Vries/van der Lijn » Gerben Klazes Pama (1734-1812)

Persoonlijke gegevens Gerben Klazes Pama 

Bronnen 1, 2

Gezin van Gerben Klazes Pama

(1) Hij is getrouwd met Catrijne Hazekamp.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):

  1. Catharina Gerbens Pama  1773-1852 


(2) Hij is getrouwd met Wytske Johannes.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):

  1. Klaas Gerbens Pama  1786-1847 
  2. Sytske Gerbens Pama  1792-1870
  3. Sjoukje Gerbens Pama  1793-1879 
  4. Tieke Gerbens Pama  1797-1863


Notities over Gerben Klazes Pama


Degene die na Symen IJjes boer op de Omloopsterplaats wordt is Gerben Klazes Pama,
één van de beide niaarnemers van 1763.
Het is hem echter niet gelukt om gedeeltelijk eigendom van dit bedrijf te behouden.
Gerben was in de zestiger jaren bepaald niet rijk. Als hij in 1767 met de uit
Augustinusga afkomstige Catrijne Hazekamp trouwt, wordt hij in het dorp van zijn
schoonfamilie herbergier, wellicht samen met zijn schoonmoeder. Maar later woont hij
in Surhuisterveen. Hij heeft klaarblijkelijk niet genoeg geld om een huishouden op
poten te zetten, zo mogen we afleiden uit het feit dat hij in 1771 geld schuldig is aan zijn
schoonmoeder, omdat hij van haar "huisraad" heeft geleend. Eveneens leent Gerben
enige malen geld van Haike Haanstra, die cherger is geweest op verschillende plaatsen
in Friesland.
Als we de feiten zo op een rij zetten wordt het begrijpelijk dat althans Gerben Pama in
1763 niet in staat was zijn helft van de koopprijs van de Omloopsterplaats, waar hij met
zijn tante niaar op had laten leggen, te betalen. De enige mogelijkheid is dan ook om
geld daarvoor te lenen. Het is echter niet Gerben die een bedrag leent, maar het is zijn
vader Claas Pama, die samen met zijn zuster Antie Pama 6400 caroligulden leent van de
huisman Douwe Johannes te Valom, van wie sommige nazaten zich later te Westergeest
vestigden en Fokkema gingen heten.
Waarom heeft Gerben, die het geld uiteindelijk nodig had dit niet zelf geleend? Volgens
zijn zeggen later had Douwe Johannes er de voorkeur aan gegeven dat Claas, die
vanzelfsprekend veel ouder was en tot de bezittende klasse behoorde, de officiële
schuldenaar zou zijn. Daarmee deed zich het feit voor dat de officiële schuldenaar -
Claas Pama, schoenmaker in Surhuisterveen - die in 1764 is overleden - een ander was
dan de werkelijke schuldenaar Gerben, die naar we mogen aannemen ook in feite dit
geld heeft ontvangen. Dat zou voor de toekomst bijzonder nare gevolgen hebben.
Overigens duurt deze situatie slechts vier jaar. Want op 7 april 1767 wordt een nieuwe
schuldacte opgemaakt (echter pas op 3 januari 1796 geregistreerd), waarin bepaald
wordt dat Sytske Wierds, de weduwe van Claas Pama, borg wordt voor de schuld van
3200 caroligulden die Gerben van Douwe Johannes had geleend. We mogen aannemen
dat dit stuk is opgesteld in overleg met Douwe Johannes. Klaarblijkelijk vond hij het nu
goed dat Gerben Pama schuldenaar werd, ook officieel, met zijn moeder als borg. Maar
er werd toen verzuimd om de oude schuldbekentenis van 1763, die nu niet meer gold
voor Gerben c.q. Claas, maar nog wel voor Antie Pama te vernietigen en ook voor Antie
een nieuwe schuldbekentenis op te stellen. Zo bleef dus officieel de oude acte bestaan.
Spoedig veranderde de situatie opnieuw. En nu treedt de reeds genoemde Haike
Haanstra op toneel. Op 22 februari 1769 wordt er namelijk - waarschijnlijk in de
herberg te Dantumawoude - een nieuwe schuldbekentenis getekend. Nu is Haike
Haanstra 3200 caroligulden schuldig aan Douwe Johannes, terwijl Gerben Pama zich
