1675
Hij is getrouwd met Jannetje Aelten.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
In het lidmatenboek van de gereformeerde gemeente van Amersfoort is vermeld 'Jan Bossier, cum
testim. Leijdensi, soon van Martijntge Carels, attestatie 24 december 1644'.
Op 25 september 1666 stelt Evert Wouters van Snorrenhouff, borger en inwoonder van Amersfoort,
'sijeck van lichame sijnde, evenwell binnenshuijs gaende ende staende' zijn testament op. Daarbij
herroept hij alle voorgaande disposities, uitgezonderd de reciproke lijftocht van hem en zijn
huijsvrouw Anna Jansdr, gepasseerd dd 16 januari 1650 voor notaris Nicolaes Verduijn te Utrecht,
welke van kracht blijft. Hij legateert aan Willemtgen Aeltsdr, de mundige impotente dochter van
zijn broeder Aelt Wouters saliger, hoedenmaker, 600 Carolus gulden, aan Adriaen Harmansz, het
onmundig nagelaten zoontje van Claesgen Aelten zaliger, de dochter van zijn overleden broeder, en
Harman Adriaenss zaliger, hoedenmaker, 300 Carolus gulden. Mocht Adriaen Harmansz overlijden
zonder na te laten geboorte, dan zal dit weder komen en erven op de dan in leven zijnde naaste
vrunden van de testateur. Hij legateert voorts aan de kinderen van Neeltgen Everts en haar
overleden man Cornelis Reijersz, hoedenmaker, 500 Carolus gulden, mits Neeltgen Everts, de
dochter van de oom van de testateur, daarvan levenslang de jaarlijkse renten trekken zal. Hij
prelegateert aan Wouter Willemsz, molenaer tot Naerden, de zoon van testateurs zuster, een lap
zwart laken van 6 ellen, twee zwarte kleine lakense mantels, een 'vuijr-roer' en al de wollen
klederen van de testateur en de helft van zijn linnen lijfsklederen, aan Jannitgen Aelts, dochter
van Aelt Woutersz, voornoemd en huisvrouw van Jan Jans 'in de schaepskoij' de wederhelft van het
lijfslinnen, de rouwmantel van de testateur en een lap zwart laken van 3 ellen. Al zijn andere na
te laten goederen, inclusief winkelwaren bemaakt hij voor de ene helft aan zijn neve Wouter
Willems, of diens nalatende geboorte in egale portien in geval van vooroverlijden en de andere
helft aan zijn nicht Jannitgen Aeltsdr, of haar nalatende geboorte. De legaten zullen binnen het
jaar na zijn dood betaald moeten worden. Met seclusie van de Weeskamer. In margine opgenomen
notities dat op 25 oktober 1666 geleverd is int sterfhuijs aan de erfgenamen en ontvangen 3-12-0,
en dat dd 6 november 1666 extract is geschreven voor het weeshuijs van Naerden, vanwege de
kinderen van Wouter Wilems, molenaer, zaliger en betaald is 1-16-0 door Willem Jans, binnenvader
van het weeshuijs aldaar, en aan het gezonden. En 8 stuivers betaald aan Cornelis Caen, voor 't
extract van de codicile door Wouter Willems, gepasseerd dd 2 november 1666, en meegezonden aan de
binnenvader.
Op 2 juli 1667 verkopen curatoren over de boedel van Wouter Willemsen Caelbaert voor de ene helft,
en Jan Bossier en zijn vrouw Jannitgen Aelten voor de andere helft, erfgenamen van Evert
Woutersen van Snorrenhoef en de erfgenamen van Anna Jans, weduwe van Evert Woutersen van
Snorrenhoef, aan Samuel Thiens en zijn vrouw, zekere kamp land groot ruim een morgen genaam de
Lewerijckse camp met houtgewas daarop staande en gelegen buiten de Slijkpoort en voorts nog een
half morgen land gelegen achter de voornoemde Lewerijckse camp, omverdeeld in een morgen land
gemeen met Cornelis van Liendert.Op 22 december 1668 verkopen Jan Bossier en zijn vrouw voor
zichzelf en als gemachtigden voor de curatoren over de boedel van Wouter Caelbaert, een vierde
part van twee woningen in de Kamperbinnenpoort, waarvan de andere drievierde parten reeds aan de
kopers toebehoren. Op 29 juni 1669 verkopen Jan en Jannitgen de helft van zekere hof gelegen
buiten de schoolpoortje, uit de voormalige voedel van Evert Woutersz van Snorrenhoef. Op 29 juli
1675 verkoopt Jannitgen Aelten, weduwe van Jan Bossier, voor 300 gulden van 20 stuivers het stuk,
een huis, hof en hofstede aan de Langestraat, omtent de Varkensmarkt. Twee dagen later, op 31
juli 1675, verkoopt Jannitgen Aeltgen, weduwe en boedelhoudster van Jan Bossier, voor 250 Carolus
gulden van 20 stuivers het stuk, uit zake van geleverde wol door haar man, een huis aan de
Langstraat, voor 400 Carolus gulden van 20 stuivers het stuk een huis staande in de Lieve
Vrouwestraat, voor 400 Carolus gulden van 20 stuivers het stuk een huis staande aan de
Langestraat en voor 400 Carolus gulden van 20 stuivers het stuk het halve huis staande in de
Lieve Vrouwestraat. Op 19 augustus 1675 compareert Jannitgen Aelten, weduwe en boedelharste van
Jan Borssier. Zij is mede-erfgename van Aelt Wouters en Ghijsbertgen Claes, haar ouders saliger.
Uit dien hoofde draagt zij over aan en ten behoeve van Cornelis Boelhouwer, mede-comparant, de
helft van een kapitaal van 200 gulden ten laste van Henrick Jans tot Emenes, onder borgtocht van
Henrick Gerrits plus de helft van 1900 gulden, in meerdere kapitalen, ten laste van Jacobus de
Ferreris. De wederhelft van deze kapitalen behoort toe aan haar zuster zoon Adriaen Hermans.
Diens obligaties, hem aanbestorven door het overlijden van de moeder, berusten bij Daniel van
Esch, mede-momber van Adriaen Hermans. Op 20 augustus verkoopt Jannitgen voor 100 Carolus gulden
van 20 stuivers het stuk een huis, hof en hofstede aan de Langstraat, omtrent de Varkensmarkt.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.