imah Gitele T. N. Ts. B. H.
Eshet Chail Mi Jimtsee Po Temuna Marat Rivka Bath Kewod Menachem. EshetKewod HaRaw Reb Asher Weizenbeek. Nifteret beIom Alef, Iod Elul WeNikberet BeIom Gimel. Iod Beth Elul BeSnath Tav Resh Nun Alef LePrat Katan.Shem Imah Gitele T. N. Ts. B. H. to:
Andries LevieWijsenbeek, birth 18 Aug 1809 Culemborg, died 25 Jun 1895 Herwijnen, buried Herwijnen, occupation: koopman,winkelier, son of Levie Isak Wijsenbek and Roosje Wolf (Salomon)
Shem Tov MeShemen Tov. Po Nitman Isch Tsadik Tamiem. Halach BeDarckhei HaJosjer Kol HaJamiem.
HaCaweer Reb Asjer Ben Shimon Arie Benjamin Weizenbeek. Nishmato Jatsa BeIom dalet, Zayen Tamouz, TavReshNunHe. Shem Iemo Nanne. T N Ts B H
Shem Tov MeShemen Tov. Po Nitman Isch Tsadik Tamiem. Halach BeDarckhei HaJosjer Kol HaJamiem.
HaCaweer Reb Asjer Ben Shimon Arie Benjamin Weizenbeek. Nishmato Jatsa BeIom dalet, Zayen Tamouz, TavReshNunHe. Shem Iemo Nanne. T N Ts B H
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Andries Levie Wijzenbeek | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1837 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Rebekka van Straten | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Joodse inwoners van Culemborg, Gelderland
In 1655 wordt voor het eerst melding gemaakt van Joden in Culemborg, dat in die tijd een vrijplaats was. In de loop van de achttiende eeuw worden de namen van ongeveer dertig Joden vermeld in de boeken van de diverse gilden. In 1744 verwerft een vleeshandelaar ("Moses Koningk geboortig van Sissen int Keulsland") als eerste Jood het poorterschap. Andere handelaren, afkomstig uit allerlei windstreken, volgen hem spoedig. Zowel het stadsbestuur als de Joodse inwoners probeerden voorzover mogelijk de vestiging van arme Joden tegen te houden, maar die bleven desondanks komen.
De vrij aanzienlijke Joodse gemeenschap van Culemborg organiseerde zich in de zestiger jaren van de achttiende eeuw. Aanvankelijk werden de doden waarschijnlijk begraven in Buren. In 1764 werd voor de Joodse bewoners van het stadje een begraafplaats aangelegd aan de Westerborgwal.
Het is onduidelijk waar de eerste godsdienstoefeningen gehouden werden, maar aan het begin van de jaren tachtig van de achttiende eeuw was er al een synagoge. In 1791 werd het pand de Abdije in de Nieuwstad ingericht als synagoge. Gedurende de achttiende eeuw waren de Culemborgse Joden werkzaam als winkeliers, kleermakers, handelaars, marskramers en in het geldwezen.
Drs.I.Brasz tekent aan, dat 15 "kernfamilies" de Joodse Gemeente van Culemborg uitmaakten in de 19e eeuw, de meest voorkomende familienamen Wijzenbeek, Vorst, Walg, Parfumeur en van Emden zijn ook op de grafstenen terug te vinden.
Betreffende de door Abraham en Levi Isak aangenamen familienaam Wijsenbek, geeft zij aan (pag.33 van De Kille van Kuilenburg)dat dit de oorspronkelijke vorm van de naam is, en dat de door slordige ambtenaren veroorzaakte omvormingen tot Wijsenbeck, Wijsenbeek en Wijzenbeek verschilden van generatie tot generatie, tussen verwanten onderling en op verschillende aktes van dezelfde persoon.Ook de grafstenen geven blijk van deze verwarring in de schrijfwijze van deze familienaam.
In de eerste helft van de negentiende eeuw groeide de Joodse gemeente snel. Het hoogste ledental werd bereikt in de jaren zeventig. De gestage groei maakte de bouw van een nieuwe synagoge noodzakelijk. In juli 1868 werd naast het oude gebouw aan de Jodenkerkstraat een nieuwe behuizing in neogotische stijl ingewijd. Tot dat jaar was ook de oude begraafplaats in gebruik. Vanaf 1869 werd er begraven op een afzonderlijk gedeelte van de Algemene Begraafplaats. Daarnaast is er in het nabijgelegen Beesd een Joodse prive-begraafplaats geweest.