borgstelt met zijn halve "plaats". Met andere woorden er komt een hypotheek op de aan
Pama toebehorende boerderij te rusten. Het is een duidelijk zaak dat nu niet meer
Gerben of zijn vader Claas, maar Haike Haanstra het betreffende bedrag aan Douwe
schuldig is. Waarschijnlijk heeft deze Haike betrouwbaarder gedacht dan Gerben Pama.
En Haike is bereid geweest Gerben op deze wijze te helpen. Nu komt ook de
schuldbekentenis van 1763 weer voor de dag. Het is waarschijnlijk Haike die daar op
aantekent:" Den 22 februari 1769 heeft Gerben Pama aan mij onderschr. Douwe
Johannes betaald de somma van 3000 200 caroligulden tot aflossing van zijn aandeel in
het kapitaal, voor de ½ in dezen gemeld". Tegelijk wordt vastgelegd, dat niet Haike
maar Gerben nog drie jaar rente aan Douwe zal betalen. Dit gebeurt inderdaad.
Deze verklaring is natuurlijk feitelijk onjuist. Als Gerben inderdaad dat bedrag toen
betaald had, had de schuldbekentenis van Haike aan Douwe geen zin gehad. We moeten
aannemen dat het - terecht - de bedoeling is geweest dat Gerben niet meer door Douwe
Johannes zou kunnen worden aangesproken om de schuld te betalen. Maar hij bleef dat
bedrag schuldig, niet aan Douwe Johannes, maar aan Haike Haanstra. Hij lost die schuld
af als hij op 10 december 1772 de halve plaats in de Omloop aan Haanstra ten
geschenke geeft, een betaling in natura dus, waarmee Haike Haanstra eigenaar wordt
van de helft van deze boerderij.
Haike Haanstra heeft zijn schuld afgelost op 29 november 1775, toen hij het kapitaal
aan Douwe Johannes heeft betaald.
Dat was echter in een jaar, waarin het bestaan van de originele schuldbekentenis uit
1763 tot velerlei moeilijkheden had geleid, die wij nu willen behandelen.
Douwe Johannes heeft n.l. op 14 april 1772 de originele schuldbekentenis, op grond
waarvan Claas Pama en Antie Reiding-Pama 6400 caroligulden schuldig waren
gecedeerd aan Eyso de Wendt, een aanzienlijk heer uit Kollum. Hij was vroeger
directeur geweest van de handel op China in dienst van de Verenigde Oostindische
Compagnie en sedert 1772 grietman van Westdongeradeel, een functie die hij tot zijn
dood in 1780 zou vervullen.
Eyso betaalde voor de schuldbekentenis 6400 caroligulden. Douwe Johannes heeft dus
deze schuldbekentenis bewust overgedragen voor het totale bedrag van 6400
caroligulden, hoewel hij voor zichzelf de nieuwe schuldbekentenis uit 1769 voor de ene
helft (3200 caroligulden), waarvoor hij te allen tijde Haike Haanstra kon aanspreken,
behield. De fout ligt dus duidelijk bij Douwe Johannes. Eyso heeft verondersteld dat de
betalingsverklaring nietszeggend was en dat hij van beide partijen, dus zowel van Claas
als van Antie, 3200 caroligulden kon innen. En daarom gaat hij op 19 juli 1774 beide
partijen manen om kapitaal en nog verschuldigde rente te betalen. Die beide partijen
waren toen Sytske Wierds, de weduwe van Claas Pama, en de onmondige kinderen uit
het huwelijk van Antie Pama en Reid Reiding, die beide inmiddels waren overleden. Er
gebeurt echter niets. Daarom gaan op 17 november van datzelfde jaar opnieuw twee
aanmaningen de deur uit. Als de partijen ook hierop niet reageren schakelt Eyso de
Wendt de rechtbank in. Deze poging om het geld te krijgen heeft succes voor zover het
de helft betreft, waarvoor Antie Reiding-Pama indertijd heeft getekend. Op 6 november
1774 verklaren de voogden van de kinderen van Antie Pama en Reid Reiding, dat zij
binnen drie maanden hun helft van het kapitaal van 6400 caroligulden vermeerderd met
de achterstallige rente, zullen betalen. We mogen aannemen, dat dit ook is gebeurd en
