Stamboom Van Vugt » Pieter van der Pols

Persoonlijke gegevens Pieter van der Pols 


Gezin van Pieter van der Pols


Notities over Pieter van der Pols

Schrijver van de Pieter van der Pols Papers:

The Pieter van der Pols Papers

Afschrift (door H.C.Hazewinkel, archivaris van het Gem. Archief Rotterdam)

Kom vrij in mijn comptor ( = kantoor)
En zit in alle hoeken
Maar houd je handen in je mouw (ga niet lopen stelen)
En je ogen uit mijn boeken (=kijk niet in mijn boekhouding)

P.van der Pols residerende
te Katendrecht 1750

Ik, Pieter van der Pols, ben hier in Katendrecht bij oom Cornelis
In't Velt (= een broer van mijn moeder) komen wonen op de 3e Mei 1717. Mijn groot-
vader (van moederskant) Pieter Cornelisse In't Velt is (lang geleden) ook op deze plaats
komen wonen, op de 30e December 1646, ook bij zijn
oom en muy (=tante), een zus en een broer (van zijn moeder) die nooit getrouwd zijn geweest.
Hun namen waren Trijntje en Jacob Aarse (=zoon van Aart) Oosthoek.
(Het huis was) Oud en uitgeleefd. Ik ben via overleveringen te weten gekomen dat
deze woning in 300 jaar tijd nooit in vreemde handen is geweest
en dat de 13 hont weideland in Katendrecht van
geslacht tot geslacht (van generatie op generatie) is beheerd. Grootvader Pieter In't
Velt heeft 6 kinderen gehad: Aart, Kees (= bovenstaande oom Cornelis) en Dirk
en 3 dochters: Leentie, Lijsbeth en Anna, mijn moeder.
Mijn (andere) grootvader (van vaderskant) Huigh Leenderts (van der Pols) is geboren
onder Ridderkerk en hij heeft de (Ridderkerkse) woning gekocht waar
mijn vader en ik in geboren zijn. Hij heeft 4 kind-
eren gehad: Jan en Pleun, Maaike en Grietie. Mijn
grootvader Pieter In't Velt trouwde met Maaiken Dirksen
op de 30e december 1646. (Hun buitenechtelijk kind) Leentje Pieters In't Velt is ge-
boren de 4e september 1643, (hun wettige zoon) Aart In't Velt is geboren
de 15e mei 1650, (zoon) Cornelis In't Velt is geboren de 12e juli
1656. (zoon) Dirk In't Velt is geboren de 23e april 1659. Mijn (= onduidelijk geschreven)
moeder Anna Pieters In't Velt is geboren de 15e janu-
ari 1662. Mijn vader en moeder trouwden op de tweede
Pinksterdag, zijnde 4 juni 1692. Maiken Pleun van
der Pols (= verm. jong overl. zus van de schrijver) is geboren de 14e maart 1693. Pieter van der
Pols (= verm. jong overl. broer) is geboren de 19e Augustus 1695. (een verm. vroeg overl. broer) Huigh is geboren
10 mei 1697, (mijn in leven gebleven zus) Maaike Pleune van der Pols is geboren
de 1e juni 1698. (mijn in leven gebleven broer) Huigh van der Pols is geboren op
1 maart 1702. Op 2 Mei 1719 is mijn oom Cornelis
Pietersen In't Velt gerust (=overleden). Op 29 december 1719 is mijn
vader Pleun van der Pols in den Heer gerust. Mijn moe-
der Anna Pieters In't Velt is gerust op 20 Januari

1724. (Mijn broer) Huigh van der Pols en Jannetje Plesier trouwden op
26 maart 1731. Op 12 Juli 1734 stierf mijn zwager Hen-
drik Blommert (=man van zus Maaike). Op de 25e verdronk (hun zoon) Cornelis
Hendrikse Blommert, 13 dagen na zijn vaders dood.
Mijn Pieter van der Pols (= zoon van schrijver ?) is door een kinderziekte
gestorven de 22e februari 1755.

1719. Ik, Pieter van der Pols, heb (verm. bij het overlijden van oom Cornelis) met toestemming
van mijn ouders (de vader overlijdt later in datzelfde jaar) in deze plaats gekocht: 2/3 deel van mijn
oom Dirk Man In't Velt (= broer van oom Cornelis) en (van) de kinderen van mijn
muy Leentie Man In't Velt (zus van Oom Cornelis) alsmede (ben ik) erfgenaam
van mijn oom Cornelis Man In't Velt met 2/3 deel in
de landerijen voor de som van 8500 gulden.
Daar kreeg ik voor: 11 morgen 400 roeden land en 10
morgen en 1 hond in de Hille en 1 morgen in Katendrecht
en 1/2 morgen in Charlois en een huis in het dorp
van Charlois en een obligatie van 500 gulden en
voorts paarden, koeien, bouw en melkgereedschap en
de hele boedel aan huisraad, bedden, potten, pan-
nen, kisten, kasten zoals het reilde en zeilde met al
de in gebruik zijnde landen die er waren en die bestonden
uit 20 morgen en 50 roeden land waarbij ik op de
18e december 1723 nog heb bijgekocht 5 morgen 4 hond en
50 roeden aan de Korteweg van de Heer van Scherpe-
zeel voor 2156 gulden koopprijs exclusief de onkosten voor de
openbare verkoop. Op de 4e November 1734 weer
gekocht 4 morgen voor f 1008 exclusief de onkosten
voor openbare verkoop, van een uitheems heer, een baron.
Op 4 juni 1728 gekocht, 2 morgen 3 hond voor de
som van 500 gulden ook al exclusief
de kosten voor openbare verkoop van de heer
Arkenbout. Alles gelegen in de Hille, samen 12
morgen en 150 roeden en van te voren 7 morgen en 5
hond, wat samen oplevert 20-0-50 (= 20 morgen- 0 hond- 50 roeden) Op 8 December
1741 heb ik 3 percelen weiland in Ka-
tendrecht gekocht voor de som van f 3550, eerst
10 hond voor f 1000, het tweede perceel groot 2 morgen, 1
hond voor f 1300 het derde voor f 1250.
De 2 morgen 50 roede voor f 600 per morgen
maakt bij elkaar f 3550 om het leen te verheffen = (leen af te kopen?)
en de openbare onkosten van 't pontgeld setra (?)
f 392 : 12 (=392 gulden, 12 stuivers) zo dat ik maar 2 morgen bruikland (=gehuurd land ?)

meer heb en dat ligt in Charlois en behoort aan het Proveniers-
huis te Rotterdam. In de Hille (heb ik) 20 morgen 50 roeden,
in Katendrecht 5 morgen, 5 hond en 50 roeden, alles bij elkaar
26 morgen eigen land, behalve de palen die er
in staan (= de betekenis hiervan is onduidelijk), wat geen verwondering hoeft te wekken, maar
het is wel verwonderlijk dat ik het nog zover heb geschopt,
door al die nare jaren vol ramp- en tegenspoed.
Ik heb twee- à drie-en-twintig jaren gebouwd (= geboerd) maar ik
heb er niet veel van overgehouden: Vader en moeder
lieten mij op de eieren zitten (= in problemen achterlaten). Ik moest mijzelf
schoeien en kleden. Zij gaven mij niks en ik gaf hun
niks, totdat mijn moeder kwam te
sterven op 20 januari 1724. Toen nam (mijn broer) Huig
wat schuld over, want die bleef ook zo (met de narigheid) zitten. Zwager
Blom (= Hendrik Blommert) en zus namen zo wat huisraad van mij
en van Huig (over). Elk een stuk land en het huis op
het dorp. Zij had wat geld gekregen toen zij met
Blomme (= Hendrik Blommert) trouwde en dat behield zij. Zo waren we
zonder voor- of tegenspraak gekaveld zonder (ook maar) een hamer-
slag te horen of te zien. Geen ander mens dan wij met
ons vieren, en dat alles terwijl Huigh nog onmondig was. Zijn voogden,
Pieter Wouterse Opsluis en Pieter van Oosten,
hoewel zij er niet bij waren geweest toen wij
deelden en kavelden, stemden toch toe. We gunden het
elkaar zo zeer alsof wij het zelf hadden.

