Kind(eren):
(zie Drents Genealogisch Jaarboek 2004
In het Register van Bezaaide Landen van Eelde in 1612 wordt Willem Hendriks vermeld tussen Pabo Alberda en Jan Melijs, mogelijk de plaats die hij later ook bezit ten zuiden van Vennebroek.
In 1617 wordt Willem Hendriks voor het eerst persoonlijk aangesproken wegens de inkomsten uit het Cluivinge erf (Resoluties Drost en Gedeputeerden, OSA 14) waarover tussen 1606 en 1628 verschillende rechtszaken zijn.
Willem Hendriks is ook kerkvoogd. Hij wordt in de rekening van 1627 als zodanig vermeld. Daarvoor wordt Jacob Hendriks vermeld als kerkvoogd, waarschijnlijk zijn broer, die in 1630 met een gezin van 3 personen woont iets meer ten zuiden van Vennebroek, met Jan Jansen als meier. Hij bezit eveneens 1/3 waardeel, zie ook hieronder.
Voor het Impost op het gemaal Eelde 1630 wordt Willem Hindriks aangeslagen voor 6 personen. Hieronder vallen behalve zijn eigen kinderen mogelijk ook stiefkinderen, waaronder Reinder en Bernier Jansen Cluivinge.
In het Grondschattingsregister van 1630 wordt Willem Hinrix vermeld als meier van de Vicarie van Jr. Bolta, waarde 4500 gld. met voor hem zelf goederen voor 1000 of 2000 gld. met o.a. 1/3 waardeel. Mogelijk betreft het hier de goederen die Jan Molijs gebruikt, want deze wordt evenals later Abel Willems onmiddellijk vermeld na Vennebroek en heeft dezelfde hoeveelheid goederen met nog iets meer bouw- en hooiland en wordt niet aangeslagen.
Willem Hendriks draagt in 1647 zijn aandeel in het (nieuwe?) huis en landerijen in Kluivinge erve over aan Reinder Jans (Cluivinge) en echtgenote Lambertien met de conditie dat deze zijn broers en zuster afkoopt en afstand doet van zijn rechten op een kindsdeel van de boerderij bij de Brink (Collectie Harms). De laatst genoemde boerderij is gelegen ten zuiden van Vennebroek en later eigendom van zoon Abel Willems.
Behalve meier is Willem Hendriks ook eigenaar van enige eigen goederen in de buurt van het Cluivinge erf en bouwt hij of zijn stiefzoon Reinder Jansen een nieuw huis, iets ten noorden van de oude plaats, beide gelegen ten noorden van de Boterdijk in Paterswolde, oostelijk van de Schelfhorst. In 1654 woont Reinder Jansen in het nieuwe huis en Bernier Jansen in het oude huis.
Een zuster is mogelijk Grietien, in correspondentie tussen A. Harms en J.R. Westerhuis wordt zij vemeld als moeder van Aaltien Isbrants, die weer de moeder is van Anna Blancksteijn, getrouwd 4-4-1670 met Wyncko Tonckens. Grietien zou genoemd zijn als tante van de burgemeester van Groningen (met verwijzing naar Ommelander Geslachten VIII.80.5, de index noemt daar wel Cluivinge, maar de betreffende passage lijkt uit de tekst te zijn gehaald).
In de genealogie Tonckens (Nederlands Patriciaat, 1948) wordt Anna Blanckestein vermeld als dochter van Jan Geerts Blanckestein en Aeltjen Isebrants, gedoopt Groningen 27-1-1654.
Een broer is vermoedelijk Jacob Hendriks te Paterswolde, geboren 1572, overleden 14-1-1664, getrouwd met Aaltje Jacobs, geboren 1580, overleden 13-11-1667. Hun dochter Maria Jacobs, geboren 11-6-1604, overleden 1679, trouwt in 1623 in Eelde met Warmolt Roelofs (afkondiging 2-8-1623 in Groningen, Warmolt Roleffs, zoon van z(aliger) Roleff Warmels, brouwer en Roleffiens, bij der A en Martijen Jacobs, dochter van Jacob Hindricks en Aeltijen tot Potterwolde, mit belastinge om de geboden toe Eelde mede gaen halen). Zoon Roelof Warmolts treedt als neef op bij het tweede huwelijk van Willem Hendriks. Warmolt Roelofs is een broer van Allert Roelofs Santvoort, de oom en pleegvader van Willemina Lodewijks, echtgenote van burgemeester Hendrik Cluivinge, zoon van Willem Hendriks. Zie Vragen en Antwoorden in De Nederlandse Leeuw 1912, p. 382, waarin W. C. Mees informatie geeft, grotendeels ontleend aan een handschrift van dominee Gregorius Mees, getrouwd met Rudolpha Allerts Santvoort. B. v. T. P. vermeldt in de uitgave van 1913, p. 30 de 10 kinderen van Warmolt Roelofs en Maria Jacobs Cluwinghe, wonend in de Heerenstraat, waarvan kleindochter Maria Warmolts trouwt met Mr. Johan Harmen Keiser. In de uitgave van 1917, p. 152 tenslotte vermeldt B. v. T. P. dat Jacob Hendriks erfgeseten was tot Paterwolde, geboren 1572, gestorven 14-1-1664, zijn vrouw Aaltijn Jacobs geboren 1580, overleden 13-11-1667 (uit een handschrift uit de 1ste helft van de 18de eeuw afkomstig van de familie Keiser). Zie ook de Genealogie Warmolts in Gruoninga 1967, p. 28.)
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.