dat in samenhang hiermede is besloten het aandeel van de kinderen Reiding in de
boerderij in de Omloop. die nu door Gerben Pama wordt bewoond, te verkopen. En
vanzelfsprekend is er maar één persoon die wil kopen, n.l. Haike Haanstra, die ook de
andere helft van de boerderij had verworven. Op 11 september 1775 wordt deze verkoop
ingeschreven. Haanstra moet 3440 goudgulden aan de erven Reiding betalen. Hij heeft
echter klaarblijkelijk niet de middelen om deze tweede helft van de boerderij te betalen
en tekent een schuldbekentenis voor dat bedrag.
De pogingen van Eyso de Wendt gelukken t.a.v. Sytske Wierds niet zo gemakkelijk. Uit
de stukken blijkt dat zij de aanmaning van het Hof zonder waarde acht. En zij verzet
zich daar dan ook tegen. Zij zal vreemd hebben opgekeken van de aanmaning om te
betalen, omdat zij er immers zeker van was dat haar zoon deze schuld op zich had
genomen en dat hij de zaak met Haanstra had geregeld.
Maar de Wendt zet door. Zijns inziens is de kwitantie niet geldig, omdat er geen
handtekening onder staat en er geen getuigen bij zijn geweest. En zijn sterkste argument
is dat Claas de schuldenaar was en niet Gerben. Daarom wordt Sytske op allerlei wijzen
bedreigd. Als ze niet toegaf zou ze in gevangenis worden gezet, zo vertellen getuigen.
En één van haar zoons zal later verklaren dat zij "uitzinnig" was vanwege het
onrechtvaardige van deze behandeling. Maar haar verzet heeft geen resultaat. Hoe zou
het ook mogelijk zijn tegen een machtig heer als de Wendt, die overal zijn handlangers
had. Hoe zou zij oog hebben voor de juridische spitsvondigheden waarin de Wendt en
de zijnen meesters waren? Daarom is het begrijpelijk dat zij, vrezende niet tegen de
Wendt opgewassen te zijn, probeert haar bezit naar elders te brengen: gedeeltelijk over
de grens van de provincie (toen nog echt een grens) te vervoeren en allerlei zaken te
verstoppen.
Maar de Wendt hoort daarvan en laat dan de deurwaarder op haar afsturen om beslag te
leggen op haar bezittingen. Uit het verslag van de deurwaarder blijkt dat Sytske
inderdaad vee en meubilair naar elders heeft gebracht. Maar ze ontkomt niet aan de
machtige de Wendt. Daar zij klaarblijkelijk de - zogenaamde - schuld niet zonder meer
kan betalen wordt besloten haar roerende en onroerende goederen publiek te laten
verkopen. Op 16 december 1774 krijgt Sytske daarvan bericht.
De gang van zaken daarna is erg onduidelijk. Wel is waarschijnlijk dat op 3 januari
1775 haar inboedel is verkocht. Ook eist de Wendt het geld op, dat de wedman
(politiedienaar) van Langewold had ontvangen wegens de verkoop van vee van Sytske,
dat over de grens was gedreven en daar als smokkelwaar in beslag was genomen. Op
deze wijze heeft de Wendt in totaal 594 caroligulden ontvangen (d.d. 5 oktober en 23
december 1775), terwijl Sytske ook een schuldbekentenis van 1200 caroligulden aan
hem overdraagt, een bedrag dat Haanstra (!) haar schuldig was wegens verkoop van
Land.
In een paar brieven van de Wendt aan het Hof, waarvan de laatste is gedateerd op 31
december 1774 is er sprake van dat op 27 november 1774 de onroerende goederen van
Sytske, t.w. de 90 pm grote boerderij in de Omloop, zou worden verkocht; ja zelfs, dat
Haike Haanstra deze boerderij voor 6880 goudgulden zou hebben gekocht. Maar deze
verklaringen van de Wendt zijn slecht juist voor zover het de helft betreft, die eigendom
was van de erven Reiding. Deze helft werd, zoals we hebben gezien (pag 11, noot 36)
inderdaad door Haanstra gekocht. De proclamatie heeft dan wel 9 maanden op zich laten