(Opmerkingen:
- De familie Van Oosten was aan Pieter van der Pols gelieerd. De moeder van "zwager Hendrik Blommert" heette Femmetje Hendrix van Oosten. De naam Opsluis is in de familie vooralsnog onbekend.
- Het lijkt erop alsof de drie kinderen Pieter, Huig en Maaike schulden erfden na de dood van hun moeder, die als laatste stierf.
Huig en Pieter hadden eigenlijk geen geld om de schulden af te betalen, maar omdat Maaike bij haar huwelijk met Hendik Blommert geld had ontvangen, kon zij de redder in de nood worden.
Zij kocht van zowel Huig als van Pieter een huis, waarmee dezen over zoveel geld beschikten dat zij de schulden van hun ouders konden betalen. Dit alles was in goede harmonie tussen de vier betrokkenen gebeurd: Pieter, Huig, Maaike en haar man Hendrik Blommert. De voogden van Huig stemden daar achteraf mee in.
- Het lijkt er dus op dat Pieter op dat moment niet getrouwd was, ofschoon hij toen al circa 29 jaar oud was.)

Huig zou de derdalf (= gezien de huurprijs "twee en half") morgen aan de Nieuwe Weg die aan
zuster Maaike toekwam in huur houden voor f 40,-
ofwel F 16,- per morgen, de ordinaire lasten voor zijn rekening,
de extra-ordinaire voor haar. Zo zijn we tot
hier toe doorgesukkeld. Wij zijn hier met ons drieen.
Wij hebben geen oom of tante, geen neef of nicht
hier te lande, zodat we bij niemand voor raad of
daad terecht kunnen, behalve bij elkaar en bij
God. Die heeft mij dikwijls gered. Als ik geen raad
meer wist heeft de Heer mij altijd geholpen. Ik heb
nooit gehoord dat er iemand van onze familie
door de kerk of door de armen(zorg) is geholpen. Zij hebben altijd
hun noodruft gewonnen en hun eigen brood
gegeten. God komt hiervan de eer te. Ik heb ook
nooit gehoord van grote rijkdom. Ze hebben met
bouwen (= boerenwerk) en werken hun kost moeten winnen
Van allen ben ik de gezegendste die ik in mijn

familie ben tegengekomen, die met zo weinig moeite
zijn brood verdient en ik behoor, God zij geloofd, nog
niet tot de minsten van Katendrecht, eerder tot
de eersten (= meest belangrijke personen). Dit alles dankzij mijn ambten,
hoewel ik daar niet vet van kan eten. Ik ben al in het
jaar 1732 heemraad en schepen geworden en
ben als schepen vrijwel altijd herkozen.
(Ik ben) ook hoge waarsman voor altijd en ook wel
lage waarsman. Ook ben ik collecteur van
Katendrecht. Helaas wordt mij niet al te veel toever-
trouwd. Dat is begonnen op 1 januari 1750.
De imposten die ik ontvang zijn van het gemaal,
van het zout en zeep, van wijn en azijn, van het
bestiaal of de slacht, van alle gedestilleerde
wateren en van boter. Dat werk werd me door de
gecommitteerde raden uit den Haag aangeboden want de schout
en het gerecht hadden mijn naam
overgeschreven en ik nam het toen maar aan. Ik wilde er
eerst voor bedanken want het is lastig (werk)
voor mij omdat ik niet goed kan schrijven en cijferen.
Ik heb maar 3 of 4 weken op school geschreven. Maar ik had
er wel zin in, zodat ik
mezelf wel geoefend heb in mijn jeugd. Maar ik had nooit gedacht
dat het nog zover zou komen
dat ik daarmee nog geld zou verdienen op
mijn oude dag: Oh jeugd, oefent u toch
in uw jonkheid. Het zal u tot leergeld strekken
als gij oud geworden zijdt. Ik heb van kindsbeen
af altijd plezier in boeken gehad en heb
altijd gelezen en dat doe ik nog steeds. Dat
is mijn gezelschap en mijn tijdverdrijf want voor mijn
ambt dat ik nu vervul moet ik thuis blijven en dat
maakt dat ik veel lees en schrijf en ik heb dit
boek gekocht als een memorie-boek en om mijn
dingen zo wat aan te tekenen. Het zal ook
als het oud geworden is bij mijn nakomelingen, denk
ik, nog wel iets (interessants?) zijn. Ik heb bespeurd
dat er nog wel mensen zullen zijn die plezier zullen
hebben om wat te lezen. Dit boek moet ook noodzakelijk

bij mijn familie blijven berusten, bij diegene
die het het meest waard is. En het moet nooit vervreemden
want wat hoeft een vreemde nu te weten van mijn en onze
geheimen?

Ik heb de 3 morgen verhuurd aan Marg.... Kruithof voor
7 jaar voor f 7,- verscheen kerstmis (= ingaande op kerstmis)
1763 bet. de 15e april 1764
1764 ,, ,, 12e ,, 1765
1765 ,, ,, ,, maart 1766
etc.
1770 weer huur gemaakt

Verhuur van land
Jan Andewegh of Jan Voeties heeft in huur 2
morgen land, die zijn vrouws moeder Neltie
Pieters Gelterder wel 40 jaar heeft gebruikt
(van ?) oom Kees en betaalde toen f32 per morgen.
Nu van mij gehuurd voor f 29 de morgen eens
geld (= betaling ineens ?) voor de tijd van 7 opvolgende jaren.
Het eerste jaar begon op kerstmis 1721 (en de overeenkomst is) geeindigd
kerstmis 1727 en al de jaarhuur (is) betaald. Ik heb
met de regenten van het bovenstaande land, dat toebehoort
aan het Proveniershuis te Rotterdam weer huur ge-
maakt voor 14 jaar, beginnende met de jaren
1721 tot 1735 en zijn ge-expireerd en janne (=?) huur-
jaren mee tot 1735.
Ik heb met de regenten van het Proveniershus weer huur ge-
maakt over hetzelfde land van het jaar 1735 tot
kerstmis 1741 en al de huur betaald.
De huur weer vernieuwd voor 7 jaar voor f58 de hoop (= alles bij elkaar?)
en eindigt kerstmis 1748.
Ik heb met de regenten weer huur gemaakt voor 7 jaar
(en) het bovenstaande land weer verhuurd aan Leendert
Tackebos voor 7 jaar voor f 58.

Oordelen, bestraffingen en waarschuwingen Gods
die ik in mijn levenstijd al heb beleefd en ook
gezien. Ik zie ook dat Gods hand steeds langer
en zwaarder over dit land komt. Men hoeft niet
te vragen naar de redenen, maar laat ik, gij en wij

allen eens gaan (kijken) in onze binnenkamer. Daar zullen wij
vinden dat onze harten zijn verhard en onze zielen in
slaap (zijn gevallen). Wij worden wel geslagen maar wij voelen
geen pijn en wij nemen de tucht niet aan. Ook
heeft de Heere een twist met met de inwoners van dit
land omdat er geen trouw en geen weldadig-
heid in het land is, maar wel vloeken, liegen
stelen en doodslaan. "Maar mij kennen ze niet",
spreekt de Heere. Daarom heeft de Heere gezegd:
"ik zal het land slaan en de inwoners van het land
(zullen) treuren en klagen over de slechte tijd". Als zij
maar zouden klagen over hun zonden, dan zou de Heer ze
genadig zijn.
Nu zal ik van de plagen van ons land vertellen,
uit mijn tijd.
De 19e maart 1702 is de koning van Engeland, on-
ze stadhouder gestorven. Toen meende de Fran-
se koning dat hij ons land kon innemen. Maar God
heeft ons behoed, maar dat kostte zeer veel bloed
eer we de vrede kregen en dat was op de 13e
april 1713. Maar wat viel die vrede bitter
want in de maand November van dat zelfde jaar
kwam God ons bezoeken met een pest onder het vee
die ruim 7 jaren achtereen duurde. Wij hielden
maar een koe en een pinkvaars over van de 28
in het jaar 1716.
In het midden van de winter stond ik 's morgens op om
de paarden te missen (=?). De deur geopend hebbend, zag
ik een man-mens hangen aan de berg leer, wat bij
mij en mijn ouders een grote schrik veroorzaakte.
Na alles doorstaan te hebben, (bleek het) dat het de
portier van de Rotterdamse poort van de Bin-
nenwegh (was) die vanwege enige onenigheid tussen
(hem en) zijn vrouw, zichzelf daar kwam verhangen.
Nadat hij 3 dagen op de wu.... had
gelegen onder wat stro, kwam de diender.
Hij en ik brachten hem 's avonds laat naar Char-
lois en (hij) werd aan de noordzijde van het kerkhof
begraven en verder hadden we daar geen
moeite meer mee.
Maar om niet te vergeten: In het jaar 1715 hadden we
op 3 maart de hele dag een storm uit
het zuiden en deze ebde (de watergangen) zoo leeg dat de sluis de hele

