Hij is getrouwd met Adriana Bevers.
Zij zijn getrouwd op 26 april 1852 te Loenhout, hij was toen 29 jaar oud.
Jan-Baptist Adriaensen (° Loenhout, 26-4-1823) was 29 jaar oud toen hij op 22 april 1852 te Loenhout in het huwelijksbootje stapte met zijn dorpsgenote Adriana Bevers. Zijn bruid werd eveneens in Loenhout geboren op 10 maart 1823, als dochtervan Adrianus Bevers (° Loenhout, 6-4-1796 en er t 26-1-1882) en van Joanna Vermeiren (° Loenhout, 16-5-1796 en er t 21-11-1853). Na hun huwelijk verhuisden de echtelingen Adriaensen - Bevers niet minder dan achtmaal. Eerst woonden zij enkele jaren (ca. 1852-1858) te Rijkevorsel, vervolgens van ca. 1858 tot 1868 te Merksplas, Vogelenzang en daarna in de gemeente Oostmalle, waar zij op vier verschillende plaatsen verbleven, namelijk : eerst in de Groenstraat nr. 17, nadien Antwerpsesteenweg 16 en dan Salphen nr. 15 en nr. 17. Vervolgens vertrokken zij naar Zoersel, Graffendonck 38 en tenslotte vestigden zij zich op 24-12-1904 terug in Oostmalle, Steenweg op Lier 30/2. Jan-Baptist Adriaensen heeft steeds het beroep van landbouwer uitgeoefend. Omdat hij eerder klein van gestalte was, noemde men hem altijd «Janneke» (7). "" Te Rijkevorsel werden zijn eerste drie kinderen geboren, namelijk : Alexander (° 30-1-1853), Joanna Cornelia (° 13-8-1854) en Maria Catharina (° 9-5-1857). Toen werd een andere huurboerderij betrokken op het gehucht « Vogelenzang » te Merksplas, waar het gezin aangroeide met nog vier kinderen : Catharina (° 24-5-1859), Maria Theresia (° 20-3-1862), Franciscus (° 7-5-1865) en het kakelnestje Lucia (° 19-12-1867). Over deze zeven kinderen van J.B. Adriaensen - Bevers wordt gehandeld onder nummers IXa tot en met IXg, hierna. Op 10 december 1868 vestigde het gezin Adriaensen - Bevers zich in de gemeente Oostmalle. In de Groenstraat huurden zij een hoeve van Burggraaf du Bus de Gisignies. Een hoge en schone boerderij, « met torenvensters, om de zakken naar boven te trekken » (8). In deze straat hadden enkele woningen een naam : « Groenhoef », « Kasteelhoef», « Hooghuysken ». Volgens inlichtingen van familieleden zou de familie Adriaensen gewoond hebben in de Kasteelhoef. De Groenstraat was in die tijd een voorname straat, in een lommerrijke omgeving met mooie bomen en beplantingen, gelegen in het centrum van de gemeente Oostmalle. In het jaar 1866telde deze straat 12 woningen met 43 inwoners. Als er iets te doen was in de gemeente gebeurde dit aldaar, o.a. de jaarlijkse kermissen en allerhande volksspelen (9). De weg werd afgeschaft bij gemeenteraadsbeslissing in het jaar 1876 en korte tijddaarna werden alle woningen afgebroken en weg en gehucht « Groenstraat » werden ingelijfd in het grafelijk park. Burggraaf du Bus de Gisignies zorgde evenwel voor een andere boerderij, fonkelnieuw gebouwd, langs de Antwerpsesteenweg te Oostmalle (thans Antwerpsesteenweg 120, bewoond door Aug. Vanaerschot - Antonissen). De kinderen van Janneke Adriaensen waren intussen groot geworden en met vijf dochters in huis was het bijna normaal dat er in de voorplaats van de boerderij een café-herberg werd uitgebaat. Aan deze herberg stopte de postkoets Antwerpen- Turnhout en Antwerpen-Hoogstraten. Daar was ook de verzamelplaats van de Oosten Westmalse en zelfs van de Zoerselse jeugd : er werd gezongen en er was leute en plezier en 's zondags kon meermaals het schuifke van de toog niet meer toe omdat het volgepropt zat met het geld ontvangen van de klanten (10). En het gezin van Janneke Adriaensen en Adriana Bevers verhuisde alweer, ditmaal naar een hoeve op het gehucht Salphen in Oostmalle. Zij gingen er wonen in de nabijheid van hun dochter Joanna Cornelia, die inmiddels was gehuwd met Carolus Matheussen en die aldaar hun eigen hoeve bewoonden. Vóór de gehuurde café en boerderij Salphen nr. 15 stond een grote lindeboom. Salphen was destijds een druk bezochte bedevaartplaats, waar de Heilige Antoniusabt werd aangeroepen tegen alle besmettelijke ziekten. In januari was het er Salphen kermis. Massa's volk kwamen op die dag afgezakt naar dit kleine boerengehucht, midden in de bossen. Zij gingen er op bedevaart naar de kapel van St.-Antonius-abt. Na de H. Mis werden de offergaven van de gelovigen (varkenskoppen, -poten, hespen, enz.) verkocht. Na de verkoop van deze offergaven kwamen pastoor en misdienaars eten in de herberg « De Kapel » bij J. Adriaensen - Bevers, 's Namiddags en 's avonds begon dan de kermisviering. Salphen 17 werd de volgende «thuis» van het gezin Adriaensen - Bevers. Deze kleine hoeve was slechts een goede honderd meter verwijderd van de vorige verblijfplaats. Dit boerderijtje is thans verdwenen. De kinderen waren intussen gehuwd en Janneke en Adriana Adriaensen stilaan oude mensen geworden. Zij vertrokken naar Zoersel, Graffendonck nr. 38, waar zij gingen wonen bij hun schoonzoon en dochter K. Matheussen - Adriaensen. Voor de laatste en de achtste maal werd er verhuisd in december 1904, toen J.B. Adriaensen en Adriana Bevers, renteniers, ingeschreven werden te Oostmalle, Steenweg op Lier 30/2. Zij betrokken er een paar kamers, in een nieuwgebouwde woning, naast hun dochter M. Theresia (echtgenote Meulders). Maar een oude boom zo dikwijls verplanten kan niet goed zijn. Enkele dagen nadien, namelijk op tweede kerstdag in het jaar 1904 stierf Janneke Adriaensen aldaar. Zijn vrouw overleefde hem nog vijf jaar en overleed er op 21 juli 1909.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Joannes Baptist Adriaensen | ||||||||||||||||||
1852 | ||||||||||||||||||
Adriana Bevers | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.