wachten, als de boerderij inderdaad op 27 december 1774 is verkocht.
De andere helft kon niet meer in opdracht van de Wendt worden verkocht, omdat
Haanstra daarvan reeds sedert 1772 eigenaar was (pag 11, noot 36). Bovendien bewijst
de latere voortzetting van de pogingen om geld van de Pama's te krijgen afdoende, dat in
1774 niet de gehele boerderij is verkocht en de Wendt als crediteur dat bedrag heeft
gekregen.
Wij moeten door gebrek aan verder gegevens, dat de Wendt zich heeft tevreden gesteld
met de bedragen die hij voor de inboedel van Sytske heeft ontvangen. Wij horen althans
na 1775 niet meer van hem. Maar de schade die Sytske en haar kinderen was aangedaan
was groot genoeg. Zover kon die machtige grietman gaan.
Ik heb straks gesproken over handlangers van de Wendt. Wij moeten wel aannemen dat
Haike Haanstra bij dit spel om de familie Pama te dwingen 6400 caroligulden te betalen
een duistere rol heeft gespeeld. Hij is in de vijftiger jaren bode bij de procureur Luimstra
te Augustinusga en heeft als zodanig wellicht de conflicten meegemaakt tussen Gerben
Pama en zijn tante enerszijds en Symen IJes anderzijds, die met een dochter van de
procureur Luimstra was getrouwd en van zijn schoonvader alle steun heeft gehad. Haike
Haanstra blijkt in 1775 havencherger te zijn in Wierum in Westdongeradeel, dezelfde
grietenij waar de Wendt grietman was. Dit wijst op een nauwe zakelijke en wellicht ook
persoonlijke relatie tussen Haanstra en de Wendt.
Alleen op deze wijze is te verklaren dat de kwitantie, waaruit zou moeten blijken dat
Claas Pama en zijn erven niet meer aansprakelijk konden worden gesteld voor hun
schuld aan Douwe Johannes, een kwitantie die vermoedelijk door Haike is opgesteld,
niet op rechtsgeldige wijze is geformuleerd. Van een bode bij een procureur en nog
meer van een beambte bij de belastingdienst mag men verwachten, dat hij wist hoe hij
met dergelijke zaken aan moest. Maar niemand komt op het idee Haike hiervoor
schuldig te verklaren. En nergens blijkt dat Haanstra zou hebben geprobeerd de Wendt
uit te leggen hoe de precieze gang van zaken was geweest, en dat voor de schuld van
Claas Pama - via hem Haike Haanstra - inderdaad was betaald. De conclusie moet dus
wel zijn dat Haanstra en de Wendt als twee handen op één buik het spel hebben
gespeeld. Haanstra's houding tegenover Gerben Pama, toen hij in 1769 de schuld van
Gerben zogenaamd heeft overgenomen, leek positiever dan ze uiteindelijk was. Dat
blijkt ook uit andere feiten. In 1774 verkopen Haanstra en de erven Reiding
"boomgewas" van de Omloopsterplaats. Gerben protesteert daartegen bij het
Nedergerecht. En in 1776 eist Gerben schadevergoeding, omdat Haanstra hem de
"vrugten op sijn gebruikende plaats" heeft afgenomen. In dezelfde tijd moet Gerben
erkennen, dat hij een aantal dieren van Haanstra in bruikleen heeft. Het meest
onthullende echter is, dat juist in de tijd van het conflict tussen de Wendt en Sytske
Wierds, Gerben Pama van Haanstra teruggave eist van 3200 caroligulden. Dat is een
duidelijk bewijs dat Gerben begreep dat Haanstra terzake van de overdracht van de
schuld en van de helft van de boerderij gemeen had gehandeld, althans nu niet open
kaart had gespeeld door de Pama's tegenover de eis van de Wendt te verdedigen.
Na 1775 wordt het wat rustiger rondom de Omloopsterplaats. Eyso de Wendt heeft zijn
pogingen gestaakt om meer geld te krijgen en Haike Haanstra is in 1776 overleden. Zijn
erfgenamen blijven eigenaren van beide onderdeelde helften van de Omloopsterplaats,