dag niet dicht was geweest. Maar 's avonds om 8 en 9
uur schoot de wind naar het Noordwesten en stroomden om 10 uur
de dijken over, zo verschrikkelijk, dat wij meenden
dat ons hele huis zou weglopen. Op diezelfde tijd
is de polder van name (=?), ze ligt achter het land van
Goes in Zeeland vergaan. Ik ben daar in het jaar
1739 voorbij gevaren en zag niets meer dan de
toren. Daar placht de beste tarwe te groeien van heel
Zeeland. Dat ligt nu met hoog water onder
en met laag water als slikken en hompen (die nog resten van) de dijk.
De kerk en al de huizen waren in de tijd van 24
jaren geheel en al weggespoeld. Het was een
schoon eilandje. Het was maar een dorp en in
Friesland was onnoemelijk meer schade
geschied. Het water was zo hoog, (als het) sinds het
jaar 1682 niet geweest is in 33 jaar. Maar nu (zijn er) jaar
op jaar zulke stormwinden en hoge vloeden, dat
de dijken overlopen als gorsekaden. (Het) was haast
een gewoonte (aan het worden). De grootste stormwind is geweest op Woens-
dag op de Rotterdamse kermis 1717 en het hoogste water
op kerstmis 1731. Toen dacht men dat de stenen
dijk zou doorbreken. In de jaren 1722 en
1723 waren alle dingen zo goedkoop als geen
mens ooit beleefd heeft. Men kocht een schepel
beste winter-tarwe voor 18 à 20 stuivers per zak. De beste grote bonen
en de beste haver voor dezelfde prijs. Het vlas was mede
zo goedkoop: 8, 9, 10, 11, 12-1/2 voor het beste. In het jaar 1730
was er een bijzonder natte zomer. De tarwe in het maaien wies
groen aan de hopen en ook die te maaien stond.

(Opmerking: Deze zin is gedeeltelijk onbegrijpelijk. Waarschijnlijk was het gedurende die zomer zo nat dat de tarwe niet kon rijpen en nog groen was toen het gemaaid werd)

1731 was toen weer zo droog als geen mens
ooit beleefd had. Op 28 november 1731 is voor de
eerste reis geprobeerd de nieuwe brandspuit van
Charlois en Katendrecht. In het jaar 1731 heeft Andries
van Beek als kerkmeester 4 nieuwe kerkbijbels
in de Katendrechtse bank(en gelegd ?) voor rekening van de kerk.
Deze boeken hebben f 36 gekost. In het jaar 1742
heeft Kornelis Dirksen Tackebos als kerkemeester mede
op order van de schout (en) schepenen van Katen-
laten maken een nieuwe bank voor de gerechten
en de heeren van Katendrecht. Kost f 28.
Op 28 maart 1732 hebben de heren van Rotterdam
mij hoogheemraad en schepen van Katendrecht

gemaakt. Mijn familie is altijd in lands- of kerken-
dienst geweest. Mijn vaders vader is wel 40
jaren schepen of ouderling van Charlois ge-
weest en de reden daarvan was dat de gemeente
zo klein was dat men geen nominatie kon
maken van ouderlingen. Mijn moeders vader was
schepen van Katendrecht en hoge waarsman van
Charlois in het jaar 1656. Mijn vader is ook
schepen van Charlois geweest in het jaar 1713.
Oom Aart en oom Kees (zijn) allebei (als) schepen ge-
storven. Nu weer wat van gemeenlands Oor-
delen (= Nu weer wat van het hele land vertellen)
In het jaar 1740, de 6e januari begon
het zo sterk te vriezen dat men nog 8 weken
over de Maas heeft (kunnen) gaan en al het koren dood
vroor. De beesten stonden tot eind mei
nog op stal. Die(genen die nog) voer hadden gaf men f 4 à
f5 voor 100 pond hooi maar er was niet
meer te krijgen. De ellende kan ik niet goed
beschrijven hoe dat het goed (= vee?) loeide om eten en
(ze) konden het niet krijgen of vinden en ze vielen van
kou en honger zo dood neer. In het veld
kropen ze in de oude sloten om lissen en biezen
te zoeken en (ze) vielen van slappigheid daar in
(het) water zo dat de mensen (veel) werk hadden om het
vee uit het water te halen. Er verdronken er vele.
Ook volgde een zeer late oogst. Dins-
dag op de Rotterdamse kermis haalde ik mijn
eerste voer aan de werf. Daarop volgde een lange
dure tijd voor alle eetwaren. Ik heb zelf voor
mijn boter gekregen f40 in Leiden en in den Haag
f 50, 3 à 4 gulden (voor) een zak aardappels, 3 st(uivers)
2 duiten voor een vuil pond spek, natte paardenbonen
(voor) f4 per zak. Ik haalde mijn laatste bonen thuis
de 2e december 1740. Daar zijn hele stukken
met gerst en bonen op het veld vergaan. In Janu-
ari 1741 brak de Dordtse Lage waart
door, vanwege de zware vloed, evenals het Land van Al-
tena en veel plaatsen meer. In 't zelfde jaar
was er een ster met een staart te zien maar
in 't jaar 1744 heeft een ster met een staart
zich zeer verschikkelijk (gedurende) enige weken vertoond. Ze
wordt een komeetster genoemd, maar mag wel

een geselroede genoemd worden, die de Vader van
hemel en aarde Zijn kinderen laat zien en zegt
"Zo gij Ulieden niet bekeert, zo zal ik Ulieden slaan"
gelijk Hij ook heeft gedaan. Nog in datzelfde jaar
kwam de Heer uit ons tijdelijk bestaan ons rundervee
wegnemen. Wij hebben in vorige jaren ook
verscheidene plagen en slagen gehad die me
nog heugen en die ik nog voel. De muizen
die het gras en het koren opaten, rupsen die de bonen
en het vlas opaten, wormen die de vastigheid van
ons land dreigden weg te nemen, een soort van
onbekende zeewormen die alle palen door-
boorden. Van buiten waren ze glad en gaaf en van
binnen als bijenraten. En dat (alles gebeurde) zo subiet. Hoe dik
ze ook waren, ze konden geen half jaar staan
of ze vielen vanzelf om en dat grasseerde (germanisme, grassieren = woeden, veelvuldig voorkomen)
(het) meest omtrent Katwijk aan de kant waar de
Noordzee op staat te branden. Dat moet met
het paalwerk (tegen)gehouden worden of (anders) is heel Holland
weg en ook Zeeland. Het paalwerk aan de
hoofden en dammen te Amsterdam (en ook) de schepen
werden doorboord, (zo)dat ze zonken. Het was me
een grote plaag. Het is van de Heere geschied. Het is een
wonder in onze ogen want het er is nooit van gehoord
of door mensen gezien. In 1729 heb ik het ook aanschouwd.
Zwager Blom (= Hendrik Blommert) was in Zeeland geweest en bracht
een eind van een paal mee, ongeveer zo dik
als een berg roeden. Van buiten (was het) gaaf en van binnen
net als een honingraat. Dat heeft wel 25 jaar
geduurd en of het nu wel is opgehouden
weet ik niet. Ook heugt mij van de tijd in het
jaar 1709, toen al het koren was doodgevroren,
(dat) een zak tarwe f 15 (kostte). Rogge en gerst navenant
De meeste mensen aten gerstebrood en koeken
Er werd in die tijd veel honger geleden en
(dat) duurde omtrent een jaar. Maar al dit boven
genoemde kan niet overtreffen de sterfte onder
de beesten (die) in 1744 begon. Dat (was) (een) zo hevig
brandoffer dat niemendal zou overblijven. Ik ben
driemaal uitgestorven. Mijn broeder Huig is een keer
helemaal uitgestorven, 27 stuks. Pieter Blijdorp
mede 27 stuks. Dat zijn de twee grootsten in Charlois

die niet meer alles hebben overgehouden. En het duurt
in sommige plaatsen nog (tot in) 1748. Wanneer het zal
ophouden, God weet het. De eerste sterfte in 1713
duurde ruim 7 jaren. In hetzelfde jaar 1744 zijn
onze bondgenoten in een bloedige
oorlog tegen Frankrijk en Spanje (verwikkeld geraakt). (Ze) zijn
eerst boven in Duitsland begonnen en in
Beieren en zijn in mei 1745 boven in Vlaanderen
(binnen) gevallen, in Doornik, in een van onze barriere(steden),
onze voormuur, alsmede Kortrijk en (meene?)
Ieperen en het fort te Knokke en Eerlebeek, Warre
Leebeek, Bergen in Henegouwen en Gent, Dendermonde
Oudenaarde, Oostende Nieuwpoort .... 1746 Brus-
sel, Lier en Leuven, Antwerp Namen en Teelforte
1747 het gehele land van Kasant, Sluis in Vlaan-
deren en Sas van Gent, Lillo. (Hier) heb ik een nacht ge-
slapen. Toen zijn de fransen gekomen voor die sterke
stad Bergen op Zoom. Daar steunde men op zijn
kracht en sterke macht, maar (deze stad) is in de tijd (van) 8 weken
ten onder gegaan. Ons garnizoen (werd) krijgsge-
vangen (gemaakt) en meest verslagen en dat gebeurde
op de 16e september 1747. Toen had men
de moed verloren. Men hoorde het geschut
van Bergen op Zoom hier gemakkelijk. Daar
werd in die tijd 80.000 pond kruit verschoten in
24 uur. Daar is gruwelijk veel volk gebleven
en gekwetst want men moest hier op Feyenoord
van het pesthuis een hospitaal maken. Daar
werden de zieken en gekwetsten met hon-
derden (tegelijk) binnengebracht. Hier een zonder benen, de andere
zonder armen en sommigen jammerlijk gekwetst
en ook velen ziek. Zwager Kors had er een le-