Naast het kerkbestuur functioneerden in Culemborg ook vele genootschappen en verenigingen, o.a. voor de begrafenissen, de talmoedstudie, armenzorg en voor onderhoud van het interieur van de synagoge. Ook was er een afdeling van de Alliance Israelite Universelle, een Joodse rederijkerskamer en een gezelligheidsvereniging.
Aan het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw werd er onderwijs gegeven door een godsdienstleraar, die meestal ook dienst deed als voorzanger en ritueel slachter. In 1858 kreeg de Joodse school de status van "armenschool" en werden de lessen in de algemene vakken gestaakt. Het leslokaal van de Joodse school lag boven het rituele bad. In 1883 werd de oude synagoge opgeknapt, waarbij tegelijkertijd het leslokaal uitgebreid werd.
Terwijl niet ieder het strikt nam met de Joodse leefregels, is er te Culemborg, op 1 uitzondering na, geen
sprake geweest van gemengde huwelijken.Dit uitzonderingsgeval is echter toch weer (door zijn zoon)
op de Joodse begraafplaats begraven ([graf (16)26].
Naast de eerder vermelde economische activiteiten ontstonden er in Culemborg ook een uitgebreide manufacturenhandel en een sigarenindustrie, waar voornamelijk Joden in werkzaam waren. De familie Wijzenbeek richtte een vlees- en worstfabriek op die aan het einde van de negentiende eeuw op het Marktveld gevestigd was.
Ook de tabakindustrie gaf blijk van industriele vooruitgang:-In 1873 was er sprake van een tabaksfabriek (M.Hijmans Izn), alwaar drie jaar later een stoommachine in gebruike werd genomen.
De Joodse inwoners van Culemborg namen ook deel aan het sociale en politieke plaatselijke leven.
Levie Eliazar(Louis) Wijzenbeek was vanaf 1887 tot zijn dood in 1912 lid van de Gemeenteraad als Liberaal.
De neergang van de Joodse gemeente begon in de jaren tachtig van de negentiende eeuw en zette in snel tempo door in de twintigste eeuw, onder invloed van veranderende sociale en economische omstandigheden. De activiteiten van de gemeente namen af, maar een deel van de verenigingen en genootschappen bleef tot aan de Tweede Wereldoorlog bestaan.
Gedurende de bezetting werd het merendeel van de Joodse inwoners van Culemborg gedeporteerd en in de kampen vermoord. Een tiental Joden dook onder en overleefde de bezetting. De synagoge werd door de Duitsers als stal gebruikt; wat er met het interieur gebeurd is niet bekend.
In 1947 werd de Joodse gemeente opgeheven en bij die van Utrecht gevoegd. De synagoge is in 1982 geheel gerestaureerd en doet dienst als gereformeerde kerk. De oude begraafplaats aan de vroegere Westerborgwal is in 1959 opgeheven. Op de huidige begraafplaats staat een gedenkzuil ter herinnering aan de vermoorde Culemborgse Joden. In 1954 werd het onderhoud van de begraafplaats overgenomen door het plaatselijke bestuur.
In het begin van de twintigste eeuw woonden in Rumpt, in de nabijheid van Culemborg, een drietal Joodse gezinnen. Zij hielden synagogediensten in een woonhuis in Beesd, waar ook een prive-begraafplaats was,
behorende aan de famile van Straaten.
De grafstenen op deze begraafplaats [begraafplaats code(4)]werden geinventariseerd in het Stenen Archief.
Het aantal Joden in Culemborg toont het verval van de Gemeente in de 20ste eeuw:-
1770 48
1809 98
1840 148
1869 230
1899 167
1930 66
Ontleend aan:-de website van het Joods Historisch Museum- http://www.jhm.nl/
-De Kille van Kuilenburg-Joods Leven in Culemborg
Drs.Ineke Brasz-Uitgever:G.J.I.Koolhof,Culemborg-ISBN 90-9000706-7 (1984)
(met toestemming)