die (in elk geval na 1783 ) wordt bewoond en gebruikt door Gerben Pama samen met
zijn ongehuwde broer Wierd Pama. Met deze laatste is namelijk in 1783 een
huurcontract opgemaakt betreffende de helft van de Omloopsterplaats, die hij huurde
van de erven Haanstra. Deze situatie duurt tot het begin der negentiger jaren. Dan willen
de erven van Haike Haanstra hun bezit onder Surhuisterveen van de hand doen. De
eerste verkoop vindt plaats in 1789 en betreft de heide en leyen in Kostverloren, die in
1774 door Sytske Wierds aan Haike Haanstra waren verkocht (pag. 12, noot 38). In
hetzelfde jaar zeggen de erven Haanstra Wierd Pama de huur op van de helft van de
Omloopsterplaats. Dit wijst er mijns inziens op dat men toen ook deze boerderij heeft
willen verkopen. Hoewel de proclamatieboeken van een dergelijke verkoop niet spreken
en ook de reëelcohieren geen uitsluitsel geven, is, gezien de toekomstige feiten, Gerben
Pama met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in staat geweest de helft van
de Omloopsterplaats te kopen. Met Wierd is dat niet het geval. De andere helft van de
boerderij is gekocht door Eco de Wendt, neef van de in 1780 ongehuwd overleden Eyso
de Wendt. Ook deze verkoop is niet vermeld in de proclamatieboeken. Pogingen door
Eco in het werk gesteld om Wierd de huur op te zeggen en hem van de "plaats" te
verdrijven hebben geen resultaat. De reden waarom Eco de Wendt zijn neus weer in de
Omloopsterplaats-zaken heeft gestoken, hangt vermoedelijk samen met het feit dat hij
als erfgenaam van Eyso de Wendt de beschikking heeft gekregen over de stukken, die
laatstgenoemde ten aanzien van de Omloopsterplaats en de conflicten met de Pama's
bewaard heeft.
Eco is burgemeester van Sneek geweest en nadien gedeputeerde van Friesland. Bij de
komst van de Fransen in ons land en de daarop volgende omwenteling verloren hoge
heren hun ambten en daarmee een deel van hun inkomsten. Wellicht is het niet toevallig
dat daarna in 1795 Eco zich is gaan verdiepen in de stukken van zijn neef en de
mogelijkheid heeft gezien om hier geld uit te halen. Hij gaat in dat jaar namelijk via het
Hof van Friesland opnieuw een poging wagen; waarschijnlijk heeft hij te goeder trouw
gemeend nog altijd recht te hebben op het bedrag van 3200 caroligulden. Voor het Hof
van Friesland voert Eco dezelfde argumenten aan als Eyso indertijd; dat de kwitantie
niet is getekend en dat er geen getuigen zijn. En ook Eco stelt dat niet Gerben maar
Claas de schuldenaar is en dat dus zijn gezamenlijke erfgenamen de schuld moeten
betalen.
Wij krijgen uit de stukken de indruk dat Gerben nu ook niet meer alles weet. De
gebeurtenissen hadden tenslotte reeds 26 jaar geleden plaats gevonden. Maar de
kernzaak voor hem, dat hij Haike Haanstra heeft betaald, daarvan is hij ook nu nog
heilig overtuigd. En er zijn zelfs mensen die in dit proces getuigen dat zij er van af
weten dat op 22 februari 1769 in Damwoude 3200 caroligulden zou zijn betaald. De
plaats en tijd komen overeen met de plaats en tijd dat Haike in plaats van Gerben
schuldenaar van Douwe Johannes is geworden.
Deze rechtbank oordeelt anders dan in de zeventiger jaren. Aangezien de feiten niet zijn
veranderd, moeten we wel aannemen dat de nieuwe situatie na de omwenteling van
1795 hieraan debet is. De Pama's werden verdedigd door Daam Fockema, toen een
vooraanstaand man in Friesland. En de Wendt zal als voormalig gedeputeerde en
aanhanger van het stadhouderlijk bewind van voor 1795 nu niet populair zijn geweest.
Vandaar mede dat het Hof van Friesland in dit proces de Pama's in het gelijk stelt.
