28-4-1731: Gerrit van Eck, meester smit tot Cothen, is gesommeerd door de pander om aan Cornelis
Vogelesangh f 145,- te betalen voor geleverd ijzer (een restant van een schuld van f 283-5-4). Gerrit van Eck
erkent de schuld en verklaart hem in vijf jaarlijkse termijnen te zullen voldoen [ONA Utrecht, not. Overvest,
Inv.nr.U176a1, aktenr. 112].
8-5-1751: Andries Oortman, wonend te Utrecht, treft een regeling met Gerrit van Eck over de aflossing van
een plecht van f 500,- ten laste van Gerrit van Eck, gevestigd op zyn huis onder Cothen. Borgen zijn zijn zoons
Rijk, Cornelis en Hendrick, en zijn schoonzoon Dirck de Klijn [ONA Utrecht, not. Van Spall inv.nr.U196a8,
aktenr.97].
8-4-1752: Gerrit van Eck en Sophia van Oort, wonend in Cothen, verklaren te willen schenken uyt
sonderlinge genegenhijd haar daartoe moveerende aan hun kinderen Cornelis van Eck, Hendrick van Eck, Ryk
van Eck, en Clara van Eck, getrouwd met Dirck de Klyn: hun huis tegenover de kerk in Cothen, op de grond
van het capittel St Pieter, met alle het geene daar inne aert en nagelvast is, ende tot de smederije behoorende.
Op het huis is een plecht gevestigd van f 400 ten behoeve van Andries Oortman. De kinderen accepteren de gift
[ONA Utrecht, not. Van Spall, inv.nr.U196a9, aktenr.20].
23-5-1724: Arend van Veenhuijsen, lieutenant schout, en zijn huisvrouw Maria van Goudoever; Helmigh
Warneke, lakenkoper, en Arnolda van Veenhuijsen, echtelieden; Pieter van Veenhuijsen, als speciale
gemachtigde van Clara van Veenhuijsen, meerderjarige dogter; Anthonia van Veenhuijsen meerderjarige
dochter, wonende alhier; Anthonij van Veerssen als speciale gemachtigde van Petronella Everts Matthijs, enige
erfgename van haar zoontje Evert van Oort, welke erfgenaam is geweest van zijn vader Rijk van Oort; en
Arend van Veenhuijsen als gemachtigde van Anthonia van Oort minderjarige ongehuwde dochter wonende te
Amsterdam, allen zich sterk makende en de rato caverende voor Gerrit van Eck en Sophia van Oort,
echtelieden tot Kooten in deze provincie, welke Arend van Veenhuijsen voor een derde, Arnoldus van
Veenhuijsen, Clara van Veenhuijsen en Anthonia van Veenhuijsen mede voor een derde, en Rijk van Oort,
Sophia van Oort en Anthonia van Oort voor een laatste derde de erfgenamen zijn van haar zusters en moeye
Margeretha van Veenhuijsen, weduwe van Barent Makagen, binnen deze stad overleden. Zij verkopen een
huis, erf en grond bij de Kamppoort aan Anna van Overhorst, laast weduwe van Lambert ter Beek, en een
halve morgen tabaksland aan Johannes Peperhoven [Transportregister Amersfoort].
Zij is getrouwd met Gerrit van Eck.
Zij zijn getrouwd
28-4-1731: Gerrit van Eck, meester smit tot Cothen, is gesommeerd door de pander om aan Cornelis
Vogelesangh f 145,- te betalen voor geleverd ijzer (een restant van een schuld van f 283-5-4). Gerrit van Eck
erkent de schuld en verklaart hem in vijf jaarlijkse termijnen te zullen voldoen [ONA Utrecht, not. Overvest,
Inv.nr.U176a1, aktenr. 112].
8-5-1751: Andries Oortman, wonend te Utrecht, treft een regeling met Gerrit van Eck over de aflossing van
een plecht van f 500,- ten laste van Gerrit van Eck, gevestigd op zyn huis onder Cothen. Borgen zijn zijn zoons
Rijk, Cornelis en Hendrick, en zijn schoonzoon Dirck de Klijn [ONA Utrecht, not. Van Spall inv.nr.U196a8,
aktenr.97].
8-4-1752: Gerrit van Eck en Sophia van Oort, wonend in Cothen, verklaren te willen schenken uyt
sonderlinge genegenhijd haar daartoe moveerende aan hun kinderen Cornelis van Eck, Hendrick van Eck, Ryk
16
van Eck, en Clara van Eck, getrouwd met Dirck de Klyn: hun huis tegenover de kerk in Cothen, op de grond
van het capittel St Pieter, met alle het geene daar inne aert en nagelvast is, ende tot de smederije behoorende.
Op het huis is een plecht gevestigd van f 400 ten behoeve van Andries Oortman. De kinderen accepteren de gift
[ONA Utrecht, not. Van Spall, inv.nr.U196a9, aktenr.20].
23-5-1724: Arend van Veenhuijsen, lieutenant schout, en zijn huisvrouw Maria van Goudoever; Helmigh
Warneke, lakenkoper, en Arnolda van Veenhuijsen, echtelieden; Pieter van Veenhuijsen, als speciale
gemachtigde van Clara van Veenhuijsen, meerderjarige dogter; Anthonia van Veenhuijsen meerderjarige
dochter, wonende alhier; Anthonij van Veerssen als speciale gemachtigde van Petronella Everts Matthijs, enige
erfgename van haar zoontje Evert van Oort, welke erfgenaam is geweest van zijn vader Rijk van Oort; en
Arend van Veenhuijsen als gemachtigde van Anthonia van Oort minderjarige ongehuwde dochter wonende te
Amsterdam, allen zich sterk makende en de rato caverende voor Gerrit van Eck en Sophia van Oort,
echtelieden tot Kooten in deze provincie, welke Arend van Veenhuijsen voor een derde, Arnoldus van
Veenhuijsen, Clara van Veenhuijsen en Anthonia van Veenhuijsen mede voor een derde, en Rijk van Oort,
Sophia van Oort en Anthonia van Oort voor een laatste derde de erfgenamen zijn van haar zusters en moeye
Margeretha van Veenhuijsen, weduwe van Barent Makagen, binnen deze stad overleden. Zij verkopen een
huis, erf en grond bij de Kamppoort aan Anna van Overhorst, laast weduwe van Lambert ter Beek, en een
halve morgen tabaksland aan Johannes Peperhoven [Transportregister Amersfoort].