predikaat
Tussen 1502-1506
Hij is getrouwd met Alijt.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
In het cohier van de goederen van het H.G.-gilde te Rijnsburg van 1502-03 worden Claes Willemsz en sijn wijf Alijt vermeld onder de gildebroeders en -zusters. Op 4-1-1534 belooft Pieter Corstensz. een jaarlijkse rente te betalen aan de abdis en de rentmeester van het convent van Rijnsburg, waarmee het geschil tussen de abdis en de rentmeester enerzijds en de weduwe van Claes Willemsz. met haar kinderen anderzijds over het betalen van een erfrente, die op naam stond van wijlen Claes Willemsz. en ook ten dele op naam van Jan Vos, des voorscreven Claes Willemsz. nasaet, geregeld werd. Met nasaet wordt meestal bedoeld de man met wie een weduwe hertrouwd is.
Pieter Corstensz. wordt in deze acte genoemd: die voorscreven weduwen dochter man. Hij kon niet schrijven en had geen zegel, waarom hij zijn huysvrouwe broeder, Mr. Pieter Claesz., priester, verzoekt deze acte te ondertekenen.
In het cohier van de goederen van het H.G.-gilde te Rijnsburg van 1538-39, waarvan Mr. Pieter Claesz., priester, de auteur was, noemt hij Claes Colfmaker zijn broeder, Neelgen Cornelis Willemsz.s ons oems wedue en Barbara Zegers onze moeie. In dito cohier van 1539-40 wordt de laatste Barbara, Zeger Willemsz.s weduwe genoemd.
Claes Claesz. Colvemaecker volgt Zeger Willemsz. [zijn oom] op als pachter van 2 percelen land in Rijnsburg en Oegstgeest van het capittel van St. Pancras te Leiden. In het cohier van de goederen, toebehorend het H.G.-gilde te Rijnsburg van 1538-39 noemt Mr. Pieter Claesz. als pachter van een stuk land in Rijnsburg Jan Philipsz. Vos, dat Claes Willemsz., onsen vader besprack.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Claes Willemsz. Colff | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Alijt | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.