(Opmerking: Nadat Pieters zus, Maaike in 1734 haar man Hendrik Blommert had verloren, die door Pieter stelselmatig 'Zwager Blom' wordt genoemd, hertrouwde zij in 1737 met Christiaen Dirkse Palesteyn, een jongeman van Bleiswijk, wonende te Charlois. Vermoedelijk wordt de voornaam Christiaen verbasterd tot het in Zuid Holland meer gebruikelijke Korstiaen. Zwager Kors is dus waarschijnlijk de tweede man van zijn zus Maaike.)

verantie van stro aan. Dat werd in zakken
gestopt en dat werden de bedden. 2 Man had
(samen) een krib als zij niet al te zwaar gewond waren,
anders (lag er) een in een krib. Er wordt gezegd
dat er geen beter hospitaal in de wereld is dan
het nieuwe Prinsen Hospitaal op Feyenoord. Zo zegt men
voorts dat het is voorzien van apothekers, bakkers, slagers, koks,
wassers en oppassers, meesters, doctors en evenwel
zijn er dit jaar wel 2000 gestorven die op het
palssers kerkhof begraven liggen, dat zo wordt genoemd

omdat het was verordonneerd om de palssers te begraven
die, terwijl zij aan het Houten Huisje End op engelse schepen lagen te
wachten, (zijn) komen te sterven.

(Opmerking: Deze zin is niet erg begrijpelijk. Palssers zijn vermoedelijk huursoldaten uit de Palts. Het "Houten Huisje End" is vermoedelijk een uitdrukking als "tot Sint Juttemis" of "tot het einde der dagen". Iedereen eindigt tenslotte in een houten huisje, ofwel tussen zes plankjes.
De Palsers konden vermoedelijk tot Sint Juttemis op steun van Engelse schepen liggen wachten en zijn dan ook tijdens dat vergeefse wachten op versterking gesneuveld.)

(Ik heb) naderhand gehoord dat er 3600 op die plaats begraven
zijn. Ja, men dacht toen Bergen (op Zoom) voorbij was, dat nu
ons land gans open ligt. Nu is de Fransman
niet te keren. Nu neemt hij het gehele land
van ter Tholen weg en dan Steenbergen, Oudenbosch
de Klundert, de Fijnaart, Willemstad en
door de hele bradt (= Brabant ?) en dan Breda, Geertruiden-
berg. Dan kunnen zij in ons land komen zonder (zich met)
Stogebos (= 's-Hertogenbosch) te (be)moeien. Maar de Fransen hebben dat jaar
niets meer ondernomen. Maar vroeg in 1748
(is) Maastricht ook al op diezelfde conditie ingeno-
men, te weten met accord. Het zag er donker
uit in onze ogen. Het scheen of onze krijgs-
macht geen kracht of macht (meer) had. Hun
harten (waren) als gesmolten. De oude naam van
Batavieren konden of mochten ze niet voeren.
Hoe of het was, God weet het want die weet
alle dingen. Men gaf de hoofden van ons land
een kwade naam van verraad. Zo het al waar is
geweest, zo is het evenwel niet zonder de wil van de
Hemelse Vader geschied en bij gevolg
(zijn het) allemaal instrumenten die God heeft gebruikt
om Zijn volk te bezoeken. Zij hebben evenwel
de voorzichtigheid gebruikt om elke woensdag- of
donderdagavond bedestonden te houden
om de Heer die op ons vertoornd scheen te zijn,
in alle kerken en in alle plaatsen te bidden
om van zonden bevrijd te zijn. Zo kwam God
ons wonderlijk vertroosten op de 29e april
1747, een dag die (eigenlijk) bedoeld was om burgemees-
ters van Rotterdam te verkiezen. De burgers kwamen
met honderden en duizenden naar het stadhuis
gelopen en zeiden dat ze eerst een stadhouder
moesten maken en dat moest zijn
Willem Karel Hendrik Frieso, prins van Oranje
en Nassau, stadhouder van Friesland, wat die
heren als de donder in de oren klonk.

en ze zagen het stadhuis van binnen en van buiten met
mensen opgepropt die al begonnen te roepen "Viva
Prins van Oranje" en een gedeelte (had) al
oranje kokarden op de hoeden. De heren die wel
zagen dat er geen tegenhouden (meer) aan was, verzochten
(het volk) wel tevreden te zijn dat haar wil zou ge-
schieden en (hij) werd op hetzelfde moment als stad-
houder uitgeroepen. Maar Zeeland was (ons) al
voorgegaan en toen (ging het) van stad tot stad tot-
dat er een (stadhouder) was. Ik was in Rotterdam. Ik heb
de prins achter (het) stadhuis mee horen lezen
door de secretaris van Belle, die beefde toen
het gedaan was. Toen liet (men) de prinsenvlaggen
op de toren (wapperen) en ook op de dorpen. En wie
geen geel (= oranje?) lint droeg, was zijn lijf niet
zeker, zowel klein als groot, rijk en arm
jong en oud. Ieder toonde dat hij (een) goed prins(gezinde)
was. Daar werd de prins als een tweede Jephta
weer uit het stof verheven. In het oranje-
loetie ( ? ) was (hij) bijna verdwenen. Hij was veracht
en klein maar nu zeer groot geworden,
groter dan ooit zijn voorouders (zijn geweest) want hij is
erfstadhouder van alle 7 provincies gemaakt, zowel in
de vrouwelijke als mannelijke lijn en dat erfrecht
hebben de oude prinsen nooit gehad.
Ook heeft hij tot vrouw, de oudste dochter van
de koning van Engeland. Ze zijn getrouwd
op 25 maart 1734. Ze zijn Willem en Anna genaamd,
net als onze vorige prins en prinses, onze laatste
stadhouder, die in die nare oorlog van het jaar
1672 werd aangesteld. Hij heeft omstreeks 30 jaar gere-
geerd tot 1702, de 19e maart, zodat men 45 jaar
zonder stadhouder is geweest. De Heer heeft
ons evenwel bewaard in dit goede land, een
land als een tweede Kanaan dat van melk
en honing overvloeit, een land waar
Gods woord zuiver gepredikt wordt door Zijn
trouwe knechten die ons wel waarschuwen
en roepen uit hun keelen en houden niet in ( ?). Zij ver-
heffen hun stem als bazuinen en verkondi-
gen de volkeren hun overtredingen en het huis Jacobs
haar zonden maar onze harten zijn verhard

maar zij willen niet horen. Daarom klaagt de
Heer in de 81e psalm en roept er een wee over
uit etc.
Daarom is een land gelukkig dat vrome over-
heden heeft en er wordt van onze stadhouder
getuigt, tot mijn blijdschap, dat hij zeer god-
vruchtig is en wijs, maar hij mag (ook wel) wijs
wezen want hij komt in een beslommerde boel.
Het land is in schulden verzonken. De schatkisten
zijn leeg. De financien (zijn) zeer verzaakt. Het grauw
en de gemene man kan de pachten en opgelden
niet opbrengen. Ze zeggen dat er genoeg
wordt betaald maar dat het gaat zoals Clement Marot aan de
koning van Frankrijk toonde met een stuk boter dat
zo vaak door de warme blote handen moest
gaan voordat het bij de koning kwam dat het ver-
smolten was voordat het daar was waar het wezen moest. En zo
gaat het in ons land ook, zeggen ze. Kom wet ( ?)
middel is daarvoor, dat men de pachters ging plun-
deren en de hals breken. Het zijn kale jakhalsen
als zij (met hun tengels) eerst aan de pacht komen. Diegenen die (onrechtmatig) aan de pacht
hebben gezeten rijden met koets en paarden en leven
als prinsen op aarde en zijn pasciaal ( ?) en zo brutaal
dat men ze nauwelijks durft aan te spreken. Die wagen gaat

