Hij is getrouwd met Adrienne van Aerts (Van Bregt).
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Levensloop
Hendrik van den Corput was een zoon van Johannes van den Corput, griffier en nadien burgemeester van Breda, en van Anthonia Montens.
Hij volgde lessen in de school van Johannes Otho in Gent in de jaren 1550 en bevond er zich met medestudenten die hij later nog zou ontmoeten, zoals Karel Utenhove en zijn broers, Bonaventura Vulcanius en zijn toekomstige schoonbroer Henricus Smetius. Hij studeerde vervolgens rechten in Leuven en vestigde zich als advocaat in Breda. Hij voegde zich daar tamelijk vroeg bij de reformatie en werd ouderling in de plaatselijke kerk.
De komst van Alva deed hem op de vlucht slaan. Op 17 september 1567 verliet hij Breda met zijn gezin en zijn ouders. Ze trokken eerst naar Duisburg, vervolgens naar Lemgo in Lippe-Detmold. Nadat zijn vader daar op 26 februari 1569 was overleden, trok hij met zijn moeder naar zijn zus en zijn schoonbroer Henricus Smetius in Heidelberg. Vanaf 1573 begon hij zich aan het Collegium Sapientiae en vervolgens aan de Universiteit van Heidelberg toe te leggen op theologie. Eenmaal afgestudeerd werd hij predikant. Hij stond eerst in Hochum in de Palts (1574), vervolgens in Frankenthal (1576) om in 1578 naar Dordrecht te verhuizen. Hij werd er predikant en bleef dit tot aan zijn dood. Met korte tussenpozen ging hij ook in andere steden prediken: in 1579 in Breda, in 1593 in Utrecht en in 1599 in Hoorn.
Van de Corput werd een invloedrijk man wanneer het er op aankwam moeilijkheden of bezwaren uit de weg te ruimen onder geloofsgenoten. Bij allerlei geschillen werd op zijn bedachtzaam oordeel een beroep gedaan. Daarnaast was hij ook belangrijk in het uitbouwen van het kerkelijk leven. In 1581 werd hij door de Nationale Synode opgenomen in het 'moderamen' waar hij de opdracht kreeg de armenverzorging te ordenen. Men vroeg hem ook om, samen met Thomas Tilius, de oorsprong van de Confessie op te zoeken.
Het gewest Holland gaf hem van haar kant de opdracht om alle stukken te verzamelen die voor het te boek stellen van het meest gedenkwaardige in de kerkelijke geschiedenis zou van nut zijn. Op last van de Synode van 1588 kreeg hij ook nog opdracht om samen met drie anderen een nieuwe Bijbelvertaling te gaan voorbereiden. In het daaraan voorafgaande jaar behoorde hij tot de twaalf predikanten, die - met de hoogleraar Adrianus Saravia - door de Staten van Holland in 's Gravenhage werden ontboden voor een conferentie over zaken die de welstand in land en kerk betroffen. Ten slotte werd hij ook nog geraadpleegd betreffende de verhoudingen tussen kerk en staat die moesten worden geregeld. Door de Synode van 1589 werd hij, samen met Thomas Tilius, Arnoldus Cornelius en Libertus Fraxinus aangewezen voor de beoordeling van een aantal pamfletten tegen de wederdopers die de Synode zich voornam te publiceren.
Het is duidelijk dat Hendrik Van den Corput een belangrijke plaats innam in de zich ontwikkelende protestantse gemeenschap en dat de gereformeerde kerken veel aan hem te danken hadden. Het is tevens duidelijk dat hij vanaf zijn jeugd en in de brede kring van familieleden in grote mate door gelijkgezinden omringd werd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik van der Corput | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Adrienne van Aerts (Van Bregt) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.