Aan den Hove van Politie en Crimineele Justitie
der Colonie van Surinamen etc. etc.
Geeft met de meeste eerbied te kennen R.L. Wijchgel.
Dat de suppliant van den heer U.H. Wilkens, blijkens derzelven meede onderteekening aan den voet deeser, ..telijk uit een bijzondere toegeneegenheid tot een geschenk heeft ontvangen, het mustice meijsje genaamt Lodiwica, dogter van mulattin Henrietta behoorende aan de plantagie Lustrijk, aankoomende genoemde U.H. Wilkens, onder voorwaarde nogthans om aan hetzelve mustice meisje te schenken den dierbare schat van vrijdom.
Reedenen waaromme de suppliant mitsdien de vrijheid neemt, zig te keeren tot deeze Hove, reverentelijkst verzoekende, het hoogst deselve mooge behaagen, om aan hetzelve mustice meisje Lodowica dogter van de mulattin Henrietta, te verleenen brieven van manumissie in optima forma, zijnde de leeges ter secetarij als meede de daartoe staande boete aan het kantoor der kas teegens de wegloopers, ingevolge annexe quittantien voldaan, met autho-risatie op den heer secretaris om deselven van manumisse te vervaardigen en aan de suppliant uit te langen, zonder dat in dit bijzondere geval noodig zal zijn om de tijd van de andersinds te doene afte wagten, en voorts te mogen worden gedispenseerd van de tijd bij notificatie van deese Hove in dato 10 december 1816 gearresteerd, waar bij is bepaald dat geene uit de band der slavernij ontslaagene en gemanumitteerde hoegenaamd zig uit deese colonie zullen mogen begeeven of getransporteerd worden, dan jaar en dag na dat de brieven van vrijdom aan deselven zijn verleend, en na d van te doen blijken.
Egter met dien verstande, zoals bij dezelve notificatie nader is bepaald, in welk geval de suppliant meede vermeend te verseeren, alzo voorneemens is hetzelve mustice meisje Lodowica dogter van de mulattin Henrietta welke nog zeer jonk is ter verdere opvoeding van hier na Europa te versenden onder het goede toeverzigt van vrouwe Rompelman die medio maart aanstaande de reijs van hier na derwaardsch staat aan te neemen met het schip Jonge Lodewijk Anthonie gevoerd bij kapitein G. Kaleshoek, van welke gunstige geleegenheid de suppliant gaarne wenschte gebruijk te maaken van zo veel in zijn vermogen is, alles tot de opvoeding van meergemelde mustice meisje Lodowica bij te brengen. t Welk doende.
Paramaribo den 2e maart 1818
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Rengenier Lodewijk Wijchgel | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.