(Opmerking: Hier gaat Pieter enigszins allegorisch vertellen waarom er een pachtersoproer ontstond.
Helaas gebruikt hij voor alle betrokken partijen het woord "zij", zonder er precies bij te vertellen wie "zij" zijn.
Bovendien gebruikt hij een beeldspraak van een kar en een kruiwagen waarvan de functie ook niet helemaal duidelijk is)

niet recht. (= Dat is niet zoals het hoort ?). Zij viel om en hij reed met een kruiwagen
door de stad Rotterdam alleszins tegen de deur van de burge-
meester aan dat het dreunde. Hij riep op z'n
best (=allerhardst): "Die wagen gaat niet recht" en zo hebben zij
gepraat totdat zij tot een daad kwamen en zijn in
de maand Juni 1748 naar Leiden, maar voornamelijk
in Groningen, in Haarlem, in Amsterdam op een
gruwelijke wijze geplunderd. Van wel 18 of 19 pachters
of directeuren van wijn zijn de huizen tot de grond
toe afgebroken en alle meubels in het water
geworpen en ze zijn met een oploop van wel 60 of 70
mensen in het water gedrongen en jammerlijk verdronken.
Het zag er daar droevig uit. Die steden schenen
als in een bloedbad te geraken en den Haag
is daarvan ook niet helemaal vrij (gebleven). De pachtershuizen moesten
voorhouden (= beschermd worden ?) en zij (= de pachters) op de vlucht want als zij (= het ontevreden volk) de pachters
in handen hadden gekregen, hadden zij ze verscheurd
en dat zou van stad tot stad zo gegaan zijn, als

de heren Staten(afgevaardigden) en onze stadhouder op de 26e juli
1748 bevolen hadden niet meer aan de pachters te betalen
en dat dat geen pachter meer erkend moest worden. Dat ze
waren afgeschaft. Toen was het nog niet goed. Men moest
in alle steden nieuwe regeringen hebben. Zij (= de gemeentebesturen) hebben
met de pachters meegedaan (= geheuld) en hebben (de winst) samen gedeeld.
De regering van Amsterdam moest altijd in het geheel
voort en is geheel vernieuwd. En om te tonen hoe
het met de financien van ons land gesteld was, dat
had ik haast vergeten, lieten onze souvereine hoge mach-
ten een algemeen gebod uitgaan dat elk
op- en ingezetene van de 7 provincien de 50e penning
moest betalen van al zijn goederen en diegenen die geen
f 1000 vrij goed hadden, zo veel als men wilde
Maar niemand moest vrij zijn en dat wordt genoemd:
een liberale gift, doch alles (geschiedde) onder ede en moest
geheim blijven en ze konden met gemunt
en ongemunt goud en zilver betalen en dat in 4
termijnen. De 1e termijn is geweest op de 22e Nov
1747 in Katendrecht en de laatste op 7 sept 1748.
En wij, schout en schepenen van K(atendrecht) hebben een
nieuwe kist, die daarvoor diende, laten maken, met
de datum 1747 erop. Deze wordt nu gebruikt
als weeskist voor het gerecht van K(atendrecht). In die
tijd (was de) schout Willem van der Lek. Leendert Jansen
Tackebos, Ary Dirckse Tackebos, Pieter van der Pols
Jan Broekhof, Ary Pieterse Schouten (waren) schepenen (van de schout).
Dit was een fonds om gelden te fourneren, dat door
veel mensen werd geprezen, want ze bracht een
onnoemelijke schat op en het raakte de gemene
man niet erg. Het was voor diegenen die veel had,
die kan (daarom ook) veel missen. Daarom (was het) een wijs beleid van
zijne Hoogheid, onze stadhouder, gepractiseerd
door God's geest, want hij (is) een middel in
Gods hand om Zijn wil te volbrengen, daarom
zei Salomon etc....
Dat dit goede land nog eens uitgeroeid (zal) worden,
stel ik vast (op grond van) verscheidene voorbeelden. Eerst met
het Jodendom in vroeger tijden, maar ook in
later tijd. Kijk eens naar de baarmoeder van onze
hervorming, ik meen het keurvoorstendom van
de Palts. Wat is daar onze reformatie voort-

gezet en aangekweekt. (Wat heeft het) er zeer vele jaren gebloeid.
(Uit)eindelijk heeft God, door zonden (en) door verval in leer
en zeden de kandelaar van zijn plaats
geweerd en in plaats van het zuivere licht des evange-
liums (de Palts) aan het blinde pausdom overgegeven. Zie
eens de oost- en westerse kerk door onenigheid
en twist uiteen gescheurd (zijn), waarvan de oosterse
kerken nu geheel onder de turk moeten zuchten
en de westerse onder de anti-christ. Zou ik al
zulke voorbeelden ophalen, waar zou ik (dan moeten) beginnen ?
En waar zou ik (moeten) eindigen? En ik zou daarmee buiten mijn
vaderland en voornemen geraken want
mijn voornemen is om ons en ons vaderland
te beschouwen en te beschrijven. Om de veranderingen
van ons land te zien en te laten zien, die ik ten dele
al heb getoond en nog meer hoop te laten zien.
Van de dingen van mijn tijd, want die (heeft) nog maar
pas 52 jaren bereikt. Maar men zegt dat in de
tijd van een derde eeuw de hele wereld
verandert en dat gaat al vrij vast (= dat lijkt wel waar te zijn), maar niet tot
verbetering want men zegt als spreekwoord
dat er weinig jong(eren) komen die de oude(ren) verbeteren.
Ik heb bijna 33 jaar in Katendrecht gewoond,
maar (Katendrecht) is in die tijd geheel veranderd van mensen.
En dat (soort zaken) zijn immers waarschuwingen dat zo
de wereld eens zal voorbijgaan. Daarom, laat ons de
wereld niet liefhebben, noch enig schepsel in de
wereld, behalve hetgeen ons tot noodruft moet dienen
en voor ongemakken van de lucht (= het slechte weer ?). Maar wat wordt er
al geen geld (uit)gegeven voor andere zaken dan brood. Wat ziet
men geen geld vermorsen aan tabak, dat in het jaar 1598
(voor het) eerst in Engeland uit Morenland is overgekomen,
zoals Emanuel van Meeteren (het ons) vertelt. (Het) is zo
(ook) in ons land (terecht) gekomen en sommigen zijn er zo
verzot op dat zij liever een stuk (stuk vee ? een ledemaat ?) willen missen
dan tabak. Maar ze (= de tabak) is nu niet zo duur, noch zo
krachtig als 80 of 90 jaar geleden. Toen rookte
men met een (heel) gezelschap uit een (enkele) pijp en die waren
de helft kleiner dan dat ze nu zijn. Ja, nu rookt een man
wel een half pond in een week. Voorwaar, ik weet niet
waar een mens toe kan vervallen. Ze zeggen: "het is mijn ge-
zelschap en mijn tijdverdrijf". O dwaze mensen neem

God tot uw gezelschap en Zijn beschreven woord tot uw tijd-
verdrijf. Ook is er in mijn tijd nog een ander verval in ons
land gekomen en dat wordt genoemd koffie en thee en dat
komt uit Oost Indie, uit Turkije en de Levant. Koffie zijn
half verbrande bonen en thee zijn gedroogde bladeren,
mee zonder voetsel of deksel (?) als de tabak. Evenwel
zijn de mensen daar zo verzot op dat ze om die linzensoep
van Ezou het recht van haar eerste geboorte wel
zouden weggeven en dat doen ze wel degelijk want zij hangen
daar hun welzijn aan (op) net als Ezou. Er wordt onnoemlijk
veel geld in verspild. Er is ooit berekend dat Char-
lois en Katendrecht wel 1000 gulden zouden kunnen
verdienen per jaar, nog afgezien van de kostbare tijd die daar
nog bij wordt verdaan. En dan nog al die kwade ge-
volgen die daaruit ontstaan. Door de slaphartigheid van
dat veelvuldige waterdrinken leert men sterke drank
drinken. Ik heb dat voor die tijd nooit zo onder het
vrouwvolk gehoord of gezien als er nu door dronken
wijven kalle, klap en twist wordt gemaakt als nu ter tijd. Mag
zulke vergiftigen onkruiden, die ons zo ingenomen hebben
geen verval genoemd worden omdat de mensen er arm en
krachteloos van worden? Genoeg van dat alles. Het is al te
goed bekend. Ook herinner ik me dat de mensen elkaar
met koper betaalden. Dat was het voorjaar 1702.
En nu met goud en dat is begonnen in 1717 en ook enige
species engels geld, omtrent diezelfde tijd. Ik heb
mijn ouders wel horen zeggen dat omtrent 100 jaar geleden
het goud hier te lande zo ruim voorhanden was
dat de mensen niet van elkaar koste komen (?) zoals
het nu tegenwoordig is. Ik was wel 20 jaar oud voordat
ik goud geld had gezien. Toen had men liever goud
dan zilver en nu weer liever zilver. Zo veranderen
de dingen van de wereld. God weet wat men nog
beleven zal. Men zegt dat we thans een gouden
eeuw beleven maar het is niet alles goud wat er blinkt. Het
is nu gemakkelijker (geworden) nu men het kent. Eerst
wist men niet hoe het heette en hoeveel dat het (waard was),
maar dat leerde men snel genoeg. Maar nu wordt er veel
goud te licht bevonden. Dat brengt veel moeite en on-
gemak met zich mee. Men eist dat je een goudgewicht in je
zak stopt en niet alleen een gewicht, maar ook schalen en een balans.
Verhelende zo de hele gerechtigheid en dat moet

