(Daniel)
RSV
Price Waterhouse
IHC
PGGM
Hofstedestraat
NIVA
Hooidrift 98b, Rotterdam
Hij had een relatie met (Niet openbaar).
Kind(eren):
Inleiding, blad 1
Deze familiegeschiedenis gaat over mijn bloedverwanten en hun (huwelijks) partners.
In het eerste gedeelte worden mijn voorouders van vaders' zijde beschreven. Zelf ben ik met mijn onderzoek gekomen tot generatie 3, Claas Arienszoon Groenewegen. De eerste 2 generaties (beide Arij Arienszoon) zijn gevonden door mijn bloedverwant Jaco bus (Koos) Groenewegen (geboren 4-5-1918) uit Harderwijk. (Zijn tak van de familie wordt in bijlage 10 van deze geschiedenis beschreven).
In de kerkelijke registers is de achternaam Groenewegen nog bij geen van beide Arij's vermeld.
De eerste drie generaties woonden in Dubbeldam op het eiland van Dordrecht. De situatie daar in het begin van de 17e eeuw schetste Koos in een brief aan mij als volgt: "Dit eiland was met de St. Elisabethsvloed van 18/19 november 1421 vrijwel geheel onder water gekomen. Het gebied van oud-Dubbeldam werd pas in de jaren 1601¬ - 1603 bedijkt en ingepolderd. De Noord- of Merwepolder kwam in 1616 boven water en de Zuidpolder in 1617. Het duurde tot 1652 voordat de Bovenpolder kon worden drooggelegd, in 1659 gevolgd door Wieldrecht. Het ligt wel voor de hand dat de eerste Groene¬wegens op dit eiland van elders hier naar toegekomen waren, hetzij om te helpen bij de inpolderingen, hetzij om op de drooggelegde gebieden een agrarisch beroep te gaa n uitoefenen. Daarnaast waren Rotterdam en Dordrecht toenmaals de enige steden in Zuid-Holland waar de scheepsbouw werd beoefend, zodat ook deze aktiviteit een zekere aantrekkingskracht moet hebben uitgeoefend.
Dubbeldam en Wieldrecht waren bij uitstek agrarische gemeenten. Landbouw en veeteelt vormden vrijwel de enige middelen van bestaan. In 1682 (79 jaar na de inpoldering van dit gebied) telde Dubbeldam nog slechts 56 huizen, wat ongeveer zal neerkomen o p 300 tot 350 inwoners. Waarschijnlijk betekent dit dat er in de 17e eeuw niet zoveel verschillende geslachten woonden en dat alle Groenewegens uit die tijd in Dubbeldam vermoedelijk familie van elkaar waren. Waaraan zij hun naam hebben ontleend is n iet bekend, mogelijk aan het feit dat zij aan een met gras begroeide weg woonden. Maar op kaarten uit die tijd komt op het eiland van Dordrecht geen groene weg voor. Het is denkbaar dat ook de eerste Arij's zelf wel de achternaam Groenewegen gebruikt en, maar dat degene, die de kerkelijke registers bijhield Groenewegen slechts ais een bijnaam beschouwde, ongeschikt voor officiële stukken.
Het bleek niet mogelijk vanuit de kerkelijke archieven van Dubbel¬dam gegevens to vinden over de voorouders van de eerste Arij Arienszoon, ook niet in de dordtse archieven. Aangezien hij met een sliedrechtse vrouw trouwde is het denkbaar dat zijn voo r¬ouders ook uit Sliedrecht kwamen, maar jammer genoeg zijn er geen sliedrechtse archieven uit die tijd gevonden.
Arij Arienszoon en Aechje Teunisdochter, mijn oudste voorouders over wie nog gegevens bekend zijn, zijn vermoedelijk tussen 1610 en 1620 geboren. Sindsdien is er dus ca. 3 3/4 eeuw verlopen. Het gemiddelde tijdsverloop tussen de generaties blijkt rui m 30 jaar te zijn.
Als repel worden er veel kinderen geboren, t/m mijn grootouders gemiddeld 7 à 8 (daarna 3) per gezin. Maar waarschijnlijk stierven veel van deze kinderen al op jonge leeftijd. Komt bij kinderen van een echtpaar een voornaam meer dan eenmaal voor, da n is waar-schijn¬lijk alleen de laatste volwassen geworden (of geen van hen).
Gegevens in archieven van de 17e en 18e eeuw zijn verre van compleet. Dit geldt vooral voor data van overlijden. Deze zijn of komstig van doodgravers en die waren waarschijn-lijk meer bedreven met de spade dan met de pen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.