Op 1 oktober 1862 kwam hij als extra-koetsier in dienst van de Koninklijke stallen. Per 1 mei 1870 mocht hij zich koetsier noemen en op 1 juli 1880 werd hij bevorderd tot Koetsier-majoor.
Hij is getrouwd met Johanna Maria Evers.
Zij zijn getrouwd op 24 augustus 1864 te Den Haag, hij was toen 25 jaar oud.
Cornelis Smeele was hierbij getuige.
Johannes van den Broek was hierbij getuige.
Kind(eren):
In 1900 werd een boekwerkje uitgegeven met als onderwerp de Koninklijke stallen. Het vraaggesprek met Gerardus Cornelis, dat hierin werd teruggevonden is onverkort weergegeven:
Van de mindere ambten vervullen de beide koetsiers-majoors, Albers en van Koert zeer zeker de belangrijkste. Als bestuurders van de rijtuigen onzer Koninginnen, hebben zij de vaak zware taak, hun kostbaren vracht veilig en ongedeerd door soms zeer kritieke omstandigheden heen, weer thuis te brengen. De paarden worden trouwens ook wel langzamerhand gewend aan de soms zeer luidruchtige betuigingen van liefde en trouw van het Nederlandsche volk, aan kanongebulder, wapperende vlaggen, en alles wat verder bij een intocht als b.v. in Amsterdam gebruikelijk is. Albers, een goed gebouwde flinke man van ± 60 jaar oud, glad geschoren gezicht en een deftige en onverstoorbare kalmte, spreekt wat langzaam en flegmatisch van de veertig jaren, die hij nu reeds aan 't Hof in dienst is. Zijn collega, van Koert, die meer bizonderlijk in dienst is van H. M. de Koningin-Moeder, is levendiger van natuur, hoewel zijn uiterlijk veel strenger is dan van Albers en hij zelfs meer heeft van een deftigen burgemeester. Buitengewoon spraakzaam, verschafte hij mij vele inlichtingen omtrent zijn arbeid. Is Albers meer de man, om de jeugdige Koningin te vergezellen als Zij met rijtuig uitgaat, van Koert is bovenal de koetsier voor gezelschapsritten.
"Ziet u, meneer, in de 38 jaar, dat ik in dienst ben geweest bij Hunne Majesteiten, heb ik wel geleerd wat Zij 't prettigst vonden. Er zijn van die geheimpjes die maken, dat je diensten gewaardeerd worden.
Als de zon schijnt, rij ik bij voorkeur beschaduwde wegen of neem de schaduwkant ervan; dàn vermijd ik kuilen en steenen, want 't is altijd onaangenaam om zoo geschokt te worden. De Koning kon daar heelemaal niet tegen, en was dan niet altijd even vriendelijk. Maar van een man, die zooveel verdriet heeft ondervonden als Zijne Majesteit verdraag je alles gemakkelijk. Al Zijn kinderen dood, dat was vreeselijk treurig. De Prins van Oranje was zoo'n flink man en zoo vriendelijk tegen ons, ondergeschikten. Ook heb ik Koningin Sophie en Koning Willem de Derde de laatste maal vóór hun sterven gereden."
Op mijn vraag of Onze Koningin goed kan rijden, raakte hij in geestdrift: "nou, meneer, Zij rijdt als een eerste koetsier met de vier. Zij heeft van ons niets meer te leeren. En Hare Majesteit gaat zoo aardig met ons om ook. Dan laat Zij mij roepen en zegt b.v.: "van Koert, ik wilde vanmiddag eens naar Wassenaar." Dan zeg ik: "Majesteit dat zou ik U om die of die reden afraden," en dan antwoordt Zij weer "misschien heb je wel gelijk, rij dan maar waarheen jij 't beste denkt." En dan weet ik altijd wel weer een weg, dien Zij niet kent, b.v. dwars door de duinen of langs 't strand of zoo. Maar u begrijpt, dat ik altoos vooruit zoo'n weg verkend heb, want ik mag natuurlijk geen flater maken. Komt er nu hoog bezoek dan moet ik 't gezelschap naar al die mooie plekjes brengen. Zoo reed ik hen eens langs 't strand van Scheveningen naar Katwijk, maar wat zat ik in de benauwdheid, toen ik merkte, dat ik niet op den vloed had gerekend, zoodat ik er bijna niet door 't zand heen kon komen. Gelukkig zat 't Gezelschap in druk gesprek, zoodat zij er niet op letten".
Als van Koert in gala is, met den grooten steek op den gepoederden pruik, en al 't goud van tressen en galons op den blauwen rok met vergulde knoopen, en als hij zoo parmantig rust op de met witte kousen omkleede kuiten, en zich verwaardigt vriendelijk met mij te spreken, gevoel ik mij als bij een minister op audiëntie. - In dit kostuum is hij evenwel alleen bij bizondere plechtigheden als b.v. met de opening der Staten-Generaal, de Koninginnen daarheen geleidt.
Bron: Bibliotheek Gemeentearchief Den Haag.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerardus Cornelis van Koert | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1864 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna Maria Evers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.