Hij is getrouwd met Dimpna Andriessen.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Geboren omstreeks 1575 is hij de verste voorvader die we in het archief van Kalmthout konden ontdekken. Hij woonde in dé Zandstraal in de wijk Achterbroek, op de grens met de heerlijkheid (thans gemeente) Wuustwezel. In 1601 vinden we hem voor het eerst vermeld in een rechtszaak contra Mathijs Thomen te Kalmthout (1). Hij moet dus één van de pioniers geweest zijn die het totaal verlaten Kalmthout terug leefbaar maakten na de verwoestingen van 1583 en 1588 (2). Op 20 januari 1607 vinden we hem als koper van een perceel land te Achterbroek. Over zijn afstamming hebben we geen zekerheid, wel sterke aanwijzingen. Waarschijnlijk was hij een zoon van Adriaen Verheyden (°ca. 1550) uit Wuustwezel. In dat geval was hij een broer van Jan Adriaenssen Verheyden (3), molentimmerman van beroep en Heilige Geestmeester te Wuustwezel. Hij timmerde in 1627 de nieuwe molen van Wouw in Nederland (1627). Vermits verscheidene generaties van de familie Philips van de 17de tot de 19de eeuw het beroep van molenaar uitoefenden, is de link met deze oom-molenbouwer niet zo onwaarschijnlijk. Verder was Philippus Adriaenssen verwant met Jan Blockhuijs die eveneens te Achterbroek woonde, maar mogelijk is dit een aanverwantschap via zijn echtgenote. Philippus was gehuwd met Dimpna of Digne Andriessen, dochter van Andries Adriaen Thonen. Zij stamde uit een familie die in Kalmthout al veel vroeger vertegenwoordigd was (zie schema). Dimpna werd te Wuustwezel begraven op 5 maart 1620, Haar man volgde haar op 9 september 1625. Philip lijkt ons goed ingetrouwd te zijn. Zijn grondbezit blijkt namelijk in hoofdzaak afkomstig te zijn van zijn echtgenote. Digne Andriessen komt in de cijnsboeken van de abdij van Tongerlo voor als eigenares van een huis, hof, 2 gemet land en een gemet etting te Achterbroek, hetwelk zij verkregen had van Adriaen Peer Heyns Muelenaers. Nog bezat zij in eigendom 2 gemet land aan de kleine beek aldaar, gekomen van haar grootoom Claus Thoenen (4). Samen met haar tante Marie Adriaen Thonen was ze in bezit van een half bunder moer in de Wuustwezelse zuidmoeren. Het eigen bezit van Philip Adriaenssen beperkte zich buiten de aankoop uit 1607 tot een rente en een aantal moerpercelen. Zo verwierf hij op 8 oktober 1608 van Gielis Thielmans x Agnete Baltens een jaarlijkse rente van 2,5 gulden belast op een stede te Achterbroek (6). Op 30 oktober 1618 kocht hij samen met Adriaen Staecx en Peeter Adriaenssen Timmermans anderhalf bunder moer aan de zuidvaart te Wuustwezel bij de Prince van Oraengen moer. Toen op 3 juli 1619 Willem Willemssen, prior van het godshuis van de Chartroisen (kartuizers) te Lier aan de hoogste bieder verscheidene bunder moer verkocht in 24 kopen, kocht Philip Adriaenssen samen met Jacob Willemssen 2 bunder te Wuustwezel. De turf die in deze moeren ge-stoken werd, diende waarschijnlijk slechts voor eigen gebruik.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Philippus Adriaenssen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dimpna Andriessen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.