Zij is getrouwd met Gissbert van Heerl.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1550 te sheerenberg.
Vermoedelijk is zij de dochter van Henrick ten Ham en Hilleken NN.
Het laatste doodvonnis, dat voltrokken is tegen een heks in de Noordelijke Nederlanden, werd uitgesproken in 1605 te 's-Heerenberg. De veroordeelde was de tachtigjarige Mechteld ten Ham. Zij had zelf om een proces gevraagd om geruchten die over haar als heks de ronde deden te ontzenuwen.
De geruchten waren de wereld in geholpen door een inmiddels in 1602 aan de pest gestorven jongetje, dat, toen het eens te laat thuis was gekomen, had verteld dat hij door een sleutelgat Mechteld in haar huisje had zien zitten met een jonge man die een gepluimde hoed droeg. Toen het jongetje had aangeklopt en Mechteld de deur had geopend, was de jongeman verdwenen. Sindsdien hadden de meeste mensen wel iets op te merken over het gedrag van Mechteld, die helemaal alleen woonde, zelfgemaakte poppetjes verkocht en vaak ongevraagd voorspellingen deed die ook bleken uit te komen. men ging geloven dat zij haar man, die veel reisde, op één van zijn buitenlandse reizen door toverij had omgebracht, en dat haar zoon hetzelfde was overkomen toen hij op aandringen van zijn moeder dienst had genomen in het leger dat "in de Oost" vocht. Alle voorspellingen zou ze zelf ten uitvoer hebben gebracht en de duivel zelf zou wel haar opdrachtgever zijn. Op 9 juni 1605 begon het proces, waarom Mechteld zelf al op 13 mei had verzocht. Getuigen werden verhoord en Mechteld werd ondervraagd, maar zij bleef ontkennen. Alle informatie werd doorgestuurd naar graaf Herman van den Bergh, die zich te Venlo in Spaanse dienst bevond. Hij adviseerde haar aan de waterproef te onderwerpen en haar verder te behandelen naar goeddunken van de magistraat van 's-Heerenberg. De waterproef werd uitgevoerd in de Laak, in de buurschap Groot-Azewijn bij 's-Heerenberg en Mechteld werd schuldig bevonden. Tortuur deed toen de rest en tenslotte werd ze, op advies van de momber van het Overkwartier, ingewonnen door graaf Herman, op 25 juli 1605 verbrand.
Het volgende artikel stond in "De Gelderlander" van dinsdag 15 december 1992:
De laatste heks van Gelderland
Mechteld ten Ham moest sterven omdat haar lichaam in de Laak bleef drijven.
Door Jacob Schreuder
's-Heerenberg - Op 25 juli 1605 werd Mechteld ten Ham gewurgd door de 's-Heerenbergse stadsbeul Walter Janssen. Even later werd haar lichaam verbrand op wat nog steeds de Galgenberg heet, een plek in het Montferlandse bos. Zij was de laatste vrouw die in Gelderland slachtoffer werd van een serie heksenvervolgingen. Ook de eerste terechtstelling vond plaats in de Achterhoek en wel in 1472 in Almen.
Wie was Mechteld ten Ham uit 's-Heerenberg? Er is niet zoveel over haar bekend. Wel is het nodige bewaard gebleven over het heksenproces. Die gegevens zijn in 1979 door de schrijver wijlen Johan van der Woude ( vader van Berend Boudewijn en Philip Freriks ) uit de archieven gehaald en neergelegd in het boek "Het boze oog".
Hij beschrijft in dat boek op een geromantiseerde manier het enige heksenproces dat binnen de muren van de stad 's-Heerenberg ooit tot een doodvonnis leidde. Voor het grootste deel hebben de hoofdrolspelers in dat boek echt geleefd.
Het heeft Johan van der Woude veel tijd en inspanning gekost om het verhaal over de heks rond te krijgen. Want de processtukken in de archieven van Huis Bergh waren zowel beperkt als weinig boeiend. Toch was het een heel bijzonder proces. Want Mechteld had er namelijk zelf om gevraagd. Het was de eerste keer dat een beschuldigde van hekserij de rechter zelf om een proces vroeg. Ze wilde daarmee haar onschuld aantonen, maar liep het risico gedood te worden.
De oude weduwe Mechteld ten Ham werd regelmatig door stadgenoten uitgescholden voor heks. Toen in het negenhonderd inwoners tellende stadje op 13 mei 1605 een kleine jongen stierf beweerden boze tongen, dat er tovenarij in het spel was. Mechteld ten Ham zou er meer van weten. Maar de oude weduwe die in een huisje bij de kerk woonde, liet de roddels bij het graf van de kleine jongen niet over haar kant gaan.