Deze uitspraak zal opluchting ten gevolge gehad hebben. Maar dat was niet van lange
duur. Twee jaar later probeert Eco de Wendt het opnieuw.
Hij motiveert deze tweede poging door te zeggen dat hij een schuldbekentenis heeft
ontdekt die door Sytske Wierds aan zijn neef Eyso de Wendt is gepasseerd en legt dat
uit als bewijs van haar schuld. Voorts stelt hij, dat door de weer gewijzigde politieke
situatie de samenstelling van het Hof totaal anders is geworden en dat de onbekwame
rechters van toen allemaal zijn vervangen. Ook de rol van Daam Fockema is - tijdelijk -
uitgespeeld; men grijpt terug naar de oudere mensen met ervaring. Dat argument zal
voor de Wendt de sterkste rol hebben gespeeld.
Deze keer wordt de eiser in alle opzichten in het gelijk gesteld. Claas en zijn erven zijn
schuldenaars. De kwitantie zonder handtekening is ongeldig. Kortom, het Hof van
Friesland veroordeelt Wierd en Gerben Pama als enige kinderen en erfgenamen van hun
ouders Claas Pama en Sytske Wierds er toe om het kapitaal van 3200 gulden aan Eco te
betalen, vermeerderd met sedert 1772 verschuldigde rente, verminderd met het bedrag
dat Eyso de Wendt indertijd reeds van Sytske Wierds had ontvangen. Zo spreekt het Hof
van Friesland op 7 mei 1799 recht.
Dit vonnis betekent dat Gerben Pama tot tweemaal toe 3200 gulden heeft betaald; eerst
in natura toen hij in 1772 de "halve plaats" aan Haike Haanstra heeft geschonken, en nu
voor de tweede maal (samen met zijn broer Wierd) als hij dit bedrag moet betalen aan
de Wendt.
Uit verschillende stukken blijkt dat hij hiervoor geen geld heeft. Van de Drachtster
procureur Jansonius leent hij 1125 gulden.
En in hetzelfde jaar wordt in het hypotheekboek een acte geregistreerd, waaruit blijkt dat
Gerben en zijn vrouw hun vee en inboedel in bruikleen hebben van Ruurd Gjalts. Dit
wijst erop dat Gerben zijn inboedel en vee heeft verkocht om aan geld te komen en het
vervolgens in bruikleen heeft terugontvangen. Jansonius is ook zakelijk bij deze kwestie
betrokken en ook daarvoor moet Gerben een schuldbekentenis tekenen. Uit die acte
blijkt dat Jansonius de goederen van de Wendt en Pama heeft gescheiden. Hieruit
moeten wij mijns inziens opmaken dat beide "halve plaatsen" tot dan toe ongescheiden
waren geweest. Pas nu wordt die scheiding zover doorgevoerd dat van ieder perceel
wordt vastgelegd of het van de Wendt dan wel van Pama is. Er zijn sterke aanwijzingen
dat deze scheiding alleen is doorgevoerd ten aanzien van het cultuurland van de
Omloopsterplaats. De waarde van de daarbij behorende heide was kennelijk gering. Dat
Gerben Pama een gezeten boer zou zijn die goederen onder Huizum had, welke hij met
Eelco de Wendt, burgemeester van Sneek, verdeeld had (Pama, a.w. pag. 51, WP blz
24??) is een onjuiste duiding van deze verdeling van het land van de Omloopsterplaats.
Dat de Wendt indertijd dit land speciaal heeft gekocht met het oog op de vorderingen
die zijn neef toekwamen - hij kon dus als landheer buiten de rechtbank om invloed op
de Pama's uitoefenen - wordt ook aannemelijk door het feit dat hij er nu spoedig toe
overgaat zijn percelen land van de hand te doen. Albert Hendriks Postmus, distillateur te
Surhuisterveen wordt koper voor 2820 goudgulden)(zie Plattegrond detail). Met deze
aankoop was de definitieve splitsing van de eens zo grote Omloopsterplaats een feit.
Gerben Pama is met zijn gezin en zijn broer Wierd in de Omloop blijven wonen. Daar
overlijdt hij op 29 februari 1812. Als zijn vrouw en zijn broer hem in 1818 in de dood
volgen komt een nieuwe generatie aan bod.
G.J. 1979

