Bron«tab» Burgerlijke stand - Geboorte
Archieflocatie«tab» Het Utrechts Archief
Algemeen«tab» Toegangnr: 481
Inventarisnr: 731
Gemeente: Veenendaal
Soort akte: Geboorteakte
Aktenummer: 172
Aangiftedatum: 22-12-1882
Kind«tab» Matthijs Heij
Geslacht: M
Geboortedatum: 22-12-1882
Geboorteplaats: Veenendaal
Vader«tab» Jan Heij
Moeder«tab» Johanna Theodora van Schonveveld
Essen-Rüttenscheid, am 11.Oktober 1918
Der Vorstand der Städtischen Krankenanstalten in Essen hat angezeigt, dass der Fabrikarbeiter Matthijs Heij, 35 Jahre alt, evangelischer Religion, wohnhaft in Essen, Kruppstraße Baracke 2, geboren zu Veenendahl in Holland, verheiratet (Namen der Frau unbekannt) , dessen Eltern unbekannt, zu Essen in den Städtischen Krankenanstalten, am 9.Oktober 1918, vormittags um 11 einhalb Uhr verstorben sei.
Hij is getrouwd met Cornelia van Asselt.
Zij zijn getrouwd op 24 juni 1905 te Veenendaal, hij was toen 22 jaar oud.
Veenendaal, toeg.nr. 463, invent.nr. 47, aktenr. 22, bron: Genlias
Bron«tab» Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie«tab» Het Utrechts Archief
Algemeen«tab» Toegangnr: 463
Inventarisnr: 47
Gemeente: Veenendaal
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 22
Datum: 24-06-1905
Bruidegom«tab» Matthijs Heij
Leeftijd: 22
Geboorteplaats: Veenendaal
Bruid«tab» Cornelia van Asselt
Leeftijd: 22
Geboorteplaats: Veenendaal
Vader bruidegom«tab» Jan Heij
Moeder bruidegom«tab» Johanna Theodora van Schoneveld
Vader bruid«tab» Gerrit van Asselt
Moeder bruid«tab» Geertrui Achterberg
Kind(eren):
«i»Onderstaande herinneringen zijn merendeels herinneringen van de jongste dochter van Matthijs Heij en Cornelia van Asselt, Nellie Heij (1917-2010), geciteerd is uit haar zelf geschreven levensverhaal.
«/i»
«b»Matthijs «/b»is vanuit Veenendaal in Scherpenzeel gaan werken als katoenwever, bij weverij Valkenburg in Scherpenzeel, gelegen aan de Stationsweg bij de Holevoet (3 huisjes) in Scherpenzeel.
Alhoewel hij in Scherpenzeel meer kon verdienen dan in Veenendaal, was het leven thuis geen vetpot: elke dag was er een halve liter melk beschikbaar voor een gezin met 7 personen. Vader mocht thuis nog geen mondje melk drinken. Dan zei zijn vrouw: "Thijs, heb je aan de melk gezeten?" Dan zei hij: "Een slokje maar, ik had er zo'n zin in." Moeder: "Dat mag niet, dat is voor de kinderen." Later, toen vader was overleden, stonden er grote melkkokers op het aanrecht. "Dan kun je wel huilen als je daaraan terugdenkt, " zei moeder.
Nel vertelt verder: "Mijn andere zuster en broer vertelden dat als mijn moeder 's avonds naar de kerk was, mijn vader op een stoel met leuningen zat en dat de twee oudste kinderen op zijn schoot zaten. Hij zong dan allemaal Duitse versjes. Hij kon heel mooi zingen. Thijs, mijn zoon die naar zijn opa is vernoemd, heeft het van geen vreemde, want ook hij kan heel mooi zingen."
Van ca. 1905-1910 woonde hij en zijn vrouw in Duitsland, «b»Duisburg«/b», blijkens de geboorte van een tweeling in die Duitse plaats. Overigens overleed de tweeling kort na de geboorte. Daarna verhuisden ze naar Scherpenzeel, woonden daar van ca. 1910-1917.
Daarna gingen ze in Veenendaal wonen. Matthijs werkte in Veenendaal als wever op een fabriek. Zijn vrouw was erg trots op hem: hij kon het mooiste weven. Thuis speelde hij liever met de kinderen dan dat hij zijn vrouw hielp in het huishouden.
Volgens dochter Nel hielden Thijs en Cor erg veel van elkaar. Moeder heette Cornelia maar (Mat)Thijs zei altijd Cor tegen haar, dat vond hij mooier.