In Het Boze Oog schrijft Johan van der Woude over dat moment:De klokken luidden niet mee en het werd stil op de markt. Tot ineens uit de richting van de kerk een vrouw tussen de mensen doordrong. Ze stak beide armen met gebalde vuisten in de lucht en schreeuwde, zodat de omstanders het wel moesten horen:"Ik weet van niets. Ik ben onschuldig aan wat ze allemaal over me zeggen. Meneer de rechter, ik wil dat u me recht doet. Ik wil dat alles wat ze over me zeggen wordt uitgezocht." De rechter keek naar de vrouw met haar benige gezicht en de priemende blik in haar ogen, die zwart waren van boosheid of angst en zei tenslotte:"Kom vanmiddag maar naar het stadhuis."
Getuigen
Waarschijnlijk had Mechteld het niet verwacht, maar toen op 9 juni 1605 het proces begon waren er wel degelijk getuigen. Zij wisten te vertellen dat de oude vrouw poppetjes verkocht die huizen tegen boze geesten moesten beschermen. Het paard van de vrachtrijder Dirk Wiskens was plotseling overleden, vlak nadat Mechteld met hem op de kar was meegereden.
En bovenal, nadat de "heks" op bezoek was geweest was de dochter van Berend Bornen plotseling overleden. Mechteld zou tegen het kind dat de pest had overleefd hebben gezegd:"Zo, ben je er nog?" Diezelfde avond werd het meisje weer ziek en stierf.
De autoriteiten hadden het moeilijk met het proces. Ze kwamen er niet goed uit. Op advies van graaf Herman van den Bergh werd besloten Mechteld ten Ham aan de waterproef te onderwerpen. Wanneer het lichaam zou zinken zou ze onschuldig zijn. Maar wanneer de vrouw, "met behulp van de duivel" zou blijven drijven dan was ze schuldig. De waterproef was in 1605 een omstreden methode. Vijf professoren van de Rijksuniversiteit Leiden beschreven al in 1594 hoe een mens, die met armen en benen kruislings gebonden in het water wordt geworpen, kan blijven drijven. Vrouwen die vaak kinderen hebben gekregen hebben vaak een opgezette buik waarin de wind zich ophoopt. Mensen met brede heupen en uitstekende schouderbladen blijven ook drijven. In gebonden positie heeft hun lichaam de vorm van een scheepje. Maar de landdrost Hendrik van Zuilen was niet onder de indruk van het Leidse oordeel. Mechteld ten Ham werd in gebonden toestand in het water van de Laak bij Azewijn gegooid.
In het boek van Johan van der Woude staat dat moment zo beschreven: "De mensen keken toe hoe de beul Mechteld bond, optilde en in het water plonsde. Het touw kronkelde achter haar aan en het leek wel of het ruige hemd haar drijvende hield." Het pleit was beslecht. Het lichaam bleef drijven en nog dezelfde dag werd de oude vrouw terechtgesteld.
"Het boze oog" van Johan van der Woude, verschenen in 1979.
"Literatoer", een literaire zwerftocht door Achterhoek en Liemers, verschenen in 1990
Mechteld ten Ham
De vrouw die zichzelf op de brandstapel bracht.
Mei 1605. Het stadje 's-Heerenberg in het Graafschap Bergh, gelegen tussen het glooiende landschap met de montferlandse bossen en de Rijn, wordt bestuurd door graaf Herman van den Bergh, zoon van de toen al overleden graaf Willem IV en zijn vrouw Maria van Nassau, zuster van Willem van Oranje. De bevolking van ongeveer 900 zielen had de laatste decennia veel te lijden gehad van de spaanse en de staatse troepen die het stadje beurtelings bezetten en plunderden. Ook had de pest de nodige slachtoffers geeist. Het vuur van de heksenvervolging, de zgn. inquisitie - in het leven geroepen door paus Innocentius VIII - wakkerde letterlijk en figuurlijk over Europa en had vele onschuldige slachtoffers gemaakt. In deze roerige tijden leefde Mechteld ten Ham. Als weduwe - haar man was omgekomen in dienst van de graaf - leefde zij een teruggetrokken leven. In het verleden had Mechteld vele malen uitspraken gedaan over de toekomst en de gezondheid van personen uit haar omgeving. Zij, die hierin geloofden, fluisterden onder elkaar dat Mechteld het "boze oog" bezat. Kwaadsprekerij, het bijgeloof van de eenvoudige man en het tijdsbeeld waarin de heks als oorzaak van veel ellende werd gezien en oorzaak was van allerlei onheil, maakte haar wanhopig. Zij verzocht de berghse magistraten om een rechtzaak waar voor eens en voor altijd bewezen moest worden dat zij niemand had betoverd en zij geen heks was. Mechteld veronderstelde dat zij de getuigenissen van de