geloofsbelijdenis
trouwt met Gijsbertje Hoos
voor 16 gulden en 6 schellingen wordt hij lid van dit schoenmakersgilde.
Hij is getrouwd met Gijsbertje Hoos.
Zij zijn getrouwd op 10=7-1740 te Culemborg.
Kind(eren):
Doordat Johannes lid wordt van het schoenmakersgilde, het Crispijngilde voor 16 gulden en zes schellingen kan hij zich zelfstandig vestigen als meester-schoenmaker.
Zijn schoenwinkel is gevuld met allerlei leesten, schoenen, muilen of klikken en stillegangers(pantoffels). Op zijn uithangbord hangt een gekroonde laars geschilderd en daaronder her rijmpje: "
"Die hier wil comen innen,
kan naar luste schoenen vinnen"
In het begin gaat het voorspoedig. Vaak gaat hij naar de "Banck van Leening"te Tiel om er goedkoop spullen te kopen. In de jaren 1743 tot en met 1767 koopt hij er maar liefst 48 maal, zoals bliijkt uit hety Stadvenditieboek van de "Banck van Leeninge"in Tiel.
Johannes is ook broeder van het schoenmakersgilde en daardoor doet hij ook mee aan plaatselijke verkiezingen voor het stadsbestuur. Hij moet in het jaar 1760 herhaaldelijke vergaderingen bij wonen van andere gilden, vanwege klachten. Het gaat om een klacht wegens klandestiene verkoop van wijn. De schoolmeester stelt een request op gericht aan het stadsbestuur, met vele handtekening, o.a. van Johannes van Oeveren.
Dit feit heeft invloed gehad op het economisch verval van de stad. Johannes verhuist met zijn gezin van 8 kinderen naar Amsterdam in de hoop op betere economische vooruitzichten.Het vertrek vindt plaats met het schip van de veermen tussen 17-3-1767 en 5-5-1769. Het gezin woont van 1799-1808 in de Pijlsteeg te Amsterdam.
Het echtpaar Johannes en Gijsbertje Hoos bereiken een hoge leeftijd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johannes van Oeveren | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1740 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gijsbertje Hoos | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.