(Opmerking: de laatste twee zinnen zijn wat duister, met name "verhelende
zo de hele gerechtigheid". Het lijkt erop dat Pieter wil zeggen dat
je alleen nog netje met eerlijk goud wordt betaald als je het goud zelf met
goudgewichten en een balans bij iedere betaling controleert en dat zoiets
voor gerechtigheid moet doorgaan.)

men niet alleen in z'n zak dragen maar ook in zijn hart, (want)
anders kan men de gerechtigheid zeer gemakkelijk vergeten en
die wordt, God betere het, al genoeg vergeten en zo
komt (het) dat de grote vissen de kleine eten.
Maar hoor eens wat de apostel Paulus zei: "indien gij
malkander bijt en vreet, ziet toe dat gij van malkander
niet verteerd wordt. Gal: 5 v 15.
Dan is er nog een verval dat bijna algemeen begint te
worden, en wel het meeste onder vrouwen, en dat is een snuif
tabak. Iedereen moet (tegenwoordig) een snuifdoos op zak hebben,
de een van goud, de ander van zilver, van koper, van
hoorn, van tin. De lezer begrijpt het al: zowel onder
de rijken als onder de armen en daar wordt veel geld mee
verspild. Ik weet niet waartoe dat dient. Ik hoor en ik
zie dat de mensen zo verstoopt (= bedwelmd, afgestompt) werden dat ze niet spre-
ken konden en zo kort van naam (= kort van memorie ?). Kijk eens rond: hier is geen
eten, daar is geen drinken. Evenwel geeft men voor die
vuiligheid zijn geld uit. Voor iets dat geen brood is. Voor-
waar, het is al een verval in ons land en het is eerst uit
Duitsland gekomen. En dat moeten onze Nederlanders nu na
doen. Zo besmet het ene land het andere. Holland is
een zeer leeg (= laag ?) land. Al het kwaad dat er rondom valt, dat
loopt er naar toe, want (van) Engelands onkuisheid, Frankrijks
hoogmoed, Zwitserlands vloeken en zweren, Duitslands
dronkenschap is ons land zo vol dat het schreeuwt
totaan de hemel. Holland is een rijk en weelderig land
want het is gelegen aan de haven der zee en is een haven
der schepen. Holland schijnt het lot van Jacob's zoon
wel te wezen: Sebulon Genesis 49. Ja, Holland
mag ook wel met Tyrus Jesias 23 vergeleken worden,
in macht, in koophandel, in goud en in zilver, in schepen
in het bijzonder die (schepen die) op de grote wateren varen om te vissen
en (om er) koopvaardij (uit te oefenen), zodat er veel geld verdiend wordt en
ook veel verteerd (wordt) door die onnodige verkwistingen
die het gevolg zijn van pracht, van brassen, ja over-
dadig wijnzuipen. De stomste beesten weten maat te houden
maar veel mensen is dat niet gegeven. Men zegt dat de onmatigheid in
spijs en drank meer mensen doodt dan de oorlog.
Basylius zegt: "De dronkenschap is de ondergang der zeden,
het verval van krachten, een voortijdige ouderdom en
een haastige dood". Maar de wijn op zichzelf is een kostelijk
goed, zeer nuttig om het hart te verblijen, de gezond-

heid te onderhouden, de geesten op te wekken, etc...

Nu zal afscheid nemen van het voorbije jaar
1749. Het is een gezegend jaar geweest van seizoen, maar
(er waren) geen appelen hier in het land, maar (wel) koren en vlas, een schoon
gewas en (het werd zo) schoon en droog geoogst als ik het in
heel mijn leven nog niet beleefd heb. Het begon
met enkelen die het eerst aan het hooi
maaien waren. Vervolgens heeft het een dag of 10 geregend.
Toen ging het aan het drogen (en wel zo) dat al het hooi thuis was
en het zaad gedorst, zonder een drop regen. De tarwe
gemaaid en gement (?) zonder regen, bij behoorlijk weer, zonder
(al te) grote hitte. Het land is hard gebleven tot het
einde toe en (we hebben) een kostelijke zaaitijd (gehad). De watermolens
zijn voor nieuwjaar 1750 niet in het zeil ge-
weest en ze hebben voor half februari 1750
niet hoeven te malen. Is dat niet wat zeldzaams?
Maar de andere kant van de weegschaal: voor het rundvee is het een
droevige zomer geweest. Ik heb het begin aan-
gehaald op bladzijde 33 de 4e regel, want het als

(Opmerking: Het oorspronkelijke manuscript van Pieter van der
Pols kende waarschijnlijk meer en kleinere blaadjes dan de transcriptie
op foliovellen van Hazewinkel. De pagina 33, 4e regel van Pieter van der Pols
correspondeert waarschijnlijk met Hazewinkels pagina 9, 6e regel van onder).

bij een overstroming. Niemand wordt overgeslagen. Die onge-
beterde (= de pest nog niet overwonnen hebbende) beesten hadden zo fyement en zo brandig.
Ik geloof niet dat er van de 10 een overgeschoten is. Ik
had er weer 2, beide weg en dat voor de vierde keer. Ik
heb er weer een gekocht, een gebeterd (= de pest overleefd hebbend) dier, maar het is maar
een twijfelaar voor 87-3 (= 87 guldens, 3 stuivers). Het is maar een brabantse vaars.
Ik heb er wel vier voor kunnen kopen en (ik heb er) ook wel
(vier stuks) voor (die prijs) verkocht die beter waren dan deze maar
toen was het een andere tijd. Toen kocht men voor 3 st(uivers)
een stuk boter, de kaas 2 pond voor 5 duiten. Toen was
het al te goedkoop en nu is het te duur. Het dient wel
opgeschreven te worden: wie heeft in zijn leven over de
f300 voor een koe horen geven, zoals men nu hoort
en ziet. f500 is gewoon (geworden) voor een paar koeien.
Maar om u te vertellen hoe het kwam dat ze zoveel
geld voor een sterfelijk beest gaven: het was omdat
ze gebeterd waren en van de pestziekte bevrijd
waren. Geschreven op de 22e maart 1750: nu stilstand (wat betreft de pest)
hier te lande, maar op andere plaatsen grasseert het
nog, zoals achter de stad en in de Dordtse Lage
Waard. God weet hoe lang (nog).
Ik moet ook niet vergeten dat de grote klok van

Charlois in het begin van het jaar 1749 te bersten is geluid. Er
was een smid op C(harlois), die hem meegenomen heeft om te
solderen. Dat heeft hij ook gedaan, maar de klank was eruit.
Hij moest opnieuw gegoten worden door een man
uit Rotterdam, die zijn smelterij in Alkmaar
had. De klok werd naar Rotterdam gebracht en in de waag
gewogen. Iedereen dacht dat hij 18 tot 2000 pond zou wegen, maar
het schou veel (= dat scheen te veel te zijn). Hij woog niet meer dan 1180 en nu
is er nog 150 pond bijgedaan, maakt samen 1334 pond.
Dat opnieuw gieten en de toeslag heeft f 404 gekost.
Maar ik zeg u dat hij niet zo goed is als de oude
geweest is. Bij lange na zo mooi niet, noch zo goed van
klank. Het was net de gelijke van de (klok) die op Delfs-
haven hangt. Het was een oude klok. Hij was samen
met de kerk gesticht en dat is geweest een jaar
nadat Charlois is bedijkt en dat is geweest in het jaar
1460. Toen lag C(harlois), of toen nog genaamd 'Nieuw Ridderwaard'
met vloed en eb open er was niets anders dan liezen en
biezen, kreken en killen. Dat is toen met dijken in-
gesloten. Robbenoord is naderhand aan de dijk
de Plompert in 1606 bedijkt. De Plompert en de Kiesheid
zijn tegelijk gesloten. Ik heb een man gekend,
zijn naam was Albert Tijger, een oud schipper op de Hey(plaat?).
Zijn moeder had horen zeggen en wist nog dat ze
nog met schepen door de Plompert en Kiesheid voeren
naar Dordt en andere plaatsen, net zoals ze nu via de Oude Maas
doen. De Koedood is nog het overblijfsel van het
vaarwater en is intussen sterk verdroogd en
verstopt. Het is achterin het eerst toegestopt of bedijkt want
zij kon zich nog herinneren dat een turfschip met turf geladen
aan de Kathoek of Weyman kwam om zijn turf te verkopen.
Hij ( = de turfschipper) wou ze niet (voor) minder geven dan (voor) 5 groot (?). De mensen
klaagden over de hoge prijzen. Hij (=de turfschipper) zei: "klaag nog niet
(want) het zal nog duurder worden. Ik denk dat als ik terug kom
gij 3 st(uivers) zult moeten geven". (Daarop) hebben de mensen toen
niet meer over de weelde geklaagd. Als die(zelfde) mensen nu eens turf moesten
kopen, dan zouden zij beter weer direct naar huis kunnen gaan.
En zo is ons land al aangegroeid en weer bovenge-
komen want het is genoegzaam verzonken geweest,
want het is een bos geweest. Men zegt van den Briel
tot Dordt toe, maar ik heb nooit een schatting van de breedte
horen geven. Volgens de beschrijvingen is het Haagse Bos