In 1918 werkte Matthijs 6 weken in «b»Essen «/b»(D), waar hij op jonge leeftijd stierf aan de Spaanse griep. Hij werkte bij de beroemde «i»Krupp«/i»-«i»fabrieken«/i», niet als wever, maar als arbeider. Waarschijnlijk op een afdeling waar ze oorlogsmateriaal maakten. Hij ging er heen omdat hij er veel geld kon verdienen. Hij zei tegen zijn vrouw: "Cor, als ik thuis kom, heb ik veel geld. Hij werkte er de eerste weken nog niet echt, hij moest eerst ingewerkt worden. Dat zou 6 weken duren. Toen hij een paar dagen naar huis kwam, had hij goed verdiend. Matthijs vertelde dat hij bij de Krupp heel goed te eten krijg.
Toen hij even naar huis kwam, herkende zijn anderhalf-jarige dochtertje Nellie hem niet meer. Dat vond vader zo erg! Hij lokte zijn dochtertje met een druifje, tot zij weer naar hem toekwam.
Hij huurde een fiets in Scherpenzeel en ging ermee naar Veenendaal, met oudste dochter Jo achterop. Jo was heel knap om te zien en vader was 'groots' op haar. Hij ging met haar zijn vader, moeder, broers en zusters gedag zeggen.
Moeder zei al: "Thijs, wat heb je rare ogen." Hij had waarschijnlijk de ziekte (Spaanse griep) al, hij was al verkouden.
Hij was weer drie dagen terug naar Essen, toen zijn vrouw een telegram kreeg waarin stond dat haar man ernstig krank was. Twee dagen later hoorde ze de postbode aankomen. Hij was al overleden. Zij heeft toen erg gehuild. Het hele gezin behalve moeder was ziek, maar jongste dochtertje Nellie was er het ergste aan toe: zij had ook de Spaanse griep (met longontsteking). Een oom heeft 10 dagen 's nachts bij haar gewaakt. Nellie (verteller van deze gebeurtenissen) overleefde het.
Moeder Cor kon niet naar de begrafenis van haar man, omdat ze geen paspoort had en haar kinderen waren allemaal ziek.
Moeder was ook heel blij dat haar man net voordat de jongste dochter Nellie gedoopt werd belijdenis had gedaan. Dan kon hij ook antwoord geven op de vragen bij de doopplechtigheid. Dat was bij de doop van de andere kinderen niet gebeurd.
Over de Spaanse griep:
De eerste golf van de Spaanse griep kwam in het voorjaar van 1918 en was vrij onschuldig. De tweede golf kwam in het najaar en was veel gevaarlijker. In ca. 20 % van de gevallen traden er complicaties op met bronchitis en longontsteking. In september kreeg de griep een dodelijk karakter en in Nederland werden scholen gesloten en kwam er lokaal een samenscholingsverbod, waardoor het verboden werd met drie of meer personen op de openbare weg bijeen te zijn. Vanaf begin oktober steeg het aantal sterfgevallen, in het totaal zouden er meer dan 20.000 Nederlanders aan deze griep overlijden, R. Vugs, Griep! De angst voor de pandemie en de feiten, Uithoorn 2006.
In Nederland stierven binnen enkele maanden 27.000 mensen aan de Spaanse griep. De meeste in de maanden oktober (5506), november (16.960) en december (5321) van 1918. Hele gezinnen stierven. In de zomer van 1918 was een eerste golfje van Spaanse griep ons land overspoeld, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt. Diegenen die in de eerste golf de griep hadden gehad, kregen in het najaar de griep niet opnieuw.
In het laatste kwartaal waren de provincies Drenthe, Groningen en Overijssel relatief het zwaarst getroffen, met sterfte cijfers van 8,5, 5,9 en 5,2 doden per 1000 inwoners. Zuid-Holland had met 3,2 het laagste sterftecijfer van de Spaanse griep. Het cijfer voor geheel Nederland was 4,1. De meeste slachtoffers vielen in gemeenten met minder dan 20.000 inwoners en dan met name in gemeenten met slechte woonvoorzieningen. Veel mensen in het Noordoosten van Nederland woonden in eenkamerwoningen en daar sloeg de Spaanse griep vooral toe. Ook was de sterfte hoog in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen waar mensen die griepverschijnselen vertoonden op één zaal werden verpleegd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Matthijs Heij | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1905 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia van Asselt | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.