mensen, die haar beschuldigd hadden, in een eerlijk proces kon weerleggen. Ook hoopte zij op de steun van de graaf en de magistraten. Graaf Willem IV had tenslotte in 1565, veertig jaar geleden, een vrouw uit het stadje vrijgesproken van hekserij. De standvastigheid van Mechteld om het tot een proces te laten komen, ondanks adviezen van sommige bestuurders die haar adviseerden het niet zover te laten komen, bracht het proces op gang waarbij zoals later bleek geen weg terug meer was. Ook volgde zij de raad niet op om zich in het plaatsje Oudewater te laten wegen op de heksenwaag. Uit heel Europa kwamen hier mensen naar toe, beschuldigd van hekserij, die zich officieel lieten wegen. Na controle of men geen gewichten aan hun lichaam had gehangen werd men gewogen. Indien de weegschaal uitsloeg, hetgeen natuurlijk altijd gebeurde, stelde men vast dat de gewogen persoon geen heks kon zijn - een heks kan vliegen en weegt niets! - hetgeen met een officieel certificaat door de autoriteiten bevestigd werd. Op dit principe beruste ook de waterproef. Een heks weegt niets en blijft drijven. Zinkt men dan was het bewijs geleverd dat men vrij was van hekserij. Men was dan wel verdronken! Ook de raad om 's-Heerenberg te verlaten en zich op een ander grondgebied van de graaf van Bergh te vestigen, sloeg ze in de wind. Al deze waarschuwingen en adviezen mochten niet baten. Mechteld eiste een proces en op het tijdstip dat de graaf van Bergh werd ingelicht over de beschuldigingen aan het adres van Mechteld was de procedure al zo ver opgestart dat deze doorgang moest vinden. Hij kon niets meer voor haar doen. In Roermond, waar in deze tijd 40 mensen als heksen waren veroordeeld en verbrand, gaf hij de zaak uit handen en bemoeide zich er verder niet mee. Een fanatieke waarnemer, "een verdediger van het geloof", nam zijn honeurs waar tijdens het proces in het graafschap Bergh. Het aandringen van Mechteld was voor de autoriteiten de reden om dit proces te beginnen. Er waren geen officiele klachten van hekserij bij hen binnengekomen en ze vonden het zeker niet nodig om op de bestaande geruchten te reageren. Officieel waren de bakens verzet na de reformatie en hing 's-Heerenberg het nieuwe geloof aan maar zelfs de dominee las geheime missen op het kasteel voor hen die in het geniep vast hielden aan het katholieke geloof. Het oordeel van de opgeroepen getuigen stond voor de aanvang van de rechtzaak al vast; Mechteld was een heks. Zij had mens en dier betoverd waardoor ze ziek werden en overleden. Door haar toverkunsten liepen huwelijken op de klippen en gewassen en oogsten werden vernietigd. Slechts een dappere enkeling durfde het tegendeel te beweren. Mechteld had verkeerd gegokt. De rechtbank kon, na de verslagen van de getuigen, niets anders doen dan gebruikelijk tijdens de heksenvervolging nl. proberen de beschuldigde met alle toenmalige middelen tot een bekentenis te dwingen. Na het horen van alle getuigen, waarbij Mechteld alle beschuldigingen weersprak, werd ze opgesloten in de gevangenis onder de archieftoren van het kasteel waar zij door de beul onderhanden werd genomen. Met zijn martelwerktuigen moest hij haar tot een bekentenis dwingen. Ook besloot het gerecht dat zij de waterproef moest ondergaan. Op een boerenkar gezeten werd zij in optocht vanuit 's-Heerenberg naar het dorpje Azewijn gereden alwaar zij in de Laak werd geworpen. Zij bleef drijven hetgeen bewees dat men hier met een heks te doen had. De martelingen die volgden braken haar volledig. Willoos en gebroken, in een toestand waarin ze alleen nog maar verlossing uit haar lijden wenste, gaf ze alles toe wat men maar wilde horen. De rechtbank bleef niets anders over dan haar tot de brandstapel te veroordelen. Onder het toeziend oog van haar moordenaars, de gerechtsdienaren en andere belangstellenden, ontstak op 25 juli 1605 de beul het vuur in het droge hout van de brandstapel waarop Mechteld ten Ham aan een paal stond vastgebonden. In ongeveer drie maanden had het drama zich voltrokken. Zij was één van de laatste heksen die verbrand werd in het toenmalige Nederland.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Mechteld ten Ham | ||||||||||||||||||
1550 | ||||||||||||||||||
Gissbert van Heerl | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.