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Gerben Klazes Pama?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Gerben Klazes Pama

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Gerben Klazes Pama

Jan Pama
1681-1737
Sytske Wierds
1711-1781

Gerben Klazes Pama
1734-1812

(1) 
(2) 

Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

Bronnen

  1. Huwelijk Jetze Jans Ploeg, WieWasWie, 21
    father of bride
  2. Overlijden Sjoukje Germs Pama, WieWasWie, 21
    father

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Historische gebeurtenissen

  • De temperatuur op 28 februari 1812 lag rond de 3,0 °C. De wind kwam overheersend uit het zuid-oosten. Typering van het weer: betrokken regen. Bron: KNMI
  • De Republiek der Verenigde Nederlanden werd in 1794-1795 door de Fransen veroverd onder leiding van bevelhebber Charles Pichegru (geholpen door de Nederlander Herman Willem Daendels); de verovering werd vergemakkelijkt door het dichtvriezen van de Waterlinie; Willem V moest op 18 januari 1795 uitwijken naar Engeland (en van daaruit in 1801 naar Duitsland); de patriotten namen de macht over van de aristocratische regenten en proclameerden de Bataafsche Republiek; op 16 mei 1795 werd het Haags Verdrag gesloten, waarmee ons land een vazalstaat werd van Frankrijk; in 3.1796 kwam er een Nationale Vergadering; in 1798 pleegde Daendels een staatsgreep, die de unitarissen aan de macht bracht; er kwam een nieuwe grondwet, die een Vertegenwoordigend Lichaam (met een Eerste en Tweede Kamer) instelde en als regering een Directoire; in 1799 sloeg Daendels bij Castricum een Brits-Russische invasie af; in 1801 kwam er een nieuwe grondwet; bij de Vrede van Amiens (1802) kreeg ons land van Engeland zijn koloniën terug (behalve Ceylon); na de grondwetswijziging van 1805 kwam er een raadpensionaris als eenhoofdig gezag, namelijk Rutger Jan Schimmelpenninck (van 31 oktober 1761 tot 25 maart 1825).
  • In het jaar 1812: Bron: Wikipedia
    • 11 mei » Brits premier Spencer Perceval wordt neergeschoten in de hal van het Britse Lagerhuis door de failliete handelaar John Bellingham.
    • 28 mei » Rusland en Turkije sluiten in Boekarest vrede.
    • 24 juni » Napoleon Bonaparte valt Rusland binnen op weg naar Moskou. Een half jaar later is hij weer terug.
    • 16 augustus » Voor het eerst wordt de berg Finsteraarhorn in Zwitserland beklommen.
    • 1 oktober » Oprichting Avans Hogeschool.
    • 12 november » Het leger van Napoleon trekt zich terug uit Moskou en steekt de Berezina over.


Dezelfde geboorte/sterftedag

Bron: Wikipedia


Over de familienaam Pama

  • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Pama.
  • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Pama.
  • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Pama (onder)zoekt.

De publicatie Vries/van der Lijn is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Vries, "Vries/van der Lijn", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-vries/I13748.php : benaderd 7 januari 2026), "Gerben Klazes Pama (1734-1812)".