het overblijfsel van naam en wezen van het oude bos, zonder
genade zo genoemd wegens de wrede dieren (die) erin (leefden).
Het lag (er) zo woest en ledig (en) onbewoond (bij) en (het) is nu
het beste land, een vruchtbaar land. Hoe wonderlijk
is God in zijn werken (om) van zo'n woest woud een zee
te maken en van een zee een vruchtbare landouwe,
ja, zo goed als er land door de zon kan worden beschenen.
( = ja, het beste land onder de zon)
En ook in plaats van wilde dieren (zijn er) nu veel tamme
mensen. Maar toen het eerst land werd,
was het niet meteen zo, want het werd bewoond door een
volk dat Katten (?) en Hunnen genoemd werd, een woest en
ook heidens volk dat ook de afgoden diende. Toen
is het paaps geworden en nu gereformeerd. Dat betekent:
een verbeterd geloof. Zo is ons land
gezuiverd van afgoden, van papen en monniken en van al
dat paaps gespuis. Maar ook in dat land
wonen zoveel dieven en moordenaars, wolven en grijpende
wolven, leeuwen, luipaarden, adders, basilisken, Esaja 11 etc.

Terwijl ik nu ben gevallen op de aarde (= weer met beide benen op de grond sta ?), zal ik weer wat schrijven
van aardse en wereldse zaken: hoe het nu met de af-
geschafte pachten is afgelopen. Die zijn nu op een gereguleerde
voet (geregeld). Onze heren Staten van H. en W.V. hebben met
goedvinden van zijne Hoogheid, onze stadhouder goedge-
vonden om de algemene middelen niet te verpach-
ten maar haar zelf te houden en hebben gaarders
of collecteurs ingesteld om dit te ontvangen (= innen) op de
oude voet, (net zo) als de pachters (dat) gedaan hebben, evenals de straffen
en boeten voor het smokkelen. Het land stelt ook toe-
zieners (aan) net zoals de pachters gedaan hebben en dat is ingegaan
op de 1e januari 1750 en dat wel zo ontzaglijk en
zo streng dat er niemand een vinger in de as (= spaak in het wiel ?) durfde
te steken, want daar wordt zeer nauw naar gekeken. Aan de andere kant
zijn er al diegenen die negotie bedrijven en daar impost over
moeten betalen en al hun bedienden. Zij zijn
allen onder ede gesteld, of anders mogen zij geen negotie bedrijven.
of helpen bedrijven, en daarbovenop (zijn er) zware geldboetes (in het vooruitzicht gesteld).
Wie die boetes niet kan betalen
wordt aan den lijve gestraft en met bannissementen
uit het land verbannen, zoals in de maand juli al
was te zien bij 3 goede bekenden, met name Gijsbert van
Heuvelstein onder Rhoon en Hendrik Pendrecht, ook

onder Rhoon en Leendert van Agteren. Deze 3 zijn verbannen en
een man op Hoogvliet, zijn naam weet ik niet, en Jan Nieuwenhof
onder Charlois. Die waren niet thuis. De eerste 3 zijn 's nachts
van hun bed gelicht en (hebben) te Schiedam enige weken ge-
vangen gezeten. Door veel voorspraak (zijn ze) gelost (=vrijgelaten?), hun goederen
verkocht, zij verbannen en de twee (anderen zijn) gevlucht en dat is zo gebeurd
omdat zij verklikt waren. Dat zij kwere

(Opmerking: hier begint Pieter weer in overdrachtelijke taal te spreken die
vandaag moeilijk te volgen is. Hij vergelijkt de vijf gestrafte mannen die
verklikt zijn met 5 paar 'kwere stenen', wat dat ook moge zijn.
Ook hier speelt het probleem dat Pieter over personen spreekt
zonder duidelijk te maken over wie het gaat.)

stenen hadden en (zij) hebben het ook zo ondervonden en (ze)
hebben op die ene nacht 5 paar stenen gevonden en mee-
genomen zo dat er heimelijk verklikkers lopen
en zo dat (het) er dun uit ziet. Wij plachten een vrije koren-
molen te hebben. Maar daar zit nu een teller (= persoon die telt) op en dat
benauwt veel mensen. Zo zeer, dat ze tegenwoordig
de pachters weer terug wensen. Ik moet ook zeggen dat de impost
op brood veel te hoog is. Daar moet ik onze souvereinen
in tegenspreken, want de tappers van wijn en bier
geven nu maar de helft van hetgeen zij aan de pachters gaven.
Wijn (en) alle gedestilleerde dranken zijn de helft verminderd.
Waarom het brood (dan) niet? Het zout en de zeep is ook verminderd.
Evenwel is het zout dubbel zo duur als toen de pacht er nog was.
Dat komt omdat er nu niet 2 à 3 maal over hetzelfde betaald hoeft te
worden. Tegenwoordig zit alles dicht. Er kan nog geen
muisje doorheen. Terwijl zij dat weten, waarom (kan) het
brood (dan) niet (verminderd worden), want (brood is iets) dat niemand kan missen.
Rijk en arm moeten evenveel betalen. De volle im-
post van de tarwe is 25 st(uivers), zegel 2 (stuivers)
het rogge is 10, zegel 2 st(uivers)
Het is terecht voor een arm mens, zoals een arbeidsman,
veel te moeilijk om de tarwe te betalen.
Het kan en het zal zo niet blijven.
Ik weet thans geen nieuws te schrijven.
Wij zullen wat wachten.
Het is althans heel stil (=rustig in het land ?).
En zo moet het ook wezen.
En het is de mensen ook best, want als de onderdanen
tegen de overheid opstaan dan gaat het slecht in een land
etc...
In de maand Juli is de bier-impost de helft verminderd. De 7e
oct. 1751 zijn nog twee toezienders naar de korenmolen gestuurd
door onze souvereienen, zo dat er nu 3 zijn, een blijk dat
dat werk nogal nauw in de kaart wordt ge-
keken. De teller woont in een huis van Willem Swaal

in Katendrecht vooraan de grote singel, daar werden de glazen
op een nacht ingegooid. Toen kwamen de dienaren van het hof uit den
Haag en er is nauw onderzoek gedaan naar de daders. Dezen zijn
niet ontdekt maar ze (= de hofdienaren) hebben zeer scherpe plakaten
opgelezen en aangeplakt. Ik heb er ook 2 aan mijn huis
moeten aanplakken uit naam van de raad fiscaal uit
den Haag en daar is het bij gebleven.
Mij werd ook opgedragen om zijn geweer (= een geweer van de raad fiscaal) te dragen. Niet
alleen ik, maar alle gaarders van 's lands algemene middelen,
als dienaren van de stad.
In de winter 1751 hebben wij zeer veel sneeuw gehad.
(Het heeft) dikker en langer gelegen dan ik mij herinneren kan.
Dat verwekte zo veel smeltwater dat de Krimpener
Waard in maart is doorgebroken en (we) hebben die zo-
mer 1 of 2 voet water gehouden, hoewel wij een droog
voorjaar hebben gehad. Maar (met) de slappe winden en veel
smeltwater hebben (we het) niet droog kunnen krijgen.

(Opmerking: Pieter schrijft in een tijd dat men de polders alleen met
windmolens kon leegpompen. Vandaar dat in een tijd van 'slappe winden'
de polders niet droog werden.)

Daarop hebben we een bijzonder natte nazomer gehad,
(zodat) de beesten in de maand van Sept. in Delfland en
achter de stad al op stal moesten, dat de boter in
een week van 27 naar 36 gulden steeg, op de
21e sept. Ja, het is een nare toestand met (dat) hoge water.
Er kon niets verbouwd worden, de weilanden onder
water, het vlas dat op de spree lag (?) heeft ook veel
geleden. De tarwe is wel thuis gekomen maar
het zaad is wel een maand later pas gedorst
(Er is) ook een deel slecht. Haver en bonen hebben ook
veel geleden en met de wegen was het zo droevig gesteld,
dat ze bijna onbruikbaar waren, zodat de mensen hun goed (= oogst)
niet thuis wisten te krijgen en hetgeen wat ze nog thuis haal-
was onbruikbaar.
Ik moet ook nog een verhaal vertellen dat mede in het jaar
1751 is geschied aan de tweede dijk, net voorbij de
Varkenoordse weg. (Daar) stond een huis, genaamd "het
vissershuisie". Daarin woonde een man genaamd Jaap
Buy en zijn vrouw Dirckie. (Zij) hadden 2 zonen en 3
dochters. Deze Jaap Buy geneerde zichzelf (en samen) met
zijn jongens een beetje met varen. (Hij) had een heinst
en een schouw. Met die heinst heeft hij 12 of 14
Rotterdamse zakken tarwe op de Lek onder (het) Sticht als
smokkel(waar) laten malen en in de stad Rotterdam
gebracht. Dat is geschied in het jaar 1750. Maar in het

jaar 1751, in mei, heeft zijn oudste zoon, Leen Buy, met Jan
Klaasse Hyvaart met een heinst van IJsselmonde op
Rotterdam (gevaren). Diezelfde heinst was te R(otterdam) en Jan Klaase
zat en dronk (daar wat). Ondertussen is Leen gekomen en is
met die heinst de stad uitgevaren en heeft er een
bosje stro aangebonden en is naar Vlaardingen
toe gevaren en heeft hem daar te koop gepresen-
teerd. Maar hij maakte zichzelf verdacht (om)dat
hij de helft te weinig eiste, (zo)dat de lui hem
vroegen of hij die heinst gestolen had, waarop
hij zijn biezen pakte en naar Delfshaven voer. Daar
(aan)gekomen zijnde, komt Jan Klase overslag. Leen Buy
op de vlucht. Jan Klaase vaart met zijn heinst weer
naar IJsselmonde en geeft Leen Buye te Rotterdam
aan, waarop hij op Bozieseiland in zijn schouw lag
te slapen. Dat was verklikt en (Leen) wordt zo al slapende
gevangen en heeft enige weken gezeten en heeft veel meer
diefstallen bekend, die hij had begaan. Maar hij
verraadde (ook) zijn vader en zijn jongste broer, Jan Buy,
vanwege het smokkelmeel. Daar waren zij alle 3
schuldig aan en wat meer is: dat ze waren gewapend
met een schietgeweer toen zij aangehouden werden.
Om kort te gaan: Leen moest in Rotterdam
aan de galg hangen en Jaap Buy met zijn jongen zijn naar Dordt
gehaald en zijn daar zeer streng gegeseld, op het
leven af. Jaap Buy was 50 à 60 jaren oud. Zijn
oudste zoon was 23 jaar en Jan is 18 jaren oud. De
vrouw met de dochters zijn gevlucht. Het huis met de
verlaten inboedel is de 2e oct.1751 verkocht om af te
breken. Zo'n geval heb ik nooit gehoord dat
het hier te lande is voorgevallen onder West IJsselmonde.

Doch (nu) moet ik een wonderlijk werk vertellen van hetgeen
in verscheidenen plaatsen in het jaar 1752 is voorgevallen, in
de Dordtse Lage Waard, rondom Dordt, Papendrecht, Sliedrecht,
Dubbeldam en meer andere plaatsen, in de kerken tijdens
de dienst. Dan kregen de mensen zulke beroerten
op het lijf. Het zweemt naar of gelijk op een soort van
(bijensteek ?). Dat komt de mensen zo op het lijf gevallen
en (ze) worden zo vertrokken en getordeert, en dat met zo'n
geschreeuw en getier, ja, zij blaffen als honden. Zij moeten
ook vast gehouden worden of zij zouden zichzelf te

niet maken. Ja, ze worden zo hard aangetast, dat drie,
vier man handen vol werk hebben om ze vast te houden. En dat
overkomt (zowel) mannen, vrouwen, (vristers ?), vrijers en kinderen. Dat
zelfde werk heeft zich ook zeer hard in Pernis voorgedaan. Ook is (het)
nu naar Spijkenisse gekomen, maar men hoort dat het onder Dordt
zo langzaam begint te slijten. Ze houden het
voor een werk van God, want zij noemen het een soort van
wedergeboorte, maar veel rechtzinnigen houden het
voor een dweperij, maar wat voor gevolgen het nog
zal hebben is (alleen aan) God bekend. Het veroorzaakt in ieder geval een grote
consternatie door het gehele land. Sommige dominees
zijn er voor en sommige zijn er tegen en die zeggen dat
het geen werk van God is. (Onleesbaar) omdat daardoor de godsdienst
gestoord wordt en men ziet het het meest onder een rauw soort
volk die in Gods woord niet ervaren zijn, die nu
zo het schijnt, helemaal zijn veranderd. De 6e december 1752 is het
hier in onze kerk voorgevallen op een avond in de catechesatie,
door 2 a 3 personen. Zij werden door de kerkraad
uit de kerk gebracht, doch met veel tegenstand van
de omstanders, wat een grote ravage in de kerk
met zich meebracht zodat de gehele godsdienst van die avond werd
gestoord. Maar de magistraat en kerken-
raad vonden (het een) goed (idee) om het dievengat (=soort gevangenis) dat vol turf lag,
schoon te maken en de eerste die het weer (op z'n heupen) kreeg
in de kerk, zou men daarin op water en brood zetten.
Daarna heeft men daarvan niet meer gehoord
in onze kerk en zo heeft men in veel plaatsen gehan-
deld en nu begint men daarvan (steeds minder) te
horen. In de steden is het nooit voorgevallen.
Dat doet mij denken of het wel een goed werk
geweest is. (Er is) geen plaats waar het zo hard
en zo lang heeft geduurd als in Pernis. Dat kwam omdat
die dominee eraan meedeed. Daar kwamen ze
van alle kanten naar toe. Daar hadden ze de vrijheid.
De een om (zo'n aanval) te krijgen en de ander om (toe) te kijken,
zodat daar zo'n toevloed van mensen kwamen, van
alle hoeken van de wereld, zodat niet alleen de
kerk, maar het gehele kerkhof veel te klein was.
Er waren alle zondagen wagens en schuiten te
kort. In Pernis is het nog niet voorbij, maar degenen
die (zo'n aanval) krijgen worden meteen uit de kerk gebracht.

Het is nog (een keer) voorgevallen, op de 1e juli 1753, door niet meer dan 3 per-
sonen, zodat het nu al zo goed als voorbij is. Er is een order
van de synode van Dordt uitgegaan (dat) in alle plaatsen
dit soort mensen uit de kerken moeten worden gebracht
opdat de godsdienst niet verhinderd zal worden,
want ze zeggen dat het beter is dat de minderheid dan dat de meerderheid
uit de kerk wegblijft. Omdat het zo'n gedoe is,
zoals ik al heb gezegd, konden de (meeste) toehoorders niet (van de dienst) genieten.
Volgens de synode van Dordt in de maand juli
1753 is besloten dat diegenen die daar mee
besmet is, zichzelf buiten de vergadering moet houden,
(onder dwang van) straf. Dientengevolge wordt dit werk niet goed-
gekeurd. Ik zeg er niks van, want er staat (geschreven): "oordeelt
niet opdat gij niet veroordeeld wordt". Ook is op de
synode te D(ordt) aan de dominee Everhuyzen van IJsselmonde
weer order gegeven om te mogen preken.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Pieter van der Pols?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!

Voorouders (en nakomelingen) van Pieter van der Pols

Marighjen Pleunen
± 1628-1673
Marijtje Dirks
± 1620-< 1719

Pieter van der Pols


    Toon totale kwartierstaat

    Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

    • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
    • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
    • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



    Visualiseer een andere verwantschap

    De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

    Over de familienaam Van der Pols


    De publicatie Stamboom Van Vugt is opgesteld door .neem contact op
    Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
    Maikel van Vugt, "Stamboom Van Vugt", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-vugt/I11950.php : benaderd 6 februari 2026), "Pieter van der Pols".